‘O, Herr Gutschein,’ zegt ze. ‘Wacht even. Er is geloof ik een brief voor u bij.’
Ze legt de stapel dienstberichten die ze in haar armen heeft onhandig op de console halverwege de gang en bladert door het stapeltje post dat ze ook bij zich heeft. Ze vist er een brief uit met het logo van de Federale Recherche, die ze aan Gutschein overhandigt. Terwijl die de brief met zijn wijsvinger openritst en haastig doorleest, blijft ze nieuwsgierig staan kijken. Ze ziet hoe er tijdens het lezen een brede glimlach verschijnt op het doorgaans zorgelijke, een beetje pafferige gezicht van de PR-medewerker.
‘Dit is een promotiebrief,’ zegt hij ongelovig.
‘Een promotiebrief?’ zucht de Pfauin.
‘O Gerda,’ zegt Gutschein enthousiast. ‘Ze maken me Referendaris I.’
Hij propt de brief in de zak van zijn colbert, en maakt aanstalten om haar op te tillen.
Maar de Pfauin deinst verschrikt terug.
‘Doet u maar niet, Herr Gutschein,’ zegt ze.
‘Wat is er?’ zegt Gutschein verward.
‘O niets. Ik ben zwanger denk ik.’
‘Je bent… Gerda! Al lang?’
‘Nee, dat niet,’ zegt Gerda Pfau. ‘Maar je kunt toch beter voorzichtig zijn.’
Later, op een onbewaakt ogenblik, sluipt hij haar werkkamer binnen.
Ze kijkt op uit haar ondoorgrondelijke bezigheden, en glimlacht bleek.
‘Gerda,’ zegt hij. ‘Zwanger. Dat wist ik helemaal niet.’
‘Nee,’ zegt ze bedeesd. ‘Niemand weet er nog van.’
‘Maar van wie ben je zwanger?’ zegt hij. ‘Wie is de vader?’
Ze haalt haar schouders op.
‘O,’ zegt ze aarzelend. ‘Iemand. Ik weet niet.’
EINDE