Pagina's

woensdag 31 augustus 2022

52. Rühle

[Wat voorafging]

Hannah’s plan gaat veel te ver natuurlijk. Die avond is Schneider in Rühle, en hij probeert met Anna te praten. ’We moeten aan het steuncomité denken,’ zegt hij, met een bierflesje in de hand in de kamerdeur leunend.
Konopka kijkt verstoord op van haar schrijfwerk.
‘Wat is daar mee?’
‘Ze worden onrustig.’
Konopka reageert niet.
‘Als we niet uitkijken, verliezen we ze.’
‘Hmhm.’
‘We moeten ze, hoe heet het, committeren.’
Konopka schrijft al weer.
‘Via een actie bijvoorbeeld. Ik had gedacht, er zitten hier Amerikaanse bedrijven. Legerafdelingen. Een hele lijst doelen. Via een actie kunnen we hier in Hannover, nou ja, de repressie zichtbaar maken.’ Hij kijkt haar vragend aan. ‘Een signaal laten uitgaan naar de linksen hier. Ze dwingen kleur te bekennen.’
Hij werkt zich op tot een halfslachtig revolutionair enthousiasme, maar Konopka weigert er op in te gaan, zelfs niet als hij begint een ruzieachtige toon aan te slaan.
Die nacht blijft hij slapen in Rühle.
Het is de eerste keer dat ze niet neuken.


dinsdag 30 augustus 2022

51. Rühle

[Wat voorafging]

Hannah’s plan heeft de aantrekkingskracht van de eenvoud. Als hij het tot zich door laat dringen, krijgt hij het verontrustende gevoel dat het uitvoerbaar is. Op zondag 25 oktober vindt er in Keulen een concert plaats van Charlene Parker, een Amerikaanse soulzangeres die razend populair is, hier in Duitsland. Hannah weet via een producer van de WDR dat de artieste vóór haar optreden een televisie-interview geeft. De plaats en de tijd staan vast. Zondagmorgen om 11 u in het Europahotel, waar de diva de dag tevoren haar intrek heeft genomen. La Parker, dat is bekend, laat zich op haar reizen vergezellen door haar achtjarige zoontje. Hannah´s plan komt er op neer dat Schneider met de tv-ploeg het hotel binnen gaat, en zich daarna onmiddellijk van hen losmaakt om de jongen op te sporen. Hij moet hem met een smoesje mee naar buiten lokken, en daar zullen ze zich samen over hem ontfermen. Ze nemen de jongen mee naar Rühle, en Anna zal niet veel anders kunnen doen dan met de actie meegaan.
‘Maar wat is de actie dan?’ vraagt hij suffig.
‘De actie is de ontvoering natuurlijk,’ zegt Hannah vol vertrouwen. ‘En we eisen geen losgeld of zo. We eisen de vrijlating van Hermann Lösch die ze vorige week gearresteerd hebben. En wat we verder maar willen. Als we Frau Anna echt voor een voldongen feit willen stellen, kunnen we Keulen een brief achter laten, waarin de eisen al geformuleerd staan. Of denk je dat dat te ver gaat?’

maandag 29 augustus 2022

50. Rühle


Een dag later belt Hannah hem op, op de kamer boven een semi-onderwereldcafé in Oberhausen die hij heeft gehuurd in verband met zijn zaken. Ze stoort hem in een transactie met een Amerikaanse soldaat, de slungelige jongen met een bleek misdadigersgezicht die hem de coke levert. Ze lijkt er zich totaal niet van bewust dat het misschien nodig is om voorzichtig te zijn aan de telefoon.
‘Weet je,’ zegt ze, ‘ik heb nagedacht, en ik denk dat ik er iets op weet.’
‘Waar op?’
‘De illegaliteit is een zware last om te dragen, weet je. Ze is moedeloos geworden, Anna.’
‘Wacht even.’
‘Wat we nodig hebben is iets wat haar uit haar lethargie haalt. Waardoor ze in de praksis geworpen wordt.’
‘Wat bedoel je?’ zegt Schneider achterdochtig.
Hannah laat een korte stilte vallen.
‘Een ontvoering,’ zegt ze dan triomfantelijk. ‘Een ontvoering.’
Schneider legt zijn hand op de hoorn en kijkt verontrust naar de GI die op het bed verveeld zit toe te kijken.
‘Je bent gek.’
‘Nee, luister, het is heel eenvoudig…’
‘We kunnen nu niet praten,’ zegt hij. ‘Vanmiddag. Vanmiddag ben ik in Hannover.’ Hij noemt de naam van een etablissement waar ze eerder met Anna geweest zijn.
‘Vanmiddag,’ herhaalt hij. ‘Om drie uur.’


zondag 28 augustus 2022

49. Rühle

[Wat voorafging]

Hannah is nog steeds als was in zijn handen. Na even praten laat ze zich overhalen om mee naar binnen te gaan. Pohl is weg van haar. Hij valt blijkbaar, zoals wel meer mannen van zijn type, op kleine protestantse vrouwen, en bedelft haar onder complimentjes en attenties. Maar ze weigert er op in te gaan en kijkt voortdurend hulpzoekend in de richting van Schneider.
Uiteindelijk kiest Pohl eieren voor zijn geld.
‘We praten hierover verder,’ zegt hij. ‘Morgen. Bel me op de zaak voor een nieuwe afspraak.’
‘Wie was dat?’ vraagt Hannah, als Pohl weg is.
‘Een kennis.’
‘Een griezel.’
Schneider haalt zijn schouders op.
‘Hij is een beste vent,’ zegt hij. ‘Zo gek als een deur. Vermoeiend.’
Hannah lacht weifelend.
‘Hij is zo’n beetje miljonair. Handelt in oldtimers. Rolls Royces, Amerikanen, je weet wel. Maar hij moet zo nodig wat avontuur in zijn leven brengen.’
‘Hij is politiek?’
Schneider schudt het hoofd. 
‘Hoe is het,’ zegt hij.
‘Waarom horen we niks?’
‘Wie we?’
‘Het steuncomité.’
‘Het steuncomité bestaat niet.’
‘Anna heeft beloofd dat we geld zouden krijgen… En het safehouse… Egon wil…’
‘Ik weet niet,’ zegt hij. ‘Ik ben een beetje suf in het hoofd. Laten we ergens anders heengaan. Laten we een eindje gaan wandelen’


zaterdag 27 augustus 2022

48. Rühle

[Wat voorafging]

Die middag treft Schneider Pohl in een bistro in Hannover. Dit is al hun derde ontmoeting. Vorige week woensdag, na zijn marktonderzoek, heeft hij Pohl gebeld en een deal voorgesteld. Inmiddels rijdt hun wagen al bijna een week. Tweeëneenhalfduizend is de omzet tot nu toe. ‘Heel gunstig,’ zegt Schneider tegen Pohl, ‘als je er rekening mee houdt dat we nog bezig zijn de zaak aan te zwengelen.’
‘Tweeëneenhalfduizend!?’
Schneider trekt uit zijn binnenzak de envelop met Pohls aandeel, en schuift die over de tafel.
‘Het is ongelofelijk. Wat voor soort lui…’
Maar dat kapt Schneider af. ’Forget it,’ zegt hij. ’Dat is mijn kant van de zaak.’
‘Toch echt alleen hasj he?’
‘Alleen hasj,’ zegt Schneider.
Hij draait op het ijzeren stoeltje, dat een ongemakkelijk zitting heeft. Het soort dat een prent in je reet zet.
‘En wat speed. En voor de echte liefhebbers coke…’
‘Coke?’
‘Coke,’ herhaalt Schneider. ‘Cocaïne.’ Hij haalt een opgevouwen stukje halfdoorzichtig papier tevoorschijn, netjes dichtgeplakt met een rond zegel. ‘Hier.’
‘Wat is dat?’
‘Ik krijg dit rechtstreeks van het hoofdkwartier van het Amerikaanse Derde Leger, in Heidelberg. Niet verslavend, maar het geeft een unheimliche flash. Clean spul. Voor de leiders van de revolutie.’
‘Coke he? Nooit van gehoord. ‘
‘Het gaat door de neus. Je inhaleert het als het ware. Je legt er een lijntje van op een glad oppervlak. Een spiegel of zo. Je snuift het op met een rietje. Je kunt ook snuiven van een bankbiljet, maar dat is meer iets voor proleten. Proberen?’
Pohl neemt het pakje aarzelend aan.
‘Wel voorzichtig mee omgaan. Niet in één keer opmaken. Wat jij hebt is genoeg voor drie keer.’
‘Het is echt niet verslavend?’
‘Je wordt er wezenloos helder van.’
Schneider kijkt door het beslagen raam van de bistro, en ziet buiten, als een bovennatuurlijke verschijning opgedoken uit het winkelpubliek, Hannah Maas, die, diep in een regenmantel gedoken, naar hen staat te kijken. Hannah Maas. Hannah Maas van het Steuncomité dat een flop is gebleken. Dat, toen Anna en hij er bij hun aankomst in Hannover een beroep op deden, was weggesmolten als sneeuw voor de zon. Behalve Hannah. Die een steun en toeverlaat was. Vooral van hem. En die hij met spijt in het hart in Hannover heeft achtergelaten.
Schneider springt overeind en beent naar buiten.
Hannah heeft zich al had omgedraaid en probeert snel weg te lopen. Maar hij gaat haar achterna en pakt haar bij de arm.
‘Hannah!’ zegt hij. ‘Wat is er?’
Ze krijgt, zodra hij haar u vastpakt een koppige trek op haar gezicht. Perst haar lippen op elkaar en beweegt haar arm, in een halfslachtige poging hem van haar af te schudden.
‘Wat is er Hannah?’


vrijdag 26 augustus 2022

47. Rühle

[Wat voorafging]

Schneider legt de Prins-Valiantboekjes weg en drinkt zijn bierflesje leeg. Hij vouwt zijn handen onder zijn hoofd. Eva en Hans kan het niet verdommen, denkt hij. Dat weet hij, want hij heeft een eigen lijntje met ze. Het is iets waarvan Anna niet op de hoogte is, maar zo gaat dat in de illegaliteit. Veel stelt zijn contact overigens niet voor. Als hij, zoals hem is opgedragen, één keer per week, op zaterdag, vanuit een telefooncel naar Berlijn belt, is de enige instructie dat hij moet wachten. Geduld hebben. Contact houden. ‘Niet zeiken,’ zei Eva, de laatste keer dat hij haar had gesproken. Kribbig. ‘Niet zeiken. Doen wat je gezegd wordt.’ Ze begrijpen het niet. En hij kan er niet met goed fatsoen over beginnen. Maar als hij geen bezigheden heeft, wordt hij stapelkrankzinnig. Met Anna in dit huisje.
Neuken, ja. Neuken. Iedere avond. In het grote tweepersoonsbed, dat in de slaapkamer staat. Als de konijnen. Helemaal verslaafd. Met huid en haar overgeleverd aan een vrouw die overdags niets beters weet te doen dan op haar papieren staren.
‘Wat doe je,’ vraagt Anna, vanuit de huiskamer.
‘Ik lees.’
‘Ga je nog weg?’
‘Ik ga vanmiddag naar Hannover.’
‘Misschien kun je boodschappen doen? Er is geen brood meer.’
‘He?’
‘Er is geen brood meer,’ herhaalt ze. ‘Ik ben al twee dagen bezig blikjes witte bonen in tomatensaus te eten. En het bier is bijna op.’
‘Ja, ja,’ zegt hij. ‘Ik zal het meenemen. Brood. Bier.’
Maar later denkt hij daar niet meer aan.

donderdag 25 augustus 2022

46. Rühle

[Wat voorafging]

Helemaal stilgezeten heeft Schneider niet. Dat zou tegen zijn natuur zijn. Al de dag na hun aankomst in Hannover heeft hij contact gezocht met Heinz Pohl, een tanige dertiger, met wie hij in ‘67 als katvanger in de bouw heeft gewerkt, en die inmiddels een florerende handel drijft in tweedehands auto’s. Hij heeft hem een paar ideeën voorgelegd, waar Pohl wel oren naar had. Een paar dagen later pakte Schneider zijn auto en reed naar het Ruhrgebied, zijn Heimat, en om daar voorzichtig zijn voelhorens uit te steken. Hasj? Speed? Jazeker was daar vraag naar. Altijd.
Dus kon hij aan het werk.
Het opzetten van een netwerk van dealers leverde geen problemen op. Aan het eind van de week had hij contacten gelegd in Recklinghausen, Essen, Oberhausen. Het was alsof hij een fuik uitzette, waarin zich, zodra het gerucht rondging, hele scholen lacherige anarchisten verdrongen, langharige, vaagkijkende hippies, peace brother, vredestekens. Maar met dollartekens in de ogen. Een fluitje van een cent.
Het leggen van contacten met de toeleveranciers was ingewikkelder. In het verleden had hij samengewerkt met een groep Koerden uit Nederland. Die bleken inmiddels uit de roulatie. Maar ze hadden geen vacuüm achtergelaten. Na enige navraag vond Schneider nieuwe contacten met toegang tot de bazen die de aanvoer van hasj uit Turkije controleerden. Sommige van deze mannen hadden, zoals hij wist, politieke connecties. Met extreem linkse groeperingen in Turkije, met de Koerdische bevrijdingsbeweging. Hij maakte voorzichtig één of twee keer een toespeling op de gewapende strijd, maar dat leverde hem alleen nietszeggende gezichten op. Hennepproducten daarentegen, ja, daar viel over te praten. Een baardige Koerd met connecties met de PKK bezorgde hem een proeflevering. Een onsje weed, en een stukje bruine, sterk geurende hasj.
Wat er verder nodig was: liquiditeit, een grote bek en een stel spierbundels om zijn aanwezigheid extra kracht bij te zetten. Een grote bek had hij van nature, spierbundels waren te vinden in alle sportscholen, en voor de liquiditeit kon Pohl zorgen.

woensdag 24 augustus 2022

45. Rühle

[Wat voorafging]

Schneider kijkt op zijn horloge. Half elf. Hij pakt bier en loopt mokkend naar de slaapkamer. Hij laat zich op het bed vallen en haalt het pistool tevoorschijn, de Smith & Wesson 52 waarover hij sinds enige tijd beschikt. Hij kijkt langs de loop. Hij streelt de houten kolf. Hij controleert de patroonhouder, en steekt het pistool weer terug in zijn broekband. Hij rekt zich uit. Hij rommelt tussen de striptijdschriften die naast het bed liggen. Uiteindelijk kiest hij een stapel Prins-Vaillantboekjes die hij nog niet heeft gelezen. Hij trekt de kussens achter zich en staart naar de koorknapenromantiek van de plaatjes, zonder dat de tekst tot hem doordringt.
Ze zitten in een impasse. Dat is wel duidelijk. En dat terwijl het allemaal zo veelbelovend begon. Schneider denkt terug aan de middag dat Anna en hij uit Berlijn vertrokken. De halve erectie die tegen de stugge stof van zijn spijkerbroek duwde, terwijl ze afscheid namen van de groepsleden die hun uitgeleide deden. De permanente staat van opwinding waarin hij verkeerde tijdens de vliegreis. De avond in het hotel in Hannover, toen aan zijn begeerte werd voldaan. Op dat moment leken alle doelen van de revolutie samen te komen. Ze waren doorgestoten naar het westen. Ze zouden daar medestanders mobiliseren. Safehouses inrichten. Wapens lagen voor het grijpen in een depot van de Bundeswehr in Dethlingen. En het was maar een kwestie van tijd of de overige kameraden in Berlijn zouden ook uitbreken en de westelijke Bondslanden overspoelen.
Maar er is niets van terecht gekomen. In Hannover zouden Anna en hij contact leggen met een steuncomité, maar dat liet het afweten. Safehouses waren er niet. En Anna wilde niets weten van een overval op het wapendepot. 
Uiteindelijk zijn ze in Rühle beland, in dit zomerhuisje aan de Weser, waar Anna zit te werken aan de verdediging van de illegale strijd die Eva heeft gevraagd. De bedoeling is dat ze een opstel schrijft om Herman Lösch, die vanuit de gevangenis met iets dergelijks bezig is, de loef af te steken.

dinsdag 23 augustus 2022

44. Rühle

[Wat voorafging]

‘Ik snap het niet,’ zegt Schneider. Hij staat voor het raam, de handen in de zakken van zijn spijkerbroek, en kijkt uit over het Weserlandschap. Achter hem zit Konopka te werken. Het zachte geritsel van de papieren die ze zo nu en dan verschuift, is nauwelijks hoorbaar boven het geronk van de oliekachel.
‘Ik snap het niet,’ herhaalt Schneider zonder om te kijken.
‘He?’
‘Wat doen we hier eigenlijk?’
Het blijft stil achter hem en hij draait zich om. Anna troont aan haar tafel, met haar potlood op het papier, maar zonder te schrijven. Om haar heen, op tafel, op de grond, een zee van proppen papier.
‘Ik bedoel, we zijn naar het westen gegaan om…’
‘He?’
‘En nu zit je hier met die papierzooi.’
Ze kijkt hem met een lege blik aan.
‘Ik bedoel…’
‘He?’
‘Hans en Eva...’
‘Dit is de eerste prioriteit.’
‘Ik dacht dat…’
Ze buigt zich over het papier en schrijft snel en krassend een paar zinnen op, en streept er weer een stuk van door.
‘En ik ben hier voor joker.’
Ze kijkt hem over haar bril aan. ‘Voor joker?’
‘Ik doe boodschappen, ik maak eten, ik was af.’
‘Ja en?’
‘Ik pas daar voor, weet je.’
Ze maakt een bagatelliserend gebaar. ‘Je kunt doen wat je wilt. Je bent vrij.’
‘Je weet ook wel…’
‘Het spijt me, het kan niet anders. Het spijt me.’


maandag 22 augustus 2022

43. Rühle


Over het Roodfront wordt in de pers, maar ook bij de instanties, veel gedelibereerd en gespeculeerd, maar in feite is er over de beweging maar weinig bekend. De grootte van de groep en ook de homogeniteit ervan worden doorgaans overschat. Alleen al de naam die in omloop is, de Staüberle-Konopka-groep, of de Staüberle-Konopka-bende, suggereert een situatie die in werkelijkheid helemaal niet bestaat. Als de beweging zou moeten worden aangeduid met de namen van leiders zou Staüberle-Richter, of liever nog Richter-Staüberle geschikter zijn. Het zijn Christian Staüberle en Eva Richter, Hans en Gretel, die de richting bepalen. Irmgard Konopka – Anna zoals ze door de groepsleden wordt genoemd  -  is belangrijk, een sleutelfiguur, maar een leidende rol speelt ze, wat Emmerich Gerhard daar ook van denkt, net zo min als de advocaat Lösch. Irmgard Konopka is binnen de groep een einzelgänger, bijna een dissident, die, onpraktisch als ze is, door Richter en Staüberle ver van de gewapende strijd wordt gehouden. Ze is belast met de uitwerking van de theoretische onderbouwing ervan. Konopka heeft zich daar niet bij neergelegd. Na een reeks conflicten en nogal slinkse manoeuvres is ze er in geslaagd zich vanuit Berlijn, waar de groep zijn hoofdkwartier heeft, te laten afvaardigen naar het westen van de Bondsrepubliek, om daar de grond rijp te maken voor verbreiding van de gewapende strijd.
Op 12 oktober bevindt ze zich, in het gezelschap van Moritz, of Mehmet Schneider, een jonge rekruut van de beweging, in een zomerhuisje in Rühle, bij Hannover. En ze maakt hem gek van frustratie.


zondag 21 augustus 2022

42. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

‘Waarom vroeg hij ernaar?’ zegt Hahn peinzend.
‘Waarnaar?’
‘Hannover?’
‘O dat.’
‘Het gaat hem toch niets aan. Die Staüberle-Konopka-lui, die vallen onder Kaminsky.’
‘Hij is wel de coördinator.’
‘Ja,’ zegt Hahn peinzend. ‘Hij is de coördinator.’
‘Maar hij doet er niet veel aan, he?
 zegt Weiss behulpzaam. Heb jij enig idee wat hij uitvoert?’
‘Hij neukt de wijven en hij schopt zijn hond.’
‘Heeft hij een hond?’
Hahn drukt de peuk van zijn sigaret uit in het schoteltje van de vetplant die op zijn bureau stond. ‘Net zo lui als Kaminsky,’ zegt hij.
‘Ja,’ zegt Weiss. ‘Maar ik weet niet of het je is opgevallen, die kan zijn bloed wel drinken.’
Hahn knikte. ‘Nogal logisch,’ zei hij. ‘Hij was de senior-onderzoeker. Maar toen dropte Wiesbaden Gerhard hier. Als coördinator. Weet je, die Gerhard, dat is een hele gemene.’
‘Ja, dat zeg jij.’
‘Ik ben er nog niet achter. Maar ik peuter het wel los. Hij komt van de Grenzschutz. Van de Douaneopsporingsdienst in Hamburg. Dat is een soort recherche. Harde jongens, die zich bezig houden met drugsmokkel en zo. Ik sprak iemand, die weet dat hij er verscheidene heeft omgelegd.’
‘Omgelegd?’
‘Koud gemaakt. Gekilld. Dat zie je toch ook wel. Die ogen. Zo koud!’
‘Maar als dat zo is, wat doet hij dan hier?’
‘Goeie vraag,’ zegt Hahn.
‘Weet jij het antwoord?’
Hahn schudt nadenkend het hoofd. ‘Nee,’ zegt hij. ‘Maar ik voorspel je, op een dag vragen we ons af waar we in terecht zijn gekomen.’
‘Denk je echt?’
‘Dan gaat het knalhard.’
‘Tegen de subversieven?’
‘Hm,’ zegt Hahn, ‘subversieven?’
‘Wat bedoel je?’
‘Tegen de extremisten, jochie. Tegen de terroristen.’
Weiss haalt zijn schouders op. ‘Terroristen?’
‘Wat denk jij dat je aan het doen bent, lieverd?’
Hij grabbelt in de zak van zijn colbert, en haalt een nieuwe sigaret tevoorschijn. 

zaterdag 20 augustus 2022

41. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Hahn en Weiss hebben hun werkruimte in het mooiste vertrek van de villa, de tuinkamer: een voormalige eetkamer, die overgaat in de koepel van een serre en uitkijkt op een fraaie, glooiende tuin in herfsttooi. Ze delen de kamer met Kaminsky, die min of meer hun chef is, en voor wie een deel van de ruimte is afgeschut, met een eigen ingang. Kaminsky kan toezicht houden op de werkzaamheden van zijn junioronderzoekers doordat het bovenste deel van de afscheiding bestaat uit glas. Zijn werkruimte lijkt daardoor op het kantoor van de chef van een supermarkt. Het is een onaangename situatie, die de jongens het gevoel geeft dat ze voortdurend op de vingers worden gekeken, maar ze zijn nog niet zo lang aan de Sicherungsgruppe verbonden dat ze daar al over durven klagen. Kaminsky lijkt overigens nauwelijks gebruik te maken van de mogelijkheid tot supervisie. Het grootste deel van de dag zit hij stil voor zich uit te kijken. Hahn en Weiss verdenken hem ervan dat hij drinkt, maar als hij dat doet, gebeurt het zo steels dat ze hem, ondanks de gelegenheid die ze hebben ook zelf hun chef in de gaten te houden, nog nooit echt hebben kunnen betrappen.
En Kaminsky is vaak afwezig. Net zoals nu. Als Hahn en Weiss het werkvertrek binnenkomen, is het kantoortje leeg. De jongens leggen onmiddellijk hun masker af en vallen, als de lompe twintigers die ze zijn, in de kantoorstoelen aan hun tegen elkaar geschoven bureaus. Hahn steekt een sigaret op.
‘Wat ben jij een laffe hond, man,’ zegt Weiss honend. ‘“Ja Herr Gerhard, nein Herr Gerhard.” Zo’n grote bek als hij er niet bij is, maar als hij tegenover je staat, spring je in de houding als een verdomde rekruut.’
‘De lul,’ zegt Hahn. ‘Hij stinkt uit zijn bek.’
‘Ja vertel mij wat,’ grinnikt Weiss. ‘Maar hij is wel je meerdere, hoor.’
‘Zag je hoe hij naar Pfau keek,’ zegt Hahn.
‘Naar Pfau?’ zegt Weiss ongelovig.
‘Een ouwe nazi,’ zegt Hahn.
‘Net als Kaminsky?’
‘Het zijn toch allemaal nazi’s.’
‘Ja, dat is jouw stokpaardje.’
‘Boven de veertig, allemaal fout.’
‘Behalve Fischler natuurlijk.’
‘Die staat onder en boven de wet.’
‘Denk je echt?’
‘Die is gewoon te jong,’ zegt Hahn. ‘Hij kan niet eens lid geweest zijn van de Hitlerjugend. Maar ik ben nog bezig het uit te zoeken’
Weiss duikt in zijn papieren.


vrijdag 19 augustus 2022

40. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Als Gerhard uiteindelijk opstaat en naar beneden loopt, merkt hij dat de medewerkers zich in de keuken verzameld hebben. Het geroezemoes komt hem al halverwege de trap tegemoet. Bij zijn binnenkomen wordt het stil. Hij kijkt even om zich heen en loopt naar Hahn en Weiss, die, zoals meestal, samen aan een tafeltje zitten te roken.
‘Herr Hahn, kunt u mij wat meer vertellen over uw expeditie naar Hannover?’
Hahn springt overeind.
‘Wat wilt u weten?’
Gerhard lacht minachtend. ‘Alles,’ zegt hij, ‘alles.’
‘Denkt u….’
‘Met wie hebt u contact gehad in Hannover?’
‘Met het Polizeiamt.’
Gerhard maakt een ongeduldig gebaar.
‘Ene Deibel.’
‘Deibel he. Recherche?’
‘Jazeker.’
‘En wat had Deibel te melden?’
‘Het was een gerucht, Herr Gerhard. Waarschijnlijk afkomstig uit studentenkringen. Een roddel. Of misschien opzettelijke desinformatie. Subversieven uit Berlijn zouden gebruik hebben gemaakt van de faciliteiten van een kerkelijk bureau. De politie heeft een onderzoek ingesteld, maar daarbij is niets bijzonders aan het licht gekomen. De secretaris van de kerkenraad van de Evangelische gemeente is voorzitter van een plaatselijke groep van flippo’s die zich voornamelijk bezig houden met hulp aan de derde wereld, en die ook wel eens onderdak hebben geboden aan Amerikaanse Vietnamdeserteurs.’
‘Hebt u niet gehoord,’ zegt Weiss, die aan het tafeltje is blijven zitten. ‘Vrijdagavond hebben ze Lösch gearresteerd. Dat is een kopstuk.’
‘Ja?’ zegt Gerhard.
Weiss haalt zijn schouders op.
‘Ze zitten in Berlijn,’ zegt hij lam.
Later die dag belt Kloster, de politiecommissaris uit Düsseldorf. Hij heeft de kwestie van de briefing besproken met de officier van justitie, deelt hij mee, en hij kan Kommissar Gerhard tot zijn genoegen meedelen dat er groen licht is. Zijn dienst kan een briefing komen geven over de ‘terroristische’ dreiging in het Rijnland. Het verzoek is wel daarbij speciale aandacht te besteden aan de problematiek van het drugsgebruik.
‘Het drugsgebruik?’ zegt Gerhard verbouwereerd.
‘De rol van drugsgebruik in de antiautoritaire studentenbeweging en in de andere kringen van de buitenparlementaire oppositie,’ verduidelijkt Kloster onverstoorbaar.
Gerhard knikt tegen de telefoon en incasseert zijn nederlaag.
‘In orde,’ zegt hij. ‘Als u mij een contactpersoon geeft, zal ik het secretariaat vragen te bellen om de details te regelen.’


donderdag 18 augustus 2022

39. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Gerd Kaminsky deelt mee dat hij die week thuis werkt. Aan een rapport dat in essentie een update is van de veiligheidsanalyse waarover Gerhard vrijdag in Düsseldorf met Kloster heeft gepraat. Weiss en Hahn zijn op expeditie geweest. Ronald Weiss, een grote, blonde, wat lethargische Rijnlander, rapporteert over een reis naar München, om een melding na te trekken van een autodiefstal die zou zijn gepleegd door een antiautoritaire groepering. Een vergeefse reis; de melding betrof een geval van joyriding, dat al was opgelost toen hij arriveerde. Alois Hahn, die zijn tegenpool lijkt, een broodmagere knul met woest zwart haar, een soort Kafka, maar met kleine cynische oogjes, was in Hannover om geruchten te onderzoeken over een comité dat ondersteuning biedt aan het Roodfront. Ook hij heeft niet veel voortgang geboekt.
Gerhard laat de beurt aan zich voorbijgaan. Fischler zelf meldt dat hij om half twaalf een bespreking heeft op het hoofdbureau van politie in Bonn. Daarna deelt Gerhard de rapporten uit. Gerda noteert wie welk rapport voor zijn rekening neemt. Het Lösch-rapport gaat naar Kaminsky, die het Roodfront behartigt. Om kwart voor elf is de vergadering voorbij. De medewerkers beginnen met elkaar te praten, en er wordt geschoven met stoelen. Ze verlaten het vertrek, alleen of in groepjes. Drechsler probeert Fischler aan te spreken als die opstaat, maar die kijkt ongeduldig op zijn horloge en wimpelt hem af. Pfau bladert nog even in haar aantekeningen en pakt haar spullen bij elkaar. Als ze de deur uitloopt, werpt ze een snelle blik op Gerhard en bloost opnieuw. Gerhard zelf maakt nog geen aanstalten om op te staan. Hij heeft weer last van een halve erectie. De stompzinnige geilheid van de verveling. Van de uitzichtloosheid van dit alles.


woensdag 17 augustus 2022

38. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Een rondje mededelingen. Gutschein, een korte, gezette jongeman met bruin krulhaar en een permanent weifelende oogopslag, schudt het hoofd. Rudi Drechsler, de documentalist, begint op zijn zeurderige homotoontje te klagen over het krappe documentatiebudget. Fischler hoort het even aan en onderbreekt hem dan. De dienst beschikt sinds kort over een modern Xerox-fotokopieerapparaat. Hij heeft Drechsler al vaker gezegd dat niet alle documentatie hoeft te worden aangeschaft. Veel materiaal kan worden geleend bij bibliotheken en hier in het gebouw gekopieerd voor zover het relevant is. Drechsler begint over het aantal kopieën, dat iedere maand de met de leverancier afgesproken limiet overschrijdt. Kopieën van medewerkers worden lang niet altijd genoteerd in het schriftje dat hij bij het apparaat heeft neergelegd. De collega’s moeten zich wel realiseren dat kopieën geld kosten, en dat hun kopieën op zijn documentatiebudget drukken. Ronald Weiss en Alois Hahn, de twee junioronderzoekers, kijken elkaar veelbetekenend aan. ’Het is niet de bedoeling dat er op kantoor kopieën worden gemaakt voor privédoeleinden,’ zegt Weiss vilein. ‘Hear, hear,’ zegt Hahn. Drechsler wordt boos en Fischler moet tussenbeide komen.
Gerhards blik dwaalt door de statige conferentiezaal. De hoge wanden, de stoffige gordijnen van goudgeel fluweel voor de manshoge lambrisering. Buitenlicht is er niet. Er zijn wel ramen geweest, maar die zijn dichtgemetseld, in de oorlog, naar wordt gezegd, toen deze villa in gebruik was bij het regime. Aan de wand naast de toegangsdeur hangt een grote spiegel in een rococolijst, een relict uit een ander vergeten voorbestaan van deze behuizing. In de spiegel ziet hij zichzelf, naast Fischler, en Pfau die aantekeningen zit te maken. Als ze een ogenblik opkijkt, vangt ze zijn blik en bloost, maar hij blijft onbewogen kijken naar haar bleke, achter haar jampotbrillenglazen opvallend zachte vrouwelijke gezicht, naar het bijna onzichtbare aura van het dons op haar wangen. Hij vraagt zich af, niet voor het eerst, of ze soms joods is.


dinsdag 16 augustus 2022

37. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Iets voor negen uur arriveert Fischler op kantoor, de directeur van de Sicherungsgruppe. Fischler is een 38-jarige man, met glad achterovergekamde zwarte haren die glimmen van brillantine. Hij heeft een te magere hals en een geprononceerde adamsappel. Formeel is hij Gerhards leidinggevende, maar hij is er zich goed van bewust dat zijn functie uitsluitend politiek is. Kort na Fischler arriveert Norbert Gutschein, de PR-medewerker die het bureau onlangs is komen versterken. Tegen kwart over negen zijn ook de andere medewerkers in huis. Iets voor tien uur klopt de uiterst dunhuidige, zwaar bebrilde Gerda Pfau op de deur, de afdelingssecretaresse, die door de jongere medewerkers achter haar rug Pfauin wordt genoemd. Ze vraagt beleefd, bijna nederig, of hij klaar is voor het werkoverleg. Gerhard staat onmiddellijk op en loopt met de rapporten onder zijn arm de trap op naar de conferentiezaal, waar de anderen al zitten te wachten. Hij groet, legt de stapel mappen op zijn plaats, naast Fischler, en loopt naar de zijtafel om koffie te pakken uit de thermoskan die Fricke heeft klaargezet.
Fischler wacht tot Gerhard naast hem is aangeschoven. Dan schraapt hij zijn keel, kucht een paar keer krampachtig, en opent de vergadering.



maandag 15 augustus 2022

36. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

De arrestatie in Zehlendorf heeft plaatsgevonden onder leiding van Hans-Georg Klug, een commissaris van de Verfassungsschutz uit Berlijn, die Gerhard oppervlakkig kent. Een cynische oude rot. Een van de idioten die, volledig tegen de tijdsgeest in, blijven hameren op discipline. Een ex-nazi? Hij weet het niet. Mogelijk. Hij kan dat nakijken. Zeker is het niet. Zelfs sommige fatsoenlijke mensen zien nog steeds het nut in van orde en tucht.
Klug kreeg op vrijdagavond, tegen vijf uur, een anoniem telefoontje. Iemand die zich Schmidt noemde. Hij had een tip. Wat volkomen krankjorum was, een tipgever die rechtstreeks belde met een politiecommissaris. Maar tegenwoordig is niets onmogelijk. In ieder geval dééd Klug iets met de tip. Wat ook wel een wonder mag heten. En tegen kwart over zes ‘s avonds, een derde mirakel, vond er een inval plaats op het adres Zairinger Corso 88. In de flat trof de politie een nog niet geïdentificeerde vrouw aan, die in het bezit bleek van een redelijk vervalst identiteitsbewijs op de naam van Gabriele Seidel. Er was in de flat een val uitgezet, met als resultaat dat achtereenvolgens Brat, Kelsoe en Lösch waren opgepakt, Lösch als laatste. Hij arriveerde in een Mercedes met exact het kenteken dat de tipgever had genoemd. Hij was vermomd, met een bril, een baard, een snor en een pruik, en gekleed in een lange legergroene regenjas. Hij had een plastic draagtas met drank bij zich. Op instructie van Klug hadden twee leden van het arrestatieteam hem het toupet van het hoofd genomen, ze hadden zijn bril afgezet, en baard en snor van zijn gezicht getrokken. Bij fouillering werd onder andere een Llama 9mm-pistool aangetroffen.
Het proces verbaal van de arrestatie bevat een woordelijke weergave van wat er was gezegd.
Klug: ‘Goedenavond, Herr Lösch.’
Lösch (verontwaardigd): ‘Wat doet u? Wat is hier aan de hand?’
Klug: ‘U bent toch Lösch?’
Lösch: ‘Pardon, ik ben bang dat u zich vergist. Ik ben August Uhland.’
Jäger (lid van het arrestatieteam): ‘Ja, en ik ben voorzitter Mao.’
Hierop glimlachte Lösch.
Lösch: ‘Compliment mijne heren. Een knap staaltje.’
Lösch toonde de leden van het arrestatieteam zijn handpalmen, en keek Klug aan.
Lösch: ‘Hebt u er bezwaar tegen dat ik rook?’
Gerhard grijnst. Het is Lösch ten voeten uit. En het is een goede vangst. Al is het onzin om Lösch te beschouwen als een topfiguur in de Roodfrontgroep. Uiteindelijk is de advocaat, dat blijkt ook wel uit dit rapport, een schertsfiguur. Een vrouwengek kennelijk, met een soort harem. Een welbekend verschijnsel, dat. De revolutie lijkt een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen op jonge vrouwen. Groupies, had Gerd Kaminsky, de senior-onderzoeker van de Liebknechtstrasse, ze wel eens laatdunkend genoemd. Debbie Kelsoe is de enige van het viertal die Gerhard echt interesseert. Hij maakt een aantekening dat hij toestemming moet zien te krijgen om haar te ondervragen.


zondag 14 augustus 2022

35. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al zaterdagochtend uit Berlijn is verstuurd. De collega’s hebben er veel werk van gemaakt. Maar het is dan ook een grote slag. In hun ogen. Ze hebben Lösch opgepakt. Met drie meiden, waarvan er in ieder geval twee aan het Roodfront gelinkt kunnen worden. Moni Brat is Lösch’ secretaresse, die vorig jaar samen met hem ondergronds is gegaan, en Debbie Kelsoe kun je inderdaad een interessante vis noemen. Hij kent haar niet persoonlijk, maar hij heeft de documentatie over haar gezien. Een dellerig, overmatig zelfverzekerd meisje. Ze wordt al sinds ‘68 beschouwd als de partner van Irmgard Konopka. Achttien of negentien was ze toen. Konopka heeft haar ontmoet toen ze in ‘67 die documentaire over meisjesinternaten maakte waar ze het wel eens met hem over gehad heeft. In feite kon je zeggen dat Kelsoe door Konopka aan de jeugdzorg is onttrokken, en toen Staüberle en zijn partner Eva Richter dit voorjaar Konopka in de illegaliteit lokten, voegde Kelsoe zich snel bij haar.


zaterdag 13 augustus 2022

34. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Na het weekend is Gerhard al vroeg op het kantoor van de Sicherungsgruppe. De dienst is gevestigd in Bonn, in een goed onderhouden stadsvilla aan de Liebknechtstrasse, een van de lommerrijke lanen van het stadsdeel Bad Godesberg. Bundeskriminalamt staat er op het plasticbord naast de ingang. Met daaronder in kleinere letters CPGG. Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden. Als hij arriveert, is Fricke, de conciërge, er nog niet, dus opent hij zelf de deur. Hij schrijft zich in, en loopt door naar de keuken om koffie te zetten. Daarna haalt hij uit de postkamer de stapel dienstberichten die in de loop van het weekeinde door koeriers zijn gebracht. Zestien omslagmappen met de bekende grauwe, naar chemicaliën ruikende xerox-kopieën.
Tegen acht uur, als hij Fricke hoort binnenkomen, zit hij aan zijn bureau de rapporten door te nemen. Veel bijzonders is het niet. Het gebruikelijke aantal vermissingen. Vernielingen. Ordeverstoringen door linksen. Een overzicht van de veiligheidsmaatregelen bij het CDU-congres van het afgelopen weekend. Een overval op een bank in Donaueschingen. Hier heeft een anonieme politieambtenaar in een vlaag van inspiratie met een rode pen RF in de marge geschreven met een vraagteken. Hij dacht kennelijk aan het Roodfront, maar Gerhard schuift het rapport met een laatdunkend lachje opzij. Anderen mogen er naar kijken.
De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel.


vrijdag 12 augustus 2022

33. Konopka

[Wat voorafging]

Willy Haase had hij te grazen genomen. Dat was geen probleem. Het kon zonder dat het ook maar de geringste aandacht trok. Hij vroeg Kartner van de Verfassungsschutz een observatieteam op hem te zetten. In verband met een onderzoek naar drugssmokkel, waar hij bij de douane aan werkte. Het observatieteam vond geen aanknopingspunten met zijn zaak, maar voldoende incriminerende aanwijzingen om een eigen onderzoek te starten. En inderdaad, ze vonden het bewijs voor wat Irmgard Konopka hem had verteld. Kartner had er moeite mee hem van de feiten op de hoogte te brengen.
Haases verhouding met Magda was natuurlijk tricky, maar er werd bewijs gevonden dat Haase een DDR-staatsburger was. Dat loste alle problemen op. De man werd uitgewezen. Hij was niet verbaasd. Zijn verontwaardiging was gespeeld.
Tegen Magda had hij er nooit met een woord over gerept. Ze wist niets van het onderzoek. En toen Haase werd opgepakt, kreeg die niet de kans contact met haar op te nemen. Voor zover Magda wist, was Haase gewoon in het niets opgegaan, van de ene op de andere dag uit haar leven verdwenen. Maar het was of ze het toch wist. Bij haar enigszins verbitterde onderworpenheid kwam een soort kwaadheid, een soort opstandigheid, die er vroeger niet was geweest. Het was natuurlijk mogelijk dat haar minnaar later, vanuit de DDR, contact met haar opnam. Maar daar had Gerhard nooit iets van gemerkt.
In ieder geval, dat is allemaal voorbij. Een gesloten boek. Geschiedenis. Hij weet zelfs niet zeker of Magda nog steeds in het huis in Mülheim woont.
Hij heeft andere dingen aan zijn hoofd.

donderdag 11 augustus 2022

32. Konopka

[Wat voorafging]

Ze bracht hem naar de villa van Stuhl. Naar de andere villa. Die in Blankenese, aan de Elbe. Geld was er genoeg in de linkse beweging. En deze villa kon je, anders dan die op Sylt, met de beste wil van de wereld geen krot noemen. Het was een paleis, met spiegelende marmeren vloeren, en een brede trap waarvan de bewerkte leuningen dik in de beits waren gezet.
‘Hij is in Engeland,’ zei ze. ‘Bij kameraden.’
Ze liepen naar boven.
Vijf, zes, acht deuren.
‘Dat is een badkamer,’ wees ze.
Maar de deur die ze openduwde met haar voet, was een slaapkamer. Met een enorm bed met een donkergroene sprei. De kleur van haar Volkswagen.
‘Vlug maar,’ zei ze, en ze sjorde aan zijn kleren.
Voor hij het wist waren ze allebei naakt. Hij probeerde haar te omhelzen.
‘Nee, wacht,’ zei ze. ‘Op z’n hondjes.’
Ze ging op handen en voeten zitten.
En kreunde toe hij bij haar binnendrong.
‘Zit je vast?’ zei ze.
He?
‘Zit je goed vast?’
Hij gromde.
‘Honden…’ zei ze, ‘honden zitten aan elkaar vast bij de paring. Dat komt door de, oe, door de, oe, oe, door de vorm van de penis.’
Hij zei niets. Hij was zich ervan bewust hoe hij zich met samengeperste lippen concentreerde op zijn taak.
‘Hij is spiraalvormig, weet je. Als een schroef, oe, oe, oe.’
Toen hij klaar kwam, moest ze lachen.
Later zei ze, bijna dromerig: ‘Een ill-matched couple’. Maar dat begreep hij in eerste instantie verkeerd. ‘Je wilde het zelf zo,’ zei hij.
‘Het is zelfhaat,’ zei ze.
‘He?’
‘Zo zijn vrouwen.’
Hij knoopte zijn overhemd dicht.
‘Geboren slachtoffers,’ zei ze.
‘Geen politiek, he,’ zei hij waarschuwend.
‘Alles is politiek,’ zei ze.
‘Scheisse,’ gromde hij.


woensdag 10 augustus 2022

31. Konopka

[Wat voorafging]

‘Hoe lang werk je al bij de douane?’
Hij keek opzij. Ze vroeg naar de bekende weg.
‘Sinds ‘54,’ zei hij.
‘En daarvoor? Polizist’.
‘In Düsseldorf,’ knikte hij, bij voorloper van de Douaneopsporingsdienst. De Zollnachrichtenstelle. En daarvoor bij de Recherche in Keulen.
‘En SPD-lid,’ zei ze nadenkend.
Hij kneep zijn lippen op elkaar.
‘Weet je eigenlijk wie haar minnaar is?’ zei ze.
Haar minnaar?
‘De minnaar van je vrouw.’
Hij was perplex.
‘Willy Haase,’ zei ze.
Recht tussen zijn ogen. Willy Haase. Willy Haase was een beruchte figuur. Een playboy. Een intrigant. En een agent van de Stasi. Hij geloofde haar niet. Hij geloofde haar wel. Het was onmogelijk. Nee, het was waar. Het moest wel waar zijn. Ze wist het. Maar hoe? Hoe kon het dat zij het wist en hij niet?
‘Donder op,’ zei hij.
Ze glimlachte.


dinsdag 9 augustus 2022

30. Konopka

[Wat voorafging]

Ze reed verbazend onhandig, net zo onhandig als ze dronk. Ze hield het stuur met twee handen krampachtig vast en boog zich zo ver voorover dat ze bijna met haar neus tegen de ruit zat. Alsof ze bang was zelfs op dit late uur iets van het verkeer te missen. Hij keek het verbaasd aan maar durfde er niets van te zeggen.
Een hele tijd was het stil in de auto.
Hij voelde bijna hoe haar ogen heen en weer flitsten langs de lege zijstraten.
Toen zei ze iets.
‘SPD he?’
‘He?’
‘Geen NPD. Je bent SPD-lid.’ Ze wierp hem een snelle taxerende blik toe.
Hij haalde zijn schouders op. ‘Slapend,’ zei hij.
‘Hm,’ zei ze. ‘Maar je betaalt wel je partijlidmaatschap.’
‘Het is aftrekbaar.’
Ze schoot in de lach.
‘En jij?’
Ze schudde het hoofd. ‘Hoe staat het met de inlichtingendienst?’
‘Geen inlichtingendienst,’ zei hij.
‘Oh?’
‘De inlichtingendienst gaat over het buitenland,’ zei hij. ‘Daar weet ik niets van af. Ik werk bij de douane.’
‘O ja, dat is ook zo,’ zei ze. ‘Bij de opsporingsdienst van de douane.’
‘Yep.’
‘Maar hoe zit het dan met de clandestiene operaties.’
Ze remde om een auto van links gelegenheid te geven in te voegen.
‘Wat voor clandestiene operatie bedoel je?’
‘Geen idee,’ zei ze. ‘Geen speciale operaties? Geen liquidatiegroep?’
‘Dat heb ik al gezegd. Nee.’
‘En Sectie Vier?’
Zijn hart sloeg over. ‘Sectie Vier van wat?’
Ze haalde haar schouders op, wat er raar uitzag, zoals ze, als een kat over haar stuur zat gekromd. ‘Contraspionage?’
‘Dat is de taak van de Verfassungsschutz,’ zei hij. ‘De bescherming van de grondwet. Zeg maar de Binnenlands Veiligheidsdienst. En van het BKA natuurlijk. Wil je weten hoe het allemaal in elkaar zit?’
Ze haalde opnieuw haar schouders op.
‘Ze houden een oogje op de buitenlandse inlichtingendiensten. Vooral op die van de Oostbloklanden.’
‘Maar daar heb jij niets mee te maken?’
‘Hoogstens zijdelings.’
‘Er was die kwestie met die Roemeen…’
Hij verstijfde.
‘Wanneer was dat? Al weer jaren geleden. Begin jaren zestig. Die Roemeense drugsbaas. Met zijn auto te water geraakt en verdronken….’ Ze keek hem nieuwsgierig aan.
‘Ik weet niet…’
‘Jouw naam werd daar bij genoemd.’
‘Dat is gelul.’

maandag 8 augustus 2022

29. Konopka

[Wat voorafging]

Misschien was het allemaal doorgestoken kaart, indertijd. Joost mocht weten welke spelletjes Irmgard Konopka speelde. Maar hij maalde er niet om. Hij was gecharmeerd. Al half verliefd. Een paar weken later, half september, toen Magda en hij al lang terug waren in Hamburg, kwam hij Konopka onverwacht opnieuw tegen. Dat was op een party. Uiteraard. Een party van de CDU, wat de partij was van zijn chef, Klinke, en waar het hoofd gaat, daar gaan de voeten.
Konopka leek iedereen te kennen. Geen wonder natuurlijk, want ze was in de mode. Ze schreef niet alleen voor Gerade Nun maar ook stukken voor grote landelijke bladen als Die Zeit, Der Spiegel. Ze was bevriend met kopstukken over het hele politieke spectrum. Ze kwam zelfs op recepties van Brandt, die toen burgemeester van Berlijn was. En ze was schandaleus. Op de party waar hij haar zag, flirtte ze de hele avond schaamteloos met een donkerharige jonge vrouw, een of andere kunstenares. Ze danste met haar, heup tegen heup, en ze dronk witte wijn uit hetzelfde glas.
Hijzelf stond met Juncker te praten, van de DDR-sectie van de dienst. ‘Geil,’ zei die, met zijn schorre zuiplappenstem, ‘geil, Mensch.’
Later die avond verscheen ze plotseling naast hem. ‘Mijn waakhond,’ zei ze, en ze drukte haar borsten tegen hem aan en kuste hem op de wang. ‘Hoe is het met Magda?’
Hij knikte.
‘Aardige vrouw,’ zei ze.
‘Je bent haar heldin,’ zei hij.
‘Werkelijk?’
‘Een echte feministe.’
Ze glimlachte, en pakte zijn hand.
En liep zonder iets te zeggen met hem naar buiten, naar de parkeerplaats, waar haar donkergroene Volkswagen kever stond.
‘Waar gaan we heen?’
Maar ze schudde het hoofd.
Dus stapte hij in en liet zich rijden.


zondag 7 augustus 2022

28. Konopka

[Wat voorafging]

Irmgard Konopka liep met hem mee tot het zomerhuisje, en stond er op kennis te maken met Magda. Die was aanvankelijk wantrouwend, maar al gauw zat ze enthousiast met Konopka te praten over de vrouwenbeweging. Gerhard voelde zich buitenspel gezet. Hij pakte Alan Bullocks boek over Hitler en deed of hij las.
Toen ze vertrok, zwaaide ze vrolijk naar hem.
Magda was natuurlijk gelijk verkocht. ‘Wat een aardige vrouw!’ zei ze. Frau Konopka. Of was het Frau Stuhl? Irmgard Konopka, had ze gezegd toen ze haar een hand gaf. Een moderne vrouw. Misschien waren ze niet getrouwd. Dat kon natuurlijk gemakkelijk. Tegenwoordig. In die kringen. Hoe kende hij haar eigenlijk? Van zijn werk. Hoe lang kende hij haar al? Kende hij Stuhl? Wel heel links, he? Maar legaal toch? Gerade Nun, dat was een heel populair tijdschrift. Iedereen las het tegenwoordig. Waarom vertelde hij eigenlijk nooit iets over zijn werk? Waarom was hij zo gesloten? Dat was toch nergens goed voor. Een vrouw kon een belangrijke rol spelen. Er was toch ook een sociale kant. Aan zijn werk.
Ze was feministe, Frau Konopka. Ze steunde de jonge meiden die opkwamen voor het recht op abortus. Net als in Holland. Baas in eigen buik. Dat was de leus die ze daar hadden. Terecht toch? Hij tuitte zijn lippen. Ze keek hem weifelend aan. Daar was toch niets politieks bij? Het ging gewoon om vrouwenrechten.
Bla bla bla, bla bla bla. Terwijl ze de wijnglazen opruimde, bleef ze onophoudelijk kwebbelen. Gerhard luisterde met een half oor, en bleef met nietsziende ogen naar de compacte drukletters van Bullock kijken. Magda was Magda. Totaal onnozel. Wereldvreemd. Tweeënveertig was ze in 1965. Vijf jaar jonger dan hijzelf. En van seks moest ze toen al niets hebben. Het probleem van Magda was natuurlijk dat ze onvruchtbaar is. Dat stond vast. Ze was een van de vele jonge vrouwen die in de ellende van de laatste oorlogsjaren tb opliepen. Met als gevolg schade aan de voortplantingsorganen. Dat was de diagnose. Hem maakte het niet uit, dacht hij, want hij gaf niet om kinderen. Maar haar heeft het kennelijk verbitterd. Het leidde er toe dat ze zich van de werkelijkheid afkeerde. Tot het punt waarop ze zich alleen nog maar bemoeide met het huishouden. Met meubels, vloerbedekking, bloemvaasjes en geborduurde schilderijtjes. En met de theorie van het feminisme natuurlijk. Er is iets vreemds aan vrouwen, denkt hij. Het zijn natuurlijk gewoon mensen, maar het feit dat ze genaaid moeten worden, dat ze kinderen moeten krijgen, maakt ze gewoon anders. Instabieler. Minder betrouwbaar. Minder hanteerbaar.
Irmgard Konopka zag hij de rest van die vakantie niet terug. Ze leek van de aardbodem verdwenen. Ook Metzger wist hem niets over haar te vertellen. Er was met Metzger trouwens iets merkwaardigs aan de hand. Sinds zijn bezoek aan de sportschool leek het of hij Gerhard meed. Het was of hij wist wat Konopka over hem gezegd had. NPD? Hij had dat wel in zijn oren geknoopt, en hij had zich voorgenomen het na te gaan zodra hij terug was in Hamburg.
Ze was natuurlijk een journaliste.
Ze had haar bronnen. En ongetwijfeld toegang tot informatie waar de dienst niet zo gemakkelijk bij kon.

zaterdag 6 augustus 2022

27. Konopka

[Wat voorafging]

Dat soort dingen. Dezelfde vreemde mengelmoes van onhandigheid en uitgekooktheid die je ook wel in haar krantenstukken vond. Misschien maar goed dat ze van zijn radar verdwenen was. Ze was een ongewone vrouw, Irmgard Konopka. Een gevaarlijke vrouw. Een extremiste? Misschien. Geen terroriste. die waren nog niet uitgevonden in ‘65. Maar een communiste zonder enige twijfel. Gerade Nun werd en wordt nog steeds gesubsidieerd vanuit de Zone, en zij en Stuhl hadden er verscheidene keren gereisd. Ergens in die tijd maakten ze zelfs furore toen ze er op een of andere manier in slaagden de hoofdredacteur van Die Zeit met zijn rechterhand er toe te brengen de DDR te bezoeken. Platte propaganda natuurlijk, maar de intellectuelen uit Beieren voelden de tijdgeest haarfijn aan en lieten zich lachend voor een karretje spannen, zolang ze het idee hadden dat ze zelf de koers bepaalden. Stupide idioten. Zeker als je bedenkt hoe ze tegenwoordig moord en brand schreeuwen over een terroristische dreiging die ongeveer net zo gevaarlijk is als een rit in de draaimolen op de kermis. Herman Lösch die zich met opgestoken vuist in een politiewagen laat duwen. Een bankoverval waarbij de overvallers achtduizend mark buitmaken, maar een doos met 97.000 mark over het hoofd zien. De onschuld! Het zijn niet eens communisten. Daar zijn ze godverdomme te eigenwijs voor. Al laten ze zich natuurlijk gretig betalen uit de partijkassen van de Zone. Naar je mag aannemen. Bewijzen zijn er tot dit moment niet gevonden, maar dat is misschien eerder een kwestie van competentie dan van feiten. Bundeskriminalamt. Sicherungsgruppe Bonn. Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden. In werkelijkheid had je het natuurlijk over een knipseldienst, met als hoofddoelstelling het zoethouden van de politiek. En het zaaien van paniek bij onnozele halzen van de Kriminalpolizei.
Bij de Grenzschutz deed hij nuttiger werk.


vrijdag 5 augustus 2022

26. Konopka

[Wat voorafging]

Van het gesprek kwam verder niet veel terecht. Ze deed het er zwijgen toe. Mokkend. Ze dronk haar glas leeg, op die typische, onhandige manier van haar, en nam afscheid. Maar een dag later kwam hij haar al weer tegen. In Braderup. Ze groette hem vrolijk, alsof het gesprek op het terras nooit had plaatsgevonden. Ze stelde hem voor aan een vriendin, en liep, toen de vriendin afscheid nam, met hem op, over de Terpwal, terug naar Wenningstedt. Ze bracht het gesprek op Metzger. Prees de sportschool. Prees zijn ondernemerschap. ‘Stan is een steunpilaar van de gemeenschap hier,’ zei ze.
‘Je kunt maar beter niet teveel met hem omgaan,’ zei Gerhard nors.
Ze keek hem aan, schalks, een ander woord was er niet voor. ‘Aha,’ zei ze. En na een korte pauze: ‘Bad cop?’
‘Hoe bedoel je?’
‘En jij zelf?’
‘Ik werk voor de ...’
‘Douaneopsporingsdienst.’
Hij spreidde zijn handen.
‘Onschuldiger is er niet,’ zei ze ironisch.
‘We houden ons hoofdzakelijk bezig met het verzamelen van inlichtingen.’
‘Over mij?’
‘Over jou niet.’
‘En je bent NPD?’
Hij keek haar stomverbaasd aan. NPD was de Nationalpartei Deutschland. Een nogal verkeerde politieke partij. Een stelletje fascisten, dat stiekem de Hitlergroet bracht, en dat masturbeerde voor hakenkruisvlaggen. Uitschot.
‘Hoe kom je daar bij?’
Ze haalde haar schouders op. ‘Zijn jullie niet allemaal NPD?’ zei ze.
Hij lachte vermoeid. ‘Dat is nou een typisch links vooroordeel,’ zei hij.
‘Hij is anders wel NPD,’ zei ze.
‘Hij? Metzger?’
‘Stan,’ zei ze ironisch. ‘Of denk je dat dat ook een vooroordeel is?’
‘Ik weet het niet,’ zei hij voorzichtig. ‘Hij was iets bij de Verfassungsschutz. Ik heb wel eens met hem samengewerkt. Maar daar is hij nu weg.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Het zou kunnen. Maar wat heb ik daar mee te maken?’
‘Een bad cop,’ herhaalde ze, nu op besliste toon.
‘Géén cop,’ zei Gerhard nadrukkelijk.
Maar hij voelde zich weer onbehaaglijk.


donderdag 4 augustus 2022

25. Konopka

[Wat voorafging]

Even later zaten ze op een terras, hij in zijn truttige zomerkleren, zij in een kort leren jack, en keken naar de eindeloze ijlheid van de zee. Ze dronken riesling.
‘Stan?’ zei hij.
‘Stan wat?’
‘Metzger.’
Ze lachte. ‘Stanislaus,’ zei ze. ‘Stanley. Stanko, Stasiek, Stach.’
‘He, wat?’
‘Wist je dat niet? Ik dacht dat je hem kende.’
‘Een collega,’ zei hij schaapachtig. ‘Een ex-collega.’
Ze knikte, en liet het onderwerp rusten.
Ze praatten over het weer. Gerhard op zijn hoede. Hij zag dat ook zij op haar hoede was.
‘Wat wil je van me?’ zei hij tenslotte.
‘Ik wil je advies inwinnen. Ik ga een film maken, weet je. Over meisjes die in internaten zijn ondergebracht.’
Gerhard haalde zijn schouders op. ‘Dat is jeugdzorg,’ zei hij. ‘Daar heb ik niets mee te maken.’
Ze drong aan. ‘Toe nou.’
‘Die zitten daar niet voor niets,’ zei hij.
‘Nou zeg!’
‘Jij vindt natuurlijk van wel.’
‘Weet je wel hoe die kinderen behandeld worden?’
‘Weet jij waarom ze daar zitten?’
Ze perste haar lippen op elkaar. ‘Ze zitten daar niet voor hun plezier. Ze komen uit gebroken gezinnen, één-oudergezinnen. Ze hebben ellendige dingen meegemaakt. Mishandeling, kindermisbruik…’
‘Het zijn geen lieverdjes,’ zei hij waarschuwend.
‘Af hond!’ zei ze bestraffend. ‘Het zijn mensen. Niets menselijks is ze vreemd. De slechte dingen niet, de goede dingen niet.’
‘En de mens is in wezen goed,’ zei hij sarcastisch.
‘Niet goed, niet slecht. Verlangend.’
Verlangend.
‘Hebben we niet het recht verlangend te zijn?’
‘Met mate,’ zei Gerhard, kluns die hij was, terwijl hij het begin van een erectie voelde.


woensdag 3 augustus 2022

24. Konopka

[Wat voorafging]

Een aardige hond, zei ze. Dat was wel raak. Is hij een aardige hond? Hij denkt het eigenlijk niet. Een zwijgzame hond. Dat misschien. En een betrouwbare hond natuurlijk. Een loyale hond. Een waakse hond, als je wilt. Oplettend. Je zou misschien zelfs kunnen zeggen een goede waarnemer. Maar hopeloos ontoereikend natuurlijk als het gaat om het waarnemen van wat er speelt onder de oppervlakte van de dingen.
Metzger zag Gerhard nog herhaaldelijk, die weken. Een poos lang leek het wel of de man hem opzocht. Op de strandboulevard, aan zee, in het dorp. Altijd in een van die Bermudashirts, altijd met een flodderbroek die de onderkant van zijn merkwaardig onbehaarde benen onbedekt liet. Altijd beleefd, en als hij Gerhard tegenkwam in het gezelschap van Magda op een clowneske manier charmant. Hij praatte nooit over het werk. Wel zag hij kans hem een keer mee te tronen naar zijn sportschool, zijn ‘hippe dingetje’, dat er piekfijn uitzag, met een sciencefictionachtige uitstalling van fitnessapparaten, waaraan, in een bad van muzak, zowel mannen als vrouwen zich in het zweet werkten. Daar zag hij Konopka ook weer. Ze hield een soort stuur vast van witgelakt ijzer, terwijl ze over een lopende band liep.
‘Gerhard!’ zei ze, toen hij binnenkwam.
Hij zwaaide met een slap handje, maar dat was niet genoeg. Ze sprong van de band en kwam naast hen staan. ‘Die band piept, Stan,’ zei ze.
‘Ik zal hem laten nakijken.’
‘Hebben jullie iets te bespreken, of mag ik hem even meenemen?’
‘Mij?’ zei Gerhard naïef.


dinsdag 2 augustus 2022

23. Konopka

[Wat voorafging]

‘Kennen wij elkaar?’ zei een andere stem. Naast Konopka verscheen een man van een jaar of veertig, met donkere ogen in het magere, typisch Noord-Duitse gezicht. Hij had zijn rechterarm om de schouders van een zwartharig meisje, en presenteerde zijn linkerhand, een pianistenhand met een opvallend behaarde pols.
Stuhl zelf.
‘Hij is Emmerich Gerhard,’ zei Konopka. ‘Van de liquidatiegroep van het BKA.’
‘Liquidatiegroep?’ zei Gerhard. ‘Wat is dat nou weer?’
‘Er is geen liquidatiegroep?’
‘Ik weet niet waar je het over hebt,’ zei Gerhard scherp.
‘Maar als die er zou zijn…’
‘Ik werk bij de opsporingsdienst van de douane…’
Stuhl keek hem onderzoekend aan. ‘Werkte u niet voor Bödel?’ zei hij.
‘Bödel zit in Wiesbaden,’ zei Gerhard. ‘Mijn chef is Klinke.’
‘Een competente man,’ zei Stuhl.
‘Klinke?’ zei Konopka.
‘Klaus Bödel.’
‘Die is onlangs benoemd tot president van het Bundeskriminalamt,’ zei Konopka. ‘De Federale Recherche.’
‘Hoe gaan de zaken, Herr Stuhl?’ zei Gerhard.
‘Goed, dank u.’
‘Een beetje een wilde boel hier, he?’
‘Je hebt het niet altijd zoals je het het liefste wilt.’
‘Maar u bent de baas.’
Stuhl zuchtte. ‘De creativiteit Herr Gerhard. De creativiteit moet vrij baan hebben.’
‘Daar denkt niet iedereen zo over.’
‘Weet u het zeker?’
Gerhard lachte. ‘Bedankt voor de borrel,’ zei hij, ‘maar ik moet verder.’
‘Aha,’ zei Stuhl. ‘Druk.’
‘Vakantie,’ zei Gerhard.
Toen hij zich omdraaide om weg te gaan, liet Konopka een hand over zijn schouder en zijn rug glijden. ‘Je bent een aardige hond,’ zei ze.


maandag 1 augustus 2022

22. Konopka

[Wat voorafging]

Ze liepen via de keuken, waar Metzger zijn cadeau zonder er verder naar om te kijken op het aanrecht achterliet. Binnen deed de muziek bijna pijn aan de oren. I can’t get no satisfaction. No, no, no; no, no, no. De sfeer was navenant. Een hoge, halfduistere huiskamer, met drie of vier paartjes in voddige T-shirts, die in een seksuele trance tegen de muziek in dansten. Een hoek waar langharige jongeren heftig gesticulerend zaten te praten, een andere hoek waar een marihuanasigaret werd doorgegeven. Een onbemande bar.
‘Even rondkijken,’ zei Metzger en hij sloop het vertrek uit.
Gerhard schoof aan de bar en schonk zich een glas whisky in.
‘Prosit,’ zei een stem achter hem.
Hij draaide zich om. Te snel.
Achter hem stond een jonge vrouw, met halflang donkerbruin haar. Een goed gevulde vrouw, een jaar of dertig, met donzige babywangen, die de aandacht afleidden van haar onderzoekende bruine ogen. Irmgard Konopka. De journaliste. De vrouw van Stuhl.
‘Oef,’ zei ze. Haar ogen zochten een horloge dat ze niet om had. ‘Hoe laat is het?’
‘Hoe laat denk je?’
Ze pakte zijn pols en keek op zijn horloge.
‘Ik ben al twee dagen op de been,’ zei ze.
‘Moet je niet werken?’
Onmiddellijk verscherpte zich haar blik. ‘Maandag heb ik mijn radiocolumn ingesproken,’ zei ze. ‘Ik heb vorige week drie stukken geschreven. En ik ben bezig met een vierde.’
‘Over party-cultuur?’ zei Gerhard.
Ze kuchte een lachje. ‘Leven achter de spiegel,’ zei ze.
‘Wat is dat?’
Ze maakte een armgebaar naar de drugsgebruikers. ‘The Doors of Perception.’
‘Drink je iets?’
Ze wees naar de whiskyfles. ‘Wat we altijd drinken,’ zei ze.
‘Hoe bedoel je,’ zei hij, oplettend.
‘Je dacht dat ik je niet ken?’
Hij dacht een fractie van een seconde na. ‘Iedereen kent me,’ zei hij toen.
‘Je moet je honden kennen als je niet wilt dat ze je bijten.’
‘Ik werk bij de Grenzschutz,’ zei hij.
‘Ja,’ zei ze. ‘Proost.’
‘Proost.’
Ze dronk voorzichtig, op een heel typische, onhandige manier: boog zich naar het glas in plaats van het glas naar haar mond te brengen. Was ze bijziend? Hij had haar nooit met een bril gezien.
Ze keken elkaar even zwijgend aan.