dinsdag 31 januari 2023

205. Een beetje gekloot

[Wat voorafging]

Half zes is het inmiddels. Zeker tot tien over half zes blijft Fischler onbeweeglijk achter zijn bureau zitten. Verpletterd. Vernederd. Razend van woede.
Tenslotte staat hij op.
Hij loopt naar de kapstokkast en haalt zijn regenjas van de hanger.
Trekt hem aan.
Doet het licht achter zich uit.
Loopt de gang op.
Op de kamer van Gerda Pfau brandt nog licht. De deur staat open. Fischler kijkt naar binnen, en ziet dat Gerda over een archiefkast gebogen staat, bladerend tussen de hangmappen.
Later verbeeldt hij zich dat hij haar groet.
‘Goedenavond, Fräulein Pfau,’ zegt hij.
De Pfauin schrikt op.
‘Goedenavond, Herr Fischler.’
‘Wilt u afsluiten als u weggaat?’
‘O, ja Herr Fischler. Ja natuurlijk Herr Fischler.’



maandag 30 januari 2023

204. Een beetje gekloot

[Wat voorafging]

Diezelfde dag, tegen vijven, besluit Fischler dat het zo echt niet langer kan. Hij trekt de telefoon over zijn bureau naar zich toe en draait het nummer in Wiesbaden. Tot zijn stomme verbazing krijgt hij ditmaal vrijwel onmiddellijk Bödel zelf aan de lijn.
‘Met Fischler. Ik weet niet of u het hebt gehoord?’
‘Dat weet ik ook niet,’ zegt Bödel.
‘Pohl,’ zegt Fischler.
‘Zegt me niets.’
Fischler barst los in een woedende tirade, waarin al zijn opgekropte frustratie van de laatste week naar buiten komt. Bödel luistert zonder hem te onderbreken. Tot Fischler klaar is. En geschrokken van zichzelf naar de hoorn in zijn hand kijkt.
‘En?’ zegt de stem van Bödel.
Hij klinkt een beetje ver weg. Of hij niet helemaal goed luistert. Of hij tijdens het telefoongesprek stukken zit door te kijken. Maar dat valt Fischler nauwelijks op.
‘Het gaat zo echt niet langer,’ zegt hij.
Het is even stil aan de andere kant. Dan zegt Bödel, duidelijk articulerend, en met zijn mond beslist niet te ver van de hoorn: ‘Ja man, zeg nou eindelijk eens, wat wil je dat ik doe?’
‘Haal Gerhard van die opdracht af,’ krast Fischler.
‘Ik heb het volste vertrouwen in Emmerich Gerhard.’
‘Ik heb een veel betere man hier op mijn bureau,’ zegt Fischler een beetje wanhopig.
‘Wie?’
‘Gerd Kaminsky?’
Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan barst Bödel in lachen uit. ‘Kaminsky?’ zegt hij.
‘Ja, Kaminsky.’
‘Zei je echt Kaminsky?’
‘Wat is er,’ vraagt Fischler verontrust.
‘Weet je niet hoe dat zit?’
‘Pardon?’
Bödel slikt hoorbaar een nieuwe lachbui weg. ‘Kaminsky is een Oost-Duitse agent, mein Lieber. Die is geïnfiltreerd.’
‘Kaminsky?’ stamelt Fischler.
‘Hoe is het mogelijk,’ zegt Bödel. ‘Heb je dat zelf bedacht?’
‘Het wordt ook gesteund uit de Commissie van toezicht,’ zegt Fischler moeizaam.
‘Daar heb je het toch verdomme niet besproken!’
‘Ze kwamen er zelf mee.’
‘Ze?’
‘Von Hohenfels, Udo von Hohenfels, die voor de FDP…’
Bödel begint opnieuw te lachen.
‘Wat is er?’ piept Fischler
‘Von Hohenfels. Beste jongen. Von Hohenfels en Kaminsky. Kaminsky en Von Hohenfels.’
‘Nee toch!’ zegt Fischler ontzet.
‘Ja toch, mijn vriend. Ja toch. Die worden allebei betaald door de Stasi.’
Bödel begint opnieuw te bulderen van het lachen.
Hij zegt niets meer.
Fischler legt de hoorn op de haak.



zondag 29 januari 2023

203. Democratische legitimatie

[Wat voorafging]

Later die middag, tegen vier uur, zit Gutschein op zijn kamer. Hij is in opdracht van Fischler bezig een persbericht op te stellen, dat is bedoeld om de aandacht af te leiden van de aanslag in Kleefeld. Een overzicht van politiek gemotiveerde gewelddaden in de hele Bondsrepubliek, gedurende de maand oktober. Veel valt er eigenlijk niet te melden en nieuws is er niet bij. Sinds de spectaculaire aanslag van 22 september, de ‘Dreischlag’ waarbij het Roodfront tegelijkertijd drie banken heeft overvallen, is het stil geweest aan het politieke front. Gutschein kan zich nauwelijks voorstellen dat wat hij te melden heeft veel belangstelling zal wekken op de redacties waar het persbericht terecht zal komen.
Als hij even peinzend achteroverleunt, gaat de deur van zijn kamer aarzelend open.
Gerda Pfau komt binnen.
‘Stoor ik, Herr Gutschein?’
‘Nee, komt u binnen.’
‘Het is eigenlijk dat…’
Ze kijkt hulpzoekend om zich heen.
‘Weet u, ik vind het zo erg allemaal.’
‘Wat vind u erg?’
‘Al dat geklets, hier op het bureau.’
‘Gaat u even zitten.’
Ze gaat zitten als een schoolmeisje, met twee handen haar jurk uitstrijkend voor ze zich op de stoelzitting laat zakken. ‘En wat er allemaal over Herr Gerhard wordt gezegd!’
‘Zoals?’
‘Hij is geen moordenaar. Dat ze zulke dingen kunnen denken.’
Gutschein haalt zijn schouders op, en gaat daar niet op in.
‘Hij is een heel verbitterde man. Ik denk dat hij veel nare dingen heeft meegemaakt.’
‘Zoals?’
‘Hij heeft zijn vrouw verloren…’
‘Zijn vrouw verloren?’
‘Zijn vrouw verloren?’ echoot een stem achter hen. Gutschein kijkt op en ziet Hahn in de deuropening staan, een sigaret in zijn mond, en een map in zijn handen. Ook Gerda Pfau kijkt om.
‘Het is echt zo, hoor,’ zegt ze verschrikt.
‘Ach nee, dat is kletsplaat,’ zegt Hahn. ‘Die is bij de feministen gegaan.’
‘Nee toch.’
‘Reken maar,’ grijnst Hahn. ‘Zij is Magda Gerhard, van de Kinderladen in Mülheim. De vriendin van Sophie Kirchhoff.’
‘Sophie Kirchhoff?’ zegt Gutschein. ’Wie is dat?’
‘Onbevredigd vrouwtje,’ zegt Hahn.
‘Waar heb je het over?’
‘Speurwerk,’ zegt Hahn tevreden. Hij legt de map die hij bij zich heeft op Gutscheins bureau. ‘Dienstbericht,’ zegt hij, ‘van de politie in Mülheim. Proces-verbaal van een verklaring van de man van die Kirchhoff. Een zekere Dreyfuss. Konopka, weet je wel, Irmgard Konopka, die is vorige maand in Mülheim geweest. Ten huize van mevrouw Magda Gerhard. Ik heb het document maar even opzij gelegd. Het is misschien niet zo handig om onze Herr Gerhard daarmee lastig te vallen.
‘Nee, meneer Hahn,’ zegt de Pfauin angstig. ‘Dat wil ik echt niet horen.’
Ze schuift haastig haar stoel naar achteren en vlucht Gutscheins werkkamer uit.
‘Getikt,’ zegt Hahn.
‘Wat wil je?’ zegt Gutschein onvriendelijk.
‘Ik weet niet,’ zegt Hahn. Maar ik dacht aan dat persbericht van je.’
Hij grijnst. ‘Misschien kun jij er iets mee?’ zegt hij.



zaterdag 28 januari 2023

202. Democratische legitimatie

[Wat voorafging]

‘Weet je,’ zegt Drechsler peinzend, ‘ik heb me in haar verdiept he, in Irmgard Konopka…’ Hij zwijgt even. Denkt na. ‘Dat is een fascinerende persoonlijkheid, weet je.’
‘Dat zal wel,’ zegt Gutschein onverschillig.
‘Die was eind jaren vijftig al actief in de anti-atoombeweging.’
‘Goed voor haar.’
‘En in de studentenbeweging. En in de vrouwenbeweging. En ze was getrouwd met Stuhl, de uitgever van Gerade Nun. Je kunt je bijna niet voorstellen hoe dat heeft kunnen gebeuren, dat ze in de illegaliteit terecht is gekomen. Je zou bijna denken, die is gedwongen.’
‘Gedwongen?’
‘Laat maar,’ zegt Drechsler. ‘Ik sla een beetje door. Maar schrijven kan ze. Ik heb voor mijn rapport heel wat van haar gelezen, weet je. Onderbouwde stukken. En ze weet er steeds een persoonlijke draai aan te geven Ze kent haar linkse literatuur. En ze weet het toe te passen. Ze weet het op een of andere manier, wat zal ik zeggen, ze weet het relevant te maken. Heb je het stuk gezien dat ze heeft geschreven ter verdediging van het Roodfront? Ik citeer daar uit in mijn portret. Dat is heel hartstochtelijk, weet je, dat is, dat is eigenlijk een schreeuw om aandacht. Wil je nog wat horen? Hier.’
Hij trekt met enige moeite een verfrommeld pamflet uit zijn binnenzak, en bladert even voor hij begon te lezen.

Het is nutteloos om wat juist is uit te willen leggen aan de verkeerde mensen. Dat hebben we lang genoeg gedaan. De bevrijding van Christian Staüberle hoeven we niet uit te leggen aan de intellectuele zwetsers, aan de schijtebroeken, aan degenen die alles beter weten. We moeten ons richten tot de in potentie revolutionaire delen van het volk. Dat wil zeggen tot hen die ons onmiddellijk begrijpen, omdat ze zelf ook gevangenen zijn. Die niet geven om het geklets van de linksen, omdat die nooit de daad bij het woord gevoegd hebben. Die het beu zijn!

‘Ja, ja,’ zegt Gutschein ironisch. ‘Die het beu zijn. De vraag is alleen, hoe zit het met de democratische legitimatie.’
‘Democratische legitimatie,’ antwoordt Drechsler, ‘wat is dat? Weet jij wat dat is?’ Hij lacht verachtelijk. ‘Weet jij wat democratie is? Dat is toch allemaal Scheisse.’



donderdag 26 januari 2023

201. Democratische legitimatie


[Wat voorafging] 

In het werkoverleg die middag worden geen woorden vuilgemaakt aan de gebeurtenissen in Kleefeld. Maar het onderwerp is nog lang niet uitgeput. Na de vergadering lopen Drechsler en Gutschein even naar buiten om een luchtje te scheppen. Het is druilerig weer, dus ze doen hun regenjassen aan, maar als ze eenmaal buiten zijn, wordt het droog, en ze besluiten een eindje om te lopen. Het wordt een stevige wandeling, die hen uiteindelijk in het stadspark brengt, bij de vijver, waar een paar eenzame eenden in het water roeien dat is bedekt met een strooisel van gevallen bladeren. Er is op dit tijdstip van de dag nauwelijks publiek in het park. Ver weg een paar vrouwen met kinderwagens waarvan de kap is opgezet. Bij een prullenbak tussen twee banken staat een tamelijk haveloos uitgedoste zwerver in het afval te plukken. ‘Heimatvertriebener,’ grinnikt Drechsler. Als de twee zijn kant op wandelen, kijkt de man schichtig op en loopt een beetje zijwaarts gekeerd weg. De zon breekt door, en Drechsler en Gutschein laten zich op een van de banken zakken.
‘Dus het was wel degelijk Konopka die erachter zat,’ zegt Gutschein
‘Hoe bedoel je?’ zegt Drechsler op zijn hoede.
‘Ik dacht dat er twijfel was of die kidnappingszaak überhaupt iets met het Roodfront te maken had.’
‘O nee,’ zegt Drechsler, ‘dat is wel zeker. Je hebt gehoord wat Weiss wist te vertellen. Er waren Roodfrontmensen bij betrokken. Stefan Bauschwitz. Jürgen Blech. Die zijn gedocumenteerd als leden van de beweging. Die worden ook gezocht.’
‘En Irmgard Konopka,’ zegt Gutschein.
‘Nee,’ zegt Drechsler. ‘Dat is helemaal niet bewezen.’
‘Niet bewezen? Ik dacht dat die Maas en die Schneider de ontvoering hebben uitgevoerd in opdracht van Irmgard Konopka.’
‘Het is mogelijk,’ zegt Drechsler. ‘Maar ik dacht niet dat dat al bewezen was.’
‘Jij denkt van niet?’
‘Het zou me verbazen,’ zegt Drechsler. 'Het is niet haar stijl. Ik kan het me eigenlijk niet voorstellen.’
‘En die aanslag bij Pohl?’
‘Dat al helemaal niet. Ik geloof zelfs niet dat het Roodfront geweest is. Waarom zouden die de showroom van een of andere criminele autohandelaar opblazen?’
‘Wraak,’ zegt Gutschein.
‘Dat zal dan eerder wraak zijn van die Schneider. Misschien…’
‘Ja?’
‘Misschien denkt hij dat die Pohl hem erbij heeft gelapt,’ zegt Drechsler.
‘Misschien hééft die Pohl hem er wel bijgelapt,’ zegt Gutschein.

200. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

‘Hannah Maas,’ zegt Drechsler gretig, ‘wat denk je, kan zij er iets mee te maken hebben?’
‘Met die aanslag?’ zegt Hahn op gezaghebbende toon. ‘Nee, dat was de infiltrant. Dat is toch duidelijk. Dat was die, hoe heet hij ook weer.’
‘Mehmet Schneider,’ zegt Weiss behulpzaam.
‘Het is toch allemaal zonneklaar,’ herneemt Hahn. ‘Onze Herr Gerhard heeft die Schneider gerekruteerd, als infiltrant in het Roodfrontgebeuren.’ Hij kijkt Weiss aan. ‘Dinsdag heeft hij explosieven besteld.’
‘Slagpijpjes,’ zegt Weiss.
‘Een proefbestelling meende onze mislukkeling,’ grijnst Hahn. ‘Nou, we hebben gezien hoe de proefneming is uitgevallen.’
Hij maakt zijn sigaret uit, en kijkt op zijn horloge. ‘Oef,’ schrikt hij, ‘al half tien. Düsseldorf wacht. En ik moet nog kopieën maken.’ Hij staat haastig op en verlaat de keuken.
‘Maar die Hannah…’ begint Drechsler peinzend.
‘Weet je,’ zegt Weiss, ‘ik ben vorige week nog even in Hannover geweest. Praatje maken op de kerkelijk bureau. Campe, je weet wel. En die Hannah Maas he, die is verdwenen.’
Hij kijkt Drechsler veelbetekenend aan.
‘Die is spoorloos verdwenen,’ benadrukt hij.

woensdag 25 januari 2023

199. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

In de keuken is men al een heel stuk verder met het onderzoek. Weiss en Hahn zijn allebei kort na acht uur op het kantoor gearriveerd. Ze zijn dadelijk na binnenkomst naar de postkamer gesneld, om het dienstbericht over de aanslag in Kleefeld te bestuderen. Ze zitten inmiddels met Drechsler de ins en outs te bespreken.
‘Een proefbestelling,’ zegt Hahn minachtend. ‘Nou, we hebben dus gezien waar dat op is uitgelopen.’
Weiss lacht zenuwachtig.
‘Wat weten we eigenlijk over die Pohl,’ vraagt Drechsler.
‘Pff,’ zegt Hahn. Hij kijkt Weiss aan, die in dezen zijn informatiebron is. ‘Een kleine crimineel, een verklikker voor de Verfassungsschutz.’
‘Ik weet dat van Udo Hayek uit Keulen,’ zegt Weiss ijverig. ‘Ik voetbal met hem. Hij is prima op de hoogte van die ontvoering. Hij heeft de dossiers gezien. Die Heinz Pohl, dat is een crimineel, die als tipgever werkt voor de Veiligheidsdienst. De autoshowroom is een façade, al schijnt hij daar goed geld mee te verdienen. Maar hij is ook betrokken bij drugshandel. Meer als financier dan als handelaar. En ze verdenken hem van seksuele misdrijven.’
‘Homo?’ zegt Hahn, sigaret in de mondhoek.
Weiss schudt het hoofd. ‘Meer met kleine meisjes,’ zei hij met een vies gezicht. ‘Er is zelfs sprake van dat hij die Hannah Maas, je weet wel, dat vrouwtje dat bij de kidnapping betrokken was, dat hij die verkracht heeft. Ze zou aangifte hebben gedaan.’


dinsdag 24 januari 2023

198. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Uit de zak van zijn colbert trekt Gutschein een exemplaar van een andere krant, de Bildzeitung van die ochtend, met op de voorpagina een foto van een tanige dertiger, met een schreeuwerig colbert aan en een pet op het hoofd. Hij staat bij de zwaar beschadigde voorgevel van een autoshowroom. Daaronder in de gebruikelijke chocoladeletters: ‘Aanslag in Kleefeld. Autohandelaar tast in duister.’ En een verwijzing naar pagina zes, waar een interview is afgedrukt met de ontdane steunpilaar van de samenleving. Gutscheins vinger wijst op de slotalinea, waarin wordt meegedeeld dat uit het politieonderzoek is gebleken dat bij de explosie van vrijdag jongstleden een springstof is gebruikt die bekend staat onder de naam ‘anso’, een mengsel van stookolie en ammoniumnitraat, tot ontploffing gebracht met behulp van een detonator. Naar de daders van de aanslag werd nog gezocht. De politie had aanleiding om te vermoeden dat de daders in links-extremistische hoek gezocht moesten worden. Plus nog wat van de deels zalvende, deels opruiende frasen waar de Bildzeitung het patent op heeft.
Adalbert Fischler schuift de krant weg.
‘Dankuwel,’ zegt hij.
Gutschein kijkt hem even verward aan, en verlaat dan behoedzaam achteruitlopend het vertrek. Fischler pakt de telefoon en draait het interne nummer van Gerda Pfau. ‘Fräulein Pfau,’ zegt hij, ‘heb ik goed gezien dat Herr Kaminsky vanmorgen weer op kantoor is verschenen? wilt u hem vragen bij mij te komen?’
Even later schuift de kleine senioronderzoeker hijgend in de stoel die tegenover zijn bureau staat. Kaminsky ziet er niet goed uit, merkt Fischler dadelijk op. Grauw, ineengezakt, bijna of hij nog is gekrompen sinds hij zich voor het laatste op kantoor heeft vertoond. Hij maakt een hulpeloos gebaar.
‘Ik weet het niet,’ zegt hij.
Hij is er pas weer sinds vanochtend en hij is nog volop bezig de draden te uit elkaar te halen die bij zijn afwezigheid in de war zijn geraakt.



maandag 23 januari 2023

197. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

De vrijdag gaat geruisloos voorbij en het weekend is zelfs aangenaam te noemen. Die zaterdag staat Adalbert Fischler laat op. Na het ontbijt brengt hij met vrouw en kinderen de ochtend door in het winkelcentrum van Düsseldorf en daarna rijden ze door naar zijn schoonouders, die een fraaie villa bewonen aan de Rijn, voorbij Königswinter. De volgende dag maakt hij met zijn schoonvader, een struise man van begin zeventig, een lange wandeling achter de Burg Drachenfels. Ze hebben het genoegen een roedel edelherten waar te nemen.
Op maandagmorgen barst de bom. Al vóór negen uur staat Gutschein voor zijn bureau, de PR-medewerker.
‘Hebt u de kranten gezien?’
Nee, Fischler heeft al sinds vrijdag geen kranten gezien.
Gutschein legt een exemplaar van de Frankfurter Allgemeine Zeitung van zaterdag op het bureaublad, en slaat pagina vier op, binnenlands nieuws. Er wordt daar verslag gedaan van een explosie, vrijdag jongstleden, bij een autoshowroom in Kleefeld, bij Hannover. Er waren geen slachtoffers, maar de schade aan het gebouw en de geëxposeerde auto’s was aanzienlijk. De explosie deed zich voor in de avond, toen het industrieterrein waar de showroom van eigenaar Heinz Pohl was gevestigd, grotendeels verlaten was. De politie heeft de zaak in onderzoek.
Fischler kijkt Gutschein vragend aan.
‘Pohl,’ zegt die alleen maar.
Pohl?
Gutschein legt uit dat de naam van Pohl genoemd is in, ‘u weet wel, die zaak in Keulen, die kidnapping.’


zondag 22 januari 2023

196. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Die donderdag is er opschudding. Gerda Pfau vertelt Fischler desgevraagd dat Weiss op kantoor is gekomen met groot nieuws uit Düsseldorf. Er is aan Schneider, de infiltrant, een ‘brievenbus’ ter beschikking gesteld, en al op dinsdag heeft een van de medewerkers van het Steunpunt in Düsseldorf in die brievenbus een berichtje aangetroffen, waarin hij detonators bestelt. Dat zijn ontstekingsmechanismen, legt Pfau uit. Voor een bom of zo.
Ja, ja, dat is Fischler bekend.
Hij laat Weiss op zijn kamer komen.
Als de jongeman binnenkomt, heeft hij iets uitgesproken brutaals, iets ongezeglijks over zich.
Eén detonator? Nee, twee. Ja, dat klopt. Ja, dat heeft hij de bureaumedewerkers verteld. Maar hij heeft daar toch niets verkeerds mee gedaan? Degene die hij bij het steunpunt heeft gesproken, zei niet dat het vertrouwelijke informatie was. En bovendien, dit is toch de Sicherungsgruppe. Dit is toch gewoon het soort informatie dat ze geacht worden te verzamelen.
Ja, zo’n detonator is bedoeld voor een bom natuurlijk. Of in ieder geval voor een explosief. Nee, dat denken ze in Düsseldorf niet. Herr Gerhard heeft gezegd dat het beschouwd moet worden als een proefbestelling. Maar het is een hoopgevend teken. In Düsseldorf denken ze dat het er op wijst dat de infiltratie een succes wordt.
Fischler ondervraagt Weiss nog verder. Zijn er aanwijzingen dat er inmiddels terroristen uit Berlijn naar het westen onderweg zijn? Of zijn er misschien al personen aangekomen?
Nee, daarover is Weiss niets bekend. Maar hij kan er naar vragen als Herr Fischler dat wil weten?
Fischler schudt het hoofd en stuurt hem naar beneden.

*
Als hij een half uur later met zijn broodtrommel naar de keuken gaat om te lunchen, zitten ze weer allemaal met rode koppen aan de grote tafel.
‘Maar Kaminsky is nog ziek,’ zegt Drechsler, als hij binnenkomt.
‘Ziek?’ zegt Hahn sarcastisch. Hij zit weer zo’n smerige sigaret te roken.
‘Je kunt echt ziek zijn hoor,’ zegt de bezorgde stem van de Pfauin, ‘het hoeft niet altijd voorgewend te zijn.’
Terwijl ze nog spreekt, draaien alle ogen als op commando zijn kant op.
Er valt een stilte die je kunt snijden.
Hij loopt naar de balie, waar Fricke plotseling druk met een stuk poetspapier in de weer is.
Hij bestelt zijn koffie.
En loopt terug naar zijn werkvertrek.

zaterdag 21 januari 2023

195. Liebknechtstrasse

 

[Wat voorafging]

De afspraken die Weiss met de Düsseldorfse Ilse heeft gemaakt, dwingen Fischler om het werkoverleg te verplaatsen. Vanaf dinsdag 10 november krijgt dat, in plaats van om tien uur ‘s ochtends, zijn beslag na de lunch, om half twee. Voor de werkdiscipline op het bureau is dat, mede als gevolg van de afwezigheid van de nog steeds zieke Kaminsky, dodelijk. Het lijkt erop dat Weiss en Hahn beide vanaf dinsdag niet meer vóór de middag op kantoor verschijnen, en Fischler heeft aanleiding om te denken dat in ieder geval ook Drechsler er vanaf die dag min of meer met de pet naar gooit. Op donderdag laat hij zich door Gerda Pfau, die zich ook al dagenlang ongewoon stuurs gedraagt, de presentielijsten voorleggen. Maar daaruit blijkt dat alle medewerkers zich iedere dag hebben ingeschreven op het gewone tijdstip, rond half negen. Drechsler vaak zelfs eerder. Verontrustend.
Nog verontrustender is dat er op kantoor wordt gepraat. Er beginnen geruchten de ronde te doen over de aard van Gerhards bezigheden. Dat het over een infiltratie gaat in de Roodfrontgroep schijnen alle medewerkers als vanzelfsprekend aan te nemen, hoewel dat natuurlijk absoluut niet bekend mag worden verondersteld. Er schijnen zelfs op het kantoor allerlei details ter sprake te zijn gebracht waarvan hijzelf niet op de hoogte is, en waarvan het onmogelijk de bedoeling kan zijn dat ze vrijelijk besproken worden. Hij heeft daarover Gerda Pfau bij zich geroepen, die hem blozend bekende dat Hahn en Weiss er inderdaad meer over lijken te weten. Het zou allemaal samenhangen met een poging tot ontvoering die eind oktober in Keulen heeft plaatsgevonden. De Pfauin weet er het fijne niet van, want Hahn en Weiss spreken vaak in raadselen, maar zeker is dat die ontvoering is uitgevoerd in opdracht van de Roodfrontgroep. Zelfs de naam van de hoofddader is bekend. Ene Moritz of Mehmet Schneider. En dat is ook de persoon die genoemd wordt als de infiltrant om wie deze hele operatie draait.

vrijdag 20 januari 2023

194. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Na het weekend wordt het kantoor gebeld door een medewerkster van ‘Steunpunt Düsseldorf’ zoals ze het tegen Gerda Pfau noemt. Ilse heet het meisje, een onnozel schaap, dat afspraken wil maken over ‘het liaison’. Fischler verwijst haar door naar Ronald Weiss, en moet later van hem horen dat er is afgesproken dat Weiss zelf en Hahn, zich beurtelings, dagelijks om 10 u ‘s ochtends, in Düsseldorf zullen vervoegen ‘met al het materiaal dat relevant is’.
En wat is relevant? vraagt Fischler ijzig.
Weiss bloost. ‘Alle dienstberichten die verband houden met de Staüberle/Konopka bende?’ vraagt hij. ‘En alle analyses die het bureau van dat materiaal maakt?’
Fischler perst zijn lippen op elkaar en knikt.
‘En het stuk van Rudi Drechsler?’ vraagt Weiss.
‘Drechsler?’ zegt Fischler onwillig. ’Hm, ik weet niet of dat stuk helemaal rijp is,
‘Herr Gerhard zei…’
‘Ja, ik weet wat Gerhard zei. Misschien kunt u nog even een exemplaar op mijn bureau leggen, dan zal ik het bekijken.’


donderdag 19 januari 2023

193. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

Rangen en standen, meent dr. Adalbert Fischler, zijn geen willekeurige, in essentie betekenisloze verschijnselen. Ze komen tot stand op basis van een rationele ordening van verdiensten. En horen als zodanig gerespecteerd te worden, en wel in de eerste plaats door degenen die ze bekleden. In dat opzicht is Herr Kommissar Emmerich Gerhard, die in de Sicherungsgruppe een coördinerende taak vervult, ernstig tekort geschoten. Niet alleen geeft hij de onder hem geplaatste medewerkers al geruime tijd een slecht voorbeeld door op een schandalige manier zijn plichten te verwaarlozen. Hij heeft bovendien blijk gegeven van een onaanvaardbaar gebrek aan respect voor wie boven hem gesteld is. Het is misschien zo dat hij van nog hoger gestelden opdracht heeft gekregen zekere operaties uit te voeren ter bestrijding van antimaatschappelijke groeperingen, maar dat betekent niet dat hij geen verantwoording schuldig is aan zijn direct leidinggevende. En al helemaal onacceptabel, nee ronduit schofferend, is het dat hij, voorbijgaand aan Fischler, zijn direct leidinggevende, instructies heeft uitgedeeld aan medewerkers van een organisatie met een taakstelling die fundamenteel niet strookt met de activiteiten waarmee dit soort instructies in verband staan.
Nadat Emmerich Gerhard op donderdag 5 november de medewerkers van de Sicherungsgruppe uiteen heeft gezet wat er van hen verwacht wordt, en zonder zich nader bij zijn diensthoofd te expliceren weer is vertrokken, belt dr. Adalbert Fischler razend en in de hoogste staat van opwinding naar Wiesbaden. Maar hij slaagt er niet in de president van de Kriminalamt aan de telefoon te krijgen.
Een dag later lijkt het of de urgentie op een geheimzinnige manier min of meer is weggeëbd, en hoewel Fischler nog steeds vast van plan is om Bödel op de hoogte te stellen van zijn gefundeerde bedenkingen bij Gerhards optreden, komt het er steeds niet van. Voor een deel is dat natuurlijk door zijn veelsoortige andere beslommeringen. Fischler is een drukbezet man. Maar ook een rol speelt de snel toenemende interne onrust die zijn aandacht opeist. Het begint ermee dat Rudi Drechsler die vrijdag zijn ‘portret’ van Irmgard Konopka onder alle bureaumedewerkers verspreidt. Het blijkt een werkstuk van vijfendertig getypte pagina’s, waarvan zeven pagina’s literatuurverwijzingen. Het rapport leidt tot enige opschudding en venijnige vragen in het werkoverleg van de kant van Weiss en Hahn.


woensdag 18 januari 2023

192. Kanzleramt

[Wat voorafging]

Over het brede glinsterende laken van de Rijn glijden schepen stroomafwaarts en ploegen schepen stroomopwaarts, zonder dat het oog in hun kalme voortbewegen veel verschil kan ontwaren. Er zijn lange, zwarte rijnaken. Er zijn duwschepen, die immense bakken met kolen of ertsachtigheden voortstuwen, één bak, twee bakken, sommige schepen, met torenhoge kajuiten, duwen wel vier bakken, niet alleen stroomafwaarts, maar ook naar rechts, de rivier op. Aan boord van de schepen vallen niet veel tekenen van leven te bespeuren. Een glimp van een schipper aan zijn roer. Iemand die bezig is een dek schoon te spuiten. Iemand die, over de reling hangend, een stuk van de romp schildert. Een paar vrouwen die op deze zonnige vrijdagmiddag was aan lijnen hangen. Alles met een rust en een doelbewustheid die bijna onwerkelijk lijken.
In het Kanzleramt, in een kleine vergaderzaal, zit Willy Brandt met zijn buitenlandadviseurs om tafel. Het hoge voorhoofd onder de uiachtige kruin staat op storm, en hij bijt verwoed op een cigarillo, terwijl hij al dan niet luistert naar zijn adviseurs, vijf, zes keer dezelfde beschaafde, enigszins gladde jongemannen, die hem om de beurt de les lezen.


dinsdag 17 januari 2023

191. Hohenfels

[Wat voorafging]

‘En ik zou je daarbij drie richtlijnen willen meegeven,’ vervolgt Von Hohenfels bedachtzaam. ‘De eerste is uiteraard dat excessieve maatschappelijke onrust als onwenselijk beschouwd moeten worden. Zeker met het oog op de internationale politieke krachtverhoudingen. Als tweede: het is van het grootste belang dat ongeleide projectielen als Christian Staüberle en mevrouw Richter, eigenlijk tot iedere prijs, en zo snel mogelijk, onschadelijk worden gemaakt…’
Von Hohenfels zwijgt, en wijst naar een groengeverfd bankje dat, ter hoogte van de Kaiser-Friedrich-Straße, uitkijkt over de rivier.
Ze gaan zitten.
‘En de derde?’ vraagt Kaminsky nors.
‘De derde is dat mevrouw Konopka, als dat even mogelijk is, beschermd moet worden.’
‘Irmgard Konopka?’ barst Kaminsky verontwaardigd uit.
Von Hohenfels zwijgt.
‘Maar dat is de ergste,’ zegt Kaminsky.
‘Zij is een speciaal geval,’ zegt Von Hohenfels.
‘Ze heeft haar man in de steek gelaten. Zonder haar zou er helemaal geen Roodfrontprobleem bestaan.’
‘Ze heeft belangrijke verdiensten.’
‘Ha!’ grauwt Kaminsky. ‘Je denkt toch niet dat ik ook maar een greintje respect heb voor die vrouw?’
Von Hohenfels zet zijn bril af en poetste de glazen zorgvuldig op.
‘Beste vriend,’ zegt hij, ‘we spelen allemaal de rol die we moeten spelen.’
Hij haalt een notitieboekje uit zijn binnenzak en begint bedachtzaam aantekeningen te maken.
‘Ja, ja,’ zegt hij. ‘Ja, ja.’
Hij bergt het boekje weer op.
‘Luister Gerd,’ zegt hij. ‘Dit is allemaal niet oninteressant. Niet iets voor de Commissie van toezicht, zou ik denken. Nee, dat denk ik niet. Maar interessant genoeg om er iets mee te doen. Ik moet er nog eens goed over denken. Maar ik neem aan dat het de moeite waard is dit alles onder de aandacht van, laat ik zeggen, de bevoegde instanties te brengen.’

maandag 16 januari 2023

190. Hohenfels

[Wat voorafging]

‘Een lastige zaak,’ zegt Von Hohenfels tenslotte. ‘Maar laten we het eens onder een andere invalshoek bekijken. Een bureau dat tot taak heeft de bestrijding van politiek gemotiveerde gewelddaden, dat moet er op een gegeven moment toch gewoon hard aan toe gaan. Deze Staüberle-Konopka-groep, dat kun je toch met de beste wil van de wereld niet zien als een progressieve kracht.’ Hij glimlacht achter zijn brillenglazen. ‘Wij liberalen, wij zijn natuurlijk voorstanders van de vrije ontplooiing van het individu,’ gaat hij verder, ‘maar dit soort ontplooiing is niet bepaald wat wij daarbij voor ogen hebben. Dit zijn terreurdaden, en terreurdaden, die zijn, dat zul je met me eens zijn, in wezen alleen maar een ander gezicht van het imperialisme. Een imperialisme dat zich hier als het ware vertoont als zijn eigen negatie, dat als zodanig bestreden moet worden. En als jouw Herr Gerhard dat doet door in deze club te laten infiltreren, áls hij dat doet, dan moeten we vaststellen dat, hoe verachtelijk zijn werkwijze misschien ook is, infiltratie op zich geen illegaal middel is. En als er bij het tot stand brengen van een infiltratie misschien hier en daar brokken worden gemaakt, dan moeten we niet onmiddellijk moord en brand schreeuwen. Eigenlijk in tegendeel.’
Hij kijkt voorzichtig naar de licht hijgende man naast zich. Kaminsky laat, als ze eenmaal langs de Rijn wandelen, zijn dikke oogleden zover laten zakken dat zijn ogen nauwelijks nog te zien zijn.
‘Ik zeg, we moeten deze situatie beschouwen als een kans,’ zegt Von Hohenfels. ‘We moeten daar met beleid mee omgaan.’
‘Beleid, beleid,’ sputtert Kaminsky.

zondag 15 januari 2023

189. Hohenfels

[Wat voorafging]

Even later wandelt Von Hohenfels met Kaminsky de Stockenstrasse af, door de Stadtgarten, naar de rivier, en vandaar, tussen de lindenbomen van de Rijnboulevard, de drie kilometer stroomopwaarts tot het Kanzleramt. Deze vrijdag is, bedenkt de FDP’er tevreden, een mooie, koude voorafspiegeling van wat de winter misschien te bieden heeft. Zuiverheid. Een hoge, blauwe lucht, met hier en daar kleine wervelingen van windveren, een aarzelende noordenwind. De bladeren hebben de bomen verlaten, behalve die van een incidentele wilg, die nog grijs en uitgedroogd ratelen in de wind.
Ondanks deze fraaie omstandigheden is het gesprek dat hij met Kaminsky voert brokkelig. Ongemakkelijk. Von Hohenfels merkt wel dat er bij de kleine senioronderzoeker nogal wat rancune zit.
‘Ja, ja,’ zegt hij. ‘Jij zegt, onze Herr Gerhard is bezig een operatie uit te voeren die politiek wordt aangestuurd. Maar wat voor aanwijzingen heb je daarvoor? Jij zegt, iets anders is feitelijk uitgesloten. Maar ik zeg dan, aangenomen dat, aangenomen he! Aangenomen dat Herr Fischler, zoals jij het noemt, is overruled, wie overrulet hem dan? Nou? Wiesbaden, zeg ik. Misschien Herr Bödel, die president is van het Kriminalamt. Of een van zijn medewerkers.’
‘Maar je begrijpt toch wel…’ gromt Kaminsky.
‘Jij zegt, Bödel wordt politiek aangestuurd,’ gaat Von Hohenfels verder, met het gezicht van een fijnproever. ‘Maar dan zeg ik: politiek? Wat is politiek? Is dit een initiatief van Hans-Dietrich Genscher, onze partijgenoot, die Minister van Binnenlandse Zaken is, en onder wie het Kriminalamt valt? Moeilijk voorstelbaar, he? Of hebben we hier misschien te maken met politieke aansturing door onze coalitiegenoten van de SPD? Maar als dat zo is, praten we dan over aansturing in overleg met onze liberale geestverwanten? Wat het in zekere zin tot regeringsbeleid zou maken. Of is het een ordinaire, partijpolitieke aangelegenheid? Politieke aansturing, werk dat eens wat dieper uit.’
Kaminsky schudt onwillig het hoofd.
‘Ja,’ zegt Von Hohenfels tevreden, ‘dan stopt het he. Dan wordt het ondoorzichtig. En dan ligt het ook, laat ik zeggen, dan ligt het buiten onze competentie.’
Hij zwijgt een poos. Nadenkend. Wachtend op een mogelijke reactie van zijn gesprekspartner.
Maar die komt niet.


zaterdag 14 januari 2023

188. Hohenfels

[Wat voorafging]

Kaminsky laat zich zuchtend in een stoel zakken.
‘Wat is het Gerd?’
Kaminsky wijst op zijn borst. ‘De longen,’ zegt hij.
‘Wat drink je?’
Kaminsky knikt naar de ober, die naast het tafeltje is verschenen.
Even later zit hij met voorzichtige slokjes zijn thee te drinken.
Von Hohenfels neemt hem op, zoals hij tegenover hem zit, in elkaar gezakt, nors, zo nu en dan spiedende blikken om zich heen werpend. ‘Gerd,’ zegt de FDP-functionaris, ‘voor alle duidelijkheid even, ik spreek hier met je, niet als lid van de Commissie van toezicht, maar als privépersoon. Dat daar geen misverstand over ontstaat. Ik spreek met je als een privépersoon, die het beste met je voorheeft, en die zeker openstaat, nee, die de grootste belangstelling heeft voor wat jij hebt mee te delen. Maar om te beginnen even persoonlijk. Ik constateer tot mijn genoegen dat je geen alcohol tot je hebt genomen…’
Hij kijkt hem even weifelend aan.
‘Of in ieder geval niet teveel, ‘vervolgt hij. ‘Daar ben ik blij om. Ik zal zelf de laatste zijn om iets af te doen aan het wonderbaarlijke vermogen van spiritualiën om de zwarigheid van het bestaan te verlichten, maar jij weet net zo goed als ik, juist in onze delicate positie: alles met mate, en overdaad schaadt. En dan wil ik nog even ingaan op je ziekteverlof. De mogelijkheid om je ziek te melden zonder dat dat financieel of anderszins consequenties heeft is een formidabele maatschappelijke verworvenheid. Maar jij en ik zullen het er over eens zijn dat op deze verworvenheid alleen in extremis een beroep dient te worden gedaan.’
Hij aarzelt even. ‘Ik twijfel er niet aan,’ vervolgt hij dan, ‘dat de positie waarin jij je bevindt heel wel als in extremis gekenschetst kan worden. Wat er bij de Sicherungsgruppe schijnt te zijn voorgevallen, het is allemaal niet gering. Maar ik wil er toch bij je op aan dringen om je tot het uiterste in te spannen om dit in extremis te overwinnen, om het als het ware onder de duim te krijgen, zodat je, ook in het belang van de zaak, op korte termijn, laten we zeggen toch echt niet later dan maandag aanstaande, je werkzaamheden kunt hervatten.’
Von Hohenfels leunt achterover en laat zijn woorden even op Kaminsky inwerken.
‘Dit gezegd zijnde,’ hervat hij dan, ‘kunnen we ons misschien wat meer en detail bezig houden met de onregelmatigheden waarop jij op je post aan de Liebknechtstrasse bent gestuit. Maar het is misschien aan te bevelen deze kwestie niet te bespreken in een horecagelegenheid, waar, laten we wel zijn, allerlei onbevoegde oren al dan niet opzettelijk kunnen meeluisteren, maar op een meer peripatetische, hoe zal ik het zeggen, ambulante wijze.’
Aldus wordt zonder uitstel overeengekomen.


vrijdag 13 januari 2023

187. Hohenfels

[Wat voorafging]

Von Hohenfels heeft weinig zin zich de zondagochtend te laten verpesten, en hij merkt wel dat Gerd Kaminsky wat meer heeft gedronken dan op dit tijdstip van de dag is aan te bevelen. Hij maakt daarom een eind aan het gesprek en belooft zich in de zaak te verdiepen. Hij zal Kaminsky terugbellen. Wat hij inderdaad doet, zij het pas dinsdagmiddag, vanuit het bureau van de lokale FDP in Keulen. In eerste instantie probeert hij de senioronderzoeker te bereiken bij het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden, maar daar is Kaminsky niet bereikbaar. Hij heeft zich nog steeds niet beter gemeld. Maar thuis neemt hij vrijwel onmiddellijk de telefoon op. Von Hohenfels vraagt vriendelijk of Gerd die vrijdagmiddag in de gelegenheid is…
Om vier uur die vrijdagmiddag treffen ze elkaar in een café in het centrum van Bonn, tegenover het oude raadhuis. De FDP-politicus zit al achter een kopje thee op Kaminsky te wachten. Hij ziet er zoals altijd uit als een drogist, met rode oren, en het korte haar in een soort kuifje. Starende ogen achter een stalen brilletje. Buiten sloft een zo op het oog niet al te noodzakelijke demonstratie voorbij. De gebruikelijke idealistische meisjes met aanhang, een paar excentriekelingen en verder vooral grimmige belanghebbenden.


donderdag 12 januari 2023

186 Kaminsky

[Wat voorafging]

Kaminsky geeft hem een uiteenzetting van wat hij ‘de affaire Gerhard’ noemt. Bij het vertellen voelt hij hoe hij overmand wordt door een onbeheersbare verontwaardiging. Het gaat hem er niet om dat het Roodfrontdossier hem ontnomen is, zegt hij. Het is de manier waarop deze kwestie zich ontwikkelt. Hij heeft inlichtingen ontvangen, zegt hij, inlichtingen waaruit blijkt dat Gerhard in Keulen is opgetreden op een manier die in een democratische rechtsstaat volstrekt onaanvaardbaar is. Er is een verdachte verhoord in een politiecel. Er heeft mishandeling plaatsgevonden, binnen gehoorsafstand van een politiefunctionaris. En de verdachte is later nota bene op vrije voeten gesteld. Kennelijk in samenspraak met de Binnenlandse Veiligheidsdienst, maar volledig buiten de officier van justitie om. Er is zelfs gesuggereerd, het is te gek voor woorden, maar er is gesuggereerd dat aan de verdachte een wapen dat hem is ontnomen langs slinkse weg opnieuw ter hand is gesteld.
‘Tja, tja…’
Het is toch duidelijk, roept Kaminsky schel. Het kan niet anders of er wordt hier een infiltratie voorbereid. Een infiltratie! Hij hoeft toch niet uit te leggen dat zo’n project volkomen, maar dan ook volkomen buiten de competentie ligt van de Sicherungsgruppe?
Von Hohenfels probeert hem te kalmeren. Adalbert Fischler zou ongetwijfeld weten…
Maar Kaminsky valt hem in de rede. ‘Snap je dan niet,’ kwaakt hij, kokend van verontwaardiging. ‘Fischler wordt gewoon overruled.’
Stilte.
‘Hij wordt overruled, Udo.’
‘Overruled? Door wie dan?’
‘Kijk, dat bedoel ik nou. Dat bedoel ik nou met de politieke dimensie.’

woensdag 11 januari 2023

185 Kaminsky

 [Wat voorafging]

Zondagochtend is het. Elf uur. Gerd Kaminsky schenkt zich nog een Apfelkorn in, maar in plaats van het glaasje op te pakken en ervan te nippen, laat hij zijn hand boven de lompe hoorn zweven van de witte telefoon die naast zijn fauteuil staat. Hij aarzelt. En aarzelt. En pakt tenslotte de hoorn op en draait een nummer.
Aan de andere kant van de lijn gaat de telefoon over. Eén keer, twee keer, drie keer. Na de vijfde keer wordt er opgenomen.
‘Hohenfels.’
Eigenlijk Von Hohenfels, maar het Von laten ze tegenwoordig liefst achterwege.
‘Udo,’ zei Kaminsky, zijn neiging wegdrukkend om met dubbele tong te praten. ‘Ik moet je even spreken.’
Een ogenblik is het stil aan de andere kant. Dan antwoordt Von Hohenfels voorzichtig. ‘Gerd?’
‘Neem me niet kwalijk dat ik stoor,’ zegt Kaminsky. Hij trekt zijn zakdoek tevoorschijn en veegt zijn lippen af. ‘Ik zit met een kwestie,’ zegt hij.
‘Ja?’
‘Het is een beetje gevoelig,’ gaat Kaminsky verder. ‘Jij zit voor de liberalen in de Commissie van toezicht...’
‘Bel je me over je werk?’
‘Het is belangrijk,’ zegt Kaminsky.
‘Mmm.’
‘Het betreft een van onze medewerkers. Je kent hem wel. Gerhard. Emmerich Gerhard.’
‘Gerhard, ja die ken ik wel. De coördinator.’
‘Ik ben bang…’ begint Kaminsky. Hij aarzelt even. ‘Ik ben bang dat hij bezig is met zaken die buiten de competentie van het bureau vallen,’ zegt hij.
‘Moet je dit niet met je diensthoofd bespreken?’ zegt Von Hohenfels.
‘Dit heeft een duidelijke politieke dimensie.’
‘Nou, nou.’
‘Het grijpt echt heel diep in.’
Het is even stil aan de andere kant van de lijn.
‘En je denkt dat je dit bij de Commissie aanhangig moet maken?’ zegt Von Hohenfels voorzichtig. Hij zwijgt even. Maar verzamelt dan kennelijk zijn moed. ‘Oké,’ zegt hij, ‘brand maar los.’

dinsdag 10 januari 2023

184 Kaminsky

[Wat voorafging]


Bödel is als president van het BKA de man die eindverantwoordelijk is voor de inrichting van de Sicherungsgruppe. Daar mag je rustig van uitgaan. En eigenlijk zou dat een garantie moeten zijn dat het bureau een of andere vorm van politieke relevantie zou hebben. Maar die verwachting is, al vanaf het begin, niet gerealiseerd. Het Coördinatiepunt Politieke Gemotiveerde Gewelddaden ontpopte zich als niet meer dan een veredeld documentatiecentrum. Met een drieledige taak, zoals Fischler het graag, en nogal pompeus, uitdrukt: het verzamelen van informatie over politiek gemotiveerde gewelddaden; het analyseren van die informatie; en het communiceren van de resultaten met buitenwacht. En dat is alles. Als senioronderzoeker heeft hij nu al twee keer een ‘risicoanalyse’ opgesteld, zoals hij het genoemd heeft. Niet iets waar ook maar iemand iets aan heeft.
Dat is allemaal tot daar aan toe, en het was te verdragen. Verveling is nu eenmaal al jaren een onontkoombaar gegeven in zijn bestaan, en uit verveling komen soms onverwacht interessante ontwikkelingen tevoorschijn. Maar ditmaal is de enige ontwikkeling die zich heeft voorgedaan er een van de onaangenaamste soort. In mei is uit het niets Emmerich Gerhard ten tonele verschenen, die je rustig kunt beschouwen als een van de weerzinwekkendste figuren die er bij de Duitse politie rondlopen. Emmerich Gerhard, de hond van Bödel, die naar alle waarschijnlijkheid achter de Sonderkommandos zit die in de jaren ‘50 en ‘60 de vuile klusjes van de Duitse politiek opknapten. Gerhard werkte in de jaren vijftig, onder Bödel, bij de Recherche in Keulen, en ergens halverwege dat decennium, toen Bödel was overgestapt naar de Douaneopsporingsdienst, was hij daar ook gaan werken. Een volstrekt gewetenloos heerschap.
Tot mei was Kaminsky, zo onbenullig als het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden zich ontpopte, daar in ieder geval de onbetwiste nummer één in de uitvoering. Maar met het verschijnen van Herr Gerhard was dat voorbij. Gerhard werd benoemd tot coördinator, zo’n zinledige moderne term, die was overgewaaid uit de Verenigde Staten. De eerste maanden hield Gerhard zich op zijn sleutelpost verdacht rustig. Hij voegde zich naar de routine van het bureau, voerde eigenlijk niet veel uit, en onthield zich er in ieder geval zorgvuldig van om zich met Kaminsky’s zaken te bemoeien.
Maar nu zijn de rapen gaar.
De politiek heeft met oorverdovend geraas zijn intrede gedaan.


maandag 9 januari 2023

183 Kaminsky

[Wat voorafging]

Het ziet er naar uit dat Kaminsky reddeloos op een dood spoor is beland. Toen hij deze winter, in februari, werd gepolst voor een baan bij een nieuw op te richten overheidsbureau, een Sicherungsgruppe, was dat opwindend nieuws. Zijn baan bij de Kriminalpolizei Frankfurt was niet onaantrekkelijk, en had hem in de gelegenheid gesteld een netwerk van contacten op te bouwen met mensen uit de politiek en de financiële wereld; maar Bonn bood hem niet alleen een promotie tot senioronderzoeker met het salaris van een Polizeikommissar, maar er leek ook een niet te verwaarlozen politieke dimensie aan deze functie te zitten. Plus dat hij al sinds jaar en dag een uitstekend contact had met degene die benoemd zou worden tot directeur van het nieuwe bureau, Adalbert Fischler, een coming man in de wereld van de christendemocraten.
Maar de praktijk was anders dan hij had verwacht. Aan Fischler lag dat niet. Die had hem getipt voor de baan, en hij had ongetwijfeld zijn plannen met hem. Maar Kurt Bödel, of hoe heette hij, de president van het Bundeskriminalamt, had een spaak in het wiel gestoken. Kaminsky kent Bödel niet persoonlijk en over zijn politieke identiteit is hij onzeker. Het enige wat men van hem weet, is dat hij een politieman is die zich, van de straat, heeft opgewerkt tot in steeds hogere regionen. Dat hij protectie geniet staat wel vast, maar hoe die lijntjes lopen, daar schijnt niemand het fijne van te weten. In ieder geval is de man, toen hij in ‘67 in Wiesbaden werd benoemd, te keer gegaan als de spreekwoordelijke olifant in de porseleinkast. Dat hele oude nazizootje daar werd aan de dijk gezet. Het kostte Kaminsky een stel waardevolle contacten.



zondag 8 januari 2023

182 Kaminsky

[Wat voorafging]

Drinkt Gerd Kaminsky teveel? Wel iets teveel waarschijnlijk. En de laatste tijd zelfs nog wel iets meer. Maar niet overmatig. Zijn drankgebruik hangt, denkt hij, samen met de verveling die hem in haar greep heeft. Drank, en met name gedestilleerd, is een feilloos middel om verveling om te toveren in een gevoel van behaaglijkheid. Om hem in staat te stellen om de tijd te doorstaan.
Dosering is daarbij van het allergrootste belang. Je drinkt niet als je je niet verveelt. En als je je verveelt, en je drinkt, moet je er zorgvuldig op letten hoeveel je drinkt. Een beetje teveel, dat is oké. Maar er is een grens. Veel te veel, nee, zelfs een half glas over de grens, een paar druppels, dat kan je genadeloos door de wand van de behagelijkheid drukken, een wereld in waar je met tuitende oren en tranende ogen hulpeloos ronddwaalt tussen gebroken glas.
Eigenlijk draait alles om verveling, denkt Kaminsky. Ooit was hij van mening dat de werkelijkheid gruwelijk is, en hij is in zijn tijd met de nodige gruwelijkheid in aanraking geweest, maar de laatste jaren is de gruwelijkheid als het ware teruggedeinsd, gekrompen, gevangen geraakt in wat je misschien het best kunt aanduiden als een gruwelijke verveling. Vijfenvijftig is hij. En als bewonderaar van Giacomo Casanova, kan hij niet anders dan onder ogen zien dat hij nog maar vijf jaar verwijderd is van de leeftijd waarop de achttiende-eeuwse avonturier, helemaal aan lager wal geraakt, zijn kleurrijke bestaan moest opgeven, om een baan te aanvaarden als bibliothecaris in Dux, ergens in het Sudetenland. Aan lager wal is Kaminsky niet. Hij is de zwarte jaren zonder schade te boven gekomen en hij is tegenwoordig de eigenaar van een geriefelijk appartement aan de Rijn in Graurheindorf. Ook aan pecunia ontbreekt het hem niet. Tachtigduizend markt belegd in obligaties, bijna twintig in aandelen en ruim tienduizend veilig op zijn rekening bij de Sparkasse. Maar kleurrijk kun je zijn bestaan niet noemen. Eigenlijk is hij al jaren eerder dan Casanova in een bureaucratische afgrond beland, waar hij zich moet laten ringeloren door een stel blagen en waarin eigenlijk het enige wat hem nog rest het schrijven is van memoires - precies datgene wat gezien de omstandigheden absoluut niet tot de mogelijkheden behoort.


zaterdag 7 januari 2023

181. Kasinke

[Wat voorafging]

‘Op verzoek chef. Op verzoek van Metzger. Stanley Metzger. Die zei, Kasinke, we moeten Gerhard in het oog houden. Want hij heeft je in de trein zien zitten, chef, en hij dacht, die Gerhard, nou ja.’
‘Metzger?’ zegt Gerhard.
‘Weet je niet meer, chef? Veertien dagen geleden? In de trein uit Frankfurt.’
Gerhard knikt. Metzger met zijn dellerige vriendin Anita.
‘Hij had twee jongens in die trein, chef. Die zijn je gevolgd. We zijn in je geïnteresseerd natuurlijk. Want je bent tegenwoordig een hoge ome.’
‘Donder op,’ zegt Gerhard.
‘Nee, dat is echt zo,’ zegt Kasinke onverstoorbaar. ‘Je bent de coördinator van een nieuw bureau. De Sicherungsgroep. Het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden. Ik bedoel maar.’
Gerhard zwijgt.
‘En je praat met de president zelf.’
Dat verbaast Gerhard.
‘De president?’ zegt hij.
‘Bödel, chef, Klaus Bödel, de president van de Federale Recherche.’
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Metzger, chef. Een uitgeslapen ventje, hoor. Daar moet je je niet op verkijken.’
Maar hoe kan hij weten van Bödel?
‘Klaus Bödel, die ken ik nog wel van vroeger,’ zegt Gerhard. ‘Ik heb jaren voor hem gewerkt. Die is president van de Federale Recherche, dat klopt. Maar denk je echt dat ik die nog zie?’
‘Chef, je zit met hem te eten,’ zegt Kasinke. ‘Je onderschat de mensen, hoor. Metzger is echt slim. Die weet dingen. En nu denkt hij dat je een clandestiene opdracht uitvoert. Een Sectie Vier.’
Gerhard lacht verachtelijk.
‘Ja, lach maar. Maar we zijn niet van gisteren, weet je. Je hebt je eigen hoofdkwartier ingericht. Toch? Dat wil je toch niet ontkennen? Met drie kinderen van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, die daar twaalf uur per dag aan de telefoon zitten. Zou ons dat niet interesseren?’
‘Wie is ons?’ zegt Gerhard.
‘Scheisse, chef,’ zei Kasinke, met een afwerend gebaar. ‘We zijn goedwillende burgers. Mensen die niets moeten hebben van de communisten. Of ze nou van de partij zijn of van een mantelorganisatie. Wij dragen de politie een goed hart toe.’
‘Ja,’ zegt Gerhard. ‘En die nu als de weerga opsodemieteren. En mij niet langer voor de voeten lopen.’
‘Al goed chef, ik ben al weg. Ik wil alleen even zeggen, als u ons op de een of andere manier nodig hebt, dat u ons dan weet te vinden. U hebt het kaartje toch nog wel?’
‘Kaartje?’ zegt Gerhard, opnieuw overdonderd, ‘welk kaartje?’
‘Het kaartje dat Stanley u heeft gegeven.’
Gerhard schopt hem hard tegen de linkerknie en ziet met enige tevredenheid hoe Kasinke struikelt en in een reflex zijn ellebogen opheft om de vervolgactie te blokkeren.
‘Lul,’ zegt hij.
Maar Kasinke geeft geen krimp. Hij grijnst pijnlijk. ‘Een echte prof,’ zegt hij. ‘Dat wel.’
Hij draait zich om en hinkt naar zijn taxi. 

vrijdag 6 januari 2023

180. Kasinke

[Wat voorafging]

Gerhard bukt zich en grabbelt tot hij een kiezelsteen in zijn vingers heeft, een gladde, platte steen van een paar centimeter, die hij onderhands op de stoep gooit, iets voorbij de plek waar de man staat. Onmiddellijk daarna komt hij in beweging. Hij zet snel vijf, zes stappen, en grijpt de man bij zijn kraag. Struikelend komen ze bij de glazen wand van de ingang terecht. Hij grijpt een rechteronderarm en draait die omhoog. De man bonst met zijn voorhoofd tegen het glas. Zijn haviksprofiel, zijn slecht geschoren wangen. Hij staat op het punt de benen onder de man uit te schoppen, als hij beseft wie hij onder handen heeft. Hij grijpt zijn linkerschouder en draait hem ruw om.
‘Chef,’ stottert de man, ‘wat doe je nou?’
‘Kasinke! Wat moet jij hier verdomme?’
‘Taxichauffeur, chef,’ zegt Kasinke.
Hij wijst op de taxi die in de verte geparkeerd staat.
‘Wacht op een vrachtje.’
‘Maak dat de kat wijs.’
Kasinke begint onbedaarlijk te lachen. Hij slaat zich op de knieën van plezier.
‘Dat had je niet gedacht, he, chef. Weet je wat het is, als er iets op je is aan te merken, dan is het dat je mensen wel eens onderschat. Ik ben hier al dagen, weet je dat. Niet permanent hoor, maar zo nu en dan kom ik een kijkje nemen.’
‘Een kijkje?’
‘Waar was je? Ik heb hier uren op je staan wachten.’
Gerhard kijkt de man onderzoekend aan.
‘Ongelogen, chef.’
‘Hoezo wachten?’



donderdag 5 januari 2023

179. Kasinke

[Wat voorafging]

In de auto, onderweg naar zijn flat in Keulen, laat Gerhard de gebeurtenissen aan zijn geestesoog voorbij gaan. Eigenlijk kan hij zich Schneider nog steeds niet voorstellen als serieuze infiltrant. De jongen begrijpt nauwelijks wat er van hem gevraagd wordt. En er is geen enkele garantie dat hij niet van gedachten verandert. Aan de andere kant, het geld dat op tafel werd gelegd was een krachtig verleidingsmiddel, dat is wel duidelijk. En de rol van wapenleverancier trekt hem aan. 
Gerhard beseft dat hij moet roeien met de riemen die hij heeft. Hij schudt de muizenissen van zich af. Het is zoals het is. Na elf uur draait hij achter zijn flat zijn auto de parkeerplaats op, onder de ontbladerde platanen. Hij stapt uit en glijdt even uit over de dode bladeren, die in het spaarzame licht van de straatlantaarns geelbruin zijn als pakpapier. 
Als hij het portier afsluit, valt hem een taxi op, een oude Amerikaanse Chevrolet, die met gedoofde lichten een paar honderd meter verder aan de straat staat geparkeerd. Gerhard kijkt om zich heen. Op de parkeerplaats beweegt niets. Snel loopt hij tussen de auto’s door naar de tegenoverliggende flat. Daar blijft hij staan, onder de galerij. Er beweegt nog steeds niets. De taxi is hiervandaan niet meer te zien. Onder dekking van de galerij loopt hij naar het plantsoen dat de flatgebouwen flankeert, en glipt tussen de natte struiken. Behoedzaam beweegt hij zich naar rechts, tot hij de voorkant van zijn eigen flat in het vizier heeft. De eerste woonlaag begint op een hoogte van ongeveer twee meter. Daaronder zijn de bergruimten: een blinde muur met een stekelige beplanting. 
Gerhard blijft stil staan kijken, tot hij een beweging ziet. Niet ver van de hoek, een meter of drie van de ingang van de flat heeft zich iemand verdekt opgesteld.



woensdag 4 januari 2023

178. Gerhard

 178. Gerhard

[Wat voorafging]

Later die avond wandelen ze door het duister naar de plek die Gerhard heeft uitgekozen voor de brievenbus: een bedrijventerrein achter het treinstation. Tijdens de briefing was Schneider stil en in zichzelf gekeerd. Maar tijdens de wandeling wordt hij, zoals hij, de handen in de broekzakken, licht draaiend op de bal van zijn voeten naast Gerhard loopt, langzamerhand weer min of meer het haantje.
Hij schraapt zijn keel. ‘Maar Brandt,’ zegt hij. ‘Een aanslag op Brandt, dat kan toch helemaal niet.’
‘Hoezo niet,’ zegt Gerhard.
‘Wat een Scheisse!’
Gerhard zwijgt.
‘Wie heeft me verraden?’
De koerswijziging is zo plotseling dat Gerhard even het antwoord schuldig blijft.
‘Wie heeft me verraden?’ dringt de jongen aan. ‘In Keulen.’
‘O dat.’
‘Dat ja.’
Gerhard haalt zijn schouders op. ‘Je dacht toch dat het meisje dat gedaan had?’
‘Hannah?’
‘Het meisje Hannah heeft je verkwekt.’
‘Gelul.’
‘Ja?’
‘Zij wist van niets.’
‘O.’
‘Het was een ander.’
Gerhard knikt. ‘Misschien.’
‘Wie?’
‘Wie?’ Gerhard duikt dieper in zijn jas. ‘Wie denk je zelf.’
‘Een van de dealers?’
‘Wie van de dealers?’
Schneider schudt het hoofd. ‘Zij wisten er ook niks van.’
‘Weet je,’ zegt Gerhard, ‘als je je bezig houdt met illegale activiteiten, dan moet je leren op je tellen te passen. Dan moet je er een gewoonte van maken verder te kijken dan je neus lang is.’
‘Waren het de Turken?’
De leveranciers? Gerhard glimlacht.
‘Of was het Pohl?’ Plotseling gaat Schneider een licht op. ‘Godverdomme, dat is het! Het was Pohl he? Pohl!!’
Ze komen aan op de plek die Gerhard heeft uitgekozen, een opslagplaats, omgeven door een ijzeren hek. Gerhard toont Schneider een plek waar twee segmenten van het hek aan elkaar bevestigd zijn. Hij laat hem zien hoe hij een briefje kan achterlaten achter de bovenste klamp. Daarna vertrekt hij, zonder afscheid te nemen. Schneider laat hij achter. Als een geslagen hond.
Irmgard Konopka is niet ter sprake geweest.



dinsdag 3 januari 2023

177. Gerhard

[Wat voorafging]

Eigenlijk gaat het helemaal niet slecht. Gerhard kan zich de jongen nog steeds nauwelijks voorstellen als een serieuze infiltrant, maar het geld laat hem duidelijk niet onberoerd. Duizend vooraf. Vierduizend voor iedere geslaagde transactie. 
Op een nummerrekening.
En immuniteit.
‘Immuniteit?’
‘Ja wat denk je,’ zegt Gerhard minzaam. ‘Aan het eind pakken we ze natuurlijk allemaal op.’
Schneider sputtert tegen. Maar even later zitten ze samen aan tafel oploskoffie te drinken uit mokken. Gerhard werkt de details uit. In wezen is het allemaal doodsimpel. Schneider bestelt wat hij nodig heeft. En waar hij het geleverd wil hebben. Hoe? Via een brievenbus, een plaats die ze afspreken om berichten uit te wisselen. Wanneer? Dat is aan hem. Schneider opereert zelfstandig. Het Kriminalamt is volgend. Het doet niets wat Schneiders positie binnen de groep in gevaar kan brengen. Gerhard neemt de veiligheidsmaatregelen door. Standaarddingen. 
Schneider drinkt koffie en luistert zonder iets te zeggen. 
Gerhard vraagt zich af hoeveel er van wat hij zegt tot hem doordringt.


maandag 2 januari 2023

176. Gerhard

[Wat voorafging]

‘Je gaat ze wapens leveren,’ zegt Gerhard.
Schneider kijkt hem geschrokken aan. ‘Wapens?’
Gerhard zet zijn ellebogen op tafel, en vouwt zijn handen over elkaar. Hij begint, zijn blik strak gericht op zijn knokkels, zijn bedoeling uiteen te zetten. Een informant is iemand die informatie levert over een criminele organisatie, zegt hij. Zo iemand kan zijn taak alleen uitvoeren als hij weet wat er in die organisatie gaande is. Bij Schneider is dat kennelijk niet het geval. Hij is, ja wat? Een randfiguur? Ja, zo kun je het misschien wel noemen. Een randfiguur. Om van nut te zijn, is het nodig dat hij een meer centrale rol krijgt in de groep. Dat hij als het ware opschuift naar het centrum. Als hij de groep wapens gaat leveren, zal dat betekenen dat hij promotie maakt, dat hij over meer informatie gaat beschikken. Hij zal een echte infiltrant worden.
‘Wat voor wapens?’ zegt Schneider schor.
‘Wapens,’ zegt Gerhard. ‘Wat ze maar willen. Handwapens, automatische wapens.’
‘Explosieven?’
‘Wat ze maar willen.’
‘Maar waarom?’ Aanslagen?
Ja natuurlijk, aanslagen, knikt Gerhard.
‘Maar hoezo, aanslagen? Op wie?’
‘Wat denk je?’
Op bedrijven? Op overheidsinstellingen?
‘Dat moeten ze zelf uitmaken.’
Op politici?
‘Voor mijn part pakken jullie Brandt,’ zegt Gerhard.
Schneiders gezicht drukt ongeloof uit. ‘Brandt? Maar Brandt…’
‘Ja?’
‘Dat is een socialist…’
‘Brandt is een revisionist,’ zegt Gerhard minzaam.
‘Een wat?’
‘Weet je wel hoe hij eigenlijk heet?’
Schneider kijkt hem niet begrijpend aan.
‘Eigenlijk heet hij Frahm,’ zegt Gerhard. ‘Herbert Frahm.’
‘Frahm?’
‘Die man is nog agent geweest van de KGB.’
‘De KGB?’ zegt Schneider ongelovig.
‘Het is echt zo,’ zegt Gerhard. Hij lepelt het verhaal op. Scheider luistert ademloos. Als Gerhard klaar is, lacht hij weifelend. ‘Het is ongelofelijk,’ zegt hij.
‘Beste vriend, zegt Gerhard, ‘je hebt er geen idee van hoeveel ongelofelijks gewoon gelofelijk is.’



zondag 1 januari 2023

175. Gerhard

[Wat voorafging]

‘En nu?’ zegt Schneider. Hij loopt naar het raam en kijkt naar buiten. Op de binnenplaats staat zijn auto in het licht van de booglampen. Geen kip op straat.
‘En nu?’ herhaalt hij.
‘Het contact is verbroken zeg je. Kun je het herstellen?’
‘Misschien.’
Hij kijkt Gerhard aan. 
‘Als het moet. Als ik een goed verhaal heb…’
‘Ga zitten, zegt Gerhard.
De jongen gaat gehoorzaam aan tafel zitten.
‘Fase twee,’ zegt Gerhard.
Fase twee?
‘We gaan het grondiger aanpakken. We gaan je opschalen.’
Opschalen?
Gerhard haalt een bundel bankbiljetten uit zijn zak, en telde vijftig biljetten van honderd af. Daarna splitst hij het geld. Duizend mark laat hij liggen. Vierduizend steekt hij weer in zijn zak. ‘We gaan je belangrijker maken,’ zegt hij. ‘Niet zo maar informant. Je gaat ze leveren waar ze behoefte aan hebben.’
‘He?’ zegt de jongen verward. ‘Wat bedoelt u?’
‘Wat denk je?’
Schneider aarzelt. ‘Waar wie behoefte aan hebben?’ zegt hij.
Gerhard wacht af.
‘Documenten?’
‘Documenten? Wat voor documenten?’
‘Ik weet niet,’ zegt de jongen. ‘Paspoorten, geboortebewijzen? Dat soort dingen. Als ze die willen drukken…’
‘Hoe bedoel je? Zelf drukken?’
‘Ja?’
‘Vergeet dat maar,’ zegt Gerhard.
‘Maar ze vinden het wel belangrijk, om daar over te beschikken.’
Gerhard lacht minachtend. ‘Dat is onmogelijk,’ zegt hij. ‘Als ze documenten nodig hebben, dan moeten ze die stelen.’
Stelen?
‘Kun je niets anders bedenken?’
Schneider schudt nors het hoofd.



414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...