dinsdag 12 september 2023

414. Epiloog

 [Wat voorafging]

Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfau tegen het lijf loopt, die net uit de postkamer komt.
‘O, Herr Gutschein,’ zegt ze. ‘Wacht even. Er is geloof ik een brief voor u bij.’
Ze legt de stapel dienstberichten die ze in haar armen heeft onhandig op de console halverwege de gang en bladert door het stapeltje post dat ze ook bij zich heeft. Ze vist er een brief uit met het logo van de Federale Recherche, die ze aan Gutschein overhandigt. Terwijl die de brief met zijn wijsvinger openritst en haastig doorleest, blijft ze nieuwsgierig staan kijken. Ze ziet hoe er tijdens het lezen een brede glimlach verschijnt op het doorgaans zorgelijke, een beetje pafferige gezicht van de PR-medewerker.
‘Dit is een promotiebrief,’ zegt hij ongelovig.
‘Een promotiebrief?’ zucht de Pfauin.
‘O Gerda,’ zegt Gutschein enthousiast. ‘Ze maken me Referendaris I.’
Hij propt de brief in de zak van zijn colbert, en maakt aanstalten om haar op te tillen.
Maar de Pfauin deinst verschrikt terug.
‘Doet u maar niet, Herr Gutschein,’ zegt ze.
‘Wat is er?’ zegt Gutschein verward.
‘O niets. Ik ben zwanger denk ik.’
‘Je bent… Gerda! Al lang?’
‘Nee, dat niet,’ zegt Gerda Pfau. ‘Maar je kunt toch beter voorzichtig zijn.’

Later, op een onbewaakt ogenblik, sluipt hij haar werkkamer binnen.
Ze kijkt op uit haar ondoorgrondelijke bezigheden, en glimlacht bleek.
‘Gerda,’ zegt hij. ‘Zwanger. Dat wist ik helemaal niet.’
‘Nee,’ zegt ze bedeesd. ‘Niemand weet er nog van.’
‘Maar van wie ben je zwanger?’ zegt hij. ‘Wie is de vader?’
Ze haalt haar schouders op.
‘O,’ zegt ze aarzelend. ‘Iemand. Ik weet niet.’

EINDE

maandag 11 september 2023

413. Epiloog

[Wat voorafging]

De winter is venijnig, maar duurt korter dan verwacht. Half maart doen zich al de eerste zachte, lenteachtige dagen voor. Op het kantoor van de Sicherungsgruppe Bonn is het incident met de coördinator Emmerich Gerhard al weer bijna vergeten. Herr Dr. Adalbert Fischler zetelt sinds het begin van het nieuwe jaar in hernieuwde glorie achter zijn bureau. Fricke zet zijn koffie als vanouds. De routine van het dagelijkse werkoverleg om tien uur is in ere hersteld. Alois Hahn is daarbij niet langer aanwezig. Hij heeft ander werk gevonden, een beleidsfunctie bij het bureau van de Technische Universiteit in Freiburg. Gerd Kaminsky is vervroegd met pensioen gegaan.
In de conferentiezaal waar de medewerkers van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden dagelijks bijeenkomen heeft een verbouwing plaatsgevonden. De twee ramen die tijdens of na de oorlog waren dichtgemetseld zijn opengebroken. Om het daglicht in de zaal te toe laten, zei Fischler. De zware fluwelen gordijnen zijn vervangen en de grote rococospiegel naast de toegangsdeur heeft het veld moeten ruimen.
Het inlichtingenwerk van het Coördinatiepunt heeft sinds het vorig jaar een grote vlucht genomen. De documentatieafdeling van Rudi Drechsler is zo omvangrijk geworden dat hij met een deel ervan verhuisd is naar de begane grond. De nieuwe benadering van het extremisme die Dr. Fischler eind oktober heeft ontworpen is inmiddels in uitvoering genomen. Niet meer alleen het verzamelen van informatie over politiek gemotiveerde gewelddaden, het analyseren van die informatie en het communiceren van de resultaten met de buitenwacht: er wordt vanuit de Sicherungsgruppe hard gewerkt aan het tot stand brengen van een vertrouwensrelatie met familieleden, vrienden en kennissen van de bekende terroristen. Er is zelfs een fonds gevormd voor de financiële ondersteuning van deze mensen. Ronald Weiss is bij deze revolutionaire aanpak - die ook in het buitenland aandacht trekt - de centrale figuur. Hij wordt bijgestaan door een nieuwe collega, Berti Voigt, die op het bureau aan de Liebknechtstrasse door iedereen hoog wordt gewaardeerd.
De crisis rond het terrorisme bereikt intussen steeds nieuwe hoogtepunten. De door Roodfront tijdens de winter geplande voorjaarscampagne is van start gegaan met aanslagen op een Amerikaanse kazerne en een politiebureau in Augsburg. Er vinden twee nieuwe bankovervallen plaats. Er vallen drie doden. In Berlijn, in een telefooncel, sterft, doorzeefd door politiekogels, een jongen van een anarchistische organisatie die weinig met de Roodfrontbeweging van doen heeft. Een andere jongeman wordt bij een joyriding abusievelijk voor een lid van de terroristenbende aangezien en doodgeschoten. En er wordt, voor het eerst, een politieman gedood, in een vuurgevecht, als hij met een collega bij een toevallige verkeerscontrole een auto aanhoudt, met daarin Staüberle en een van de andere groepsleden.



zondag 10 september 2023

412. Een donkere nacht

[Wat voorafging]

Brandt lacht. ‘Weet je,’ zegt hij, ‘in de Bondsrepubliek van 1970 is niets onmogelijk. Het is niet te geloven hoe ver CDU en CSU gaan in hun streven om de macht weer naar zich toe te trekken. En van welke middelen ze zich bedienen!’
Die middag is hij vóór zijn ontmoeting met Wehner en Bar, vertrouwelijk geïnformeerd over lekken in het ambtelijk apparaat.
Hij schudt zijn hoofd.
‘In het eerste jaar van mijn kanselierschap,’ zegt hij, ‘niet minder dan 54 gevallen van verraad van geheimen. Begaan door lieden die de SPD-FDP-regering uitverkoop van Duitse belangen toedichten. Je weet dat de ontwerptekst van het verdrag met de Sovjetunie op de open markt verhandeld werd. En hoe moeilijk daardoor de verdere onderhandelingen waren. Wat er sindsdien gebeurt, is nog veel erger.’
‘En het onderzoek?’ zegt Guillaume.
Maar Brandt luistert niet. ‘De bevoegde organen zijn door en door verpolitiekt,’ zegt hij.
‘Er wordt een routinematig onderzoek ingesteld,’ begrijpt Guillaume, ‘dat niets oplevert.’
‘Er worden verdachten aangewezen,’ zegt Brandt kwaad, ‘die godbetert al lang dood zijn. En de oppositie loopt de deur plat in Washington. En in Londen. En in Parijs. Maar daar is de taxatie van onze politiek godzijdank een stuk realistischer dan bij onze vrienden van het CDU. Dus we gaan door. We roeien met de riemen die we hebben.
We vervullen onze roeping.
Voor de Duitse natie, zou ik bijna zeggen.
En voor Europa.
De toekomst. Is maakbaar.’


zaterdag 9 september 2023

411. Een donkere nacht

[Wat voorafging]


2220 u. Het is zover. Kasinke ziet Emmerich Gerhard het teken geven. De mannen sluipen langs asfaltpaden waar de bladeren nog niet zijn opgeveegd. Rechts van hen de Grundwasserteich, met vage geluiden van eenden, die in hun slaap zijn gestoord.
Hier! Dit is de plaats die voor de aanslag is uitgekozen. Gerhard wijst. De mannen nemen hun posities in, links van het asfaltpad. Hurken in het struikgewas. En wachten.
Er klinkt een fluitje.
Overal om het team heen kraken takken. Er klinken droge klikken van wapens die worden ontgrendeld. Uit het struikgewas rijzen zes, zeven, acht donkere gedaanten op.
Kasinke grijpt naar zijn wapen, maar hij bevriest als hij de korte lopen van de automatische pistolen van hun belagers omhoog ziet komen.
De mannen steken hun handen op, en laten zich wegvoeren, naar achteren, verder de struiken in.
Twee, drie donkere gestalten ontfermen zich over de spullen die ze op de plek van de hinderlaag hebben achtergelaten. De anderen duwen tegen hun schouders, dringen hen tegen elkaar. Forse kerels zijn het. Militairen, met hun stijve bekken, hun gezwollen kaakspieren. Ze stinken naar DDR. Dat chemische luchtje, dat kamferluchtje. Zelfgenoegzaamheid stralen ze uit.
Tevredenheid over hun succes.
Triomf zelfs.
Op een kleine open plek, tussen ontbladerde hazelaarstruiken, staat iemand te wachten. Een lange vent, intellectueel type, met van dat zijdeachtige witte haar. Iemand van een bedrieglijke zachtaardigheid.
Hij klakt licht met de hakken, terwijl hij Gerhard de hand reikt.
‘Herr Kommissar Gerhard,’ zegt hij. ‘Aangenaam. Wolf is mijn naam. Staatssicherheitsdienst. DRR.’
Emmerich Gerhard, de bivakmuts van zijn hoofd getrokken, met rechtopstaande haren, kijkt hem onbewogen aan.
‘Het spijt mij het u te moeten meedelen, maar uw operatie is afgelast.’



vrijdag 8 september 2023

410. Een donkere nacht

[Wat voorafging]

‘Democratisering,’ zegt Brandt. ‘Hoever gaan we met democratisering? Als we de weg inslaan die aan de universiteiten wordt bepleit, en in de straten van Berlijn, in de demonstraties van de zogenaamde APO, zetten we de deur open voor chaos. Dat heeft geen toekomst. Dat is duidelijk. Maar moet dat reden zijn om volledig in het defensief te gaan? Is er geen tussenweg? Een waarachtig progressieve benadering, waarbij er geen sprake van is dat de teugels worden losgelaten, maar waarbij de emancipatie van de burger serieus wordt genomen. De mondige burger, dat is toch niet alleen een politieke leus?’
‘Het bevalt mij hier niet Willy,’ zegt Guillaume nog een keer, waarschuwend.
‘Wat bedoel je?’ zegt Brandt verbaasd.
‘Het is hier niet veilig.’
‘Ach kom!’
‘Er heeft hier kort geleden nog een aanranding plaatsgevonden.’
‘Een aanranding.’ Brandt lacht. ‘Op wie van ons beiden hebben ze het gemunt, denk je?’
Guillaume mompelt wat.
Maar Brandt luistert niet. Hij laat zich, zoals vaak op dit soort avondlijke wandelingen, meeslepen door zijn behoefte om zijn gedachten een gearticuleerde, in het publieke debat bruikbare vorm te geven.
‘Het is zinvol om ook andere maatschappelijke sectoren dan alleen de overheidsinstituties te doordringen van het democratisch gedachtegoed,’ zegt hij peinzend. ‘Democratie is een groot goed. Maar het is niet zo dat men alle maatschappelijke terreinen formeel, en, hoe zal ik het zeggen, bureaucratisch, moet democratiseren. We moeten reëel zijn. Waar democratisering op het programma staat, is niet te allen tijde en a priori ook een bereidheid aanwezig tot verdraagzaamheid en efficiëntie.’
Guillaume kijkt nog steeds wantrouwend om zich heen.
‘Het is moeilijk,’ zegt Brandt. ‘We zullen voor de zoveelste keer het kunststukje moeten volbrengen om het juiste midden te vinden. De enige, o zo kwetsbare plek, waar alles in evenwicht blijft. En dat terwijl de oppositie en masse staat te springen op de rechterkant van onze balanceerstok, en de militanten op de linker.’
Hm, dat is misschien niet zo’n gelukkige beeldspraak.


donderdag 7 september 2023

409. Een donkere nacht

[Wat voorafging]

2215 u. Het is een donkere nacht. Het soort donkerheid dat bij de winter hoort, als de hemel bewolkt is en er sneeuw in de lucht zit. Kasinke is gespannen. Net als de andere mannen. De spanning is voelbaar. Niemand zegt iets. Kasinke, met nietsziende ogen, staart door de voorruit van de auto. Hij heeft een hoer geschopt. Oké. Maar in werkelijkheid is het nog veel belachelijker. Een geldkwestie. Een paar honderd mark geleend uit een onkostenpot. Peanuts. En alleen geleend. Voor een goed doel. Een vriend die onverwacht krap bij kas zat. Zo onbenullig. En zo weinig begrip. Foetsj. Spullen inleveren en wegwezen.
Maar nu is hij back in business. Goed, niet echt legaal, maar in ieder geval semilegaal. Speciale operatie. Heftig misschien. Maar wie is hij om te oordelen. Er zijn wel meer rare dingen gebeurd. Na afloop een borrel. En als het meezit over een paar jaar een lintje. Kasinke kijkt naast zich. Naar Gerhard, die onbewogen op de weg kijkt en het stuur door zijn handen laat glijden.
De eerste fase van de operatie verloopt vlekkeloos. De bestelauto vindt snel en ongehinderd het startpunt van de operatie aan de Hanseatenweg, bij de Akademie für Künste. In de verte dreunt, ook om 10 u ‘s avonds, het verkeer van Berlijn. Maar deze plek is uitgestorven. De mannen stappen uit. Gerhard gaat voor. Over het hek, langs het dode gebouw, de struiken in. Hij heeft deze route kennelijk bestudeerd. Hij leidt het team zonder een ogenblik te aarzelen naar de plek waar ze zich zullen omkleden.
Het is hier pikdonker, en het ziet er angstaanjagend uit. De struiken zijn borstelig van de kou.
‘Min vijf graden,’ zegt Kasinke, die de thermometer onder zijn beheer heeft.
De mannen trekken hun monochrome grijze overalls aan. Ze trekken, tegen de kou, de bivakmutsen vast over hun hoofd. Kasinke ziet dat Emmerich Gerhard precies dezelfde overall draagt als de andere teamleden. Het enige verschil is de band om zijn bovenarm die aangeeft dat hij het commando voert.
De wapens hangen gebruiksklaar over de schouders. Vier Skorpion vz/62 machinepistolen, ideale wapens voor operaties van korte afstand, die zo nodig met één hand afgevuurd kunnen worden, maar die, op automatisch, 700 schoten per minuut kunnen afgeven.
De spanning is hoog. De mannen ademen zwaar.
Maar ze bewegen niet.
Alles verloopt volgens plan.


woensdag 6 september 2023

408. Willy Brandt

[Wat voorafging]

Günther Guillaume heeft een opschrijfboekje uit de zak van zijn winterjas gehaald, waarin hij, ingespannen turend onder het licht van de lantaarns, met een potloodstompje notities maakt.
‘Ik maak aantekeningen, Willy.’
‘Voor je memoires?’
‘Voor mijn memoires.’
‘Wel, schrijf dan maar op.’ Brandt haalt zijn handen uit zijn zakken en maakt een retorisch gebaar. ‘Sommige mensen vragen zich af of de wereld rationeel is.’ Hij pauzeert even, half en half hopend op een reactie van Guillaume. Maar die komt niet, zoals hij wel weet. Dus gaat hij door. ‘Onze regering heeft geen toekomst, heeft kameraad Kresse uit Bremen gezegd. Geen toekomst. En waarom niet?’ Hij aarzelt even en verbetert zichzelf. ‘De binnenlandse politiek die onze regering voert heeft geen toekomst, zegt kameraad Kresse.’
‘Is dat zo?’ zegt Guillaume voorzichtig.
Brandt grimlacht. ‘Dit moet het congres zijn van de Oostpolitiek,’ zegt hij. ‘Van de plaats van de Bondsrepubliek in Europa en in de wereld. Maar wat gebeurt er, het zijn binnenlandse ontwikkelingen waarop zich de aandacht richt.’
Het is inmiddels al na tienen, en Brandt zit misschien niet helemaal goed in zijn vel, maar hij is ondanks de lange dag die hij achter zich heeft nog redelijk fit en scherp. ‘Waar het om gaat,’ zegt hij afgemeten, ‘is dat we meer democratie wagen. Democratisering, dat is het woord.’ Hij kijkt naar de man naast zich. ‘Wat denk jij daar eigenlijk van, Guillaume?’
Guillaume haalt zijn schouders op.
‘Niet veel, he? Democratisering, dat is niet jouw piece of cake, wat?’
‘Ik weet het niet,’ zegt Guillaume kribbig. ‘Het is vaak, zoals ik het zie, veel geschreeuw en weinig wol.’ Hij slaat zijn aantekenboekje dicht en bergt het op. Met dezelfde beweging haalt hij uit zijn binnenzak zijn onafscheidelijke donkere bril, die hij ondanks de duisternis opzet.
‘Het bevalt me hier niet,’ zegt hij ongerust.
Maar Brandt negeert dat. ‘Jij bent een geboren conservatief,’ zegt hij plagend.
‘Ik ben een sociaaldemocraat, net als jij.’
‘Ja, ja,’ zegt Brandt. ‘Ik heb dat al eerder gezegd, het een sluit het ander niet uit. Je kunt je zelfs, je kunt je zelfs een situatie voorstellen, hoe zal ik het zeggen, een situatie van recessie, of een situatie waarin de rechtse krachten sterk zijn, waarin de sociaaldemocratie, als stroming, conservatief georiënteerd is. Om wat verworven is veilig te stellen. Maar in de huidige context ligt dat anders. Als de maatschappelijke krachten naar links neigen, ligt bij ons de taak aan de progressieve tendensen een vorm te geven.’
Brandt legt zijn handen op zijn rug en verlengt zijn pas.



414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...