Pagina's

dinsdag 12 september 2023

414. Epiloog

 [Wat voorafging]

Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfau tegen het lijf loopt, die net uit de postkamer komt.
‘O, Herr Gutschein,’ zegt ze. ‘Wacht even. Er is geloof ik een brief voor u bij.’
Ze legt de stapel dienstberichten die ze in haar armen heeft onhandig op de console halverwege de gang en bladert door het stapeltje post dat ze ook bij zich heeft. Ze vist er een brief uit met het logo van de Federale Recherche, die ze aan Gutschein overhandigt. Terwijl die de brief met zijn wijsvinger openritst en haastig doorleest, blijft ze nieuwsgierig staan kijken. Ze ziet hoe er tijdens het lezen een brede glimlach verschijnt op het doorgaans zorgelijke, een beetje pafferige gezicht van de PR-medewerker.
‘Dit is een promotiebrief,’ zegt hij ongelovig.
‘Een promotiebrief?’ zucht de Pfauin.
‘O Gerda,’ zegt Gutschein enthousiast. ‘Ze maken me Referendaris I.’
Hij propt de brief in de zak van zijn colbert, en maakt aanstalten om haar op te tillen.
Maar de Pfauin deinst verschrikt terug.
‘Doet u maar niet, Herr Gutschein,’ zegt ze.
‘Wat is er?’ zegt Gutschein verward.
‘O niets. Ik ben zwanger denk ik.’
‘Je bent… Gerda! Al lang?’
‘Nee, dat niet,’ zegt Gerda Pfau. ‘Maar je kunt toch beter voorzichtig zijn.’

Later, op een onbewaakt ogenblik, sluipt hij haar werkkamer binnen.
Ze kijkt op uit haar ondoorgrondelijke bezigheden, en glimlacht bleek.
‘Gerda,’ zegt hij. ‘Zwanger. Dat wist ik helemaal niet.’
‘Nee,’ zegt ze bedeesd. ‘Niemand weet er nog van.’
‘Maar van wie ben je zwanger?’ zegt hij. ‘Wie is de vader?’
Ze haalt haar schouders op.
‘O,’ zegt ze aarzelend. ‘Iemand. Ik weet niet.’

EINDE

maandag 11 september 2023

413. Epiloog

[Wat voorafging]

De winter is venijnig, maar duurt korter dan verwacht. Half maart doen zich al de eerste zachte, lenteachtige dagen voor. Op het kantoor van de Sicherungsgruppe Bonn is het incident met de coördinator Emmerich Gerhard al weer bijna vergeten. Herr Dr. Adalbert Fischler zetelt sinds het begin van het nieuwe jaar in hernieuwde glorie achter zijn bureau. Fricke zet zijn koffie als vanouds. De routine van het dagelijkse werkoverleg om tien uur is in ere hersteld. Alois Hahn is daarbij niet langer aanwezig. Hij heeft ander werk gevonden, een beleidsfunctie bij het bureau van de Technische Universiteit in Freiburg. Gerd Kaminsky is vervroegd met pensioen gegaan.
In de conferentiezaal waar de medewerkers van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden dagelijks bijeenkomen heeft een verbouwing plaatsgevonden. De twee ramen die tijdens of na de oorlog waren dichtgemetseld zijn opengebroken. Om het daglicht in de zaal te toe laten, zei Fischler. De zware fluwelen gordijnen zijn vervangen en de grote rococospiegel naast de toegangsdeur heeft het veld moeten ruimen.
Het inlichtingenwerk van het Coördinatiepunt heeft sinds het vorig jaar een grote vlucht genomen. De documentatieafdeling van Rudi Drechsler is zo omvangrijk geworden dat hij met een deel ervan verhuisd is naar de begane grond. De nieuwe benadering van het extremisme die Dr. Fischler eind oktober heeft ontworpen is inmiddels in uitvoering genomen. Niet meer alleen het verzamelen van informatie over politiek gemotiveerde gewelddaden, het analyseren van die informatie en het communiceren van de resultaten met de buitenwacht: er wordt vanuit de Sicherungsgruppe hard gewerkt aan het tot stand brengen van een vertrouwensrelatie met familieleden, vrienden en kennissen van de bekende terroristen. Er is zelfs een fonds gevormd voor de financiële ondersteuning van deze mensen. Ronald Weiss is bij deze revolutionaire aanpak - die ook in het buitenland aandacht trekt - de centrale figuur. Hij wordt bijgestaan door een nieuwe collega, Berti Voigt, die op het bureau aan de Liebknechtstrasse door iedereen hoog wordt gewaardeerd.
De crisis rond het terrorisme bereikt intussen steeds nieuwe hoogtepunten. De door Roodfront tijdens de winter geplande voorjaarscampagne is van start gegaan met aanslagen op een Amerikaanse kazerne en een politiebureau in Augsburg. Er vinden twee nieuwe bankovervallen plaats. Er vallen drie doden. In Berlijn, in een telefooncel, sterft, doorzeefd door politiekogels, een jongen van een anarchistische organisatie die weinig met de Roodfrontbeweging van doen heeft. Een andere jongeman wordt bij een joyriding abusievelijk voor een lid van de terroristenbende aangezien en doodgeschoten. En er wordt, voor het eerst, een politieman gedood, in een vuurgevecht, als hij met een collega bij een toevallige verkeerscontrole een auto aanhoudt, met daarin Staüberle en een van de andere groepsleden.



zondag 10 september 2023

412. Een donkere nacht

[Wat voorafging]

Brandt lacht. ‘Weet je,’ zegt hij, ‘in de Bondsrepubliek van 1970 is niets onmogelijk. Het is niet te geloven hoe ver CDU en CSU gaan in hun streven om de macht weer naar zich toe te trekken. En van welke middelen ze zich bedienen!’
Die middag is hij vóór zijn ontmoeting met Wehner en Bar, vertrouwelijk geïnformeerd over lekken in het ambtelijk apparaat.
Hij schudt zijn hoofd.
‘In het eerste jaar van mijn kanselierschap,’ zegt hij, ‘niet minder dan 54 gevallen van verraad van geheimen. Begaan door lieden die de SPD-FDP-regering uitverkoop van Duitse belangen toedichten. Je weet dat de ontwerptekst van het verdrag met de Sovjetunie op de open markt verhandeld werd. En hoe moeilijk daardoor de verdere onderhandelingen waren. Wat er sindsdien gebeurt, is nog veel erger.’
‘En het onderzoek?’ zegt Guillaume.
Maar Brandt luistert niet. ‘De bevoegde organen zijn door en door verpolitiekt,’ zegt hij.
‘Er wordt een routinematig onderzoek ingesteld,’ begrijpt Guillaume, ‘dat niets oplevert.’
‘Er worden verdachten aangewezen,’ zegt Brandt kwaad, ‘die godbetert al lang dood zijn. En de oppositie loopt de deur plat in Washington. En in Londen. En in Parijs. Maar daar is de taxatie van onze politiek godzijdank een stuk realistischer dan bij onze vrienden van het CDU. Dus we gaan door. We roeien met de riemen die we hebben.
We vervullen onze roeping.
Voor de Duitse natie, zou ik bijna zeggen.
En voor Europa.
De toekomst. Is maakbaar.’


zaterdag 9 september 2023

411. Een donkere nacht

[Wat voorafging]


2220 u. Het is zover. Kasinke ziet Emmerich Gerhard het teken geven. De mannen sluipen langs asfaltpaden waar de bladeren nog niet zijn opgeveegd. Rechts van hen de Grundwasserteich, met vage geluiden van eenden, die in hun slaap zijn gestoord.
Hier! Dit is de plaats die voor de aanslag is uitgekozen. Gerhard wijst. De mannen nemen hun posities in, links van het asfaltpad. Hurken in het struikgewas. En wachten.
Er klinkt een fluitje.
Overal om het team heen kraken takken. Er klinken droge klikken van wapens die worden ontgrendeld. Uit het struikgewas rijzen zes, zeven, acht donkere gedaanten op.
Kasinke grijpt naar zijn wapen, maar hij bevriest als hij de korte lopen van de automatische pistolen van hun belagers omhoog ziet komen.
De mannen steken hun handen op, en laten zich wegvoeren, naar achteren, verder de struiken in.
Twee, drie donkere gestalten ontfermen zich over de spullen die ze op de plek van de hinderlaag hebben achtergelaten. De anderen duwen tegen hun schouders, dringen hen tegen elkaar. Forse kerels zijn het. Militairen, met hun stijve bekken, hun gezwollen kaakspieren. Ze stinken naar DDR. Dat chemische luchtje, dat kamferluchtje. Zelfgenoegzaamheid stralen ze uit.
Tevredenheid over hun succes.
Triomf zelfs.
Op een kleine open plek, tussen ontbladerde hazelaarstruiken, staat iemand te wachten. Een lange vent, intellectueel type, met van dat zijdeachtige witte haar. Iemand van een bedrieglijke zachtaardigheid.
Hij klakt licht met de hakken, terwijl hij Gerhard de hand reikt.
‘Herr Kommissar Gerhard,’ zegt hij. ‘Aangenaam. Wolf is mijn naam. Staatssicherheitsdienst. DRR.’
Emmerich Gerhard, de bivakmuts van zijn hoofd getrokken, met rechtopstaande haren, kijkt hem onbewogen aan.
‘Het spijt mij het u te moeten meedelen, maar uw operatie is afgelast.’



vrijdag 8 september 2023

410. Een donkere nacht

[Wat voorafging]

‘Democratisering,’ zegt Brandt. ‘Hoever gaan we met democratisering? Als we de weg inslaan die aan de universiteiten wordt bepleit, en in de straten van Berlijn, in de demonstraties van de zogenaamde APO, zetten we de deur open voor chaos. Dat heeft geen toekomst. Dat is duidelijk. Maar moet dat reden zijn om volledig in het defensief te gaan? Is er geen tussenweg? Een waarachtig progressieve benadering, waarbij er geen sprake van is dat de teugels worden losgelaten, maar waarbij de emancipatie van de burger serieus wordt genomen. De mondige burger, dat is toch niet alleen een politieke leus?’
‘Het bevalt mij hier niet Willy,’ zegt Guillaume nog een keer, waarschuwend.
‘Wat bedoel je?’ zegt Brandt verbaasd.
‘Het is hier niet veilig.’
‘Ach kom!’
‘Er heeft hier kort geleden nog een aanranding plaatsgevonden.’
‘Een aanranding.’ Brandt lacht. ‘Op wie van ons beiden hebben ze het gemunt, denk je?’
Guillaume mompelt wat.
Maar Brandt luistert niet. Hij laat zich, zoals vaak op dit soort avondlijke wandelingen, meeslepen door zijn behoefte om zijn gedachten een gearticuleerde, in het publieke debat bruikbare vorm te geven.
‘Het is zinvol om ook andere maatschappelijke sectoren dan alleen de overheidsinstituties te doordringen van het democratisch gedachtegoed,’ zegt hij peinzend. ‘Democratie is een groot goed. Maar het is niet zo dat men alle maatschappelijke terreinen formeel, en, hoe zal ik het zeggen, bureaucratisch, moet democratiseren. We moeten reëel zijn. Waar democratisering op het programma staat, is niet te allen tijde en a priori ook een bereidheid aanwezig tot verdraagzaamheid en efficiëntie.’
Guillaume kijkt nog steeds wantrouwend om zich heen.
‘Het is moeilijk,’ zegt Brandt. ‘We zullen voor de zoveelste keer het kunststukje moeten volbrengen om het juiste midden te vinden. De enige, o zo kwetsbare plek, waar alles in evenwicht blijft. En dat terwijl de oppositie en masse staat te springen op de rechterkant van onze balanceerstok, en de militanten op de linker.’
Hm, dat is misschien niet zo’n gelukkige beeldspraak.


donderdag 7 september 2023

409. Een donkere nacht

[Wat voorafging]

2215 u. Het is een donkere nacht. Het soort donkerheid dat bij de winter hoort, als de hemel bewolkt is en er sneeuw in de lucht zit. Kasinke is gespannen. Net als de andere mannen. De spanning is voelbaar. Niemand zegt iets. Kasinke, met nietsziende ogen, staart door de voorruit van de auto. Hij heeft een hoer geschopt. Oké. Maar in werkelijkheid is het nog veel belachelijker. Een geldkwestie. Een paar honderd mark geleend uit een onkostenpot. Peanuts. En alleen geleend. Voor een goed doel. Een vriend die onverwacht krap bij kas zat. Zo onbenullig. En zo weinig begrip. Foetsj. Spullen inleveren en wegwezen.
Maar nu is hij back in business. Goed, niet echt legaal, maar in ieder geval semilegaal. Speciale operatie. Heftig misschien. Maar wie is hij om te oordelen. Er zijn wel meer rare dingen gebeurd. Na afloop een borrel. En als het meezit over een paar jaar een lintje. Kasinke kijkt naast zich. Naar Gerhard, die onbewogen op de weg kijkt en het stuur door zijn handen laat glijden.
De eerste fase van de operatie verloopt vlekkeloos. De bestelauto vindt snel en ongehinderd het startpunt van de operatie aan de Hanseatenweg, bij de Akademie für Künste. In de verte dreunt, ook om 10 u ‘s avonds, het verkeer van Berlijn. Maar deze plek is uitgestorven. De mannen stappen uit. Gerhard gaat voor. Over het hek, langs het dode gebouw, de struiken in. Hij heeft deze route kennelijk bestudeerd. Hij leidt het team zonder een ogenblik te aarzelen naar de plek waar ze zich zullen omkleden.
Het is hier pikdonker, en het ziet er angstaanjagend uit. De struiken zijn borstelig van de kou.
‘Min vijf graden,’ zegt Kasinke, die de thermometer onder zijn beheer heeft.
De mannen trekken hun monochrome grijze overalls aan. Ze trekken, tegen de kou, de bivakmutsen vast over hun hoofd. Kasinke ziet dat Emmerich Gerhard precies dezelfde overall draagt als de andere teamleden. Het enige verschil is de band om zijn bovenarm die aangeeft dat hij het commando voert.
De wapens hangen gebruiksklaar over de schouders. Vier Skorpion vz/62 machinepistolen, ideale wapens voor operaties van korte afstand, die zo nodig met één hand afgevuurd kunnen worden, maar die, op automatisch, 700 schoten per minuut kunnen afgeven.
De spanning is hoog. De mannen ademen zwaar.
Maar ze bewegen niet.
Alles verloopt volgens plan.


woensdag 6 september 2023

408. Willy Brandt

[Wat voorafging]

Günther Guillaume heeft een opschrijfboekje uit de zak van zijn winterjas gehaald, waarin hij, ingespannen turend onder het licht van de lantaarns, met een potloodstompje notities maakt.
‘Ik maak aantekeningen, Willy.’
‘Voor je memoires?’
‘Voor mijn memoires.’
‘Wel, schrijf dan maar op.’ Brandt haalt zijn handen uit zijn zakken en maakt een retorisch gebaar. ‘Sommige mensen vragen zich af of de wereld rationeel is.’ Hij pauzeert even, half en half hopend op een reactie van Guillaume. Maar die komt niet, zoals hij wel weet. Dus gaat hij door. ‘Onze regering heeft geen toekomst, heeft kameraad Kresse uit Bremen gezegd. Geen toekomst. En waarom niet?’ Hij aarzelt even en verbetert zichzelf. ‘De binnenlandse politiek die onze regering voert heeft geen toekomst, zegt kameraad Kresse.’
‘Is dat zo?’ zegt Guillaume voorzichtig.
Brandt grimlacht. ‘Dit moet het congres zijn van de Oostpolitiek,’ zegt hij. ‘Van de plaats van de Bondsrepubliek in Europa en in de wereld. Maar wat gebeurt er, het zijn binnenlandse ontwikkelingen waarop zich de aandacht richt.’
Het is inmiddels al na tienen, en Brandt zit misschien niet helemaal goed in zijn vel, maar hij is ondanks de lange dag die hij achter zich heeft nog redelijk fit en scherp. ‘Waar het om gaat,’ zegt hij afgemeten, ‘is dat we meer democratie wagen. Democratisering, dat is het woord.’ Hij kijkt naar de man naast zich. ‘Wat denk jij daar eigenlijk van, Guillaume?’
Guillaume haalt zijn schouders op.
‘Niet veel, he? Democratisering, dat is niet jouw piece of cake, wat?’
‘Ik weet het niet,’ zegt Guillaume kribbig. ‘Het is vaak, zoals ik het zie, veel geschreeuw en weinig wol.’ Hij slaat zijn aantekenboekje dicht en bergt het op. Met dezelfde beweging haalt hij uit zijn binnenzak zijn onafscheidelijke donkere bril, die hij ondanks de duisternis opzet.
‘Het bevalt me hier niet,’ zegt hij ongerust.
Maar Brandt negeert dat. ‘Jij bent een geboren conservatief,’ zegt hij plagend.
‘Ik ben een sociaaldemocraat, net als jij.’
‘Ja, ja,’ zegt Brandt. ‘Ik heb dat al eerder gezegd, het een sluit het ander niet uit. Je kunt je zelfs, je kunt je zelfs een situatie voorstellen, hoe zal ik het zeggen, een situatie van recessie, of een situatie waarin de rechtse krachten sterk zijn, waarin de sociaaldemocratie, als stroming, conservatief georiënteerd is. Om wat verworven is veilig te stellen. Maar in de huidige context ligt dat anders. Als de maatschappelijke krachten naar links neigen, ligt bij ons de taak aan de progressieve tendensen een vorm te geven.’
Brandt legt zijn handen op zijn rug en verlengt zijn pas.



dinsdag 5 september 2023

407. Willy Brandt

[Wat voorafging]


2210 uur. Brandt heeft zich na zijn ontmoeting met de pers even opgefrist, en is daarna in het gezelschap van Günther Guillaume, zijn vertrouwde adviseur, het park ingelopen. Het is een wandeling die hij in de tijd dat hij burgemeester was hier in Berlijn wel honderd keer heeft gemaakt. Het kasteelpark, Englischer Garten. De statig slingerende, geasfalteerde paden. De gazons, de romantisch aangelegde, steeds wisselende groepen bomen en struiken. Er is rond deze tijd niemand op de been. De bomen, de struiken, de gazons liggen er in de vrieskou en onder het licht van de lantaarns bij als een plaatje.
Helemaal tevreden is Brandt niet. Hij heeft weer ruzie gemaakt met Rut. De reis naar Berlijn heeft langer geduurd dan verwacht. En het overleg met Wehner was, zoals wel vaker, grimmig. Katholieken. Dat zijn machiavellisten van huis uit. Ook het eten op het Slot Bellevue is niet goed gevallen. En in zijn gesprek met de pers heeft hij om de een of andere reden de juiste toon niet weten te treffen. Een van de journalisten, een jonge vent die hij nog niet eerder had ontmoet - werkt voor Der Spiegel, denkt hij - zaagde hem hinderlijk door over de politieke perspectieven na het verdrag met de Polen. Een zekere Kresse, een SPD-raadslid uit Bremen, zou hebben gezegd dat de binnenlandse politiek van Brandts regering geen toekomst had. Hij had daar uitgebreid op geantwoord. Met een keur van argumenten. ‘Het was niet rationeel…’
Maar de jongen had hem met een laatdunkend lachje onderbroken. ‘Wat rationeel,’ zei hij. Hij was, voor een zo jong iemand, belachelijk cynisch. ‘De wereld is toch niet rationeel, Herr Bundeskanzler.’ Brandt schudt het hoofd. Beschamend is dat. Defaitistisch. Natuurlijk is de wereld rationeel. Ten diepste is de wereld rationeel. En zijn regering heeft natuurlijk wel degelijk toekomst. Zijn regering heeft alle toekomst van de wereld. En die toekomst is rationeel. Is maakbaar. De mens is in staat de toekomst vorm te geven. Dat is een grondgedachte van de sociaaldemocratie.
Maar de opmerking van de snotneus knaagt. 
Brandt wendt zich tot zijn metgezel, die, zoals altijd als hij met hem alleen is, een paar passen achter hem loopt.
‘Guillaume, Lieber, wat voer je uit?’



maandag 4 september 2023

406. De bus rijdt

[Wat voorafging]

Gerhard komt binnen.
Ze kijken op hun horloges. 2120.
Gerhard groet de mannen en gaat aan de tafel zitten.
‘Alles kits, chef?’
Hij knikt.
‘Je denkt dat het bijna zover is?’
Gerhard gebaart: wachten.
Ze zwijgen.
En wachten.
2130.
2140.
De portofoon boven Schulzes brits kraakt.
‘Alpha, alpha, Charlie hier. Over.’
Schulze gaat op zijn knieën zitten en bedient het apparaat. ‘Ja Charlie, kom er maar in.’
‘X-ray!’ zegt de stem van Schlesinger. ‘X-ray.’
‘ X-ray,’ zegt Schulze. ‘Begrepen.’
‘Hij is gaan wandelen. Vijf minuten geleden.’ Schulze kijkt uit zijn ooghoek naar Gerhard, die niet beweegt. ‘Ja, ja,’ zegt hij. ‘Begrepen.’
‘Hij is met Guillaume,’ zegt Schlesinger. ‘Met Günther Guillaume. Alleen zij twee.’
‘Begrepen.’
Even is het stil aan de andere kant. Dan barst Schlesinger los. ‘Te gek man, echt gewoon te gek. Jullie gaan los? Nu?’
‘Begrepen!’
‘Ik hoor hier trouwens een nieuwtje,’ gaat Schlesinger verder. Hij is zeker gek geworden. Of hij heeft zijn tong niet meer onder controle.
‘Die Guillaume, he, dat is waarschijnlijk een DDR-agent.’
Gekraak, gekraak.
Gerhard staat op van tafel en grijpt de portofoon.
‘Het is rare wereld, weet je,’ grinnikt Schlesinger door het gekraak heen.
‘Wat zeg je man,’ snauwt Gerhard. ‘Ik versta je niet.’
‘Rare wereld,’ zegt Schlesinger.
‘Ja, klaar,’ zegt Gerhard.
Hij schakelt de portofoon uit.
De teamleden zijn van hun britsen gekomen.
‘X-ray,’ zegt Schulze. ‘En Yankee en Zulu. En sluiten.’
Gerhard steekt de portofoon in zijn zak en maakt een gebaar.
De mannen lopen naar de tafel bij de muur. Dit is perfect geoefend. Ze pakken een voor een hun uitrusting van de tafel. Hangen de geweren aan hun schouder en glippen naar buiten. De stenen treden van de trap op. Voor de deur geparkeerd staat een geblindeerde bestelbus. Grauw in de grauwe winternacht. Kessler en Schulze openen de deur van de laadbak. Gerhard glijdt achter het stuur. Kasinke naast hem.
De bus rijdt weg.



zondag 3 september 2023

405. De bus rijdt

[Wat voorafging]

Het is inmiddels negen uur geweest. De teamleden liggen op hun britsen en luisteren naar het gekraak van de portofoon. Naarmate X-ray nadert, stijgt de spanning. De mannen worden meliger en meliger. Nu gaat het zelfs al over de vergoeding die ze voor deze actie krijgen, een onderwerp dat tot dusver taboe was. Kasinke begint er zelf over.
‘Wat vang jij hier eigenlijk voor?’ vraagt hij aan Schulze.
‘Jij?’
Hij haalt zijn schouders op.
‘Nou?’
‘Vijf mille?’ zegt Kasinke aarzelend.
‘Zes mille,’ blaft Kessler vanaf zijn brits.
‘Zes mille,’ echoot Schulze onmiddellijk.
‘Hoe kan dat?’ zegt Kasinke, boos overeindkomend.
Schulze haalt zijn schouders op. ‘Ik weet niet,’ zegt hij. ‘Het zal wel de mate van deskundigheid zijn.’
Dat brengt Kasinke tot zwijgen. Maar even later is zijn woede zo hoog opgelopen dat hij toch zijn mond niet kan houden. ‘Waarom ben jij er eigenlijk uitgevlogen?’ vraagt hij Schulze.
Die grijnst. ‘Hoer klappen gegeven,’ zegt hij.
Ze lachen.
‘Ja zo gaat dat. En jij?’
Kasinke haalt zijn schouders op.
‘Ook hoeren geschopt,’ constateert Kessler.
‘En nu? Je rijdt op een taxi he?’
‘Yep.’
‘En je werkt voor Metzger?’
‘Voor die lul?’ zegt Kessler.
‘Ik werk niet voor die lul,’ zegt Kasinke verontwaardigd. ‘Mijn baas...’
‘NPD?’ vraagt Kessler.
‘NPD?’ zegt Kasinke. ‘Donder toch op. Dat heb ik toch al eerder gezegd. Dat zijn Halbstarken. Tuig van de richel. Daar willen we niks mee te maken hebben.’
‘We? Wie zijn we?’
‘Wij,’ zegt Kasinke
‘Wat denken wij?’ zegt Schulze.
‘De wereld is rot,’ zegt Kessler gehoorzaam.
‘En hoe komt dat?’
‘Door de linksen.’
Kessler giechelt dom.
‘Stil!’ zegt Schulze.
Buiten wordt een geluid hoorbaar. De deur gaat open. Er loopt iemand de trap af.



zaterdag 2 september 2023

404. Opschalen

[Wat voorafging]

Het is inmiddels zeven uur geweest. Ludwig geeft zijn secretaris opdracht iets te eten te bestellen. Tijdens het eten neemt hij met Eberle de hele affaire nog eens stap voor stap door. Ze komen tot de conclusie dat, zeker zolang er geen nadere informatie beschikbaar is, het moment nog niet is aangebroken om in te grijpen.
Maar dat verandert kort na negen uur.
Frau Treppke vraagt belet. Ze heeft nadere informatie, zegt ze. Haar dienst heeft inmiddels vastgesteld dat een van de rechtsradicalen die in de verklaring van Gutschein genoemd zijn sinds dinsdag jongstleden van het toneel is verdwenen. Kasinke, Horst Kasinke, de ex-politieman die in het verleden met Emmerich Gerhard heeft samengewerkt, en die in 1968 uit de dienst is ontslagen. Kasinke is dinsdag niet komen opdagen bij zijn werkgever en is sinds dat moment spoorloos.
En ze weet nog meer. In Frankfurt en Bad Homburg zijn rond dezelfde tijd twee andere ex-politieambtenaren verdwenen, die net als Kasinke in het onderzoek van haar dienst naar voren zijn gekomen. Een Karl-Heinz Schulze en een Michael, of Mick Kessler. Beide mannen zijn net als Kasinke in het verleden betrokken geweest bij semilegale operaties. Beiden hebben daarbij met Gerhard samengewerkt. Beide mannen worden verdacht van rechtsradicale sympathieën.
Ludwig en Eberle knikken ernstig.
Daar is kennelijk iets aan de hand.
Maar opnieuw: kunnen er harde conclusies uit worden getrokken?
Ze discussiëren erover. Maar tegen tienen veranderen de condities opnieuw. Op het telefoontoestel in de conferentiezaal komt een gesprek binnen voor Frau Treppke.
Treppke luistert met een strak gezicht. Ze maakt notities. En legt de hoorn neer.
‘Dit lijkt me doorslaggevend,’ zegt ze. ‘Ik krijg hier net het bericht dat mijn dienst erin is geslaagd de man te identificeren die indertijd de detonators heeft geleverd voor de aanslag op de heer Pohl. Het is een zekere kapitein Lothar Meiss.’
Ze noemt zijn dienstonderdeel en zijn standplaats.
‘Er is gesproken met kapitein Meiss, en hij heeft verklaard dat hij in opdracht van de Federale Recherche uitrusting heeft geleverd aan Herr Gerhard. Woensdag jongstleden. Het gaat om automatische geweren van het type Skorpion vz. 62. Vier stuks. Verder: bivakmutsen, camouflagepakken, portofoons… Wilt u de lijst zien?
‘Automatische geweren?’ zucht Eberle.
‘Dat doet de deur dicht,’ zegt Ludwig.
‘U bent overtuigd?’
‘Er moet opgeschaald worden,’ zegt Ludwig. ‘Het beveiligingsniveau rond de Bondskanselier moet worden verhoogd.’
‘Wanneer?’ zegt Eberle.
‘Vanavond nog,’ zegt Ludwig. ‘Nu.’
Hij buigt zich over de tafel en schuift de telefoon naar Frau Treppke, zodat ze onmiddellijk het Bundesamt für Verfassungsschutz kan bellen om de nodige maatregelen te nemen.



vrijdag 1 september 2023

403. Opschalen

[Wat voorafging]

In Karlsruhe, in het gebouw van de Bundesanwaltschaft, is na de verklaring van Gudrun Treppke een impasse ontstaan. Treppkes standpunt is duidelijk. Het Bundesamt für Verfassungsschutz meent dat de beschikbare feiten aanleiding geven om in te grijpen. Om tenminste het beveiligingsniveau rond de Bondskanselier op te voeren. Maar Ludwig en Eberle zijn daar niet zo zeker van. Want wat zijn de feiten? Dat de Federale Recherche het initiatief heeft genomen tot een infiltratie in de Roodfrontgroep lijkt onbetwistbaar. Het was kennelijk een operatie die werd uitgevoerd vanuit de Sicherungsgruppe Bonn. En die onder de diepste geheimhouding moest plaatsvinden. Een probleem is dat van de direct betrokkenen tot dusver niemand bereikt is voor commentaar. En dat de informatie waarover ze beschikken nog steeds in hoge mate speculatief is. Dat geldt in ieder geval voor wat de heer Gutschein en zijn collega’s hebben verklaard. Deduceren en combineren op huiskamerniveau, meer is dat niet. Maar ook de informatie die Frau Treppke ter tafel heeft gebracht hangt uiteindelijk van onzekerheden aan elkaar. Welke harde aanwijzingen zijn er dat er bij deze infiltratie inderdaad rechtsradicalen betrokken zijn? En waarop zijn de vermoedens gebaseerd dat deze operatie tegen de Bondskanselier is gericht? Frau Treppke heeft op vragen daarover geen bevredigende antwoorden. Ze heeft in feite in het geheel geen antwoorden. Alleen dat haar dienst van mening is dat het dreigingsniveau hoog is. Hoog genoeg om een aanzienlijke uitbreiding van de beveiliging rond de Bondskanselier te rechtvaardigen. Maar op dit moment? Juist op het moment dat de partij van de Bondskanselier een congres organiseert om een belangrijk politiek succes te vieren? Is dat prudent? Wat zullen daar de consequenties van zijn? Hoe zeker zijn ze eigenlijk dat deze affaire meer is dan, bijvoorbeeld een politieke intrige? De Federale Recherche valt uiteraard onder Genscher, de Minister van Binnenlandse Zaken, maar het is natuurlijk sinds jaar en dag een bolwerk van de Christendemocraten. Generalbundesanwalt Ludwig heeft behoefte aan nader beraad en verzoekt Frau Treppke zich terug te trekken, maar zich beschikbaar te houden.