Pagina's
▼
▼
zaterdag 9 september 2023
411. Een donkere nacht
2220 u. Het is zover. Kasinke ziet Emmerich Gerhard het teken geven. De mannen sluipen langs asfaltpaden waar de bladeren nog niet zijn opgeveegd. Rechts van hen de Grundwasserteich, met vage geluiden van eenden, die in hun slaap zijn gestoord.
Hier! Dit is de plaats die voor de aanslag is uitgekozen. Gerhard wijst. De mannen nemen hun posities in, links van het asfaltpad. Hurken in het struikgewas. En wachten.
Er klinkt een fluitje.
Overal om het team heen kraken takken. Er klinken droge klikken van wapens die worden ontgrendeld. Uit het struikgewas rijzen zes, zeven, acht donkere gedaanten op.
Kasinke grijpt naar zijn wapen, maar hij bevriest als hij de korte lopen van de automatische pistolen van hun belagers omhoog ziet komen.
De mannen steken hun handen op, en laten zich wegvoeren, naar achteren, verder de struiken in.
Twee, drie donkere gestalten ontfermen zich over de spullen die ze op de plek van de hinderlaag hebben achtergelaten. De anderen duwen tegen hun schouders, dringen hen tegen elkaar. Forse kerels zijn het. Militairen, met hun stijve bekken, hun gezwollen kaakspieren. Ze stinken naar DDR. Dat chemische luchtje, dat kamferluchtje. Zelfgenoegzaamheid stralen ze uit.
Tevredenheid over hun succes.
Triomf zelfs.
Op een kleine open plek, tussen ontbladerde hazelaarstruiken, staat iemand te wachten. Een lange vent, intellectueel type, met van dat zijdeachtige witte haar. Iemand van een bedrieglijke zachtaardigheid.
Hij klakt licht met de hakken, terwijl hij Gerhard de hand reikt.
‘Herr Kommissar Gerhard,’ zegt hij. ‘Aangenaam. Wolf is mijn naam. Staatssicherheitsdienst. DRR.’
Emmerich Gerhard, de bivakmuts van zijn hoofd getrokken, met rechtopstaande haren, kijkt hem onbewogen aan.
‘Het spijt mij het u te moeten meedelen, maar uw operatie is afgelast.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten