Pagina's

maandag 31 oktober 2022

113. Verhoren

[Wat voorafging]

Schneider perst zijn lippen op elkaar maar Gerhard is hem voor de derde keer te vlug af, ditmaal met een harde klap tegen de zijkant van zijn hoofd.
‘Jij bent?’
‘Schneider,’ zegt de jongen onwillig. ‘Mehmet Schneider.’
‘Mehmet Schneider,’ herhaalt Gerhard nadenkend. Hij gaat tegenover hem zitten en trekt de linten van het dossier los. ‘Moritz Schneider. De terrorist.’
‘Ik wil een advocaat.’
Gerhard slaat hem opnieuw, nu in het gezicht, met de achterkant van zijn hand. ‘Je hebt geen advocaat nodig,’ zegt hij. ‘Je begrijpt het niet. Dit is allemaal voor je eigen bestwil.’ Hij glimlacht. ‘Eigenlijk ben ik de beste advocaat die je kunt krijgen.’
De jongen zwijgt verward. Zijn ogen flitsen heen en weer tussen de gestalte van de BKA-man en het dossier dat die voor zich heeft liggen. Gerhard zoekt even tussen de tabbladen van zijn map en begint dan snel en op boze toon feiten op te lepelen. Pohl, Heidelberg, dealers, soms met plaats en tijdstip van leveranties. Over Konopka zegt hij niets. Hij dwingt Schneider op alles te reageren. Onderbreekt hem als hij liegt. Zet zaken recht als hij draait. Het duurt niet lang voor de jongen zijn verzet opgeeft.
Na bijna een uur brengt hij de ontvoering ter sprake.
‘Je ontkent dat je geprobeerd hebt Danny Kleidermann te ontvoeren?’
Schneider steekt zwijgend twee vingers in de lucht.
‘Per vergissing natuurlijk,’ zegt Gerhard. ‘Per vergissing. Je dacht dat je een ander kind voor je had. Je dacht dat je bezig was zich meester te maken van het zoontje van - hij kijkt opnieuw in zijn documentatie, ‘van de zangeres Charlene Parker.’
‘Charlene wie?’
‘Klets niets.’
‘Oké!’ zegt Schneider berustend, ‘oké.’ Het is zo. En het is misgelopen. Een stommiteit. Maar uiteindelijk… Wat is er nou uiteindelijk gebeurd?
‘Waarom?’ ‘zegt Gerhard, zonder daar op in te gaan.
Waarom? ‘Het was een opdracht,’ zegt Schneider. Een opdracht. Vijfduizend ballen om het jongetje mee te nemen. En op een afgesproken plaats af te leveren. Vijfduizend ballen. Makkelijk verdiend, toch?
Maar Hannah heeft er niets mee te maken, voegt hij daar haastig aan toe. Zij weet van niets. Zij was er alleen… om het jongetje rustig te houden.
Ook daar gaat Gerhard niet op in. Hij wil meer weten over de omstandigheden. Wie heeft de opdracht gegeven. Aan wie moest het kind worden afgeleverd. Waar? De jongen knippert met zijn ogen. Gerhard ziet dat de waarheid op zijn tong ligt. Maar hij houdt zich in. Hij slikt en slikt, en schudt het hoofd.
‘Dat weet ik niet,’ zegt hij.




zondag 30 oktober 2022

112. Verhoren

[Wat voorafging]

Voor hij de cel van Mehmet Schneider binnengaat, werpt Gerhard nog een keer een blik door het kijkgat. De jongeman zit aan de tafel en lijkt zich sinds hij hem gisteren heeft bekeken niet te hebben bewogen. Hij is fors en niet onknap, en maakt op een of andere manier een indruk van naïeve onschuld.
Gerhard keert zich om naar de agent die hem vergezelt, en trekt vragend zijn wenkbrauwen op.
‘Niets bijzonders,’ zegt die.
‘Ik verhoor hem in zijn cel.’
‘Dat is niet volgens de regels,’ sputtert de agent tegen.
Gerhard glimlacht minzaam. De man maakt de deur van de cel open en draait zich om. Gerhard gaat de cel binnen en sluit de deur achter zich. Snel zet hij twee drie stappen naar de kruk waarop Schneider zit en schopt hem eraf. Als de jongen op de grond valt,trapt hij hem hard in de nieren en tegen het achterhoofd. Schneider draait zich op zijn rug en trekt zijn knieën op. Hij houdt zijn handen beschermend over zijn hoofd geslagen.
Hij ademt met snelle stoten.
‘Sta op,’ zegt Gerhard. ‘Ga zitten.’
Schneider krabbelt overeind en tast naar zijn kruk.
Hij is groggy en beeft over al zijn leden. Maar Gerhard heeft geen medelijden. Zodra hij zit, slaat hij hem zo hard hij kan in zijn gezicht.
Er ontsnapt de jongen een snik.
‘Kijk me aan,’ zegt Gerhard.
Schneider probeert hem aan te kijken.
Hij legt zijn met linten dichtgestrikte kartonnen map op tafel. ‘Gerhard,’ zegt hij. ‘BKA.’
‘BKA?’ zegt Schneider schor. ’Wat is dat nou weer?’
Gerhard glimlacht ingetogen. ‘Bundeskriminalamt,’ zegt hij. ‘Federale Recherche.’
‘Bundes…?’ stamelt Schneider.
‘En jij bent?’



zaterdag 29 oktober 2022

111. Verhoren

[Wat voorafging]

Begin oktober had de basisgroep voor het eerst contact met leden van de groep van Staüberle en Konopka. Met Mehmet, zegt Hannah. En met Stefan. En een man die ze Harpo noemden. Nee, niet zijn echte naam. Nee, die weet ze niet. Later die maand, kort na de arrestatie van de advocaat Lösch, was er opnieuw contact. Toen is Irmgard Konopka komen opdagen. Onder de schuilnaam Anna. Ze was bezig safehouses te regelen. Kennelijk is de Roodfrontgroep van plan van Berlijn naar het westen te verhuizen.
Uiteindelijk is Konopka, zoals Gerhard tijdens het verhoor van Pohl al vermoedde, met Schneider in het zomerhuisje in Rühle getrokken. Om een stuk te schrijven, over de strijd die gevoerd moet worden. Maar het schrijven verliep moeizaam.
Hannah benadrukt dat ze zelf aan Schneider het voorstel heeft gedaan voor de kidnapping. Nee, mevrouw Konopka wist daar waarschijnlijk helemaal niets van. De bedoeling was de impasse te doorbreken, zegt ze mistroostig. Want alles was uitgedraaid op een impasse.
Ja, ja.
Over de drugs weet ze niet veel te vertellen, al kan ze een paar van de adressen die hij heeft genoteerd bevestigen. Dat Pohl haar heeft misbruikt wordt ook door haar bevestigd, maar ze ontkent in alle toonaarden dat ze hem iets over de ontvoering heeft verteld.
Hij kijkt haar bars aan als ze haar verhaal heeft gedaan.
‘Stom,’ zegt hij. ‘Stom.’
‘Wat gaat er nu gebeuren?’ vraagt ze timide.
Hij voelt aandrang te zeggen dat ze op vrije voeten wordt gesteld, en dat ze aangifte kan doen tegen Pohl, maar hij houdt zijn mond. Hij klapt zijn map dicht, strikt de linten zorgvuldig, en vertrekt.



vrijdag 28 oktober 2022

110. Verhoren

[Wat voorafging]

De woensdagochtend gebruikt Gerhard om de achtergrond in te vullen. De Keulse politie heeft onderzoek gedaan naar wat Pohl heeft verklaard over drugs en Schneiders dossier bevat een ruwe schets van zijn veronderstelde netwerk. Zijn leverancier is waarschijnlijk een bekend type uit de onderwereld van Essen, ene Ömer Babayassin. De Keulenaars hebben inderdaad een link gevonden met een beruchte dealer op het hoofdkwartier van het Amerikaanse leger in Heidelberg. Schneiders klanten zijn hippies in het Ruhrgebied: Oberhausen, Bottrop, Dortmund, Bochum, Essen, Mülheim en Duisburg. Communes, studentenhuizen. Anarchistennesten. Gerhard telefoneert, vleit, dreigt, blaft, en maakt aantekeningen. Alles loopt gesmeerd. Blijkbaar heeft Klaus Bödel aan de nodige touwtjes getrokken, want ze vliegen voor hem. Nog diezelfde ochtend worden er zes langharigen gearresteerd en ondervraagd. De dealer in Heidelberg kan niet worden aangepakt, maar er wordt informatie gedeeld met de Amerikanen. Gerhard legt een speciale, met groene linten dichtgestrikte map aan om de groeiende hoeveelheid informatie te ordenen.
Die middag verhoor hij eerst het meisje. Een eitje. Ze is inmiddels meer dan drie dagen in voorlopige hechtenis en ze is er helemaal klaar voor. In de verhoorkamer vertelt ze in tranen wat er gebeurd is. Alles wat er in het proces verbaal staat. En nog veel meer. Ze verklaart over een ‘basisgroep’, zoals ze het noemt, die in verband staat met een kerkelijk bureau in Hannover. Gerhard verbergt een glimlach. Dit is bekend terrein.
‘Hulp aan de derde wereld,’ zegt hij.
Hannah Maas knikt.
‘En aan Vietnamdeserteurs.’
‘Ook wel.’ Maar dat is niet waar het om gaat.



donderdag 27 oktober 2022

109. Landesamt

[Wat voorafging]

Uiteindelijk is het al na elven als hij er uit heeft wat waarschijnlijk de ware toedracht is. Pohl wist al een paar dagen voor de kidnapping van het plan. Hij heeft met Hannah  gesproken in Hannover, in het pand van een kerkelijk bureau -  waarschijnlijk hetzelfde kerkelijk bureau waar Hahn onderzoek naar heeft gedaan. Waarschijnlijk onder geweldpleging. In ieder geval, hij hield Hannah die zondag in de gaten. En zodra ze Schneider ontmoette,  belde hij zijn contactpersoon bij de Verfassungsschutz...
Gerhard klapt zijn notitieblok dicht en bergt het op. Hij staat op en loopt de verhoorkamer uit. Hij grijnst naar Winckelmann en een collega, die van achter de doorkijkspiegel het verhoor hebben gevolgd.
‘Niet verkeerd,’ zegt Winckelmann. ‘En nu? Een biertje?’
Gerhard haalt zijn schouders op.
‘Die Sicherungsgruppe van jou,’ zegt Winckelmann, ‘dat Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden, wat is dat eigenlijk voor iets?’
‘Een stelletje amateurs.’
Winckelmann buigt zich vertrouwelijk naar Gerhards toe. ‘Maar jij bent geen amateur he?’ zei hij.
‘Wat bedoel je?’
De rechercheur neemt onmiddellijk gas terug. ‘Nou ja,’ zei hij. ‘Je bent wel een beetje beroemd toch? In beperkte kring.’
‘Ik weet niet waar je het over hebt.’
‘Oké, maar ga je mee of niet.’
Gerhard knikt.

woensdag 26 oktober 2022

108. Landesamt

[Wat voorafging]

Gerhard tuit zijn lippen. ‘Oké,’ zegt hij. ‘Oké. Maar er is meer.’
‘Niets meer.’
‘Er is meer.’
Pohl zwijgt.
‘Vertel op.’
‘Niet echt…’ zegt Pohl.
‘Echt wel,’ zegt Gerhard met een uitnodigend gebaar: ‘Want….’
Pohl toont zijn handpalmen. ‘Ik heb geprobeerd hem na te gaan,’ zegt hij.
‘En?’
‘Hij heeft een kamer, boven een hoerentent in Oberhausen.’
Gerhard knikt. ‘Dat heb je verklaard,’ zegr hij.
‘Maar eigenlijk woonde hij in een zomerhuisje,’ zegt Pohl. ‘Aan de Weser, bij Rühle, Met een vrouw.’
’Met die Hannah?’
‘Ik weet het niet,’ zegt Pohl. ‘Iemand anders.’
’Wie anders?’
‘Ik weet het echt niet,’ zegt Pohl. Hij had haar niet benaderd. ‘Ik durfde het risico niet te nemen,’ zegt hij. ‘Die Schneider is echt een ongeleid projectiel. Nou ja, u kent hem …’
Gerhard maakt een aantekening en laat het punt rusten. Hij leidt de ondervraging naar wat Pohl heeft verklaard over drugs. Maar daarover brengt de autohandelaar niet veel nieuws in het midden. Ja natuurlijk weet hij dat het illegaal is. Maar hij handelde als informant voor de Verfassungsschutz, he? Hasj ja, en weed. Een winst van vierduizend mark in een week. En ‘coke’, zoals hij het noemt. Cocaïne. Daar zit iemand achter, die werkt op het hoofdkwartier van het Amerikaanse leger in Heidelberg. Maar dat staat ook in het proces-verbaal.
Veel meer komt er niet uit en Gerhard stapt over op de gebeurtenissen in Keulen. Dat is een onderwerp dat Pohl kennelijk heeft voorbereid. Ja, zegt hij vlot, hij was die zondagmorgen naar Keulen gegaan. Hij wilde naar een voetbalwedstrijd van FC Köln. In Keulen is hij Hannah tegengekomen. Ja, hij kende haar. Hij had haar een keer ontmoet, in het gezelschap van Schneider.  Een lekker mokkel. Dus hij was haar gevolgd. Nee, zonder duidelijke plannen. Gewoon, om de lol van achter die lekkere kont aan te lopen. Hij kijkt Gerhard peilend aan.
Maar die likt aan zijn potlood. ‘Heb je haar aangesproken?’
Nee, nee, verzekert Pohl, ze had hem niet gezien. Ze was naar een zwarte BMW 2000 gewandeld die achter het Europahotel geparkeerd stond. Een auto die hij zelf aan Schneider had verkocht. Schneider en het meisje hadden in de auto met elkaar gepraat.
‘Ze praatten,’ zegt Gerhard op constaterende toon.
Ja, ze praatten. Zij was nogal nerveus, en praatte heftig op hem in. Op een gegeven moment leek het bijna of ze ruzie maakten. Maar uiteindelijk stapte Schneider uit en zij bleef in de auto zitten.
‘En Schneider ging het Europahotel binnen.’
‘Precies,’ zegt Pohl opgelucht.
‘En jij dacht, dat is niet pluis?’
‘Precies.’
‘Lulkoek,’ zegt Gerhard.


dinsdag 25 oktober 2022

107. Landesamt

[Wat voorafging]

De kidnappers lijken zo onschuldig dat het bijna larmoyant is. Hannah Maas is een mollige jonge vrouw, die als hij door het kijkgat in haar cel kijkt net bezig is met de nodige omhaal gebruik te maken van de toiletemmer. Scheider is een blonde bouwvakker met opvallende bleekblauwe ogen, die in zijn cel, aan de vastgeschroefde tafel, op de vastgeschroefde kruk, stuurs voor zich uit zit te kijken. Gerhard laat het klepje voor het kijkgat vallen, en draait zich om naar de nieuwsgierige politieman die achter hem staat. Hij deelt mee dat hij ze de volgende dag zal verhoren.
Daarna drinkt hij koffie in de binnenstad. Hij haalt zijn auto uit de parkeergarage en rijdt op zijn gemak terug naar Düsseldorf. Om kwart over zes loopt hij de verhoorruimte binnen van het bureau van de Veiligheidsdienst. Pohl zit op hem te wachten. Een kleine, rattige man, in een colbertjasje met schreeuwerige ruiten over een gebleekte spijkerbroek.
‘Vertel het maar,’ zegt Gerhard.
‘Ik heb alles verteld,’ zegt Pohl.
‘Nee, je hebt niet alles verteld,’ zegt Gerhard.
De man protesteert, maar Gerhard legt zijn notitieblok op het glimmende tafelblad en slaat het open. ‘Wanneer heb je Schneider voor het eerst ontmoet?’
Het verhaal dat hij met veel geduld aan de autohandelaar ontfutselt, stemt overeen met wat hij in het proces verbaal heeft gelezen. Pohl tipte de Veiligheidsdienst al weken geleden, zodra Schneider contact met hem opnam. Maar de Veiligheidsdienst heeft daar niets mee gedaan. Er was geen verband met de politiek, zeiden ze.
‘Maar dat was wél zo?
Pohl haalt zijn schouders op.
‘De verdachte zei dat hij zich bezig hield met tussenhandel,’ zegt Gerhard. ‘Tussenhandel in drugs?’
Pohl haalt zijn schouders op.
‘Maar hij zei dat dat in de politieke sfeer lag?’
‘Die lui uit Berlijn,’ zegt Pohl. Zijn contactpersoon bij de Veiligheidsdienst zei dat dat grootspraak was…
‘Maar…?’
‘Maar niets. Verder niets.’ Schneider had daar verder niets over gezegd.



maandag 24 oktober 2022

106. Landesamt

[Wat voorafging]

Gerhard installeert zich aan de tafel die voor hem is vrijgemaakt in een hoek van Winckelmanns kantoor, en verdiept zich in de stukken. Om half twee zegt Winckelmann dat hij een hapje gaat eten, maar Gerhard slaat het aanbod af om hem te vergezellen. Hij is bezig de stukken voor de tweede keer door te nemen en maakt op zijn notitieblok aantekeningen van de aspecten van de zaak die hem opvallen. Als Winckelmann terugkomt uit de kantine, slaat hij het proces-verbaal op waar hij met name belangstelling voor heeft.
‘Pohl,’ zegt hij.
‘De tipgever.’
‘Wat is dat er voor een?’
‘Een kleine vis,’ zegt Winckelmann. ‘Een louche autohandelaar. Iemand die al jaren voor ons werkt.’
Gerhard kijkt hem vragend aan.
‘Op premiebasis.’
‘Betrouwbaar?’
Winckelmann lacht.
‘De vraag is hoe hij het wist.’
‘Dat staat allemaal in het proces-verbaal.’
‘Ja,’ zegt Gerhard. ‘Maar dat spoort niet, he? Het spoort niet helemaal.’
‘De tip klopte wel,’ zegt Winckelmann.
Gerhard knikt.
‘Luister,’ zegt hij, ‘de verdachten, die zitten in hechtenis, waar?’
‘In Keulen. Bureau Centrum.’
‘Dat dacht ik,’ zegt Gerhard. ‘Mooi. Ik ga nu eerst naar Keulen. Ik wil ze zien. Niet spreken. Alleen kijken. Als jullie intussen die Pohl hier laten komen. Eens kijken. Twee uur is het? Om vijf uur ben ik terug. Kunnen jullie zorgen dat die Pohl dan hier zit?’




zondag 23 oktober 2022

105. Landesamt

[Wat voorafging]

Gerhard wordt door een wirwar van gangen naar het kantoor geleid van een joviale rechercheur, een man van een jaar of veertig die zich voorstelt als Rochus Winckelmann. ‘Wel, wel,’ zegt die, nadat ze zijn gaan zitten. ‘Niet zo gebruikelijk he, dat de Federale Recherche zich met een onderzoek bemoeit?’
‘Ik werk bij de Sicherungsgruppe Bonn,’ zegt Gerhard.
‘Wat is dat nou weer?’
‘Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden.’
‘Ah, dat nieuwe bureau,’ zegt Winckelmann. Hij grijnst. ‘En jullie komen ons onderzoek overnemen?’
Gerhard lacht vreugdeloos. ‘Dat weet ik niet,’ zegt hij. ‘Voorlopig heb ik alleen opdracht om me in de kwestie te verdiepen.’
‘En hoever gaat dat?’
Gerhard haalt zijn schouders op. ‘De stukken bestuderen, de verdachten horen. Het hangt er een beetje vanaf. Wat hebben jullie er zelf aan gedaan?’
‘Weinig,’ zegt Winckelmann. ‘Het is nogal een vaag verhaal.’
‘Er zou een link zijn met de Roodfront-beweging…’
‘Zegt het meisje.’
‘Hannah Maas,’ zegt Gerhard mechanisch. ‘En hij?’
‘Schneider, zegt de rechercheur. ‘Moritz Schneider. Noemt zich Mehmet. Hij houdt zijn mond stijf dicht, begrijp ik. En we kunnen daar weinig aan doen. We zijn de Verfassungsschutz, weet je. De constitutionele politie.’
‘Jullie mogen bijna niets,’ glimlacht Gerhard. Hij begint sympathie te voelen voor de rechercheur. En dat gevoel is kennelijk wederkerig. ‘Papieren tijgers,’ grinnikt Winckelmann. ‘Uiteindelijk zullen we hem wel moeten laten gaan.’
‘Misschien kan ik iets bereiken.’
‘Het zou me een genoegen zijn,’ zegt de rechercheur. Hij pakt een map van roze karton die op de hoek van zijn bureau ligt, en schuift die naar Gerhard toe. ‘Jullie hebben natuurlijk een rapport ontvangen, maar dit is het complete dossier. Ik moet zeggen dat ik nieuwsgierig ben wat je er van maakt.’



zaterdag 22 oktober 2022

104. Landesamt


[Wat voorafging]

In Düsseldorf is het Landesamt, de plaatselijke afdeling van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, gevestigd in hetzelfde gebouw waar Gerhard begin jaren vijftig, voordat Bödel hem naar de douane haalde, een tijdlang heeft gewerkt. Weinig interessant werk was dat. Hij hield zich bezig met het runnen van observatieteams die observatieteams van de Oost-Duitsers observeerden. Düsseldorf was een van de spionagehoofdsteden van Duitsland. Niet omdat Düsseldorf zelf zo interessant was, maar het stikte er van politici uit Bonn die bezig waren met hun hoogsteigen, onopvallende vormen van corruptie.
Zoals dat toen ging.
En zoals het waarschijnlijk nog steeds gaat.
Het gebouw van het Landesamt is sinds hij er  heeft gewerkt niet veranderd. Donker. Shabby. Gerhard wordt door het bureauhoofd, ene Spiess, in zijn werkkamer ontvangen. De man bekijkt hem aandachtig en neemt vervolgens uitgebreid de tijd om zijn papieren te bestuderen.
‘Herr Kommissar Gerhard,’ zegt hij.
‘Sicherungsgruppe Bonn,’ zegt Gerhard.
De man knikt. ‘De dreigingsanalyse van september, kwam die van uw bureau? Een goed stuk.’
‘We doen ons werk,’ zegt Gerhard.
‘En wat verschaft ons de eer?’
‘Als het goed is, is mijn bezoek aangekondigd,’ zegt Gerhard kortaf.
De man haalt onmiddellijk bakzeil. ‘Die Keulse zaak, he? Ja, ja, uw bezoek is aangekondigd. Herr Meyer van het Bundesamt heeft ons op het hart gedrukt u alle medewerking te verlenen. Zolang het binnen de grenzen van de wet is natuurlijk. Maar ik neem aan dat ik u dat niet hoef te zeggen.’
Gerhard negeert dat. ‘Ik weet niet,’ zegt hij, ‘hebt u zich zelf met de zaak bezig gehouden?’
‘In het geheel niet. Maar ik stuur u naar iemand die er alles vanaf weet.’
Hij geeft Gerhard zijn papieren terug, en belt.


vrijdag 21 oktober 2022

103. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Haastig loopt Kaminsky Gerhard achterna.
Hahn en Weiss wisselen een blik en struikelen vervolgens over elkaar in hun haast hem te volgen. Ook Drechsler en Gutschein stommelen het vertrek uit, en na enkele ogenblikken staat zelfs Gerda Pfau op.
Beneden staat de deur van Kaminsky’s kamer open, en ze horen verontrustende geluiden. Het slaan van bureauladen? Geluiden van een worsteling? En boven alles uit de schelle, bijna hysterische stem van de kleine senioronderzoeker. ‘Of denk je dat ik je niet ken? Of denk je dat ik niet weet wie je bent? Jij smeerlap. Jij mislukkeling. Jij, jij moordenaar! Je mag blij zijn dat ze hier een plaatsje voor je hebben ingeruimd.’
Mislukkeling?
Moordenaar?
De medewerkers kijken elkaar ontsteld aan.
Maar Gerhard komt de kamer al uit, met een stapel dossiermappen onder zijn armen. Glimlacht hij? Glimlacht hij juist niet? Zonder te groeten loopt hij langs de medewerkers heen. De gang door. De deur uit.
Later die ochtend meldt Kaminsky zich ziek bij Gerda Pfau.
‘Migraine, zegt hij.’
‘Migraine,’ zegt Hahn honend.
Hij maakt het gebaar van een glas schnaps dat achterover wordt getild.

donderdag 20 oktober 2022

102. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

‘Als Gerda voor deze keer de dienstberichten ronddeelt,’ zegt Gutschein. ‘Dat kan denk ik wel. En dan kunnen we misschien even de balans opmaken van wat we op het moment onderhanden hebben.’
Hahn knikt, en geeft een beknopt overzicht van wat hij maandag heeft gedaan. Na Hahn is Weiss aan de beurt. Die deelt mee dat hij bezig is met twee meldingen, een uit Oberhausen, een uit Dortmund. Drugskwesties. ‘En Herr Kaminsky heeft me gevraagd naar Keulen te gaan in verband met een poging tot kidnapping. Ik zou…’
Hij stopt, en kijkt naar de deur van de conferentiezaal die open gaat.
Gerhard komt binnen, met zijn regenjas nog aan. Hij kijkt vluchtig het vertrek rond, en deelt dan mee dat hij voorlopig niet op kantoor zal zijn. Gerda Pfau grijpt onthutst naar de agenda.
‘Maar hoe moet dat nou?’
‘Regel dat maar met Fischler.’
‘Die is er pas morgen weer,’ zegt Drechsler.
‘Ik kom alleen even langs om de stukken op te halen over het Roodfront.’
Kaminsky kijkt op uit zijn papieren.
Gerhard kijkt Drechsler aan. ‘Het meeste zal in uw archief zitten?’ zegt hij.
‘Eh, nee,’ zegt Drechsler verbouwereerd. ‘Die zijn eh… Vallen die niet onder Herr Kaminsky?’
‘Ja?’ zegt Kaminsky.
‘Ligt alles bij jou?’ zegt Gerhard.
‘Ja. En dat blijft ook zo,’ zegt Kaminsky vastbesloten.
‘Gerd,’ zegt Gerhard verzoenend, ‘toe nou.’
‘Ha.’
‘Maak het nou niet moeilijker dan nodig is.’
‘Wat bedoel je?’ vliegt Kaminsky op. ‘Jij….’
‘Jij?’
Gerhard wacht maar Kaminsky doet er het zwijgen toe.
‘Ik heb de stukken nodig, Gerd,’ zegt Gerhard.
Kaminsky schudt koppig zijn hoofd. ‘Ik sta ze alleen af in opdracht van Herr Fischler,’ zegt hij.
‘Die is er morgen pas.’
‘Dan wacht je maar tot morgen,’ zegt Kaminsky.
Gerhard kijkt hem even aan en haalt dan met een kleine glimlach zijn schouders op. Hij draait zich om en loopt de conferentiezaal uit. Kaminsky blijft een ogenblik bewegingsloos zitten, maar dan springt hij overeind.



woensdag 19 oktober 2022

101. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

‘Maar moeten we dan wel vergaderen?’ zegt Weiss.
‘Ja natuurlijk,’ zegt de Pfauin.
‘Wie doet de dienstberichten?’ zegt Weiss.
‘Ik weet niet,’ zegt ze weifelend. ‘Herr Kaminsky?’
‘Kaminsky is al half dronken,’ zegt Hahn.
‘Bitte,’ zegt Gerda geschokt.
‘Geloof je het niet?’ zegt Hahn overmoedig. Hij loopt naar de deur van Kaminsky’s kantoor en trekt zonder te kloppen de deur open. ‘Doet u de dienstberichten Herr Kaminsky?’ roept hij met een iets te schelle stem. Alle aanwezigen denken dat Kaminsky iets in zijn bureaula moffelt, maar zeker is dat niet. Hij braakt een serie vloeken uit, en Hahn trekt de deur haastig weer dicht.
‘Schoftig zeg,’ zegt Gutschein.
‘Ja, ik ben nou eenmaal een schoft,’ zegt Hahn. Hij veegt zijn weerbarstige zwarte haren naar achteren en lacht, terwijl hij naar een sigaret tast.
‘Laten we nou maar gaan vergaderen,’ zegt Gerda zenuwachtig. ‘Het is al bijna elf uur.’
Even later zitten ze met koffie in hun vaste opstelling, met dien verstande dat de stoelen van Fischler en Gerhard leeg zijn. Kaminsky is stilletjes op zijn gewone plek geslopen en bladert in een stapel papieren. Hij lijkt niet van plan enig initiatief te ontplooien. Daarom neemt Norbert Gutschein, na een voorzichtige blik om zich heen, het woord.
‘Wanneer verwachten we Herr Fischler eigenlijk terug?’
‘Die is er morgen weer,’ zegt de Pfauin bedeesd.
‘En Herr Gerhard?’
Hij kijkt Drechsler aan.
Die haalt zijn schouders op. ‘Ben ik mijn broeders hoeder?’
‘Maar jij zei dat hij naar Wiesbaden is.’
‘Dat staat in het boek,’ zegt Drechsler.
Kaminsky mompelt iets, maar dat verstaat niemand.


dinsdag 18 oktober 2022

100. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Gerda Pfau heeft, ondanks deze verontrustende omstandigheden, stipt om negen uur de dienstberichten uit de postkamer gehaald en naar de conferentiezaal gebracht. Maar vervolgens weet ze het ook niet meer. Ze drentelt besluiteloos heen en weer tot Fricke om half tien de koffie brengt. Dan gaat ze naar haar werkkamer, waar ze dossiers heen en weer schuift tot vijf voor tien. Om tien uur is er nog steeds niemand in de conferentiezaal verschenen. Ze wacht tot twintig over, en loopt dan naar beneden, om in de keuken te kijken, waar Weiss en Hahn roken en koffie drinken en haar negeren. Ze trekt zich geïntimideerd terug op de gang en loopt daar zenuwachtig heen en weer als Drechsler en Gutschein de keldertrap opkomen. Bijna op datzelfde moment – synchronie bestaat - verwaardigen ook Weiss en Hahn zich de keuken te verlaten. Achter hen wordt even het gezicht zichtbaar van Fricke, de conciërge, maar die trekt zich terug als hij ziet dat de hele kantoorbezetting zich op de gang verzamelt.
‘Is Herr Gerhard er niet?’ vraagt Gutschein.
‘Ik weet niet,’ zegt de Pfauin behoedzaam. ‘Hij is weg.’
Drechsler is al op weg naar de conferentiezaal. Bij de trap draait hij zich om. ‘Hij is naar Wiesbaden,’ zegt hij.
‘Aha, naar Wiesbaden!’ zegt Hahn sarcastisch.
‘Naar het hoofdkantoor?’ zegt Ronald Weiss.
‘Hij had waarschijnlijk een afspraak met Bödel,’ zegt Drechsler.
‘Maak er maar grapjes over,’ zegt Weiss.
‘Dat denk ik niet hoor,’ zegt Gutschein naïef.
‘Wat denk je niet?’ zegt Drechsler.
‘Met de president zelf?’
‘Waarom niet?’ zegt Hahn. ‘Het is god niet.’
Gutschein grinnikt. ‘De president, die weet toch nauwelijks dat dit bureau bestaat,’ zegt hij.
‘Vergis je niet,’ zegt Drechsler. ‘Alle kans dat hij zelfs weet hoe je vriendin heet.’
‘Heb je een vriendin?’ zegt Gerda.
Gutschein bloost.
‘Saskia heet ze,’ zegt Hahn snel. ‘Ze werkt freelance voor de Bunte Illustrierte.’


maandag 17 oktober 2022

99. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

‘Ik moet het nog selecteren,’ zegt Drechsler. ‘Voorlopig ben ik alleen bezig materiaal te verzamelen. Maar Konopka heeft wel eens iets geschreven dat hier dicht bij komt. Ze spreekt ergens over de psychische Verelendung van studenten in de wetenschapsfabrieken.’
‘Ja, ja,’ zegt Gutschein sceptisch. ‘Maar wat is dit voor iets?’
‘Gewoon,’ zegt Drechsler. ‘Links geschrift. Geschreven door een advocaat. Het wordt vaak aangehaald. Interessant. Ik hoor daar de Frankfurter school in.’
‘Echt?’
‘Adorno, Habermas, ik weet niet precies. Is het soms een citaat van Horkheimer? Die heeft veel over de universitaire verhoudingen geschreven.’
Gutschein grijnst. ‘Weet je hoe laat het is?’ zegt hij.
Drechsler kijkt op zijn horloge. Vijf over half elf.
‘O, shit,’ zegt hij. ‘Het werkoverleg.’
‘Ik dacht, laat ik je maar even waarschuwen.’
‘Zijn ze al begonnen?’
‘Ik weet niet,’ zegt Gutschein. ‘Volgens mij is iedereen het vergeten.’

Wat natuurlijk niet raar is. Fischler neemt in Washington deel aan zijn terrorismecongres. En Gerhard heeft zich gistermiddag niet meer laten zien. 



zondag 16 oktober 2022

98. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

‘Konopka?’ zegt Norbert Gutschein weifelend. De PR-man staat bij de enorme Xerox-kopieermachine, die een paar maanden geleden is geplaatst in de kelder van het kantoor van de Sicherungsgruppe. Het apparaat wordt bediend door Rudi Drechsler, de documentalist, die geduldig bladzijde na bladzijde van een soort brochure op de glasplaat legt en kopieert. ‘Irmgard Konopka,’ zegt hij, ‘je weet wel, die van de Staüberle-Konopka-groep.’
‘O die.’
‘Ik ben bezig een portret van haar samen te stellen.’
‘Een portret?’
‘Uit documenten.’
‘Aha,’ zegt Gutschein. ‘In opdracht van Kaminsky.’
‘Eigen initiatief,’ zegt Drechsler tevreden.
‘Uit documenten,’ zegt Gutschein peinzend. Hij pakt de kopie die het apparaat juist op dat moment naar buiten schuift.

De wetenschap als geheel is echter tot een doorslaggevende productiefactor verworden. De inschakeling van het universitaire onderzoek en onderwijs in de productiesfeer van de industriële intensiveringsprogramma’s is een openlijke bevestiging van deze functie.

‘Wat zijn industriële intensiveringsprogramma’s’, zegt hij.
Rudi Drechsler legt de volgende pagina’s van het boek dat hij onderhanden heeft op de glasplaat, en drukt op de knop.

Door deze bevestiging, en het zichtbaar worden van de productieverhoudingen, worden wel bepaalde delen van de wetenschappers en studenten beroofd van hun aanvankelijke illusies. Zo worden zij tot op zekere hoogte geproletariseerd en tot tendentiële vijanden van het systeem.

‘Geproletariseerd, toe maar!
Drechsler lacht geheimzinnig.
‘En wat heeft dit allemaal met Konopka te maken?’



zaterdag 15 oktober 2022

97. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

Konopka lacht grimmig. ‘Die Emmerich,’ zegt ze. ‘Het gaat hem zeker goed. Zit hij nog steeds in Hamburg?’
Magda schudt het hoofd. ‘Nee,’ zegt ze weifelend. ‘Hij woont geloof ik in Keulen. Hij werkt tegenwoordig bij de Federale Recherche. Een of andere Sicherungsgruppe. Hij is daar coördinator.’
‘En hij betaalt zijn alimentatie.’
‘We hebben helemaal geen contact.’
Ze ademen de natte herfstlucht in. De geuren van composterend blad en paddenstoelen. Ze voelen de regendruppels, die over hun plasticcapes rennen en in hun schoenen druppelen. Even later komen ze uit bij de oude spoorlijn, die alleen nog voor vrachtverkeer wordt gebruikt. Net op dat moment passeert er een trein. Ze kijken zwijgend naar de eindeloze stoet goederenwagons die voorbijdendert. Als de laatste wagon hun is gepasseerd, draaien ze zich om, en beginnen terug te lopen.
‘Maar als je geld hebt,’ zegt Konopka, ‘waarom laat je het huis dan niet opknappen?’
‘Ik weet niet,’ zei Magda. ‘Ik zie er tegen op. Maar het moet eigenlijk wel, he? We hebben lekkage in de bijkeuken. En het dak is niet goed…’
‘Leeft je moeder eigenlijk nog?’ vraagt Irmgard.
‘Ze wil er niet meer komen.’
‘Maar je zoekt haar op?’
‘Ja natuurlijk,’ zegt Magda.
Ze lopen, weer zwijgend, een eindje verder.
‘En jij?’ zegt Magda schuw.
‘Wat ik?’
‘Ik weet niet,’ zegt Magda bang. Ze zoekt zichtbaar naar woorden. ‘Heb jij eigenlijk ouders?’
‘Ik heb een pleegmoeder,’ zegt Konopka met een scheve grijns, ‘die zich in alle bochten wringt om uit te leggen dat het allemaal op een afschuwelijk misverstand berust. Dat ik niet uit eigen vrije wil in het verzet ben gegaan. Dat ze me waarschijnlijk dwingen.’
‘Maar dat is niet zo?’
‘Niet echt,’ zei Konopka.
Magda kijkt haar ongelovig aan. ‘O lieverd…’
‘Je hoeft geen medelijden met me te hebben. Heb liever medelijden met degenen die er echt slecht aan toe zijn.’
‘Ja maar jij bent toch ook een mens..’
‘Denk je?’ zegt Konopka.
Ze lacht weer die rare, scheve grijns, die Magda zich niet van vroeger herinnert.
‘Er zijn er genoeg die daar aan twijfelen.’ 

vrijdag 14 oktober 2022

96. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

Later, veel later, wandelt ze met Irmgard in het Broicherwald, in de stromende regen, beiden zorgvuldig verpakt in plastic. Ze zijn er heen gereden in Irmgards donkergroene Volkswagen, die twee straten van het huis staat. Uit voorzorg, zegt ze.
Penny is er niet bij. Die zei dat ze naar Duisburg wilde om haar gespreksgroep uit te nodigen om donderdag naar de discussieavond in Mülheim te komen. Haar gespreksgroep? dacht Magda. Welke gespreksgroep? Maar Irmgard zei dat het goed was. Als ze maar geen namen noemde, beslist geen namen. Nee, Sabine ook niet.
In het gezelschap van Magda is Irmgard Konopka zwijgzaam, behoedzaam, zoals ze nu steeds is als ze samen zijn. Ze lopen langs een lange beukenlaan, waden zonder iets te zeggen door de bladeren, die in een dichte vacht op het pad liggen.
Konopka kijkt Magda van opzij aan. Onderzoekend.
‘Hoe gaat het eigenlijk met je?’
‘Goed. Ja, goed.’
‘Voel je je thuis hier?’
‘Ik kom hier vandaan.’
‘Ja, raar.’
‘Hoezo raar?’
Konopka haalt haar schouders op. ‘We kennen elkaar uit Hamburg.’
‘O, dat is allemaal zo ver weg.’
‘Je hebt geen contact meer met de vrouwen daar? Met Alice? Sigrid? Heike?’
‘O nee, al jaren niet meer.’
‘Je bent hier helemaal ingeburgerd?’
‘Denk je?’
Konopka moet lachen. ‘Je bent nog altijd even verlegen,’ zegt ze.
Magda kijkt haar geschrokken aan.
‘Maar ik ben blij dat je ook nog steeds politiek actief bent.’
‘Nou ja, politiek is wel een groot woord.’
Ze lopen zwijgend verder. De beukenbladeren zijn stralend geel, ondanks, of juist dankzij het sombere weer. Zo nu en dan dwarrelt er een naar beneden. In de lange, natte slierten gras, die zichtbaar zijn tussen het dek van de al gevallen bladeren, zitten hier en daar met regendruppeltjes bezette stukjes spinrag.
’Een heerlijk huis heb je,’ zegt Konopka tenslotte.
‘O,’ zegt Magda. ‘Ja.’ En na een pauze: ‘Er is veel achterstallig onderhoud.’
‘Dan moet je het laten opknappen,’ zegt Konopka. ‘Of heb je geen geld?’
‘Dat is het niet.’
‘Krijg je geen alimentatie? Is dat het? Er zijn er heel wat die hun alimentatie niet betalen.’
‘Nee, nee, dat is het ook niet.’
‘Hij betaalt?’
‘Ik krijg steeds meer. Als hij opslag krijgt, verhoogt hij het bedrag.’


donderdag 13 oktober 2022

95. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

‘Kan ik hier een paar dagen blijven?’ vraagt Konopka.
‘Een paar dagen,’ zegt Magda verschrikt.
‘Niet lang. Twee of drie dagen,’ zegt Konopka. ‘Ik wil met zoveel mogelijk mensen kennis maken. Ik wil uitleggen wat onze motieven zijn. Waarom het in deze samenleving nodig is je te verzetten.’
‘Nou, ik weet niet…’ begint Magda.
‘Ja natuurlijk,’ zegt Penny scherp. ‘Dat spreekt vanzelf. Er zijn er hier genoeg die daar heel blij mee zijn, als ze met u kunnen praten.’
‘Je mag je zeggen,’ glimlacht Irmgard Konopka.
‘Ja,’ zegt Penny. ‘Ik meen het. Je bent een voorbeeld voor alle vrouwen die een kritische instelling hebben. Je bent een icoon.’
‘Maar is dat niet gevaarlijk?’ vraagt Magda.
‘Waarom?’ zegt Penny.
‘We moeten wel voorzichtig zijn,’ zegt Konopka. ‘We gaan niet aan de grote klok hangen dat ik hier ben. Ik weet niet, zijn alle vrouwen te vertrouwen?’
‘Maak je geen zorgen,’ zegt Penny overmoedig.
‘Maar hoe moet dat dan?’ vraagt Magda.
‘Overmorgen is donderdag’, zegt Penny. ‘Dat is onze discussieavond.’
‘Dat is goed,’ zegt Konopka. Ze staat op en loopt naar de grote spiegel, die schuin tegenover de keukendeur hangt. Ze monstert haar kortgeknipte, geblondeerde haar. Ze haalt een lipstick tevoorschijn, felroze, in een goudkleurige plastic houder, en draait die omhoog om haar lippen bij te werken.
‘We draaien een film die vast veel mensen trekt’, zegt Penny trots. 
Teorema, van Pasolini.’
Irmgard knikt.
‘En morgen ga ik naar de opvang…’
Maar daar wil Konopka niets van weten. Ze schudt het hoofd. ‘Nee,’ zegt ze. ‘Dat zou roekeloos zijn.’
‘Maar Irmgard…’
‘En jullie mogen me ook niet Irmgard noemen,’ zegt Konopka. ‘Dat is een elementaire voorzorgsmaatregel.’
‘Hoe dan wel?’
Ze maakt haar tasje open.
‘Sabine,’ zegt ze. ‘Sabine Mehling.’
Ze haalt een identiteitsbewijs tevoorschijn en laat het zien.
‘Of eventueel Anna.’
Maar dat lijken Magda en Penny niet te horen. Ze storten zich op het identiteitsbewijs en bestuderen het aandachtig.
‘De foto lijkt niet erg,’ zegt Marga.
‘Hij kan ermee door,’ zegt Konopka.
‘O jee,’ gniffelt Penny. ’Ben je een onderwijzeres?’
‘Niet echt.’
‘Waarom sta je niet voor de klas? Het is eind oktober.’
‘Ik ben arbeidsongeschikt,’ zegt Konopka. ‘Overspannen.’
‘Kon je geen orde houden?’
‘Maak daar maar geen grapjes over,’ zegt Magda.



woensdag 12 oktober 2022

94. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

‘Je woont hier prachtig,’ zegt Irmgard, later, als ze aan de koffie zitten. Ze stond erop een ronde te maken door het huis, een villa, waar sinds het begin van de eeuw drie generaties hebben gewoond. Een slecht onderhouden bakbeest van een huis, met een garage, een keuken en een bijkeuken, een enorme kelder, en op de bovenverdieping een wirwar van kamers, veel meer dan zelfs een groot gezin nodig zou hebben.
‘Al sinds ‘67,’ zegt Magda, een beetje verlegen.
Ze zitten op een kluitje bij elkaar, alle drie in dezelfde houding. Of ze het koud hebben, de schouders opgetrokken, de handen om de koffiemok geslagen.
‘Het is mijn ouderlijk huis, he.’
Konopka knikt. ‘Je hebt me erover geschreven,’ zegt ze. ‘Je moeder ging in een verzorgingshuis, toch? Omdat ze het niet meer aankon. Je vroeg me wat je met het huis moest doen. Ik schreef dat je er maar moest gaan wonen…’
Magda bloost.
‘En dat heb je gedaan, he? Je had bij Emmerich niet veel te zoeken, dat zag iedereen. Het was hoog tijd dat je je vleugels uitsloeg. En hier in Mülheim had je een kans om maatschappelijk van waarde te zijn die je in Hamburg niet had.’
‘Het gaat goed met de vrouwengroep,’ zegt Magda. ‘We houden hier discussieavonden. Over emancipatie vooral, maar ook over Vietnam, en we draaien films…’
‘Er is een Kinderladen gekomen,’ zegt Penny.
Konopka knikt. ‘Een belangrijk middel om aan emancipatiedoelen te werken,’ zegt ze.
‘Er zijn zeker veertig vrouwen actief, al komen ze niet altijd allemaal.’
‘Ik wil ze graag leren kennen.’
Magda kijkt Konopka schichtig aan.
‘Je bent illegaal.’
‘Maar dat betekent niet dat ik niet actief ben.’
‘Hoe bedoel je?’
Konopka moet lachen. ‘Wat denk je dat het betekent,’ vraagt ze, ‘illegaal zijn?’
‘Je bent op de vlucht…’
‘Ik ben niet op de vlucht,’ zegt Irmgard Konopka gedecideerd. ‘Wij zijn niet op de vlucht. Wij verzetten ons. Je weet wat dat is? Protest is als ik zeg ik vind dit niet acceptabel. Verzet is als ik een eind maak aan wat ik niet acceptabel vind.’
‘Ja,’ zucht Penny, ‘verzet.’
Konopka steekt een hand uit en liefkoost haar licht, zoals je in het voorbijgaan een kind liefkoost.


dinsdag 11 oktober 2022

93. Am Kuhlendahl


Als Irmgard aanbelt en Magda opendoet, staat Penny halverwege de trap, in het halfduister, waar ze, zo lang ze niet beweegt, nauwelijks zichtbaar is. Irmgard is een vrouw van een jaar of vijfendertig. In ieder geval jonger dan Magda. Ze heeft een legerjack aan, dat net boven haar rok valt, met een strak aangetrokken ceintuur. De jas glimt van de regen. Blijkbaar heeft ze een heel eind over straat gelopen. Ze heeft kort, blondgeverfd haar, maar Penny herkent haar onmiddellijk.
‘Grote god!’ zegt ze.
De twee vrouwen in de hal draaien zich om.
‘Irmgard Konopka,’ zegt ze.
Magda pakt de vrouw bij haar schouders. Een ogenblik lijkt het wel of ze haar weer de deur uit wil duwen. Maar dat laat Konopka niet gebeuren. Ze schudt Magda’s handen van zich af en doet een paar stappen in de richting van de trap, waar Penny al bezig is naar beneden te komen.
‘Hallo,’ zegt ze.
‘Ik ben Penelope Escher,’ zei Penny.
Ze geeft Irmgard een hand en maakt als welopgevoed meisje automatisch een knixje.
‘Magda’s vriendin,’ zegt Konopka op constaterende toon.
‘Penny is hier tijdelijk,’ zegt Magda.
Penny trekt een grimas.

maandag 10 oktober 2022

92. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

In de grote, altijd wat donkere stadsvilla Am Kuhlendahl rinkelt de telefoon. Penny trekt de gele rubberhandschoenen uit die ze draagt als ze afwast, en gaat de hoorn van de haak pakken. Ze meldt zich, zoals ook Magda altijd doet, door het adres te noemen.
‘Met Irmgard. Is dat Magda?’
‘Nee, Penny.’
‘Is Magda er niet?’
Er klinkt iets van teleurstelling in de stem.
‘Ze is even boodschappen doen.’
‘O.’ 
Pauze. 
‘Ik bel wel terug.’
‘Ik kan…’begint Penny. Maar aan de andere kant is al opgehangen.
Een kwartier later wordt er opnieuw gebeld.
‘Met Irmgard.’
‘Ze is er nog steeds niet. Misschien kan ze…’
‘Ik wilde eigenlijk langskomen.’
‘Ja, dat is goed.’
‘Ik ga nu weg. Ik denk dat ik ongeveer twee uur nodig heb.’
‘Wie kan ik zeggen?’
‘Irmgard,’ zegt de stem aan de andere kant van de lijn. ‘Zeg maar Irmgard. Dan weet ze het wel.’

*
‘Irmgard,’ zegt Penny, als Magda, beladen met boodschappen, terug is. Magda zet haar tassen neer en laat zich, zonder haar regenjas uit te trekken, op een keukenstoel zakken. ‘Irmgard?’ zegt ze. ‘O hemel!’
‘Wat is er?’
‘Irmgard? Verder niets?’
‘Ze heeft twee keer gebeld,’ zegt Penny. ‘Eerst zei ze dat ze zou terugbellen, maar ze belde al een kwartier later opnieuw. Toen zei ze dat ze wilde langskomen.’
‘O hemel, o hemel,’ zegt Magda.
‘Wat is er?’
‘Je kunt hier niet blijven.’
‘Waarom kan ik hier niet blijven? zegt Penny verbaasd.
‘Dat kan ik niet zeggen.’
‘Iets persoonlijks?’
‘O hemel, o hemel, nee. Irmgard, he?’
‘Ze klonk nogal opgefokt,’ zegt Penny nieuwsgierig.
‘Je moet echt weggaan.’
‘Wat heb je?’
‘Niets,’ zegt Magda vastberaden. ‘Maar ik wil je hier niet bijhebben.’
‘Vertrouw je me niet?’
‘Dat is het niet.’
‘Wat is het dan?’
‘Ik weet niet,’ zegt Magda, een beetje wanhopig. ‘Je kunt hier niet blijven. Dat is alles. Je moet…’ Ze staat op, zet de boodschappentassen op het aanrecht, en begint als een bezetene uit te pakken. Penny kijkt verbaasd toe.
‘Is het een vriendin?’ zegt ze. ‘Je kunt het me toch gewoon vertellen? Wat is er aan de hand?’
‘Je kunt toch naar je kamer gaan, in Duissern?’ zegt Magda verbeten. ‘Of heb je die kamer soms niet meer? Je bent hier al een half jaar. Dat kan toch eigenlijk helemaal niet. Dat is toch nergens voor nodig.’
‘De Kinderladen…’
‘Zoveel werk is er helemaal niet,’ zegt Magda vastbesloten. ‘En hoe zit het eigenlijk met je studie? Doe je daar nog wel iets aan?’
‘Nou zeg!’ zegt Penny verontwaardigd.
‘Het is echt niet goed, zoals het gaat,’ zegt Magda.
‘Wat een onzin!’
‘Nee, geen onzin,’ zegt Magda, ondertussen een beetje hysterisch. ‘Ik meen het.’
‘Nou goed hoor,’ zegt Penny. ‘Als je er zo over denkt.’
‘Ja,’ zegt Magda. ‘En trouwens, je bent lui. Je hangt hier maar rond, en je voert niets uit. Behalve sigaretten roken en de Bildzeitung lezen.’
‘Scheisse!’ roept Penny. Ze springt overeind en drukt haar sigaret uit in een overvolle asbak. ‘Je bent gek,’ roept ze. ‘Je bent helemaal gek.’
Ze draait zich om en marcheert naar de deur.
Even later hoort Magda haar de trap op stormen.



zondag 9 oktober 2022

91. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

Penny is in de loop van 1967 komen aanwaaien, met een groepje vrouwelijke studenten uit Duisburg die hielpen de vrouwenbeweging hier in de stad op poten te zetten. De meeste van die meisjes zijn al lang weer uit het zicht verdwenen, maar Penny heeft zich min of meer gesettled in Magda’s grote huis Am Kuhlendahl. Niet alleen staat ze de vrouwenraad trouw terzijde, ze was ook een van de initiatiefneemsters van de Kinderladen, die sinds vorig jaar september is gevestigd tegenover de Petrikerk. Indertijd kwam ze minstens twee, drie keer per week op haar fiets uit Duissern, waar ze op kamers woonde. Om in te springen als er niet genoeg begeleidsters beschikbaar waren voor de Kinderladen, om de administratie van de vrouwenraad te doen, of om te vergaderen. Als het laat werd, bleef ze logeren. Eerst incidenteel. Maar ze was gezellig, en Magda raakte op haar gesteld. Ze had haar een kamer ter beschikking gesteld op de bovenetage, en daar had ze zich helemaal ingericht. Zelfs haar boeken had ze, puffend, in een grote kunstleren weekendtas hierheen getransporteerd, en keurig netjes in het metalen boekenrek gezet dat daar nog hangt uit de tijd dat Magda hier zelf is opgegroeid.
Inmiddels woont Penny al meer dan een half jaar bij haar in. En het lijkt erop dat ze haar studie antropologie aan de universiteit van Duisburg wel heel erg verwaarloost. Magda weet eigenlijk niet eens of ze haar kamer in Duissern heeft aangehouden. Wat de boeken betreft, een bonte collectie van de neomarxistische literatuur die tegenwoordig gangbaar is: Magda heeft haar er nooit op kunnen betrappen dat ze er zelfs maar inkeek. Ook al laat ze zich er in de bijeenkomsten van de vrouwenraad soms op voorstaan dat ze werkt aan een groot essay over ‘de vrouw in het Ruhrgebied’.
Penny is lui, denkt Magda, als ze aankomt bij het winkelcentrum. Daar moet ze haar toch echt een keer op aanspreken.
Dan gaat ze de supermarkt binnen.
Ze grabbelt in haar zak en kijkt op haar briefje.


zaterdag 8 oktober 2022

90. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

Penny is heel lief, denkt Magda, en ze is, met haar levendige bruine ogen, het springerige zwarte haar, het parmantige neusje en de kuiltjes in haar wangen, voor een boel mensen onweerstaanbaar. Maar ze kan, met haar vijfentwintig jaar, ook zo ontzettend pedant zijn dat je je ergernis soms maar nauwelijks kunt bedwingen . Magda kijkt op haar horloge. Al bijna half tien. ‘Ik ga even de deur uit,’ onderbreekt ze haar huisgenote.
‘He?’
‘Boodschappen doen.’
‘Ik heb al boodschappen gedaan.’
Ja, brood gekocht en tabak. En een Bildzeitung. Heb je het briefje niet gezien?’
Gepikeerd draait Penny zich om en begon de tafel af te ruimen. Magda trekt haar jas aan, steekt een regenkapje in haar zak, het briefje met boodschappen dat ze gisteravond heeft gemaakt, en haalt de grote boodschappentassen uit de kast.
Buiten is het natuurlijk nat.
Ze loopt, toch wat geïrriteerd, de straat uit, met de kleine venijnige pasjes die ze vanzelf krijgt als ze zich ergert, waar ze zich dan ook weer aan ergert, maar ze kan het niet veranderen. Soms is het echt heel moeilijk om met Penny om te gaan. Ze is natuurlijk authentiek. Dat zegt iedereen, en dat is ook zo. En ze is een steunpilaar voor de vrouwenbeweging, hier in Mülheim. Maar een beetje zorgelijk is het wel.


vrijdag 7 oktober 2022

89. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

‘Hier, moet je kijken,’ zegt Penny Escher bij het ontbijt. Ze duwt op haar karakteristieke manier, sigaret in haar mondhoek, het rechteroog half dichtgeknepen, Magda een exemplaar van de Bildzeitung onder de neus. ‘Brit steekt Duitser (12) neer op Kreta.’
‘He?’
Penny leest, met haar altijd een beetje opgewonden, schrille stem, het artikel voor. ‘Een achttienjarige Brit heeft op het Griekse eiland Kreta een twaalfjarige jongen uit Duitsland neergestoken. Het kind was op vakantie met zijn familie. Hij liep ernstige verwondingen op en is overgebracht naar een ziekenhuis in Athene. De Britse jongeman werkte in het hotel waar het kind verbleef. Hij is aangehouden. De medewerkers van het hotel organiseerden gistermiddag activiteiten voor kinderen. Daarna liet de jongen weten dat hij zijn transistorradio kwijt was. Vannacht werd hij gewond gevonden.’
Magda Gerhard zet haar theekopje neer.
‘Nou en?’
‘“Brit steekt Duitser (12) neer op Kreta.” Zie je dat niet. Dit is de Bildzeitung ten voeten uit. Puur nationalisme. Sensatiezucht. Dit gaat in werkelijkheid helemaal niet over nationaliteit. Het gaat over geweld tussen kinderen.’
‘Wat doen ze op Kreta?’ zegt Magda weifelend. ‘Het is al oktober.’
‘In oktober kan het nog heel mooi zijn op Kreta.’
‘Hm,’ zegt Magda sceptisch. ‘De kop is wel een beetje raar, ja. Maar ik snap ook niet, waarom koop je Bild eigenlijk?’
‘Je moet voeling houden,’ zegt Penny gedecideerd.
‘Voeling?’
‘Met de onderbuik van de samenleving.’
Typisch Penny, denkt Magda. Die ziet overal een politieke dimensie. ‘Ik vind geweld tussen kinderen ook erg,’ zegt ze. Hoe oud was die ene jongen? Achttien? Is dat eigenlijk nog wel een kind?’
‘Die andere jongen was twáálf.’
‘Volgens mij is het gewoon een beroving.’
‘Toch is het een belachelijke kop,’ zegt Penny.
‘Wat had er dan moeten staan?’
‘Jongeman berooft kind
?
‘En dat is geen sensatie?’
‘Eigenlijk zou zo’n onderwerp eens serieus behandeld moeten worden,’ dendert Penny door. ‘Een analyse. Wat doet consumentisme met kinderen.’
‘Met achttien ben je geen kind meer,’ houdt Magda vol. Maar Penny gaat onverdroten verder. ‘Er zijn daar interessante dingen over te zeggen,’ zegt ze. ‘We leven in een cultuur van consumeren. En consumeren en consumeren. De mens heeft een plicht om te consumeren. Logisch dat dat leidt tot innerlijke leegte, tot verveling, tot depressiviteit. En uiteindelijk tot criminaliteit. Dat is hoe de samenleving zich ontwikkelt. Vervreemding is het woord. We zijn vervreemd, op een manier die je toch echt wel kenmerkend kunt noemen voor dit stadium van het kapitalisme. Neem bijvoorbeeld…’
Penny dwaalt steeds verder van haar onderwerp en raakt, zonder dat ze het merkt, in het spoor van de tirades die Magda al ontelbare keren heeft gehoord. ‘Dat zijn interessante gedachten, weet je. In feite is consumentisme een nieuwe vorm van totalitarisme. Erich Fromm heeft daarover geschreven. En Marcuse. Jazeker. Je kunt dat ook in verband brengen met ideeën van de Frankfurter Schule…’


donderdag 6 oktober 2022

88. Renate

[Wat voorafging] 

‘Weet je,’ zegt Konopka peinzend, ‘soms denk ik dat ik al dood ben. Als ik wakker word...’
‘Irmgard!’
‘Ken je dat niet? Je wordt wakker uit een verwarde cascade van droombeelden. Gepraat, geschreeuw. Vechten. Herinneringen aan vroeger. En aan de toekomst. Dan doe je je ogen open. Je bent doodsbang. En je kijkt rond in de slaapkamer waar je bent.’
‘Alsjeblieft.’
‘En dan de angst, de verstikkende angst die zich over je droomangst heen legt. De angst dat je al dood bent. Dat alles al voorbij is. Dat de strijd voor niets is geweest.’
‘Lieveling.’
Konopka slikt. En slikt. Ze strijkt over haar spijkerbroek alsof daar kruimels op liggen.
Is deze strijd, denkt ze, zonder dat ze het durft te zeggen, is deze strijd die ze zijn aangegaan misschien die strijd? Van een kleine gevechtsgroep die verbeten, de wapens in de aanslag, of zwaaiend boven het hoofd, een impasse binnendringt, een cul-de-sac, een doodlopende straat. Waar ze uiteindelijk uitzichtloos, kansloos, succesloos, de dood vinden. De strijd. Voor een ideaal. Dat niet realiseerbaar is. Niet levensvatbaar…

*
Sombere gedachten, maar op een of andere manier put Konopka uit haar bezoek aan Renate nieuwe moed. Plotseling is er een helderheid in haar hoofd die er eerder niet was. Het vermogen onderscheidingen te maken, duidelijke, overtuigende tegenstellingen en verbindingen. Het verschrikkelijke radicalisme. Strijd tegen het nazisme in het nieuwe Duitsland. Solidariteit met de democratie in het oosten en de bevrijdingsbewegingen in het zuiden. Diezelfde avond schrijft ze in twintig bladzijden een geïnspireerde apologie van het gewapende verzet. Ze leest de tekst maar vluchtig over, en stopt hem dan in een envelop, die ze adresseert aan het adres van Karsten Raabe en Liliane Graf. Zij weten wat er mee gedaan moet worden.
De volgende morgen is ze vroeg op. Ze maakt thee en zet de radio aan. Er is een nieuwsprogramma op. Vlak bij de Nederlandse grens, in Viersen, is de avond tevoren een bom uit de Tweede Wereldoorlog gecontroleerd tot ontploffing gebracht. De stem van een verslaggever vertelt opgewonden hoe de operatie uit de hand is gelopen, met als gevolg een krater van vier meter en een hoosbui van glassplinters. De symboliek is onontkoombaar, denkt ze. Het bezoek aan Renate was uiteindelijk een bevrijding, en heeft haar geholpen haar taak te voltooien. Maar dit mag niet nog eens gebeuren. De bedoeling is niet haar nood te klagen. De bedoeling is medestanders in de strijd te vinden. Dat vergt meer zelfbeheersing dan ze gisteren heeft opgebracht.
Nog tijdens haar ontbijt, haalt ze haar opschrijfboekje tevoorschijn, en loopt door de adressen die ze daar genoteerd heeft. Namen, namen, namen. Politieke namen, namen uit de wetenschap, namen uit kerkelijke kringen. De meeste adressen honderden kilometers van de plek waar ze zich bevindt.
Maar wacht, hier. Magda Gerhard. Magda. In Mülheim. Ze aarzelt. Ze bijt op het uiteinde van haar balpen. Ze roffelt met haar nagels op de tafel. Maar uiteindelijk schrijft ze het telefoonnummer op een stukje papier. Dat ze op tafel laat liggen, terwijl ze zelf naar de slaapkamer loopt om het bed op te maken.


woensdag 5 oktober 2022

87. Renate

[Wat voorafging] 

’Je moet niet denken dat ik op de vlucht ben,’ zegt Konopka op haar hoede.
‘Nee, nee, dat denk ik niet.’
Konopka aarzelt even. Dan zegt ze: ‘Eigenlijk gaat het heel goed.’
‘Gewapende strijd….’
‘Het is praxis. Je moet het zien als praxis.’
Renate knikt.
‘Je kunt dingen niet veranderen alleen door er over te praten. Vroeger of later… Vroeger of later… Sommigen van ons moeten vroeger of later de stap zetten. Om wat ze denken ook in de praktijk te brengen.’
‘Dietrich zegt, je kunt het systeem ook van binnenuit aanpakken,’ zegt Renate.
‘De lange mars door de instellingen.’
Ze knikt.
Maar Konopka schudt het hoofd. ‘Dat draait uit op revisionisme.’
Even valt er een stilte.
‘Weet je,’ zegt Renate weifelend, ‘weet je, misschien is onze tijd voorbij.’
‘Wat bedoel je?’
‘Heb jij dat nooit gedacht? Dat onze tijd voorbij is. Dat er nu anderen aan de beurt zijn?’
‘Bullshit.’
‘We kunnen nog een beetje tegensputteren. Maar het is te laat.’
Konopka schudt koppig haar hoofd.
‘Ik ben niet zo dapper als jij. Ik denk, ik heb me voortgeplant, het enige wat er nog is te doen, is wachten tot de kinderen groot zijn. Het huis. Vrijwilligerswerk…’
‘Denk je dat echt?’
Het woord defaitisme wil haar niet over de lippen komen.
‘Zij zijn de volgende generatie,’ zegt Renate. ‘Het zijn nu hun idealen die aan de beurt zijn.’
‘Hun idealen zijn onze idealen.’
‘Ik weet het niet.’
‘Een betere samenleving.’
‘Vrijheid.’
‘Vrede.’
‘Vrede?’ vraagt Renate, met een spoor van ironie.
‘Ja, vrede.’
‘Via de wapens?’
‘Alleen als het moet.’
‘Via aanslagen? Via vertwijfelde acties?’
‘Zakelijk. Door te doen wat gedaan moet worden.’
‘De vraag is natuurlijk of dat echt zo is,’ zegt Renate weifelend.
‘Wat anders?’
‘De idealen bedoel ik.’
‘Ik begrijp je niet?’
‘Zijn hun idealen onze idealen? Gaat het echt om een betere samenleving, om rechtvaardigheid, om vrijheid, al die dingen…’
‘Wat anders?’
Ze haalt haar schouders op.

dinsdag 4 oktober 2022

86. Renate

[Wat voorafging] 

’Scheisse,’ zegt Konopka. Ze wrijft in haar ogen. ‘Dat was niet de bedoeling.’ Ze vermijdt het Renate aan te kijken. ‘Het werd me even te machtig.’
‘Het is goed,’ zegt Renate snotterend.
‘We hebben elkaar zo lang niet gezien.’
‘Hoe lang is het?’
Ze haalt haar schouders op. ‘Twee jaar, drie? Hoe gaat het met Dietrich.’
‘Goed.’
‘Nog dezelfde baan?’
‘Hij heeft promotie gemaakt. Hij is nu kabinetschef.’
Konopka lacht door haar tranen heen.
‘Nog altijd dezelfde Dietrich. En jij?’
‘Ja goed.’
‘De kinderen?’
‘Zeven en negen.’
‘Zo groot al.’
‘Ik heb foto’s. Wacht, hier.’ Ze schuift portretjes naar Konopka toe.
‘Het is hard.’
‘O Irmgard, wat heb je gedaan…’
Ze beginnen weer te janken, allebei. Het is of er een kraan wordt opengedraaid.

*
‘Ik heb niets gedaan,’ zegt Konopka. ‘Het is gebeurd.’
Renate zwijgt.
‘Het is moeilijk…’
‘Je bent zo hard voor jezelf.’
‘Je moet doen wat je denkt dat goed is.’
‘Zo rechtlijnig…’
Ze zijn een ogenblik stil. Dan vraagt Renate, toch wel nieuwsgierig: ‘Hoe zijn ze?’
‘Wie?’
‘Richter, Staüberle.’
‘Ze zijn oké…’
‘Ik heb gehoord…’
‘Hm, hm…’
‘En Lösch is gearresteerd?’
‘Dat hoort er ook bij.’
‘En jijzelf?’


maandag 3 oktober 2022

85. Renate

[Wat voorafging] 

Als ze aanbelt, doet Renate zelf open. Ze ziet er perfect uit. Mantelpakje, kundig met mascara omlijnde ogen. Klaar om weg te gaan. Ze doet geschrokken een stap achteruit als ze ziet wie er in het portiek staat.
‘Irmgard,’ zegt ze.
Konopka houdt haar tas vast en zegt niets.
‘Wat kom je doen?’
‘Laat je me er niet in?’
‘Ja, ja natuurlijk. Kom binnen.’
Het huis is veranderd. Er is een ver doorgevoerde poging gedaan om een interieur te creëren als in een Hollywood-film. Overal crème en koper. In de vestibule en in de gang zijn grote natuurstenen plavuizen gelegd, met zachte berbertapijten als vlotten op een spiegelende zee en een kapstok als een geelkoperen gedrocht in de verte.
‘Wil je je jas ophangen?’ vraagt Renate, kennelijk in de hoop dat Konopka het aanbod afslaat.
Maar ze trekt kordaat haar korte legerjack uit en hangt het aan een van de haken.
‘Ik moet met je spreken,’ zegt ze.
‘Ik stond op het punt om uit te gaan,’ zegt Renate. Ze aarzelt. ‘Maar het is niet dringend...’
‘Waar is Dietrich?’
‘Op het ministerie.’
‘En de kinderen?’
‘Komen pas vanmiddag thuis.’ Ze laat haar reserve een beetje varen. ‘Wil je koffie?’ vraagt ze.
Konopka knikt.
Ze lopen naar de grote L-vormige woonkamer, met de witte vleugel en de planten.
‘Ga zitten. Ik ben zo terug.’
Konopka gaat zitten op de leren driezitsbank die haaks op het raam staat. Ze kijkt naar buiten en wacht, terwijl Renate in de keuken bezig is met de koffie.
Even later komt Renate rammelend met het dienblad binnen en zet de kopjes op de salontafel.
‘Wat gebruik je ook weer?’ vraagt ze.
Tot haar eigen verbazing begint Konopka te snikken.
Renate bevriest. Maar dan laat ze zich naast Konopka op de bank vallen. De vrouwen slaan de armen om elkaar heen en janken het uit.


zondag 2 oktober 2022

84. Renate


[Wat voorafging] 

Van de gebeurtenissen in het Europahotel in Keulen weet Irmgard Konopka niets. Mehmet Schneider is al dagen niet in Rühle geweest. Waarschijnlijk is hij vanuit zijn kamer in Oberhausen bezig met zijn drugshandel. In zekere zin is Schneiders afwezigheid een opluchting, want Konopka is er niet goed aan toe. Zaterdag en zondag heeft ze hard gewerkt aan het stuk dat ze moet schrijven. Zonder veel op te schieten. Op maandagmorgen, vóór tien uur, lang voordat Gerhard op weg is naar Wiesbaden, pakt ze haar auto, en rijdt in een irrationele impuls naar het dorp. Daar belt ze, in strijd met alle afspraken, vanuit de telefooncel naar Berlijn, naar de flat aan de Kurfürstenstrasse. De telefoon wordt opgenomen door Teeny, een dellerig meisje van nog geen twintig over wie Konopka zich dat voorjaar heeft ontfermd, maar dat inmiddels al lang haar eigen eigenzinnige weg heeft gevonden binnen de beweging. Teeny reageert achterdochtig, bijna vijandig.
‘Ja, goed.
 Ik weet niet. Nee, ik weet niet. Nee, Rosi is bij me ingetrokken. Nee, ze is niet thuis.’
Konopka informeert naar de arrestatie van Lösch, maar ook daar weet Teeny niets van, zegt ze. Als Anna daar meer over wil weten, moet ze niet bij haar zijn. Ze kan beter gewoon naar Gretel bellen. Naar Eva Richter. Konopka hangt op zonder verder commentaar, en rijdt terug naar het weekendhuisje waar ze de open haard aansteekt, en zonder na te denken alles wat ze tot dat moment geschreven heeft door de schoorsteen stookt. Na afloop voelt ze zich opgelucht. Diezelfde ochtend nog rijdt ze naar Bonn, naar de rustige villawijk waar Renate Langenscheid woont, die haar oudste vriendin is.


zaterdag 1 oktober 2022

83. Meyer

[Wat voorafging]

Om kwart over acht, terwijl Gerhard naar de Tagesschau kijkt, krijgt hij een telefoontje. ‘Met Meyer,’ zegt een ambtelijke stem. 
‘Ja?
‘Bundesamt für Verfassungsschutz.’
Keulen. Het hoofdkwartier van de Federale Veiligheidsdienst.
‘U bent Gerhard van het BKA?’
‘Sicherungsgruppe Bonn,’ zegt Gerhard bits.
Het is even stil aan de andere kant van de lijn. Kennelijk raadpleegt de man zijn documenten. ‘Dat klopt, ja,’ zegt hij. 
‘Wat kan ik voor u doen?’
‘Ik begrijp dat uw dienst bezig is met een operatie?’
‘Ja?’ zegt Gerhard behoedzaam. ‘Dat wil zeggen, we kijken of daar mogelijkheden toe zijn.’
‘De Staüberle-Konopka-groep,’ zegt Meyer.
‘Dat klopt.’
‘Dit is allemaal hoogst ongebruikelijk, dat begrijpt u natuurlijk.’
Gerhard zwijgt.
‘Mijn dienst kan daar geen verantwoordelijkheid voor nemen.’
‘Dat is ook niet de bedoeling.’
‘Nee, als dat maar duidelijk is.’
‘Dat is duidelijk.’
‘Maar verder kunt u natuurlijk op onze medewerking rekenen.’
‘Dat stel ik op prijs,’ zegt Gerhard.
‘Gerhard, he’ zegt Meyer. ‘Een bekende naam. Al geloof ik niet dat wij het genoegen hebben gehad…
‘Meyer he?’ zegt Gerhard. ‘Nee, ik geloof het niet.’
‘Het is voor ons natuurlijk essentieel dat dit binnen de wettelijke kaders plaatsvindt.’
‘Natuurlijk,’ zegt Gerhard.
‘En transparant.’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Voorlopig verwijs ik u naar het de lokale mensen,’ zegt Meyer. ‘Het Landesamt in Düsseldorf.’ Zij zullen u alle praktische ondersteuning verlenen die u nodig hebt. Maar het Bundesamt blijft deze operatie monitoren. Ik zal persoonlijk als uw contactpersoon fungeren.’
Gerhard knikt. ‘Dat is in orde,’ zegt hij.
‘Ik moet wel benadrukken dat wij kopieën wensen te ontvangen van al uw rapportages.’
Het kost Gerhard bijna een half uur om de man duidelijk te maken dat er in deze operatie van rapportages geen sprake kan zijn. Uiteindelijk komen ze overeen dat Meyer regelmatig telefonisch contact zal houden, zodat Gerhard hem over de voortgang kan informeren. Mocht de operatie succesvol zijn - de bewoordingen van Meyer - dan kunnen in een later stadium afspraken gemaakt worden over de rol van de Binnenlandse Veiligheidsdienst.
‘Hoe dan ook,’ zegt Meyer, we willen niet het risico lopen dat deze lieden ons nog een keer door de vingers glippen.’
De ergernis, nee sterker, de frustratie, druipt er van af.