Gerhard knoopt zijn broek van zwarte keperstof dicht, en propt een stuk overhemd dat er uithangt achter de broeksband. Hij schiet zijn slobberige colbert aan en zijn regenjas. In de treurige kleine keuken van het safehouse wast hij zijn handen, maar Heidi’s geur blijft aanwezig onder die van de Lux toiletzeep. Hij kijkt in de kleine, in lichtblauw plastic gevatte spiegel die boven het aanrecht hangt. Terrorismebestrijding. Een fraaie manier om een carrière af te sluiten! Hij ruimt het appartement op en gaat weg zonder om te kijken. Zo gaan dingen. Op een of andere manier duikt Irmgard Konopka weer op voor zijn geestesoog. Zij had er wel raad mee geweten. ‘Zo werkt de bureaucratie,’ zei ze dan tegen hem. ‘Een middel om mensen monddood te maken.’ Met dien verstande dat hij natuurlijk eigenlijk altijd al monddood wás.
Zin om naar zijn flat in Keulen Raderthal te rijden heeft Gerhard niet. Hij slentert naar een hotel waar hij wel vaker overnacht en neemt daar een kamer. In de lounge leest hij, met zijn gezicht naar de ingang – altijd alert! - een exemplaar van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Later, op zijn kamer, aarzelt hij of hij een escortservice zal bellen. Hij is Heidi’s geur en haar geilheid nog niet kwijt. Maar uiteindelijk valt hij in slaap voor hij tot een beslissing komt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten