Wandelen in wellust en losbandigheid, denkt Gerhard. Op het gebied van harteloze seks is hij natuurlijk onverslaanbaar. Emmerich Gerhard, een politieman in zijn nadagen. Geboren in het voorjaar van 1919. In oktober 1970 is hij 51. Ooit leidinggevende bij de Zollnachrichtenstelle, de Douaneopsporingsdienst in Hamburg. En een gerespecteerd, in kleine kring misschien zelfs vermaard hoofd van wat achter de coulissen ‘Sectie Vier’ wordt genoemd, de officieuze dienst voor clandestiene operaties van de Duitse politie: een steeds ad hoc gevormde groep van specialisten voor nationale en supranationale problemen die niet langs de normale weg opgelost kunnen worden. Zeg maar ontvoeringen, liquidaties, dat soort zaken. Waarbij Gerhard de operationele aspecten voor zijn rekening nam en zijn chef, Klaus Bödel, de achterkant van het verhaal, de contacten met de politiek, met de bezettingsmachten.
Inmiddels is Gerhard vakkundig op een zijspoor gerangeerd, als coördinator met de rang van commissaris bij de Sicherungsgruppe, het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden. Het klinkt indrukwekkend, maar deze afdeling van de Federale Recherche is in feite een veredeld documentatiecentrum, waar Gerhard leiding geeft aan een stel halfsnuggeren, die informatie verzamelen over de antiautoritaire studentenbeweging en andere would-be revolutionairen.
Hij heeft de functie sinds het voorjaar. Na een telefoontje, begin april, uit Wiesbaden. Van Bödel, die het inmiddels heeft geschopt tot president van het Bundeskriminalamt, de Federale Recherche.
Hij reageerde in eerste instantie gretig, toen hij de stem van Bödel hoorde. Maar die deed zijn verwachtingen onmiddellijk teniet. ‘Nee, haha,’ zei hij. ‘Geen clandestiene operatie, beste jongen, geen sprake van, dat is voorbij.’
Maar dit was nog veel mooier, ging hij verder. Hij had een functie als coördinator voor Gerhard. Een promotie. Hij werkte weliswaar onder een directeur, een zekere Fischler, maar dat was een politieke benoeming. Het coördinatorschap was een commissarispost, twee rangen hoger dan de functie die Gerhard op dat moment bekleedde. En er was een riant salaris aan verbonden.
Gerhard besefte onmiddellijk wat het betekende.
‘Nou? Kom op man.’
Gerhard knikte. ‘Ja,’ zei hij gehoorzaam.
‘Prachtig, prachtig, ik ga het regelen.’
Gerhard hoorde Bödel aan de andere kant van de lijn met papieren ritselen, iets opschrijven. ‘Je moet een keer naar Wiesbaden komen,’ zei hij. ‘Dan gaan we naar de kroeg om de details te bespreken. Je zult tevreden zijn. Dit is echt een geweldige baan. Enorme perspectieven. Een uitgelezen kans, voor een doorgewinterde oude hond als jij.’
Van het bezoek aan Wiesbaden is natuurlijk nooit iets gekomen.
Alleen wandelen. In wellust. En losbandigheid.
dinsdag 26 juli 2022
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten