Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. De rivier ligt er schitterend bij, besprenkeld met schepen die onderweg zijn naar Holland, of die hun lading van Rotterdam het binnenland invaren. Ze praten wat, quasi-onverschillig. Over de stad. Over Mülheim waar Magda vandaan komt, en waar ze voor zover hij weet nu weer woont. Jazeker. Ja, Heidi weet dat Magda en hij uit elkaar zijn. Nee, ze heeft geen contact meer met haar. ‘Die ist ja ziemlich radikalisiert,’ zegt ze met een scheve glimlach. Maar daar reageert hij niet op. En zo voort. Alles zorgvuldig aan de oppervlakte. Zij spreekt niet over haar privéleven, hij niet over het zijne. Twee oppervlakkige kennissen die koffie drinken. Anonymi, op een anoniem terras. In comfortabele rotanstoelen. Schuin tegenover elkaar. Geen enkele suggestie van lichamelijke toenadering.
Uiteindelijk neemt hij haar mee naar een safehouse dat tot in de jaren zestig gebruikt is als tijdelijk onderkomen voor overlopers uit het Oostblok. Het appartement valt, voor zover hij weet, onder de Verfassungsschutz, de Binnenlandse Veiligheidsdienst, maar het is een van de huizen waarvan nogal wat politiefunctionarissen een sleutel hebben. Zijn eigen exemplaar is een kopie van die van een rechercheur uit zijn oude stad Keulen. Waarschijnlijk wordt het huis voornamelijk gebruikt voor hetzelfde doel waarvoor hij het nu gaat gebruiken. Al lijkt het erop dat dat niet heel frequent gebeurt. Alles is overdekt met een dun laagje stof.
‘Het huis van een vriend,’ zegt hij. Iemand die al meer dan een jaar in Spanje zit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten