Na het weekend wordt het kantoor gebeld door een medewerkster van ‘Steunpunt Düsseldorf’ zoals ze het tegen Gerda Pfau noemt. Ilse heet het meisje, een onnozel schaap, dat afspraken wil maken over ‘het liaison’. Fischler verwijst haar door naar Ronald Weiss, en moet later van hem horen dat er is afgesproken dat Weiss zelf en Hahn, zich beurtelings, dagelijks om 10 u ‘s ochtends, in Düsseldorf zullen vervoegen ‘met al het materiaal dat relevant is’.
En wat is relevant? vraagt Fischler ijzig.
Weiss bloost. ‘Alle dienstberichten die verband houden met de Staüberle/Konopka bende?’ vraagt hij. ‘En alle analyses die het bureau van dat materiaal maakt?’
Fischler perst zijn lippen op elkaar en knikt.
‘En het stuk van Rudi Drechsler?’ vraagt Weiss.
‘Drechsler?’ zegt Fischler onwillig. ’Hm, ik weet niet of dat stuk helemaal rijp is,
‘Herr Gerhard zei…’
‘Ja, ik weet wat Gerhard zei. Misschien kunt u nog even een exemplaar op mijn bureau leggen, dan zal ik het bekijken.’
En wat is relevant? vraagt Fischler ijzig.
Weiss bloost. ‘Alle dienstberichten die verband houden met de Staüberle/Konopka bende?’ vraagt hij. ‘En alle analyses die het bureau van dat materiaal maakt?’
Fischler perst zijn lippen op elkaar en knikt.
‘En het stuk van Rudi Drechsler?’ vraagt Weiss.
‘Drechsler?’ zegt Fischler onwillig. ’Hm, ik weet niet of dat stuk helemaal rijp is,
‘Herr Gerhard zei…’
‘Ja, ik weet wat Gerhard zei. Misschien kunt u nog even een exemplaar op mijn bureau leggen, dan zal ik het bekijken.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten