zaterdag 31 december 2022

174. Gerhard

[Wat voorafging]

Is Schneider de infiltrant die hij nodig heeft? Gerhard denkt aan de scepsis van Winckelmann en Dehmel, en de moed zinkt hem in de schoenen. Maar de jongen is nog steeds als was in zijn handen. Met hangende schouders loopt hij voor Gerhard uit, de trap van gegalvaniseerd ijzer op die naar zijn kamer leidt. Binnen doet hij een halfslachtige poging zijn bravoure te herwinnen. Hij schudt de plastic zak leeg en spreidt de verfomfaaide bankbiljetten op tafel. Zonder Gerhard aan te kijken begint hij ze te sorteren, te koppen en op stapels te leggen. Een paar honderd mark. Gerhard kijkt toe, de handen in de zakken van zijn regenjas, zijn vinger in de sleutelring. Hij voelt de spanning. De kamer stinkt naar bier en sigaretten. Het bed is niet opgemaakt. Naast de deur hangt een kalender aan de wand, die is blijven steken bij mei ‘68. Gerhard loopt naar het raam en wrijft met een vinger over de dikke verflaag op de vensterbank, goorgeel van ouderdom of door de inwerking van de luchtvervuiling hier in het Ruhrgebied. Hij kijkt naar het flutschilderij aan de wand tegenover het bed.
‘Waar kijkt u naar?’ zegt Schneider met zijn kenmerkende, wat schorre stem. Hij wendt zijn blik niet af van zijn bezigheden. Gerhard antwoordt niet. De jongen knielt om zijn stash open te maken, een losse plank onder het vloerkleed. Hij stopt het geld weg. En gaat op het bed zitten. Een brave scholier. Een toeschouwer bij zijn eigen drama. Gerhard zwijgt nog steeds.
Wat wilt u nou?’ vraagt de jongen tenslotte.
‘Het is tijd,’ zegt Gerhard. ‘Het is tijd dat je de kost gaat verdienen.’
‘Dat doe ik,’ zegt Schneider.
‘De deal is…’, zegt Gerhard.
‘Ik weet wat de deal is.’
‘Maar je doet niks.’
‘Hoe weet u dat ik niks doe?’
‘Ha,’ zegt Gerhard minachtend. ‘Op bed liggen. Zuipen. Die wijven naaien die hier in huis wonen.’
Schneider haalt zijn schouders op.
‘Het is lastig,’ zegt hij.
‘Wat is lastig?’
‘Ik heb ze gebeld. Ze vertrouwen me niet.’
‘Ze vertrouwen je niet?’
‘Ze willen weten wat er is misgegaan met de ontvoering.’
‘Dat hebben we besproken.’
‘Ja, dat heb ik gezegd. Het jochie was ziek. Ik kon er niet bijkomen.’
‘Nou en?’
‘Ze hebben het contact verbroken.’
Gerhard knikt. ‘Ja,’ zei hij. ‘Misschien. Ja. Dat zat er in.’



vrijdag 30 december 2022

173. Gerhard

[Wat voorafging]

Om zes uur is Gerhard terug in Oberhausen. Schneider is kennelijk nog niet gearriveerd. Gerhard zet zijn autoradio aan, en luistert met een half oor naar een politieke analist, die de onderhandelingen bespreekt die de Bondsregering voert met Polen over het Oder-Neiße-verdrag. De gesprekken worden gevoerd ter voorbereiding op de ondertekening van het verdrag door de Bondskanselier, begin december. Als gesprekspartner van de Polen treedt niet Egon Bahr op, maar Georg Ferdinand Duckwitz, Ducky, een persoonlijke afgevaardigde van de Bondskanselier. De besprekingen zijn gevoerd in drie ronden. In de laatste ronde heeft Brandt Duckwitz een persoonlijke brief meegegeven voor Gomoelka. Een aanbevelingsbrief, verklaarde hij, toen dat aan het licht kwam. Scheel, de FDP-minister van buitenlandse zaken, was des duivels. Maar dat conflict is, als je de commentator mag geloven, inmiddels bijgelegd.
Tegen zeven uur draait Schneiders BMW de straat in, en de binnenplaats op, achter het café. Hij stapt uit en graait een plastictas met geld van de voorbank. Als hij het portier afsluit, plaatst Gerhard zich in het licht van de booglampen.
De jongen schrikt, en duikt weg achter zijn onderarm. ‘Gerhard,’ zegt hij behoedzaam.
Gerhard glimlacht niet.
‘De man van het BKA. U joeg me de stuipen op het lijf!’


donderdag 29 december 2022

172. Gerhard

[Wat voorafging]

Na het weekend neemt Gerhard de bewaking over van de rechercheurs uit Oberhausen. Hij moet wachten tot in de middag voor Schneider opnieuw in actie komt. Met zijn twee lijfwachten maakt hij een eindeloos lijkende ronde om handelswaar uit te leveren in de underground van Bottrop, Recklinghausen, Dortmund, Bochum, Essen, Mülheim en Duisburg. De lijfwachten zijn inmiddels geïdentificeerd. Manny en Doll worden ze genoemd, Manuel Lopez, een Uruguayaan, Lawrence Delano Gowon, uit Nigeria. Gerhard volgt hen een poos tot hij er genoeg van heeft. Dan rijdt hij naar Düsseldorf, waar hij op de basis, bij een asbak vol peuken, een van de stagiairs aantreft, Hannes. Maar het team heeft niet stilgezeten. Het bureau is teruggezet in de erker, en het bed is weer in elkaar gezet. ‘Voor als er iemand even wil liggen,’ zegt Hannes. Als aanvulling op de boekenplanken in de erker zijn er langs de wanden stellages gebouwd, met planken die vooralsnog leeg zijn. In de vestibule staan twee dozen met splinternieuwe ordners, in hoek van de kamer een groot pak ongevouwen archiefdozen. Er is een grote bureauschrijfmachine geïnstalleerd, en er zijn bakjes voor in- en uitgaande post.
Ja, zegt Hannes, ze zijn begonnen aan de dossiers. Maar er is nog geen nieuwe documentatie binnengekomen. Er is nog niemand geweest.
Gerhard knikt. ‘Leg een opschrijfboek aan,’ zegt hij, ‘voor alles wat er voorbij komt. Bezoeken, telefoongesprekken, alles.’
De jongen lacht trots en trekt een bureaula open.
Maar Gerhard houdt hem kort. ‘Leg het op het bureaublad, naast de telefoon,’ zegt hij, ‘zodat niemand vergeet het te gebruiken.’


woensdag 28 december 2022

171. Gerhard


[Wat voorafging]

Pas die middag is Gerhard zover dat hij tijd heeft om langs te gaan bij de Recherche in Oberhausen. Dehmel is weinig op zijn gemak. ‘Ja, ja, die observatie,’ zegt hij bezorgd. Dat is toch niet helemaal volgens het boekje verlopen. Op maandag en dinsdag is Schneider het grootste deel van de dag op zijn kamer gebleven. Woensdag idem. ‘Zuipen en slapen,’ zegt Dehmel. Maar woensdagavond is hij aan het toezicht van de rechercheurs ontsnapt. Bij de aflossing van het ene observatieteam door het andere is er iets misgegaan. Een gat van misschien een uur. Juist in dat uur is Schneider opgehaald. Door twee personen, een man en een vrouw - niet geïdentificeerd, maar ze voldoen, zoals Dehmel hem verzekert, niet aan de beschrijving van Maas of Pohl. Konopka? Dat is mogelijk. Misschien in het gezelschap van Bauschwitz. Dat is onduidelijk. Het hoertje dat de rechercheurs heeft geïnformeerd, wist alleen nog te vertellen dat Schneider stomdronken was. De volgende dag is hij ‘s ochtends al weer komen opdagen, te voet, uit de richting van het station.
Gerhard slikt zijn woede in. ‘En daarna?’ zegt hij.
‘Ja, dat is wel interessant,’ zegt Dehmel opgelucht. Vanochtend vertoonde Schneider voor het eerst weer activiteiten. Hij bracht met twee begeleiders uit het semicriminele milieu - kennelijk houdt hij er lijfwachten op na - een bezoek aan een bekende drugshandelaar in Essen, ene Ömer Babayassin.
‘Aha,’ zegt Gerhard. ‘Inkopen doen.’
‘Het lijkt erop,’ knikt Dehmel.
Ze kijken elkaar zwijgend aan.
‘Gaat dit wat worden? zegt Dehmel. ‘Weet je het zeker?’
‘Zorg jij nou maar dat je mensen hem niet opnieuw uit het oog verliezen,’ zegt Gerhard.



dinsdag 27 december 2022

170. Gerhard

[Wat voorafging]

Als Gerhard op vrijdagochtend om kwart over acht bij het safehouse arriveert, staan de stagiairs er al te roken en met elkaar te praten. Twee jongemannen en een meisje. Karl, Hannes en Ilse. Hij kaffert ze uit, en jaagt ze naar binnen. Daar legt hij uit wat de bedoeling is. Van acht uur ‘s ochtends tot acht uur ‘s avonds. Zeven dagen per week. Ze proberen te klagen, maar daar maakt hij korte metten mee. Het dienstrooster mogen ze zelf opstellen, zegt hij. Buiten de tijden dat de basis bemand is, dient de telefoon te zijn doorgeschakeld naar een van hen drieën. Ook dat kunnen ze zelf regelen. Er moet een volledige dekking zijn, benadrukt hij. Absoluut geen lacunes. Het liaison moet permanent bereikbaar zijn. Als het rooster is uitgewerkt, kan het worden uitgetypt en gekopieerd. Eén exemplaar voor hemzelf.
Er is geen kopieerapparaat.
Er zijn hier in de buurt winkels waar ze kunnen kopiëren.
Er is zelfs geen typemachine.
Daar kunnen ze ook zelf voor zorgen.
Evenals voor de inrichting van de basis en voor wat er verder nodig is.
Hij telt op de tafel zeshonderd mark uit.
‘U bent hier ook?’ vraagt een van de jongens.
‘Soms,’ knikt Gerhard.
‘En als u hier niet bent?’
‘Dan ben ik hier niet.’
‘Bent u bereikbaar?’
Hij knikt. ‘Maar alleen als er zich iets belangrijks voordoet.’ Hij haalt zijn notitieblok tevoorschijn en scheurt er een blad uit, waarop hij zijn privénummer noteert en het nummer van het kantoor in Bonn Daarna wijst hij op de stapel Roodfrontdossiers die hij heeft meegenomen. ‘Dat is historische documentatie,’ zegt hij. Het is de bedoeling dat ze die stukken zorgvuldig doornemen en evalueren. Alle feitelijke informatie moet puntsgewijs worden samengevat en chronologisch geordend. Nieuwe informatie zal dagelijks binnenkomen via een koerier uit Bonn. Ze moeten die informatie inboeken, samenvatten en opbergen. Het samenvatten kan gebeuren via een puntenlijst, die hij op gezette tijden met degene die op dat moment dienst heeft zal doornemen. Is dat duidelijk?
‘Ik snap het niet goed,’ zegt het meisje aarzelend. ‘Wat doen we dan precies? Behalve die informatie verwerken bedoel ik natuurlijk.’
Gerhard slaat zijn ogen ten hemel. ‘U bent het liaison,’ zegt hij scherp.
Maar dat moet hij ze uitleggen. 

maandag 26 december 2022

169. Gerhard

[Wat voorafging]

De rol van de Sicherungsgruppe is cruciaal, zegt Gerhard. Hij leunt iets verder voorover en werpt de medewerkers tegenover hem een priemende blik toe. ‘Er wordt een liaison ingericht,’ zegt hij, ‘in Düsseldorf.’ De taak van Bonn is alle informatie over het Roodfront die via dienstberichten binnenkomt te verzamelen en zo snel mogelijk met Düsseldorf te communiceren. Dat betekent niet dat er geen analyse hoeft plaats te vinden. Men beschikt hier in Bonn inmiddels over veel documentatie over politiek gemotiveerde gewelddaden. Dat is een informatiebron waarvan de waarde nauwelijks valt te overschatten. Alle verbanden die hier kunnen worden gelegd tussen de dienstberichten uit het veld en die documentatie is niet alleen welkom maar zelfs essentieel. 
Maar, hij pauzeert even, maar van onderzoek in het veld, dat moet men begrijpen, kan absoluut, maar dan ook absoluut geen sprake zijn.
Hij sluit zijn uiteenzetting af met praktische afspraken. Het liaison is nog niet operationeel, maar Bonn wordt geïnformeerd zodra dat het geval is. Materiaal dat hier beschikbaar komt, moet vanaf dat moment zo snel mogelijk in kopie via een koerier naar Düsseldorf geleid worden. Voor analyses op grond van ambtsberichten geldt dat die, zodra ze beschikbaar zijn, langs dezelfde weg naar Düsseldorf gaan. De basis in Düsseldorf zal zeven dagen per week bemand zijn. Ja, er is telefonisch contact mogelijk. De koerier? Gerhard kijkt de tafel langs. Misschien kan Fraülein Pfau die rol op zich nemen? Tenzij een van de heren daar voor kan worden ingezet natuurlijk. Enfin, dat kan hier op het kantoor geregeld worden.
Drechsler vraagt het woord, en vertelt over het portret dat hij bezig is samen te stellen van mevrouw Konopka. Gerhard knikt. Inderdaad. Dat soort analyses is meer dan welkom. Hij dankt de glunderende Drechsler voor zijn initiatief.
Na de vergadering wil Fischler Gerhard absoluut onder vier ogen spreken. Maar die houdt het kort. Hij verwijst de directeur van de Sicherungsgroep naar Bödel. Over de infiltratie zegt hij niets. En ook Fischler vraagt er niet naar. Wat je natuurlijk wel geruststellend kunt noemen.




zondag 25 december 2022

168. Gerhard

[Wat voorafging]

Als Gerhard terug is uit Berlijn, gaat hij als eerste langs bij het kantoor van de Sicherungsgruppe. Dr. Adalbert Fischler is onaangenaam verrast, als Gerhard hem meedeelt dat hij met de medewerkers wil spreken.
‘Waarover?’
Gerhard haalt zijn schouders op en tikt op zijn horloge. ‘Het spijt me,’ zegt hij. ‘Het is urgent. Er is al te veel tijd verloren gegaan.’
De onbeschaamdheid! 
Gerhard ziet de woede in zijn chef oplaaien, maar de man beheerst zich. ‘Gaat u maar even langs Fräulein Pfau,’ zegt hij afgemeten. ‘De conferentiezaal is beschikbaar.’
Het duurt nauwelijks meer dan vijf minuten voor alle medewerkers van het Coördinatiepunt in hun gewone opstelling aan de grote tafel zitten. Alleen Kaminsky ontbreekt. ‘Hij is ziek naar huis,’ zegt Gerda Pfau op haar gewone bedeesde toon.
‘Dat is in orde,’ zegt Gerhard. En hij begint, gezeten in zijn kantoorstoel, met een balpen op de papieren tikkend die hij voor zich op tafel heeft gelegd, aan de uiteenzetting die hij die ochtend in de trein heeft voorbereid. Een nieuw stadium in de strijd tegen de linkse extremisten, zegt hij. Er zijn tekenen dat de Roodfrontgroep bezig is een verplaatsing voor te bereiden, uit Berlijn naar de Bondslanden. Gezien de gespannen situatie die hier toch al heerst, gaat Gerhard ervan uit dat hij de ernst van deze nieuwe ontwikkeling niet hoeft toe te lichten.
‘Naar het Rijnland?’ onderbreekt Drechsler hem.
‘Mogelijk,’ zegt Gerhard. ‘Maar het kan net zo goed zijn dat ze neerstrijken in Hamburg. Of in Frankfurt. Of in München.’
‘Zijn de autoriteiten op de hoogte gesteld?’ zegt Fischler.
Gerhard schudt het hoofd. In dat stadium is het nog niet, zegt hij. Maar er is wel aanleiding tot verhoogde paraatheid bij de instanties. Hij negeert de vragende blik van Fischler.


zaterdag 24 december 2022

167. Gerhard

[Wat voorafging]

De volgende dag gaat Emmerich Gerhard met de trein naar Berlijn, waar Herr Kommissar Klug hem zowaar begroet als een oude vriend. Gerhard is aangenaam verrast. Nee, het gaat prima met het terrorisme in het westen, grinnikt hij. Maar hoe staan de zaken hier in Berlijn? ‘Weinig nieuws te melden,’ zegt Klug. Nee, de politie hier heeft geen aanwijzingen dat er plannen zijn voor een uittocht naar de Bondslanden. De geruchten over de helikopter zijn uitgestorven. Kennelijk is dat toch niet gelukt. Wel wordt er steeds meer gepraat over banden tussen de Roodfronters en de Nationalpartei Deutschland. ‘Een nieuwe generatie,’ zegt Klug met een wrange grijns. Onplezierige jongelui. Hij noemt namen. Herzog. Stoss. Ene Kmetsch, die verdacht wordt van een serie geweldplegingen. Neonazi’s in zwarte leren jasjes. Met kettingen.
Ze gaan die avond opnieuw samen eten en aan tafel brengt Gerhard de pogingen ter sprake die er in Berlijn zijn gedaan om de Roodfrontgroep te infiltreren. ‘Nee,’ zegt Klug, ‘niet wijzelf. De Kriminalpolizei heeft dat soort operaties nooit uitgevoerd. Het was de Veiligheidsdienst. Bij mijn weten hebben ze het twee keer geprobeerd. En het was twee keer een fiasco.’ Hij grinnikt. ‘Maar misschien hebben ze daarvan geleerd,’ gaat hij verder, ‘misschien zitten er inmiddels wel hordes infiltranten in die Roodfrontclub.’
Gerhard schudt het hoofd. ‘Geen sprake van,’ zegt hij.
‘Dan moeten we concluderen dat het allemaal niet veel zoden aan de dijk heeft gezet,’ zegt Klug.
‘Vertel eens wat jij ervan weet.’
‘Twee infiltraties,’ telt Klug op zijn vingers. ‘De eerste keer in ‘69, die vent heette, hoe was het ook weer, Schabowski. Die heeft ze een tijdje misleid, voor ze hem aan de kaak stelden. De tweede keer, dit voorjaar, ene Lümmel. Dat hadden ze direct door, en ze gebruikten hem om de politie te misleiden. Dat is in januari uitgedraaid op een inval bij een organisatie van Heimatvertriebenen. En in april tot aanhouding van een CDU-politicus. Daarna was zijn rol wel uitgespeeld.’ Klug slaat zijn armen over elkaar en wrijft over zijn ellebogen. ‘Hm,’ zegt hij ironisch, ‘aan het eind wist iedereen ervan, behalve de Veiligheidsdienst. Die Lümmel was het lachertje van Berlijn.’


vrijdag 23 december 2022

166. Gerhard

[Wat voorafging]

Wat Schneider betreft, dat is beter verlopen. Die is in Oberhausen. De wereld is absurd, kwaadaardig, totaal ordeloos, maar Schneider doet precies wat er van hem verwacht mag worden. Zondagmorgen is Gerhard naar Oberhausen gereden, naar de kroeg waar Schneider een kamer heeft. Toen hij tegen elf uur langs het smoezelige, uit grove rode baksteen opgetrokken gebouw aan de Friedrich Ebertstrasse reed, zag hij onmiddellijk Schneiders zwarte BMW 2000 op de binnenplaats. Gerhard installeerde zijn eigen auto tussen een rij slordig geparkeerde roestbakken schuin tegenover de ingang en zette zijn autoradio aan. Hij hoefde nog geen twee uur te posten vóór Schneider zelf, kennelijk aangeschoten, naar buiten kwam om patates frites te halen en sigaretten.
Na de verificatie heeft hij de Recherche in Oberhausen ingeschakeld. Ze waren coöperatief, waarschijnlijk omdat Dehmel daar zat, die als broekje nog voor hem heeft gewerkt in Keulen. Er werd bewaking ingesteld. En tot dusver is de rapportage stipt. Het café is een hoerentent. En semi-onderwereld. Schneider is thuis. Hij komt alleen buiten voor boodschappen. En hij drinkt ‘als een tempelier’, zoals een van de surveillanten het formuleerde. Wat niet echt veelbelovend is, maar je kunt het beschouwen als een niet helemaal onverwachte reactie na wat de jongen heeft meegemaakt...
Gerhard staat op en maakt een korte ronde door het safehouse. Hij trekt de wc door, inspecteert de keuken en veegt met een vinger over de stoflaag op het bureau in de erker. Hij denkt even na en maakt dan de boekenplank leeg. De boeken deponeert hij in de keuken in de vuilnisemmer. Het bed haalt hij uit elkaar. Het matras, de springveer en de bedplanken zet hij ook in de keuken. Het bureau verplaatst hij van de erker naar de plaats waar het bed heeft gestaan. Daarna kijkt hij even om zich heen en gaat weg. De rest van het werk mogen de stagiairs doen, als ze hier in trekken.



donderdag 22 december 2022

165. Gerhard

[Wat voorafging]

Na het gesprek met Winckelmann haalt Gerhard de Roodfrontdossiers uit zijn auto. Hij stapelt ze op in een hoek van de kamer. Daarna blijft hij een tijdlang besluiteloos aan de eettafel zitten en staart uit het raam. Hij pakt de stoffige verrekijker van de stoffige vensterbank, en probeert erdoor te kijken, maar in deze winkelstraat is er natuurlijk niets wat je met eigen ogen niet beter kunt zien. Wat er wel weer iets symbolisch van maakt. Al met al is er niet veel reden tot tevredenheid, denkt hij somber. Toen Hannah Maas vorige week vrijdag was vrijgelaten, heeft hij Deibel gebeld in Hannover. Hij legde uit wat er aan de hand was en bracht Pohl ter sprake. Deibel beloofde hem voorlopig een oogje in het zeil te houden. Maar dat was op een mislukking uitgedraaid. Op vrijdag en zaterdag was er gerapporteerd, maar op zondag gaf zijn verbindingsman bij de politie van Hannover taal noch teken. Toen hij maandag Deibel belde, reageerde die stuurs. Hij zou het navragen. Een kwartier later belde hij terug. Over Pohl viel niets te melden, zei hij.
En het meisje Hannah?
Die was er niet, zei Deibel.
Die was er niet?
‘Die is zondag vertrokken.’
Waarheen?
Dat was niet bekend. Ja, eerlijk gezegd, ze hadden de surveillance gestaakt. Opdracht van hogerhand. Deibel sprak het niet uit maar het was duidelijk dat de Hannoveraanse politie liever niet meer over deze kwestie wilde worden lastig gevallen.



woensdag 21 december 2022

164. Gerhard


[Wat voorafging]

De dinsdag nadat Schneider in vrijheid is gesteld, checkt Emmerich Gerhard de nummerrekening voor de tweede keer. Tot zijn verrassing is er niet minder dan 50.000 DM bijgeschreven. Gerhard neemt vijfduizend mark op en opent een rekening op naam waarop hij de rest van het bedrag laat overmaken. Vervolgens rijdt hij naar het safehouse in Düsseldorf waar hij bijna een maand geleden de middag heeft doorgebracht met Heidi. Op de deurmat ligt, tussen een massa reclamedrukwerk, een folder, bleekoranje, met in vette telexletters ‘Wat wordt er gedaan tegen terrorisme? En wat kunt u doen?’ Hij bladert hem door. Het geschrift blijkt afkomstig van de gemeente Düsseldorf. In de tekst herkent hij passages die ontleend zijn aan Kaminsky’s veiligheidsanalyse. Hij scheurt de folder in stukken en deponeerde die, met het overige drukwerk, in de prullenbak. Daarna checkt hij de telefoon, die reageert met een geruststellende bromtoon. Een ogenblik aarzelt hij, maar dan draait hij het nummer dat Rochus Winckelmann hem gegeven heeft. Hij zegt de man van de Verfassungsschutz dat hij een operatiebasis heeft gevonden, en geeft het adres.
‘Aha,’ zegt Winckelmann. ‘Dat oude safehouse.’
Ze komen overeen dat Winckelmann vanaf donderdag personeel zal leveren om het liaison te verzorgen. ‘Ik heb drie stagiairs voor je,’ zegt de veiligheidsman. ‘Jongelui, die staan te popelen om zich nuttig te maken.’
Gerhard accepteert het aanbod. Ze spreken een tijdstip af, waarop de stagiairs zich bij het safehouse zullen vervoegen. Vrijdagmorgen.
‘Vlak voor het weekend?’ zegt Winckelmann bedenkelijk.
‘Ja,’ zegt Gerhard. ‘Geen kantoortijden. Daar kunnen ze maar beter zo snel mogelijk aan wennen.’

dinsdag 20 december 2022

163. Kaminsky

[Wat voorafging]

‘Precies, dat bedoel ik nou,’ kraait de Hahn.
‘Prinz Albrechtstrasse?’ zegt Gutschein in de war.
‘Het hoofdkwartier van de Gestapo.’
‘Je bedoelt toch niet…’
‘Ben jij naïef,’ hoont Hahn.
‘Zulke verdachtmakingen….’
‘Verdachtmakingen? Wat denk je dan hiervan?’ Hahn steekt zijn sigaret tussen zijn lippen en vist een ketting uit zijn zak met daaraan een ovale metalen penning. Op de voorkant staat een Rijksadelaar, op de achterkant de woorden Geheime Staatspolizei. En een nummer van zes cijfers.
Ze buigen zich allemaal over de ketting heen.
‘Wat is dat?’ vraagt Drechsler geïntrigeerd
‘Geheime Staatspolizei,’ zegt Hahn triomfantelijk. ’Ge-sta-po. Daar heb je toch wel eens van gehoord?’
Hij legt de ketting voor zich op de tafel.
‘Zo identificeerden ze zich’, zegt hij.
‘Hoe kom je daar aan?’ vraagt Drechsler.
‘Uit zijn bureaula.’
‘Die van Kaminsky?’ zegt Weiss ongelovig.
‘Hij kon er toch niet van scheiden.’
‘Je bedoelt dat je bij Gerd in het bureau hebt zitten snuffelen?’ zegt Gutschein walgend.
‘Bij de Gestapo?’ roept Drechsler erdoorheen. ‘Echt waar?’
Hahn steekt de ketting weer in zijn zak.
‘Hem heb ik,’ zegt hij tevreden. ‘Nu Gerhard nog.’
‘Die ook?’ zegt Weiss.
‘De mislukkeling,’ zegt Hahn veelbetekenend. ‘De moordenaar. Ach man, ik zeg je toch. Allemaal. Ik heb hem alleen nog niet kunnen vastnagelen.’
‘Maar Herr Fischler…’. begint de Pfauin hulpeloos.
‘Nee, die is te jong,’ zegt Weiss.
‘Hoogstens Hitlerjugend,’ zegt Drechsler.
Maar Hahn kraait er doorheen: ‘Fischler? Ha! Herr Doktor Adalbert Fischler he? Nou, laat ik je vertellen, eigenlijk heet hij Adolf.’
‘Herr Hahn!’ zegt Gerda Pfau ontsteld.
‘Na de oorlog heeft hij zijn naam veranderd,’ kraait Hahn.
Dat is teveel. Gerda Pfau schuift haar stoel achteruit stond op. Ze loopt haastig de keuken uit. Zonder haar theekopje op de balie te zetten.
De anderen beginnen allemaal door elkaar te praten.
‘En jijzelf?’ zegt Drechsler.
Hahn spreidt zijn armen. ‘Lelieblank,’ zegt hij.
Maar plotseling zwijgt hij.
En luistert.
‘De voordeur!’ zegt Weiss.
Ze horen de stem van Gerda Pfau, die Emmerich Gerhard groet.
Voetstappen.
In een oogwenk staan ze alle vier in de deur.

maandag 19 december 2022

162. Kaminsky

[Wat voorafging]

De volgende dag, ‘s middags om half drie, zitten Hahn en Weiss met Gutschein, Drechsler en de Pfauin opnieuw aan de grote formicatafel in de keuken van de villa aan de Liebknechtstrasse. Aan een belendende tafel zit Kaminsky, in elkaar gedoken, met een kop thee voor zich, lusteloos te bladeren in een van de exemplaren van de Bunte Illustrierte die hier altijd liggen. Hahn heeft inmiddels het gesprek op de oorlog gebracht. ‘Wat weten wij daar nou eigenlijk van,’ zegt hij uitdagend. ‘Niets toch.’
‘Nou, niets, niets…’ zegt Gutschein naïef.
‘We weten alleen wat we weten mogen. Dat de nazi’s slecht waren. Maar zeg nou zelf, als er over gepraat wordt, op de radio, of op de televisie, dan is het toch net of ze het hebben over een stam buitenaardsen die hier in de jaren dertig is neergestreken.’ Hij pakt een sigaret en steekt die op. ‘Maar hoe het eigenlijk zat…’ Hij loert uit zijn ooghoek naar Kaminsky, die nog ongeïnteresseerd kleine slokjes thee tot zich neemt. ‘Weet je,’ zegt hij, ‘We Waren Het Zelf.’
Hij spreekt de woorden één voor één met nadruk uit.
Drechsler schudt het hoofd. ‘Niet allemaal,’ zegt hij.
‘Er waren er genoeg die er niets mee te maken wilden hebben,’ zegt Gutschein.
‘Ha,’ zegt Hahn sarcastisch, ‘denk je dat? Wat weten wij nou over de nazitijd?’
‘Genoeg,’ zegt Gutschein.
‘Denk je dat echt? Dan zal ik het je anders vertellen. We weten er niets vanaf.’
‘Dat vind ik wel een beetje overdreven hoor,’ moppert Drechsler
‘Het is gewoon zo,’ zegt Hahn.
‘We leren er toch over op school.’
‘Maar wat leren we?’ zegt Hahn. Hij wendt zich tot Kaminsky. ‘Herr Kaminsky, Prinz Albrechtstrasse 8, zegt u dat wat? In Berlijn?’
Kaminsky reageert of hem een stroomstoot wordt toegediend. Het theekopje rinkelt op het schoteltje. Hij staat lawaaiig op, en schuifelt de keuken uit.



zondag 18 december 2022

161. Kaminsky

[Wat voorafging]

Een schokkende ervaring, een vernedering waar Hahn later die ochtend, als ze na het werkoverleg koffie drinken, nog niet overheen is. Terwijl de andere medewerkers, opgelucht dat de bezoeking van het overleg voorbij is, levendig zitten te praten, gluurt hij zwijgzaam, een sigaret in zijn vuist, mokkend, over de rand van zijn koffiekop.
‘Kaminsky is er weer,’ zegt Weiss.
‘Hij ziet er niet goed uit,’ knikt Gutschein.
‘Net een pad,’ zegt Drechsler.
‘Een oude gifmenger,’ zegt Gutschein geamuseerd.
‘O, hebben jullie dat gelezen,’ brengt Gerda Pfau in het midden. ‘In Frankrijk hebben ze ontdekt dat Napoleon ook vergiftigd is. Ze hebben zijn haren onderzocht, en wat blijkt nou, daar zat genoeg arsenicum in om een hele schoolklas te vermoorden.’
‘Ach nee,’ zegt Drechsler. ‘Dat is allemaal kletskoek. Dat hebben ze ook wel eens gezegd van de oude Romeinse keizers. Die lui namen zelf doses vergif. Preventief. Zodat ze als het ware resistent waren voor aanslagen. Innemen van vergif, dat was voor die oude heersers gewoon een van de voorzorgsmaatregelen. Net zoals het laten voorproeven van het eten.’
‘Hm.’
‘Hitler liet zijn eten ook voorproeven,’ zegt Drechsler. ‘Wisten jullie dat? Maar dat heeft hem niet veel geholpen. En de vrouw die zijn eten proefde, leeft nog steeds. Ergens in zo’n dorp in Beieren. Ze zal zich wel aardig schamen.’
‘Waarvoor?’ zegt de Pfauin.
Drechsler haalt zijn schouders op.
‘Dat ze bestaat,’ zegt Weiss.
Drechsler grijnst. ‘Doen we dat niet allemaal?’
‘Wat?’
‘Ons schamen.’
‘Wij zijn tenminste geen nazi’s!’ barst Hahn uit.
‘Maar wel het nageslacht,’ zegt Drechsler gemeen.
‘Ik ben geen nageslacht,’ zegt Hahn woedend. ‘Ik ben mezelf. Niks meer, en niks minder.’
‘En geen nazi?’ zegt Drechsler.
‘Anders dan Kaminsky,’ zegt Hahn.
‘Het is zijn stokpaardje,’ zegt Weiss verontschuldigend.
‘Van Kaminsky kan ik me het voorstellen,’ geeft Drechsler toe.
‘Sterker nog,’ zegt Hahn. ‘Ik heb de bewijzen,’
‘Vertel op!’
‘Wacht maar,’ zegt hij. ‘Op het juiste moment.’



zaterdag 17 december 2022

160. Kaminsky

[Wat voorafging]

Woensdag is Kaminsky weer terug. Als Hahn en Weiss om half tien hun werkvertrek betreden, staat hij bij het bureau van Weiss tussen diens stukken te rommelen. ’Goede morgen, Herr Kaminsky,’ zeggen de twee onderzoekers beleefd.
De senior-onderzoeker kijkt hen wantrouwend aan.
‘Weer een beetje opgeknapt?’ zegt Hahn. Hij gaat achter zijn bureau zitten en steekt een sigaret op.
‘Wat bedoel je, jongeman?’
‘Uw migraine?’
‘Ja, ja, dat is helemaal over. Dankjewel. En wat ik vragen wou, Weiss, dat rapport dat ik jou heb gegeven…’
‘Welk rapport Herr Kaminsky?’
Hahn kijkt Weiss waarschuwend aan.
‘Dat rapport over die zaak in Keulen,’ zegt Kaminsky.
‘O, dat rapport,’ zegt Weiss nonchalant. Hij aarzelt even. ‘Dat is, dat heb ik overhandigd aan Herr Fischler.’
‘Herr Fischler heeft nooit een rapport van u ontvangen, Herr Weiss.’
‘O, echt?’ zegt Weiss beduusd. ‘Ik weet het niet. Weet u zeker dat Herr Fischler…’
Kaminsky kijkt hem minachtend aan.
‘Dan moet ik, dan moet ik het zijn verloren.’
Kaminsky verplaatst een stapeltje boeken op Weiss’ bureau. Hij legt een pen recht. Hij wuift over het bureaublad, of hij stof verwijdert. ‘U bent onbetrouwbaar, Herr Weiss,’ zegt hij. ‘U zou uw oren niet zo naar Herr Hahn moeten laten hangen. Dat past u niet.’
‘Nou!’ begint Hahn, verontwaardigd met zijn sigaret gesticulerend.
‘En u, Herr Hahn,’ zegt Kaminsky zalvend. ‘Zegt u maar niets. U bent alleen maar een nietsnut. Een non-valeur.’
Hij knikt de twee mannen toe en trekt zich terug in zijn kantoortje.


vrijdag 16 december 2022

159. Weiss

[Wat voorafging]

Weiss neemt er de tijd voor en kan signalementen opnemen van drie Roodfront-terroristen. Eén nogal kleinburgerlijk, verbeten type, dat zich Stefan liet noemen, een wat ouder arbeiderstype dat Harpo heette. Ja Harpo. En ene Mehmet.
‘Moritz,’ verbetert Weiss.
Maar Campe schudt het hoofd. ‘Hier werd hij door iedereen Mehmet genoemd,’ zegt hij. Een woesteling met griezelig bleekblauwe ogen. Ze zijn ‘s avonds in Hannover aangekomen en later zijn ze met Hannah naar een jongerencentrum gegaan in het Centrum. De Mausefalle. Daar hebben ze contact gehad met linkse studenten, maar het fijne weet hij er niet van. Ja, waarschijnlijk zijn het deze terroristen geweest die dezelfde nacht een aanslag hebben gepleegd op het paleisje in het park Herrenhausen. Er was ook sprake van een autodiefstal. Nee, hij heeft daar geen contact over gehad met de politie Hannover. Zijn burgerplicht? Nee, hij besefte dat niet. Herr Weiss moet goed begrijpen dat het Bureau van de Evangelische kerk niets, helemaal niets met deze… met deze terreurdaden van doen heeft.
De terroristen zijn overigens de volgende dag al weer vertrokken.
Nee, daar is hem niets over bekend. Nee, absoluut niets.
Nee, Hannah Maas, nee. Nee, eerlijk gezegd.
Nee, Hannah Maas heeft hij al een paar dagen niet meer gezien.
Nee, Hannah Maas, ja, in zekere zin kun je dat wel zeggen.
Al was het natuurlijk een groot woord.
Ja, verdwenen. In zekere zin is ze sinds een paar dagen verdwenen.



donderdag 15 december 2022

158. Weiss

[Wat voorafging]

Die middag praat Hahn met Weiss en dat leidt ertoe dat die een dag later zijn DKW-tweetakter pakt en ermee naar Hannover rijdt. Hij slaat het politiebureau over en gaat rechtstreeks naar het kerkelijk bureau, dat is gevestigd in een winkelpand, iets buiten het centrum. In het bureau treft hij een soort stofzuigerverkoper aan in een bruin corduroypak, die kennelijk bezig is met de administratie. Weiss legitimeert zich en de man deinst terug. Detlev Campe blijkt hij te heten en hij is secretaris van de kerkenraad. En ja inderdaad, hij is ook voorzitter van de basisgroep Hannover.
‘Dat komt goed uit,’ zegt Weiss, want hij heeft wat vragen voor hem.
‘Waarover?’ vraagt de man, onhandig met zijn lange witte handen fladderend.
Het had te maken met Hannah, zegt Weiss voorzichtig.
De man verbleekt. Hannah is er niet, zegt hij.
‘Nee, nee,’ zegt Weiss weer. Hij hoeft haar zelf niet te zien. Het gaat over die mensen met wie ze contact heeft gehad.
De man krijgt zo ongeveer een zenuwinstorting. Hij heeft daar niets mee te maken, zegt hij. Die mensen zijn plotseling komen opdagen. Uit het niets als het ware. Hij heeft zich daar krachtig tegen verzet. De heer Weiss is van…?
‘Sicherungsgruppe,’ zegt Weiss. ‘Het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden.’ Hij laat nog een keer zijn legitimatie zien.
Campe kreunt. Hij heeft daar nog zo voor gewaarschuwd. Deze mensen waren kaders van de Staüberle-Konopka-groep. Volledig onhanteerbaar. En trouwens het was maar voor één nacht. Twee nachten? Eén nacht. Daarna waren ze weer verdwenen. Hij laat zich op een stoel zakken, de handen tussen de knieën, een toonbeeld van radeloosheid. ‘Had het te maken met de inbraak,’ vraagt hij. ‘De inbraak in Herrenhausen?’
Weiss maakt driftig aantekeningen.
Daar heeft het kerkelijk bureau absoluut niets mee te maken, zegt Campe. En Hannah Maas ook niet. En dat verhaal over een aanslag op een dioxinefabriek, dat is volstrekt uit de lucht gegrepen. Daar kan hij voor instaan.


woensdag 14 december 2022

157. Gutschein

[Wat voorafging]

‘Hannover he,’ zegt Hahn peinzend. ‘Hannover. Daar ben ik veertien dagen terug geweest. Daar gingen geruchten over een kerkelijk bureau dat ondersteuning bood aan Roodfront-terroristen.’
Ze kijken hem aan.
‘Maar dat leek loos alarm,’ zegt Hahn. ‘Die lui hadden onderdak geboden aan Vietnam-deserteurs. Ik heb een eindrapport gemaakt, dat ligt al bij Drechsler.’
‘Maar heb je met die lui gepraat?’ zegt Drechsler.
‘Nee, alleen met de flikken.’
‘Stommeling!’ zegt Drechsler.
‘Maar ik kan het alsnog doen,’ zegt Hahn peinzend.
Wat alsnog doen?
Met die lui praten.
‘Jij bent gek,’ zegt Drechsler. ‘Die zaak is afgesloten. En het zou een eigen onderzoek zijn. Daar geeft Fischler nooit toestemming voor.’
‘Pf, Fischler,’ zegt Hahn.
‘En wat zou je met die lui moeten bepraten?’
‘Ik vind het wel interessant,’ zegt Weiss. ‘Ik vind dat we het zouden moeten doen.’
‘Een eigen onderzoek instellen?’
‘Gewoon een beetje rondsnuffelen,’ zegt Weiss. ‘Je weet nooit wat er boven water komt.’
‘Een samenzwering,’ zegt Drechsler pathetisch.
‘Ja vast,’ zegt Gutschein sarcastisch.
‘De grote lijnen zijn in ieder geval wel duidelijk,’ zegt Hahn. ‘Gerhard werkt samen met de Veiligheidsdienst. En die Schneider is vrijgelaten. En hij heeft zelfs zijn wapen teruggekregen. Wat denken wij dan?’
Hij kijkt Gutschein uitnodigend aan.
‘Nou?’
‘Het is een infiltratie,’ zegt Hahn triomfantelijk. ‘Een infiltratie in de Staüberle-Konopka-bende. En het gaat kennelijk buiten Fischler om.’
Ze praten er nog een poos over door, maar het enthousiasme begint weg te ebben. Het eindigt ermee dat Fricke vraagt of er die dag nog vergaderd wordt. Gerda Pfau grijpt naar de dagmappen en schiet overeind.
Gutschein kijkt op zijn horloge. Hij ziet dat het al kwart over elf is.




dinsdag 13 december 2022

156. Gutschein

[Wat voorafging]

De aanleiding voor de opwinding blijkt Weiss. Gutschein wordt met dringende gebaren aan tafel genodigd en hij zit nog niet of Weiss begint, kennelijk niet voor het eerst, verslag te doen van het telefoongesprek dat hij de dag tevoren heeft gevoerd met ene Udo Hayek. Hahn zit er bij als een trotse vader. ‘Zei ik het niet,’ zegt hij herhaaldelijk, als Weiss een pauze laat vallen in zijn uiteenzetting. ‘Precies zoals ik dacht.’
‘Maar is dat wel legaal?’ zegt Gutschein geschokt, als Gerhards verhoor van de gearresteerde jongeman aan de orde komt.
‘Legaal, zegt hij!’ kraait Hahn. ‘Dat is toch helemaal niet aan de orde man.’
‘Maar wat is de bedoeling?’ zegt Gutschein. ‘Wat was dat met die kidnapping?’
‘Daar was een rapport over,’ zegt Weiss.
‘Wat voor rapport?’
‘Dat moet je aan Kaminsky vragen,’ zegt Drechsler. ‘Het was een Roodfront-rapport, en die gaan naar Kaminsky.’
‘Dat zijn die rapporten die Gerhard heeft opgeëist,’ zegt Weiss.
‘Aha,’ zegt Gutschein.
‘Maar dit rapport had hij niet, want Kaminsky had het aan mij overgedragen. Om te checken.’
‘Dat is dus niet naar Gerhard gegaan,’ zegt Gutschein.
‘Dat klopt,’ zegt Weiss.
Maar hij heeft het later gekregen?
‘Het lag bij mij,’ zegt Weiss. Hij grijpt in zijn binnenzak, en legt twee van de bekende grauwe xerox-kopieën op de keukentafel. Hahn grist de kopieën naar zich toe, en leest ze gretig door.
‘Het is maar heel beknopt,’ zegt hij teleurgesteld.
Weiss haalt zijn schouders op. Maar je kunt je wel een beeld vormen, zegt hij. Het draait allemaal om die Roodfront-lui. Een informant van de Verfassungsschutz heeft de tip gegeven. En de Veiligheidsdienst is er inderdaad bij betrokken. Dat heeft hij van Hayek begrepen. En hier, Hannah Maas. Dat moet dat meisje uit Hannover zijn, dat nu vierentwintig zeven wordt bewaakt.
‘En die jongen?’ zegt Gutschein
‘Moritz Schneider,’ zegt Drechsler, die op zijn beurt het rapport ook heeft doorgelezen.
‘Toen hij werd vrijgelaten, kreeg hij het wapen terug dat op hem was aangetroffen,’ zegt Weiss.
‘Dat is echt ongehoord,’ zegt Drechsler.



maandag 12 december 2022

155. Gutschein

[Wat voorafging]

Norbert Gutschein, de PR-medewerker, is, anders dan Weiss, weinig ingenomen met de gebeurtenissen van de vorige week. Het is of in het rustige, bijna saaie kantoor aan de Liebknechtstrasse plotseling alle duivels ontbonden zijn. Gutschein heeft geen politieachtergrond. Hij heeft geschiedenis gestudeerd, ‘de tragische geschiedenis van het vaderland’, zoals zijn ironische vriendin Saskia het noemt. Na zijn doctoraal is hij in de public relations terecht gekomen, als voorlichter van de Liberale partij, de FDP, in Keulen. De post van voorlichter bij een afdeling van de Federale Recherche leek toen hij er in augustus aan begon een mooie carrièrestap. In de praktijk is het dat nauwelijks, maar Gutschein is niet erg ambitieus en hij voelt zich wel op zijn gemak in de wat stoffige ambiance van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden.
Maar het conflict rond Gerhard en Kaminsky heeft de sfeer grondig veranderd. En waar Hahn voor het weekend mee op de proppen kwam, heeft hem aan het twijfelen gebracht over het democratisch gehalte, zowel van het bureau zelf als van de medewerkers.
Als hij na het weekend op kantoor komt, tamelijk laat, het is al bijna kwart voor tien, lijkt het op het eerste oog stil. Maar zodra hij de altijd wat klamme en benauwde keuken binnenkomt, is de agressie voelbaar. Drechsler, Hahn en Weiss zitten met rooie koppen bij elkaar aan de grote tafel, gadegeslagen door Fricke, die achter de balie de theekopjes van vrijdagmiddag staat af te drogen. Gerda Pfau zit met een stapel dienstberichten voor zich aan een van de kleinere tafeltjes wezenloos door haar dikke brillenglazen te staren. Fischler is in Frankfurt, weet Gutschein, in verband met een groot landelijk onderzoek naar financiële integriteit. En als de kat van huis is dansen de muizen. Zijn collega’s lijken nog in de verste verte niet van plan aan de slag te gaan.



zondag 11 december 2022

154. Weiss

[Wat voorafging]

Zondagmiddag verzamelt Weiss zijn moed, en belt Udo Hayek, die hij kent van de politieschool en die al jaren bij de Keulse politie werkt.
‘Ik wil weer gaan voetballen, Udo,’ zegt hij. ‘Maar niet dadelijk op het hoogste niveau. En toen dacht ik aan jullie. Voetbal jij niet in een bedrijfsteam bij jullie in Keulen?’
‘Ja, maar dat is geen veteranenteam,’ zegt Hayek. ‘Daar kom je niet direct voor in aanmerking.’
Ze ginnegappen wat.
‘Wat zijn de eisen?’ zegt Weiss.
‘Hoe scoor je op de Coopertest?’
‘O ja, de Coopertest,’ zegt hij. ‘Dat is een probleem.’
‘Drink je? Rook je?’
‘Allebei.’
‘Het klinkt veelbelovend,’ zegt Hayek. ‘Je moet misschien maar eens langs komen. We trainen op woensdagavond…’
Ze spreken af woensdag samen na het werk een biertje te drinken.
‘Ik heb van de week trouwens nog contact met jullie bureau gehad,’ zegt Weiss. ‘Dat was over die kidnapping.’
‘O,’ zegt Hayek geïnteresseerd. ‘Ben jij daar ook bij betrokken.’
Raak!
‘Zijdelings,’ zegt hij. ‘Zijdelings.’
‘Dat heeft hier nogal wat opschudding veroorzaakt, vriend.’ Hayek lacht zachtjes. ‘Die chef van jou heeft de verdachte in zijn cel verhoord en het schijnt er daarbij nogal heftig aan toe te zijn gegaan.’
‘Gerhard is er niet een van de conventionele benadering,’ zegt Weiss schijnheilig.
‘Ja man, maar de manier waarop! Je kon de klappen op de gang horen. Hij brak hem letterlijk in stukjes. Het is ongelofelijk. Drie dagen is hij met hem bezig geweest. En weet je wat nou zo raar is? Gisteren werd hij ineens vrijgelaten. En ongelogen, die knul had een wapen op zich toen hij werd gearresteerd, een groot pistool, en toen hij werd ontslagen hebben we hem zelfs zijn pistool terug moeten geven.’
Hij vertelt smakelijk hoe een en ander in zijn werk is gegaan.
Weiss luistert ademloos toe.
‘De Verfassungsschutz was er ook bij betrokken,’ gaat Hayek verder. ‘Iemand van het bureau Düsseldorf. Wat is dat eigenlijk voor bureau waar jij voor werkt? Die Sicherungsgruppe? Terrorismebestrijding he?’
‘Officieel heet het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden,’ zegt Weiss. ‘Allemaal heel erg hush hush.’
Hayek grinnikt.
‘En oké, niet altijd helemaal volgens het boekje.’
‘Dat mag je wel zeggen,’ zegt Hayek geamuseerd. ‘Ik begrijp dat de collega’s in Hannover ook niet blij zijn.’
Hannover?
‘Dat meisje,’ zegt Hayek. ‘Dat meisje dat er bij betrokken was. Die hebben we al eerder vrijgelaten, maar ze kwam uit Hannover, en ik begrijp dat er vierentwintiguursbewaking voor haar is geëist.’
‘Ja sorry, maat,’ zegt Weiss. ‘Je zult begrijpen dat ik daar verder weinig over kan zeggen.’


zaterdag 10 december 2022

153. Weiss

[Wat voorafging]

Verder komen ze niet, die dag. Maar het geeft ze wel te denken. Ronald Weiss denkt het hele weekend nauwelijks aan iets anders. Wat hem vooral bezig houdt, is de kidnapping in Keulen. Vorige week heeft Gerhard het dossier over dat incident aan Kaminsky toegeschoven, maar die legde het dezelfde dag nog op Weiss’ bureau en vroeg hem daar eens wat dieper in te duiken. Hij is er niet aan toegekomen. Toen Gerhard op kantoor kwam om Kaminsky de Roodfront-documenten af te pakken is het Keulen-dossier op Weiss’ bureau blijven liggen. Na lang aarzelen heeft hij woensdag moed gevat en heeft hij, met de kidnappapieren voor zich op zijn bureau, naar Keulen gebeld. Bureau Centrum. Daar wachtte hem een verrassing. ‘Die zaak die wordt behandeld door Kommissar Gerhard?’ zei de politieman die hem te woord stond.
‘Gerhard?’
‘Kommissar Emmerich Gerhard van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden.’
‘Ja,’ stamelde Weiss. Ja, dat is zijn collega.
‘Coördinatieprobleempje he?’ had de man aan de andere kant van de lijn gezegd.
Hij maakte onhandig zijn excuses gemaakt, en hing op.
En dacht er op dat moment niet meer over na. Maar na Gerhards bezoek aan Fischler, en Hahns tirade, laat de kwestie hem niet los.


vrijdag 9 december 2022

152. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

‘Herr Fischler is heel boos,’ zegt Gerda Pfau timide.
‘Ja, dat haal je de koekoek,’ zegt Hahn. Hij kijkt de kring rond en zegt op plechtige toon: ‘Dit is de ommekeer. Nu komen eindelijk de kaarten op tafel.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Het is nu toch wel duidelijk,’ oreert Hahn. ‘We zijn een mantelorganisatie.’
Daar hebben ze niet van terug.
‘Een mantelorganisatie?’
Hahn laat zijn stem dalen. ‘Herr Adalbert Fischler is gewoon een stroman,’ zegt hij. ‘En wij, wij maken alleen maar deel uit van het decor.’
Maar dat gaat Gutschein allemaal veel te ver. ‘Hoe bedoel je dat?’ zegt hij sceptisch.
‘Dit bureau, zegt Hahn. ‘Dit is allemaal alleen maar een dekmantel.’
‘Wat voor dekmantel?’ zei Drechsler.
‘Dat weten we niet,’ zegt Hahn uitdagend. ‘Maar daar komen we nog wel achter. Dit bureau is opgetuigd als een coördinatiepunt voor politiek gemotiveerde gewelddaden, nietwaar. Als een soort documentatiecentrum. Maar denk je dat ze zich daarmee tevreden stellen? Vergeet het maar. Uiteindelijk gaat het hard tegen hard, he. Die terroristen, die Staüberle, die Richter, die Konopka, die moeten worden opgezocht. En uitgeroeid.’
‘Denk je echt,’ zegt Weiss ontsteld.
‘Dit is een democratie, hoor,’ zegt Gutschein.
‘Een democratie,’ zegt Hahn verachtelijk. ‘Dat is toch alleen maar de buitenkant. Dat is fineer, man, dat is een laagje fineer. Daaronder, daaronder is het zuiver beton. Daar zit de echte macht, en dacht jij dat die dat toestaan, dat een stelletje idioten zonodig de wereld wil verbeteren?’
‘Jij denkt dat Brandt…’ begon Gutschein.
‘Brandt?’ zegt Hahn. ‘Ben je nou helemaal gek.’ Hij blaast een rookkringetje en kijkt tevreden hoe dat wegdrijft en zich opvouwt en oplost. ‘Dat is toch gewoon een clown,’ zegt hij. ‘Iemand die ze daar neer hebben gezet om de schijn op te houden. Fineer, net als wij. Nee, het is allemaal veel groter. Veel groter dan wij ons kunnen voorstellen. We leven in een circus, dat is het woord. Een circus, dat hebben jullie toch ook wel gemerkt. En het kan best zijn dat veel van de halvezolen die wij in de gaten moeten houden er bewust of onbewust zelf ook deel van uitmaken.’
‘Ik snap niet wat je bedoelt hoor,’ zegt Drechsler ontevreden.
‘De grote bedrijven,’ zegt Hahn met een alomvattend gebaar. ‘De multinationals. De olie-industrie. De staalindustrie. De auto-industrie niet te vergeten. De bouw. Zo is het met Hitler toch ook gegaan? Dat trekt aan de touwtjes. Dat bepaalt uiteindelijk hoe de politieke poppetjes dansen.’
‘Het militair-industriële complex!’ zegt Weiss gewichtig.
‘Nou, ik geloof daar allemaal niets van hoor,’ zegt Gerda Pfau.
‘Maar lieverd,’ zegt Hahn, ‘de feiten spreken voor zich.’
‘Maar Herr Gerhard,’ zegt Gerda Pfau, ‘dat is zo’n aardige rustige man.’
‘Ha,’ zegt Hahn. ‘Een aardige man, een rustige man.’
‘Maar…’
‘Het is een vuilak, weet je dat.’
‘In de politiek moeten ze ook niet veel van hem hebben,’ zegt Drechsler, die een actief lid is van de SPD.
‘Nogal wiedes,’ zegt Hahn veelbetekenend. ‘Die heeft een geschiedenis!’ Hij wisselt een veelbetekenende blik met Weiss maar hij gaat er niet over door en drukt zijn sigaret uit.
Er valt even een stilte.
‘Hoe dan ook, nu is het spel op de wagen,’ zegt Hahn. ‘Nu is Herr Gerhard in stelling gebracht. Nu zijn de poppen aan het dansen.’
‘En wij?’ zegt Weiss.
Hahn haalt zijn schouders op.
‘Wij mogen met de armen over elkaar zitten,’ zegt hij. ‘En toekijken.’


donderdag 8 december 2022

151. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

‘Kaminsky is wel hard afgestraft,’ zegt Weiss bezorgd.
‘Ha,’ zegt Hahn. ‘Ze zijn begonnen elkaar af te maken.’
‘En Fischler?’ zegt Drechsler.
‘Die zal ook wel een veeg uit de pan hebben gehad,’ zegt Hahn tevreden.
‘Herr Fischler zat in Washington,’ zegt de Pfauin.
‘Maar gisteren heeft hij Kaminsky te grazen genomen.’
‘Nou ja, te grazen genomen...’ zegt Gutschein aarzelend.
‘O, en Gerd,’ doet Hahn honend zijn directeur na, ‘ik begrijp dat Herr Gerhard nog niet alle dossiers over de Roodfront-groep tot zijn beschikking heeft. Wil jij wat er nog onder jouw beheer is even op mijn kamer brengen?’
‘En nu heeft Gerhard ze opgehaald,’ zegt Drechsler.
‘Het is een feit,’ zegt Gutschein.
‘De vraag is alleen, waar is hij?’
‘Wie?’
‘Gerhard,’ zegt Hahn ongeduldig. ‘Onze moordenaar. Onze mislukkeling. Dat is toch niet normaal. Hij pakt Kaminsky zijn dossiers af en hij vertrekt. En vandaag komt hij terug om de rest op te halen. En weg is hij weer. Hij wérkt hier. Hij is hier coördinator. Heb je gezien hoe hij binnenkwam, zo-even? Als een engel der wrake. Er kon nauwelijks een groet af. Regelrecht naar de kamer van Fischler. Hij klopte niet eens aan. En hoe lang was hij binnen? Vier minuten? Vijf?’
‘Wat denk je?’



woensdag 7 december 2022

150. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Op het kantoor van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden hebben de gebeurtenissen van de laatste week voor veel consternatie gezorgd. Een voorlopig hoogtepunt heeft de onrust bereikt, zo beseft Norbert Gutschein, toen Gerhard op het kantoor verscheen, om onmiddellijk daarop, na een kort onderhoud met Fischler, weer te vertrekken. Als hij het kantoor weer heeft verlaten, is er natuurlijk niemand die er maar in de verste verte over denkt om weer aan het werk te gaan. Gutschein schuift met Drechsler, Hahn en Weiss in de keuken aan de grote tafel. De mannen voeren - vanachter zijn balie scherp in de gaten gehouden door de conciërge - een felle discussie over de betekenis van deze gebeurtenis. De speculaties zijn niet van de lucht, maar de beste analyse, dat ziet Gutschein wel in, is die van de cynische Alois Hahn. Er is op de een of andere manier belangrijke informatie over de Roodfrontgroep boven water gekomen, beweert hij, terwijl hij driftig in zijn thee roert, en Gerhard is maandag in Wiesbaden op het matje geroepen. Kennelijk hebben ze hem flink de mantel uitgeveegd, want hij is woedend teruggekomen. Of niet soms! Kaminsky heeft de zaak verpest, natuurlijk. Die zit op de informatie over Staüberle en Konopka, en hij heeft er nooit een ruk aan gedaan. Die is alleen geïnteresseerd in zijn veiligheidsanalyses.
‘Ja,’ zegt Drechsler. ‘Dat klinkt logisch.’
‘Herr Kaminsky…’ zegt Gerda Pfau, die voorzichtig is binnengekomen.
Alle hoofden draaien haar kant op.
‘Ja, wat is daar mee?’ zei Drechsler.
‘Herr Kaminsky heeft zich ziek gemeld,’ zegt Gerda Pfau bedeesd.
‘Wanneer?’
‘Net.’
‘Heeft Fischler hem naar huis gestuurd?’ zegt Hahn gretig.
‘Ik geloof het niet,’ zegt de Pfauin geschrokken. ‘Hij belde op de interne lijn om te zeggen dat hij zich niet lekker voelt.’
‘Zie!’ zegt Hahn tevreden. Hij steekt zijn zoveelste sigaret op.



dinsdag 6 december 2022

149. Teorema

[Wat voorafging]

En dat doen ze. De jongens die verantwoordelijk zijn voor de techniek starten de projector, de lichten gaan uit, en er trekt een warreling van kleine beschadigingen over het scherm, tot plotseling de eerste beelden zich aftekenen.
Irmgard Konopka wacht geduldig tot de aanwezigen geabsorbeerd raken door de ontreddering van de Italiaanse bourgeoisfamilie, die wordt geconfronteerd met hun kwade genius. Daarna maakt ze voorzichtig de arm los die Penny over haar schouder heeft geslagen, en begint zich naar de rand van de kring van toeschouwers te bewegen. In de auto naar Rühle bedenkt ze een beetje ongerijmd dat ze deze mensen uit Mülheim onrechtvaardig behandelt door ze achter te laten met de gruwelijke boodschap van Pasolini’s film over de ondraaglijkheid van het burgerbestaan. Ze kan zich niet goed losmaken van de gedachte dat zij, zijzelf, een belichaming is van deze kwade genius.
Maar tegelijkertijd weet ze dat die gedachte niet correct is.
Niet tegenover zichzelf.
En ook niet tegenover de Mülheimers.

Dan is de film afgelopen en blijkt dat Sabine Mehling is verdwenen. Er ontstaat in het huis Am Kuhlendahl grote verwarring en het lijkt er zelfs even op dat het zal uitdraaien op ruzie. Maar dat komt er niet van. Veel gepraat wordt er ook niet meer. Een voor een pakken de aanwezigen hun jas van de stapel en ze vertrekken, min of meer met de staart tussen de benen. Voor twaalf uur is het huis leeg.
Magda zit op de trap, met haar hoofd in haar handen.
‘Magda!’ zegt Sophie geschrokken, als ze uit de keuken komt. ‘Wat is er?’
Magda kijkt op. Ze slikt haar tranen weg.
‘Niets,’ zegt ze, ‘niets. Ik ben oud.’
‘Lieve schat,’ zegt Sophie, terwijl ze een arm om haar heen slaat, ‘jij bent toch helemaal niet oud.’
‘Ik ben oud,’ herhaalt Magda koppig. ‘En ik ben slecht.’
Ze vecht tegen haar tranen, maar dat lukt niet goed.
‘O, o, o,’ jankt ze, ‘o, ik houd het niet meer uit.’
Maar dat gevoel houdt niet stand. De volgende dagen pakt ze al snel haar gewone leven weer op. Het enige spoor dat Irmgards bezoek lijkt te hebben achtergelaten, is een vreemd soort onrust. Een gevoel, dat ze zich nauwelijks tot zich laat doordringen, dat er verschrikkelijke dingen staan te gebeuren.

maandag 5 december 2022

148. Teorema

[Wat voorafging]

‘Je moet je hart volgen,’ zegt ze later.
‘Je hart?’ zegt Penny ongelovig. Ze tikt haar as af in de asbak die ze op de grond heeft gezet en denkt met afschuw aan duizend kasteelromans die ze heeft gelezen.
‘Je weet wel, wat hier zit.’ Irmgard Konopka omarmt haar borsten.
‘Ik weet niet of ik wel een hart heb, hoor,’ zegt Penny.
‘Lieveling, je hebt een hart. Daar kun je zeker van zijn.’
‘Maar het is zo wispelturig,’ zegt Penny. ‘Soms zegt het dit, soms dat.’
Irmgard lacht begrijpend.
‘Als ik mijn hart volg, moet ik nu eens dit doen, dan weer dat.’
‘Ja,’ zegt Irmgard. ‘Ja, zo gaat dat.’
Er gaat weifelend een instemmend gelach op.
‘Maar luister,’ gaat ze verder, ‘als ik zeg, ik protesteer, of ik verzet me, dan is dat omdat ik in mijn hart weet, dat is de stap die ik moet zetten. Maar hoe kan ik weten welke stap jij moet zetten? Misschien ben je zo ver dat je tegen een misstand wilt protesteren. Misschien ook niet. Hoe kun je trouw zijn aan jezelf, als je dingen doet, alleen maar omdat een ander tegen je zegt dat je ze doen moet?’
Ze slaat haar arm om Penny’ schouder en fluistert haar iets toe.
Magda kijkt het aan. Vanuit de keuken, waar ze zicht heeft op een spiegel, die een duister beeld geeft van de drukte in de huiskamer. Werkeloos. Ademloos. Ze kijkt hoe Sophie met een beate glimlach zit te luisteren. En hoe Penny, spinnend als een kat, zich in het centrum van het centrum genesteld heeft. Ze voelt zich overstelpt door een vreemd gevoel. Ergernis? Boosheid?
Jaloezie?
‘En het burgerlijk bestaan?’ zegt een van de meisjes van Penny’s gespreksgroep op fanatieke toon. ‘Dat wijzen jullie af, he. Dat is een vals bewustzijn, dat ontmaskerd moet worden.’
‘Ja,’ zegt Irmgard. ‘En daar gaat deze film trouwens over.’
‘Maar wat moeten we daar van denken?’
‘De film spreekt eigenlijk voor zichzelf,’ zegt Irmgard.
‘Zullen we hem anders eerst gaan kijken,’ zegt Sophie. ‘Want het is al negen uur. En niet iedereen kent hem al. Laten we eerst naar de film kijken, dan kunnen we er later over praten.’



zondag 4 december 2022

147. Teorema

[Wat voorafging]

‘Maar de Kinderladen…’ begint een van de vrouwen bezorgd.
‘De Kinderladen op zich is niet goed en niet slecht. Het is goed, want het is een uiting van een maatschappelijke ontwikkeling waarin vrouwen hun lot in eigen handen nemen. Maar het is ook niet goed, voor zover het de mannen een excuus biedt om zich aan hun medeverantwoordelijkheid te onttrekken. Want de man die een kind verwekt is tenslotte niet alleen een zaaddonor. En zolang die man niet aanspreekbaar is op zijn eigen verantwoordelijkheid, is er een probleem. En het is niet acceptabel dat een vrouw dan maar bakzeil haalt, alleen omdat haar partner weigert zijn verantwoordelijkheid te nemen. Dat is het soort dilemma’s waarvoor vrouwen worden geplaatst. Dat is een onderdeel van de strijd die wij hebben te leveren.’
‘Ik weet het niet hoor,’ zegt Sophie zachtjes.
‘Wat weet je niet?’
‘Het lijkt mij dat het allemaal nog veel ingewikkelder is.’
‘Natuurlijk is het allemaal nog veel ingewikkelder,’ zegt Irmgard streng. ‘Maar dit is een onderdeel van dat allemaal. En we zijn niet ontslagen van de plicht om het onderdeel te begrijpen, omdat het allemaal “nog veel ingewikkelder” is. Het begrijpen van het onderdeel is zelf een onderdeel van het begrijpen van het allemaal.’
‘Oh,’ zucht Penny.
En Irmgard praat en praat en praat.
En iedereen luistert ademloos. Want, dat is wel duidelijk, hier spreekt het verzet. En of je daar nu in meegaat of niet, hoe kun je jezelf progressief noemen, als je hier niet ademloos naar luistert.
‘Bij de linkse organisaties hebben jullie niets te zoeken,’ zegt ze tegen de vrouwen. ‘Die laten jullie gewoon praten. Misschien zijn ze zo beleefd om te luisteren, of te doen of ze luisteren. Maar daarna gaan ze weer over tot de orde van de dag. Weet je nog dat Sigrid Rüger Hans-Jürgen Krahl een tomaat naar het hoofd gooide? Dat was in ‘68, al weer twee jaar terug. Wat riep ze? ‘In laatste analyse ben je een contrarevolutionair,’ riep ze, ‘en ook nog een klassenvijand.’ Daar sloeg ze de spijker op de kop, weet je. Maar drong het tot die harde koppen door? Er moeten nog vrachtwagens vol tomaten aan te pas komen voordat daar iets doordringt.’
‘Maar wat moeten we doen?’ zegt een van de vrouwen.
‘Doorgaan waar jullie mee bezig zijn,’ zegt Irmgard. ‘Nadenken. Je organiseren. Je ideeën onder woorden brengen. En die kerels moeten jullie met rust laten. En als ze tomatenvlekken in hun kleren hebben, laten ze die voor de verandering maar eens zelf in de was doen.’



zaterdag 3 december 2022

146. Teorema

[Wat voorafging]

De filmavond trekt meer belangstellenden dan ooit. Voor een deel is dat natuurlijk doordat alle leden van Penny’s gespreksgroep zijn komen opdagen, plus nog een zwerm meisjes en jongens van geestverwante groepen. Maar ook de Mülheimer delegatie is niet te verwaarlozen. Bijna alle leden van de vrouwenraad zijn present, en zelfs veel van de moeders die betrokken zijn bij de kinderopvang. Een berg natte regenjassen ligt te dampen in de vestibule. Magda is, geholpen door een paar moeders van de kinderopvang, bezig koffie in te schenken en plakken cake op schalen te stapelen.
In de huiskamer zijn de verwachtingen hooggespannen. De aanwezigen hebben een kring gevormd om Sabine Mehling, van wie inmiddels wel zo ongeveer iedereen weet wie ze eigenlijk is. Ze voert, rokend, en met Penny als trouwe secondant aan haar zijde, een ernstig gesprek met Sophie en een paar moeders van de kinderopvang. ‘Je bent te optimistisch,’ zegt ze. ‘Je moet de werkelijkheid onder ogen zien. Wat zijn we? Waar komen we vandaan? We zijn het product van grootstedelijke ontpersoonlijking, van vernietiging, van de oorlog van allen tegen allen, het conflict van ieder individu met ieder individu. Begrijp je dat? We zijn het product van een systeem dat wordt geleid door productiedwang, de jacht op winst van de een ten koste van de anderen. En  door angst. De werkelijkheid is die van een genadeloze verdeling van mensen in mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, zieken en gezonden, autochtonen en allochtonen. De werkelijkheid is de geobsedeerdheid met aanzien van mensen in deze samenleving. De werkelijkheid is die van isolatie in de betonkolossen van de voorsteden. Die van gevangeniscellen, van lijfstraffen. Van hersenspoeling door de media, van consumentisme. Van depressie, ziekte, demotie, vernedering, verloedering van mensen. Van de exploitatie van mensen door het imperialisme.’ Ze schetst in felle bewoordingen een beeld van de samenleving dat de vrouwen de stuipen op het lijf jaagt.
‘Is het echt zo erg…’
‘Niet als je aan de veilige kant van de scheidslijn staat,’ zegt Irmgard. ‘Maar je mag nooit vergeten, de scheidslijn is imaginair. De wereld van de uitbuiting en de uitgebuiten is ook jouw wereld. En vroeger of later zul je moeten kiezen. Of je verzet je, of je doet mee aan de onderdrukking van het verzet.’



vrijdag 2 december 2022

145. Teorema

[Wat voorafging]

Als Raabe ophangt is het gevoel van harmonie waarmee Irmgard Konopka is opgestaan volledig verdwenen. Ze aarzelt een ogenblik met de telefoon nog aan haar oor en trekt dan met trillende vingers aan de haak. Schichtig om zich heen kijkend draait ze de cijfers van een nieuw nummer, dat van Roland Krämer, een medewerker van de universiteit in Frankfurt, die in werkelijkheid een officier is van de Stasi. Krämer is haar contactpersoon met de Oost-Duitsers. Ze brengt hem met overslaande stem verslag uit van wat er de laatste weken is voorgevallen. Krämer luistert zoals altijd rustig, zonder haar te onderbreken, haar alleen nu en dan met een korte vraag weer in het spoor helpend als ze zich te zeer in details verliest. Als ze klaar is, maakt hij instemmende geluiden. Ja goed. Mooi. Ja, dat stuk van haar, dat kan een belangrijke bijdrage zijn. Nee, ze moet zich geen zorgen maken. Er is eigenlijk weinig aan de hand. Waar is ze nu? In Mülheim? Bij een vriendin? Ja, dat is goed toch? Nee, waarom zou dat gevaarlijk zijn? ‘Maak je nou geen zorgen,’ zegt hij. ‘Probeer je te ontspannen. Neem de tijd.’ 
Ze nemen afscheid met de afspraak dat ze half november opnieuw contact opneemt.

Als ze zich uit de telefooncel heeft geworsteld merkt Irmgard Konopka dat ze ondanks Krämers pogingen haar gerust te stellen nog steeds rilt over haar hele lichaam. Ze loopt een blokje om en nog een blokje tot het rillen verdwijnt en ze weer min of meer samenhangend kan denken. Het begint tot haar door te dringen hoe dwaas het is dat ze na het voltooien van haar stuk naar Mülheim is gereden. Hoe gevaarlijk. Dat vrouwen als Magda en Sophie worden ingeschakeld in de strijd die de Roodfrontgroep heeft te voeren, dat is ondenkbaar. Ze kunnen sympathisanten zijn, helpers misschien, maar onder geen voorwaarde mogen ze er worden ingesleept.  Wat Krämer ook zegt, in feite brengt ze hen op een onaanvaardbare manier in gevaar, alleen al doordat ze hier logeert. Ze moet vertrekken, ze moet ze met rust laten. Aan de andere kant, de uitnodiging voor de filmavond is de deur uit en het gerucht van haar aanwezigheid heeft natuurlijk al lang en breed de ronde gedaan. Weer aan de andere kant, ze verheugde er zich zo op. Ze heeft zo’n ongelofelijke behoefte aan de warmte van menselijk contact. Maar wéér aan de andere kant: Teorema, die vreselijke film! 
Hoe kan ze zich uit deze val bevrijden? 
Ze tobt. En ze tobt. 
Uiteindelijk besluit ze het tot donderdagavond uit te zingen. En daarna onmiddellijk te vertrekken.



donderdag 1 december 2022

144. Teorema

[Wat voorafging]

Ze krijgt Raabe aan de telefoon, die met geen woord rept over het gesprek dat ze maandag met Teeny heeft gehad. Maar het stuk dat ze heeft geschreven is aangekomen. Hij is er lovend over. ‘Een dijk van een tekst,’ zegt hij. Budi Bachmann zal zorgen dat hij gedrukt wordt. Hij zal worden verspreid in Berlijn en in de hele Bondsrepubliek.
‘Is Eva er?’
‘Eva is ziek. Migraine. Ze is al dagen uit de roulatie.’
Ze treffen voorbereidingen om Berlijn te verlaten, zegt Raabe. Hij is ongeduldig, en wil weten hoe het bij er haar voor staat. Heeft Anna al met medestanders gesproken? Is er al iets gedaan aan het organiseren van veilige adressen? En beschikt de beweging nu over plekken waar wapendepots kunnen worden aangelegd?
‘Wapendepots?’ zegt ze verward.
‘Wat is er?’
‘Sorry,’ zei ze. Ze heeft de laatste weken hard gewerkt aan het stuk.
‘Ja natuurlijk,’ zegt Raabe. Maar Hans laat vragen hoe het staat met Dethlingen. Is het denkbaar dat ze daar nu een slag slaan?
Ze is van haar stuk en kan het zich niet te binnen brengen. Maar Raabe helpt haar op een korzelige, ongeduldige manier uit de brand. ‘We hebben daar over gesproken,’ zegt hij. ‘Het idee van Mehmet Schneider om dat wapendepot van de Bundeswehr te overvallen. In Dethlingen.’ Schneider heeft gebeld. Hij heeft voorgesteld om er volgende week woensdag een kijkje te gaan nemen.
Ja, zegt Konopka. Ze is inmiddels panisch. Ja, dat is goed. Mehmet zit, ze weet niet precies. In Keulen, of in Oberhausen.
‘In Oberhausen,’ zegt Raabe geprikkeld. Hij geeft haar het adres, dat ze noteert. 
Misschien is het goed als een van de anderen naar Rühle komt om hen bij te staan? Dat is ook in het groepsoverleg al aan de orde geweest.
‘Ja,’ zegt Konopka. ‘Ja, dat is goed,’
Ze spreken af dat Uwe Kranz, de monteur, in het weekend met een VW-bus naar Hannover komt om het commando kwartiermakers te versterken.



414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...