Piekeren is niet iets dat Norbert Gutschein vreemd is. Al lang geleden heeft hij voor zichzelf uitgemaakt dat het er gewoon bij hoort. Piekeren is, voor een historicus, die immers niet alleen tot taak heeft kennis te nemen van historische feiten, maar die zich daar ook een mening over moet vormen, een onmisbare eigenschap. Een beroepsdeformatie, die hij heeft meegenomen in het leven van alledag - ook al is die daar maar al te vaak knap hinderlijk. Doorsneemensen piekeren veel minder dan historici, en zijn daardoor geneigd zijn contemplatieve geaardheid te interpreteren als besluiteloosheid, of nog erger, als gebrek aan gezond verstand. Toch hecht Gutschein aan zijn piekerzucht, en eerlijk gezegd is het voor hem een van de aantrekkelijke aspecten van zijn baan bij het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden dat die zijn beschouwelijke aard alle ruimte biedt. Sterker nog, hij weet wel bijna zeker dat in deze ambtelijke omgeving zijn neiging tot piekeren hem zelfs een zeker aanzien verschaft. Misschien niet bij Weiss en Hahn, die alles minachten wat niet in hun kraam te pas komt. Maar wel bij de anderen. Bedachtzaam, heeft Fischler hem wel eens genoemd.
Wat allemaal goed en wel is, maar in de periode na de aanslag in Kleefeld dreigt het gepieker uit de hand te lopen. Het begint een obsessie te worden. Wanneer is dat begonnen? Eigenlijk al sinds begin november, sinds op het kantoor van de Sicherungsgruppe het gerucht is doorgedrongen dat hun coördinator, Emmerich Gerhard, betrokken is bij een poging om een infiltratie uit te voeren in de extreem linkse Roodfrontbeweging. Gutschein heeft daar ernstige bedenkingen bij. Niet zozeer omdat hij sympathie heeft, of zelfs maar begrip, voor de denkbeelden die uit de groep van Christian Staüberle en Eva Richter de openbaarheid bereiken. Dat vindt allemaal weinig weerklank bij zijn in wezen conservatieve aard. Wat hem verontrust is de rol van de Sicherungsgruppe. Hij wordt gedwongen zich af te vragen welke middelen in een rechtsstaat mogen worden ingezet om radicalisme als dat van de Roodfrontgroep te bestrijden. Wat het allemaal nog ingewikkelder maakt, is dat over de operatie van hun Herr Gerhard op het kantoor officieel vrijwel niets bekend is. Wat de bureaumedewerkers weten, is grotendeels, wat!, vrijwel volledig, te danken aan de naspeuringen en speculaties van Hahn en Weiss. Die misschien wel even dubieus zijn als de activiteiten waarvan ze Gerhard verdenken.
vrijdag 31 maart 2023
donderdag 30 maart 2023
263. Op kantoor
[Wat voorafging]
Toeval of niet, maar de dag nadat de berichten over de aanslag in Kleefeld in de kranten verschenen, meldde dr. Adalbert Fischler, de directeur van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden, zich ziek. Op het kantoor veroorzaakte dit nogal wat verwarring, deels omdat ook Fischlers secretaresse, de teergevoelige Gerda Pfau, die dinsdagochtend al voor half negen belde om te melden dat ze migraine had, en niet kon komen werken. Nu de directeur en zijn secretaresse en ook Herr Gerhard afwezig zijn, is naar de mening van Norbert Gutschein op het kantoor van de Sicherungsgruppe Gerd Kaminsky de eerstleidinggevende. Kaminsky geeft er echter geen blijk van dat hij van plan is die rol op zich te nemen. De kleine senior-onderzoeker komt iedere dag stipt om half negen binnen, en sluit zich dan op in zijn kantoor. Zijn enige geregistreerde activiteiten zijn incidentele telefoontjes, uitgaande meestal, maar een enkele keer ook inkomend. Wat hij verder uitvoert is onduidelijk. Slapen, zeggen Alois Hahn en Ronald Weiss, die de tuinkamer met hem delen, honend. Stiekem drinken. Norbert Gutschein is eerder geneigd de aanwezigheid van Kaminsky als ‘somber broedend’ te omschrijven, al heeft hij weinig gelegenheid om het fenomeen met eigen ogen waar te nemen: Gutschein is zelden op de werkkamer van Weiss en Hahn, en hij komt daar ook niet graag. Op welke onderwerpen Kaminsky zit te broeden is moeilijk voorstelbaar.
Het wegvallen van de leidinggevenden heeft als gevolg dat vanaf 17 november de werkzaamheden van het coördinatiepunt vrijwel tot stilstand komen. Er treedt een toestand in van lethargie, van verlamming, of misschien moeten we zelfs spreken van anarchie. Het is een toestand waarbij Norbert Gutschein zich heel onbehaaglijk voelt. Werkoverleg vindt niet meer plaats. Hahn en Weiss zitten tegenwoordig het grootste deel van de dag in de keuken samen te zweren. Drechsler heeft zich teruggetrokken in het souterrain, bij de Xeroxmachine, en wijdt zich aan studie, niet alleen van de denkbeelden van de Roodfrontgroep, maar van de hele buitenparlementaire oppositie, nu en in het verleden. Gutscheins eigen voornemen, om lezingen te houden voor politieorganisaties in de Bondsrepubliek, wil maar niet van de grond komen. Eigenlijk is hij inmiddels vervallen tot een somber gepieker, dat in ieder geval hemzelf op een onaangename manier doet denken aan dat van Kaminsky.
Toeval of niet, maar de dag nadat de berichten over de aanslag in Kleefeld in de kranten verschenen, meldde dr. Adalbert Fischler, de directeur van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden, zich ziek. Op het kantoor veroorzaakte dit nogal wat verwarring, deels omdat ook Fischlers secretaresse, de teergevoelige Gerda Pfau, die dinsdagochtend al voor half negen belde om te melden dat ze migraine had, en niet kon komen werken. Nu de directeur en zijn secretaresse en ook Herr Gerhard afwezig zijn, is naar de mening van Norbert Gutschein op het kantoor van de Sicherungsgruppe Gerd Kaminsky de eerstleidinggevende. Kaminsky geeft er echter geen blijk van dat hij van plan is die rol op zich te nemen. De kleine senior-onderzoeker komt iedere dag stipt om half negen binnen, en sluit zich dan op in zijn kantoor. Zijn enige geregistreerde activiteiten zijn incidentele telefoontjes, uitgaande meestal, maar een enkele keer ook inkomend. Wat hij verder uitvoert is onduidelijk. Slapen, zeggen Alois Hahn en Ronald Weiss, die de tuinkamer met hem delen, honend. Stiekem drinken. Norbert Gutschein is eerder geneigd de aanwezigheid van Kaminsky als ‘somber broedend’ te omschrijven, al heeft hij weinig gelegenheid om het fenomeen met eigen ogen waar te nemen: Gutschein is zelden op de werkkamer van Weiss en Hahn, en hij komt daar ook niet graag. Op welke onderwerpen Kaminsky zit te broeden is moeilijk voorstelbaar.
Het wegvallen van de leidinggevenden heeft als gevolg dat vanaf 17 november de werkzaamheden van het coördinatiepunt vrijwel tot stilstand komen. Er treedt een toestand in van lethargie, van verlamming, of misschien moeten we zelfs spreken van anarchie. Het is een toestand waarbij Norbert Gutschein zich heel onbehaaglijk voelt. Werkoverleg vindt niet meer plaats. Hahn en Weiss zitten tegenwoordig het grootste deel van de dag in de keuken samen te zweren. Drechsler heeft zich teruggetrokken in het souterrain, bij de Xeroxmachine, en wijdt zich aan studie, niet alleen van de denkbeelden van de Roodfrontgroep, maar van de hele buitenparlementaire oppositie, nu en in het verleden. Gutscheins eigen voornemen, om lezingen te houden voor politieorganisaties in de Bondsrepubliek, wil maar niet van de grond komen. Eigenlijk is hij inmiddels vervallen tot een somber gepieker, dat in ieder geval hemzelf op een onaangename manier doet denken aan dat van Kaminsky.
woensdag 29 maart 2023
262. Metzger
‘Ik wil je wat zeggen, chef,’ gaat Metzger verder. ‘Er zijn een boel dingen in dit land, daar zijn we niet blij mee. We houden niet zo van veranderingen. We zijn, laat ik het zo zeggen, eerder een beetje conservatief. Maar als jullie de rooien willen aanpakken, chef, dat wil ik ook zeggen, dan kun je op ons rekenen. Dan staan we achter je. Door dik en dun.’
De rooien.
‘Die Brandt, chef, dat is een catastrofe. Die heeft Duitsland in de uitverkoop gedaan. Oostpolitiek, ja, ja. Op de televisie en in de kranten doen ze daar opgewonden over, maar hoe denkt je dat de gewone Duitser dat vindt?’
‘Ik weet niet waar je het over hebt.’
De spotschoolhouder werpt hem een lepe blik toe. ‘Het gaat om een aanslag op Brandt, he?’ zegt hij.
‘Pardon?’
Metzger glimlacht sereen.
‘Hoe kom je daar in vredesnaam bij?’
De man tikt tegen zijn voorhoofd. ‘Nadenken, chef. Deduceren en combineren.’
‘En wat heb je gecombineerd?’
‘Er zit hier een groep in het Rijnland, die jij van wapens voorziet. En het uiteindelijke doel is de Bondskanselier uit te schakelen. En die Staüberle en Konopka, die lui, die krijgen de schuld in de schoenen geschoven.’
Gerhard kijkt hem stomverbaasd aan. ‘Wat een ontzettend gelul.’
‘Ja, dat moet je wel zeggen natuurlijk. In laatste instantie is het natuurlijk een politieke onderneming. Maar dat is voor ons geen probleem. In laatste instantie zijn wij zelf ook politiek. Niet zo direct zichtbaar misschien. Maar dat is niet onze schuld. Dat zijn die, je weet wel, die kiesdrempels. Veel mensen hebben een verkeerd idee over waar wij voor staan. Maar als het puntje bij het paaltje komt, zijn er echt een heleboel die het met onze opvattingen eens zijn. En vooral daarom zeggen wij: ja, Brandt moet weg. En ja, als wij een steentje kunnen bijdragen, dan zullen wij daar niet voor terugschrikken. Dat wilde ik je eigenlijk zeggen, chef. Daarom ben ik hier. Wij staan aan jullie kant. En als het er op aan komt, als het echt ingewikkeld wordt, dat je dan weet dat je op ons kunt rekenen.’
Hij zwijgt, en kijkt Gerhard indringend, bijna een beetje hoogdravend aan.
Die zwijgt terug.
‘Maar dat weet je wel he? Dat weet je al lang.’
‘Donder op,’ zegt Gerhard.
Hij zet twee, drie stappen. Hij trekt Metzger uit zijn stoel. Hij sleurt hem naar de deur, en gooit die achter hem dicht.
Even later ziet hij, vanachter zijn raam, hoe de man buiten komt. Met veel lef. De tuinstoel is weg. Die is waarschijnlijk al verdwenen in de kofferbak van een van de auto’s. Metzger groet een vrouw, die met een hond aan de lijn voorbij komt. Hij maakt een gebaar naar de auto’s die verder in de straat staan, de taxi van Kasinke en de andere auto. Daarna stapt hij in zijn eigen voertuig.
De auto’s rijden langzaam, tergend langzaam weg.
De rooien.
‘Die Brandt, chef, dat is een catastrofe. Die heeft Duitsland in de uitverkoop gedaan. Oostpolitiek, ja, ja. Op de televisie en in de kranten doen ze daar opgewonden over, maar hoe denkt je dat de gewone Duitser dat vindt?’
‘Ik weet niet waar je het over hebt.’
De spotschoolhouder werpt hem een lepe blik toe. ‘Het gaat om een aanslag op Brandt, he?’ zegt hij.
‘Pardon?’
Metzger glimlacht sereen.
‘Hoe kom je daar in vredesnaam bij?’
De man tikt tegen zijn voorhoofd. ‘Nadenken, chef. Deduceren en combineren.’
‘En wat heb je gecombineerd?’
‘Er zit hier een groep in het Rijnland, die jij van wapens voorziet. En het uiteindelijke doel is de Bondskanselier uit te schakelen. En die Staüberle en Konopka, die lui, die krijgen de schuld in de schoenen geschoven.’
Gerhard kijkt hem stomverbaasd aan. ‘Wat een ontzettend gelul.’
‘Ja, dat moet je wel zeggen natuurlijk. In laatste instantie is het natuurlijk een politieke onderneming. Maar dat is voor ons geen probleem. In laatste instantie zijn wij zelf ook politiek. Niet zo direct zichtbaar misschien. Maar dat is niet onze schuld. Dat zijn die, je weet wel, die kiesdrempels. Veel mensen hebben een verkeerd idee over waar wij voor staan. Maar als het puntje bij het paaltje komt, zijn er echt een heleboel die het met onze opvattingen eens zijn. En vooral daarom zeggen wij: ja, Brandt moet weg. En ja, als wij een steentje kunnen bijdragen, dan zullen wij daar niet voor terugschrikken. Dat wilde ik je eigenlijk zeggen, chef. Daarom ben ik hier. Wij staan aan jullie kant. En als het er op aan komt, als het echt ingewikkeld wordt, dat je dan weet dat je op ons kunt rekenen.’
Hij zwijgt, en kijkt Gerhard indringend, bijna een beetje hoogdravend aan.
Die zwijgt terug.
‘Maar dat weet je wel he? Dat weet je al lang.’
‘Donder op,’ zegt Gerhard.
Hij zet twee, drie stappen. Hij trekt Metzger uit zijn stoel. Hij sleurt hem naar de deur, en gooit die achter hem dicht.
Even later ziet hij, vanachter zijn raam, hoe de man buiten komt. Met veel lef. De tuinstoel is weg. Die is waarschijnlijk al verdwenen in de kofferbak van een van de auto’s. Metzger groet een vrouw, die met een hond aan de lijn voorbij komt. Hij maakt een gebaar naar de auto’s die verder in de straat staan, de taxi van Kasinke en de andere auto. Daarna stapt hij in zijn eigen voertuig.
De auto’s rijden langzaam, tergend langzaam weg.
dinsdag 28 maart 2023
261. Metzger
Gerhard loopt naar boven, Metzger op gepaste afstand achter hem. Hij ontsluit de deur van de flat, en trekt zijn jas uit. Metzger staat in de deuropening en kijkt oplettend om zich heen.
‘Mmm,’ zegt hij. ‘Verrassend, chef.’
‘Ga zitten.’
‘Ik zou gedacht hebben aan iets zakelijks. Of iets sportiefs. Halters, misschien wel fitnessapparatuur.’
‘Zeg wat je op je hart hebt man, en sodemieter dan op. ‘
Metzger laat zich in een van de fauteuils zakken.
‘Sodemieter, weet je wat dat is, een sodemieter?’
‘Ja, dat weet ik.’
‘Dat is een homo, chef.’
‘Goed,’ zegt Gerhard. ‘Ter zake.’
Hij schenkt zich een glas whisky in en loopt naar het raam.
Metzger kijkt hem berekenend aan. ‘Je bent druk, chef. Je bent overal in Duitsland, tegenwoordig.’
‘Zoals?’
De sportschoolhouder haalt een notitieboekje tevoorschijn, en bladert dat door. ‘Düsseldorf natuurlijk,’ zegt hij. ‘En Kleefeld, Harsum, Berlijn. Hannover.’
Gerhard draait zich abrupt om.
‘We houden een oogje op je, chef,’ zegt Metzger verontschuldigend. ‘Vooral nu je met van die gevoelige zaken bezig bent. Mag ik ook wat drinken?’
‘Je mag niks drinken,’ zegt Gerhard.
‘Mmm,’ zegt hij. ‘Verrassend, chef.’
‘Ga zitten.’
‘Ik zou gedacht hebben aan iets zakelijks. Of iets sportiefs. Halters, misschien wel fitnessapparatuur.’
‘Zeg wat je op je hart hebt man, en sodemieter dan op. ‘
Metzger laat zich in een van de fauteuils zakken.
‘Sodemieter, weet je wat dat is, een sodemieter?’
‘Ja, dat weet ik.’
‘Dat is een homo, chef.’
‘Goed,’ zegt Gerhard. ‘Ter zake.’
Hij schenkt zich een glas whisky in en loopt naar het raam.
Metzger kijkt hem berekenend aan. ‘Je bent druk, chef. Je bent overal in Duitsland, tegenwoordig.’
‘Zoals?’
De sportschoolhouder haalt een notitieboekje tevoorschijn, en bladert dat door. ‘Düsseldorf natuurlijk,’ zegt hij. ‘En Kleefeld, Harsum, Berlijn. Hannover.’
Gerhard draait zich abrupt om.
‘We houden een oogje op je, chef,’ zegt Metzger verontschuldigend. ‘Vooral nu je met van die gevoelige zaken bezig bent. Mag ik ook wat drinken?’
‘Je mag niks drinken,’ zegt Gerhard.
maandag 27 maart 2023
260. Metzger
Als hij bij de flat aankomt, tegen negen uur ‘s avonds, zit Metzger op hem te wachten. Voor de ingang van de flat. Onbeschaamd, in een dikke winterjas op een kampeerstoeltje.
‘Br,’ zegt Metzger. ‘Koude wacht.’
‘Wat doe je hier?’
Metzger springt lenig overeind.
‘Nee, gekheid natuurlijk. Stuntje. De jongens hebben dit voor me klaar gezet toen je er aan kwam.’
Gerhard kijkt om zich heen. Aan de stoep voor de flat staat een nieuwe Mercedes. Verderop in de straat de taxi van Kasinke, waar een hand wordt opgestoken. Verderop nog een auto.
‘Je houdt wel van een beetje theater,’ zegt hij.
‘Je moet toch wat,’ zegt Metzger. Hij heeft alvast een hand op de deurknop gelegd. ‘Wat doen we?’
‘Wat doen we wat?’
‘Nodig je me niet uit?’
‘Je wilt met me praten?’
‘Natuurlijk.’
‘Ik kan me niet voorstellen wat wij te bespreken hebben,’ zegt Gerhard.
‘Daar kon je je wel eens in vergissen,’ zegt Metzger veelbetekenend.
‘Nou, kom dan maar even mee.’
‘Br,’ zegt Metzger. ‘Koude wacht.’
‘Wat doe je hier?’
Metzger springt lenig overeind.
‘Nee, gekheid natuurlijk. Stuntje. De jongens hebben dit voor me klaar gezet toen je er aan kwam.’
Gerhard kijkt om zich heen. Aan de stoep voor de flat staat een nieuwe Mercedes. Verderop in de straat de taxi van Kasinke, waar een hand wordt opgestoken. Verderop nog een auto.
‘Je houdt wel van een beetje theater,’ zegt hij.
‘Je moet toch wat,’ zegt Metzger. Hij heeft alvast een hand op de deurknop gelegd. ‘Wat doen we?’
‘Wat doen we wat?’
‘Nodig je me niet uit?’
‘Je wilt met me praten?’
‘Natuurlijk.’
‘Ik kan me niet voorstellen wat wij te bespreken hebben,’ zegt Gerhard.
‘Daar kon je je wel eens in vergissen,’ zegt Metzger veelbetekenend.
‘Nou, kom dan maar even mee.’
zondag 26 maart 2023
259. Naar huis
[Wat voorafging]
Masochist als altijd, rijdt Gerhard ook nog van Rühle naar Hannover. Als hij daar is, tegen het vallen van de avond, weet hij al niet meer wat hem bezielde. Hij zet zijn auto in een ondergrondse parkeergarage, en laat zich door een lift naar boven transporteren. Met de handen in zijn jaszakken, een vinger door de ring van zijn sleutelbos, begint hij door het centrum te dwalen. Het is inmiddels vijf uur geweest. Vrijwel donker, maar op deze donkere vrijdagavond zijn de etalages feestelijk verlicht, met al de eerste kerstversieringen. De tekenen van de onstuimig groeiende welvaart zijn overweldigend. Op de trottoirs verdringen zich mensen, massa’s mensen. Mannen. Vrouwen. Kinderen. Tussen het winkelpubliek opvallend veel jeugd, Hannover is een studentenstad. Jongens met lange haren. Met snorren. Met van die belachelijke bakkenbaarden. Meisjes, meisjes, meisjes. Iedereen kijkt naar meisjes, heeft Irmgard Konopka ooit tegen hem gezegd. Jongens kijken naar meisjes. Meisjes kijken naar meisjes. Mannen kijken naar meisjes. Vrouwen. Zelfs homo’s kijken naar meisjes. En de meisjes lachen. En zwaaien. Ze zijn zich ervan bewust dat ze het middelpunt zijn van het universum. En de mannen… Lopen doelloos door de straten. Kijken in etalages die vol liggen met artikelen die niet voor hen bedoeld zijn. Zoeken naar feiten die er niet zijn.
Plotseling ziet hij tussen het zich anoniem voortbewegende winkelpubliek, voor de enorme etalages van een C&A, een kleur, een beweging. Bomberjack. Halflang donkerbruin haar. Een ogenblik aarzelt hij. Het flitsen van ogen. Ziet zij hem ook? Hij heft een arm op en begint te rennen. Steekt over tussen de lichten van de auto’s. De vrouw draait zich om. En duikt onder in de menigte. Als hij voor de C&A staat, is ze verdwenen. Hij kijkt om zich heen en vloekt. Hij gaat zijn auto ophalen. En rijdt naar zijn flat.
Masochist als altijd, rijdt Gerhard ook nog van Rühle naar Hannover. Als hij daar is, tegen het vallen van de avond, weet hij al niet meer wat hem bezielde. Hij zet zijn auto in een ondergrondse parkeergarage, en laat zich door een lift naar boven transporteren. Met de handen in zijn jaszakken, een vinger door de ring van zijn sleutelbos, begint hij door het centrum te dwalen. Het is inmiddels vijf uur geweest. Vrijwel donker, maar op deze donkere vrijdagavond zijn de etalages feestelijk verlicht, met al de eerste kerstversieringen. De tekenen van de onstuimig groeiende welvaart zijn overweldigend. Op de trottoirs verdringen zich mensen, massa’s mensen. Mannen. Vrouwen. Kinderen. Tussen het winkelpubliek opvallend veel jeugd, Hannover is een studentenstad. Jongens met lange haren. Met snorren. Met van die belachelijke bakkenbaarden. Meisjes, meisjes, meisjes. Iedereen kijkt naar meisjes, heeft Irmgard Konopka ooit tegen hem gezegd. Jongens kijken naar meisjes. Meisjes kijken naar meisjes. Mannen kijken naar meisjes. Vrouwen. Zelfs homo’s kijken naar meisjes. En de meisjes lachen. En zwaaien. Ze zijn zich ervan bewust dat ze het middelpunt zijn van het universum. En de mannen… Lopen doelloos door de straten. Kijken in etalages die vol liggen met artikelen die niet voor hen bedoeld zijn. Zoeken naar feiten die er niet zijn.
Plotseling ziet hij tussen het zich anoniem voortbewegende winkelpubliek, voor de enorme etalages van een C&A, een kleur, een beweging. Bomberjack. Halflang donkerbruin haar. Een ogenblik aarzelt hij. Het flitsen van ogen. Ziet zij hem ook? Hij heft een arm op en begint te rennen. Steekt over tussen de lichten van de auto’s. De vrouw draait zich om. En duikt onder in de menigte. Als hij voor de C&A staat, is ze verdwenen. Hij kijkt om zich heen en vloekt. Hij gaat zijn auto ophalen. En rijdt naar zijn flat.
zaterdag 25 maart 2023
258. Naar huis
Gerhard draait zich om, en laat zijn blik enige tijd door het venster over het Weserlandschap dwalen. De rivier loopt als een zilveren lint door de weilanden. Daarachter in de verte de wazige, een beetje rossige heuvels. Na enige tijd draait hij zich om en begint het huisje te doorzoeken. De huiskamer. De open haard, die heeft gebrand, maar uit de asresten valt zonder forensisch team niets op te maken. De keuken. De koelkast, die leeg is, op een aangebroken pak oud brood na. Achter de deur in de rechterwand treft hij een slaapkamer aan, met een groot tweepersoonsbed, dat niet is opgemaakt. Een van de kussens is beslapen, het dekbed is aan één kant opgeslagen, en laat een glimp zien van een verkreukeld laken. Naast het bed, op de grond, ligt een stapel stripboekjes, die hij vluchtig doorbladert. Onder het bed ligt in het stof een bierflesje, dat is weggerold. De zolderetage lijkt niet in gebruik te zijn geweest. Er staan alleen twee onopgemaakte bedden.
Net als hij denkt, dat zijn speurtocht zonder resultaat blijft, doet hij toch nog een vondst. In een van de kastjes onder het aanrecht ligt een plasticzak van een Sparwinkel, met daarin proppen papier, die blijkbaar bij het opruimen van het huisje over het hoofd zijn gezien. Hij gaat aan de tafel zitten, vouwt ze één voor één open en strijkt ze glad. Op het papier staan, steeds in hetzelfde hoekige handschrift van Irmgard Konopka, flarden tekst, vol verbeteringen en doorhalingen.
De laatste zinnen zijn in de kantlijn driedubbel aangestreept. Hij stopt de papieren terug in de plasticzak, en deponeert die, bij zijn vertrek, in een van de vuilnisemmers aan de weg. Ofwel je bent een deel van het probleem, of je bent een deel van de oplossing. Gerhard denkt aan het Bijbelwoord dat hier gespiegeld wordt. Wie niet met mij is, is tegen mij. Hij heeft geen idee wat ze bedoelt met wat ze geschreven heeft. Hij bedenkt dat hij het nog een week zal aanzien. Daarna zal hij Bödel bellen om hem te zeggen dat hij de zaak uit handen geeft.
Net als hij denkt, dat zijn speurtocht zonder resultaat blijft, doet hij toch nog een vondst. In een van de kastjes onder het aanrecht ligt een plasticzak van een Sparwinkel, met daarin proppen papier, die blijkbaar bij het opruimen van het huisje over het hoofd zijn gezien. Hij gaat aan de tafel zitten, vouwt ze één voor één open en strijkt ze glad. Op het papier staan, steeds in hetzelfde hoekige handschrift van Irmgard Konopka, flarden tekst, vol verbeteringen en doorhalingen.
‘Maak kapot wat jou kapot maakt.’ Het parool van de anarchisten mikt op rechtstreekse mobilisering van de basis, van jongeren in gevangenissen, tehuizen, in scholen en opleidingen. Het richt zich op hen die er het beroerdst aan toe zijn, appelleert aan intuïtief begrip. Het is een oproep tot rechtstreeks verzet, en berust op het inzicht dat er in het kapitalisme niets maar dan ook helemaal niets is wat mensen onderdrukt, kwelt, kwaad doet, dat niet…
…niet zo naïef zichzelf in de illegaliteit te plaatsen, praat de klassenjustitie naar de mond, verder niemand. Voor zover bedoeld wordt dat de legale mogelijkheden van communistische agitatie en propaganda, van organisatie, van politieke en economische strijd absoluut benut moeten worden en niet lichtvaardig op het spel gezet mogen worden, is deze opvatting juist. Maar dat wordt er helemaal niet bedoeld.
Bedoeld wordt dat de grenzen…
Roodfront is de verbinding tussen legale en illegale strijd, tussen nationale en internationale strijd, tussen politieke en bewapende strijd. Stadsguerrilla betekent: ondanks de zwakte van de revolutionaire krachten in de Bondsrepubliek en in West-Berlijn hier en nu revolutionair tussen beiden komen.
Ofwel je bent een deel van het probleem, of je bent een deel van de oplossing.
Dazwischen gibt es nichts.”
De laatste zinnen zijn in de kantlijn driedubbel aangestreept. Hij stopt de papieren terug in de plasticzak, en deponeert die, bij zijn vertrek, in een van de vuilnisemmers aan de weg. Ofwel je bent een deel van het probleem, of je bent een deel van de oplossing. Gerhard denkt aan het Bijbelwoord dat hier gespiegeld wordt. Wie niet met mij is, is tegen mij. Hij heeft geen idee wat ze bedoelt met wat ze geschreven heeft. Hij bedenkt dat hij het nog een week zal aanzien. Daarna zal hij Bödel bellen om hem te zeggen dat hij de zaak uit handen geeft.
vrijdag 24 maart 2023
257. Naar huis
Op de terugweg naar Keulen besluit Gerhard in een opwelling langs Rühle te rijden. Hij vergist zich een paar keer in afslagen, en bereikt het dorp uiteindelijk via Hameln en Bodenwerder, dezelfde route die hij een maand eerder heeft gereden. Het is bewolkt maar droog. Sinds de laatste keer dat hij de rit heeft gemaakt is de wereld veranderd. De bomen hebben hun blad nu volledig verloren. De velden zien er koud uit en hulpeloos. Op de weg van Rühle naar de locatie van het huisje, meent hij een glimp op te vangen van de vrouw die hem de vorige keer de weg heeft gewezen. De afslag mist hij deze keer niet. Maar hij rijdt door, iets meer dan een kilometer, tot een plek, bij een afslag naar links, waar hij zijn auto kan parkeren achter de takkenwarboel van een meidoornstruik.
Met de handen in de zakken van zijn regenjas loopt hij terug. Aan de teerweg, bij de oprit, staan twee vuilnisbakken, die kennelijk door de vuilophaal zijn geleegd. Door de kale takken van de struiken is het huisje nu vanaf de weg goed zichtbaar. Hij ziet dat het niet zonder charme is. Een beetje cottage-achtig, gelegen in een kom, die aan één kant open is naar de rivier. Bij de rivier ziet hij de contouren van een roeiboot, die hij de vorige keer, in het donker, niet heeft opgemerkt. De boot is op de kant getrokken en zorgvuldig afgedekt met donkerbruin zeildoek, waar de roeiriemen, als de armen van een dode man, half onderuit steken.
Op het erf staan geen auto’s. En is er opgeruimd. Geen zwerfvuil. Geen bierkratjes. De luiken zijn dicht. De deuren afgesloten. Het lijkt er op dat het huisje definitief is verlaten. Bij de voordeur grabbelt hij in de zak van zijn colbert tot hij zijn pennenset vindt. Na twee of drie vergeefse pogingen klikt de deur open. Hij snuift de geur op. Hij gaat met kloppend hart naar binnen.
Daar is het donker. Gerhard stommelt door de huiskamer, en vindt op de tast de ramen, met daarachter de luiken. Het raam open, de vergrendeling van de luiken opzij. Er stroomt licht binnen, waarin een ruime, lage kamer zichtbaar wordt, met tegen de achterwand zowel een oliekachel als een open haard. Een eenvoudige zithoek, met een televisie en een radiotoestel. Een keukentafel, met stoelen. Een aanrecht. Een koelkast. Een open trap, die naar een zolderverdieping lijkt te leiden. In de rechterwand wacht een deur.
Met de handen in de zakken van zijn regenjas loopt hij terug. Aan de teerweg, bij de oprit, staan twee vuilnisbakken, die kennelijk door de vuilophaal zijn geleegd. Door de kale takken van de struiken is het huisje nu vanaf de weg goed zichtbaar. Hij ziet dat het niet zonder charme is. Een beetje cottage-achtig, gelegen in een kom, die aan één kant open is naar de rivier. Bij de rivier ziet hij de contouren van een roeiboot, die hij de vorige keer, in het donker, niet heeft opgemerkt. De boot is op de kant getrokken en zorgvuldig afgedekt met donkerbruin zeildoek, waar de roeiriemen, als de armen van een dode man, half onderuit steken.
Op het erf staan geen auto’s. En is er opgeruimd. Geen zwerfvuil. Geen bierkratjes. De luiken zijn dicht. De deuren afgesloten. Het lijkt er op dat het huisje definitief is verlaten. Bij de voordeur grabbelt hij in de zak van zijn colbert tot hij zijn pennenset vindt. Na twee of drie vergeefse pogingen klikt de deur open. Hij snuift de geur op. Hij gaat met kloppend hart naar binnen.
Daar is het donker. Gerhard stommelt door de huiskamer, en vindt op de tast de ramen, met daarachter de luiken. Het raam open, de vergrendeling van de luiken opzij. Er stroomt licht binnen, waarin een ruime, lage kamer zichtbaar wordt, met tegen de achterwand zowel een oliekachel als een open haard. Een eenvoudige zithoek, met een televisie en een radiotoestel. Een keukentafel, met stoelen. Een aanrecht. Een koelkast. Een open trap, die naar een zolderverdieping lijkt te leiden. In de rechterwand wacht een deur.
donderdag 23 maart 2023
256. Ondertussen in Berlijn
Ter afsluiting maakt Gerhard een rondje langs zijn oude kennissen. Maar dat loopt uit op een teleurstelling. De kletspraatjes over douaneaangelegenheden hebben hun belangwekkendheid verloren, en hij merkt dat de nostalgie van de collega’s van de niet meer bestaande Sectie Vier hem tegen de borst stuit. Over het Roodfront hoort hij nog een keer wat Klug hem de dag tevoren al heeft verteld. En ook over de NPD komt hij niet veel nieuws te weten. Voor rechtse jongelui met extremistische ideeën lijkt niemand ook maar een centje belangstelling te hebben. Tuig was dat, schorem, dat zich voornamelijk bezig hield met het beroven van oude wijven. Wat er over de oudere generatie neonazi’s over de tafel gaat is voornamelijk oude koek. Toch nogal wat oud politiemensen, zegt Heiner Scholl, die zelf volgens Gerhard ook niet helemaal zuiver op de graat is. Hij noemt de namen van Kasinke en Schultze. Metzger komt niet ter sprake.
Er wordt blijkbaar onder de fascisten veel gekankerd op Brandt. Geen wonder natuurlijk. Elsholz weet zelfs te vertellen dat er plannen zijn voor een aanslag op de Bondskanselier. Maar dat lachen ze weg, bij grote pullen Berliner Weiße met frambozensiroop.
Er wordt blijkbaar onder de fascisten veel gekankerd op Brandt. Geen wonder natuurlijk. Elsholz weet zelfs te vertellen dat er plannen zijn voor een aanslag op de Bondskanselier. Maar dat lachen ze weg, bij grote pullen Berliner Weiße met frambozensiroop.
woensdag 22 maart 2023
255. Ondertussen in Berlijn
De volgende ochtend bezoekt Gerhard met Klug de plaatsen delict. Bij het kantoor van de Berliner Kreditbank in Kreuzberg is niet veel meer te zien. Het politieonderzoek hier is al lang afgerond. De sporen zijn verwijderd. Het enige wat nog herinnert aan de gebeurtenissen van vrijdag jongstleden is de glaspui, die, onder het onbeschadigde, fier stralende blauwe neon van het banklogo, is afgeplakt met grote stukken karton.
Ze blijven even staan kijken, zonder veel te zeggen, en rijden daarna door naar Lichtenfelde. Daar worden ze opgewacht door twee rechercheurs, die hun reconstructie van de gebeurtenissen ten beste geven. Deze plaats delict is een rommelige bouwplaats, met uit betonnen funderingen oprijzende staketsels van roestig ijzer. In het hoek van het terrein staat tussen stapels stenen en betonmolens een groene bouwkeet. Daar hebben twee auto’s gestaan, de ene waarschijnlijk de zandkleurige Mercedes van de overvallers, de ander een Ford Taunus, die de politie in beslag heeft genomen. In de Taunus zijn de bankbiljetten aangetroffen, waarover Klug Gerhard heeft verteld. De rechercheurs laten de plaatsen zien waar de lijken zijn aangetroffen. De mannen die zijn geïdentificeerd als Abramowitsch en Stoss lagen in de nabijheid van de bouwkeet. Ze waren gedood door kogels uit een kleinkaliberpistool. De derde dode, de man die was geïdentificeerd als Herzog, lag niet ver van de straat. Hij was in het gezicht en in de borst geschoten met 9mm-ammunitie.
Zekerheid over wat er zich heeft voorgedaan kunnen de rechercheurs niet geven. Maar het is volgens hen aannemelijk dat de inzittenden van de Taunus, twee of misschien drie man sterk, de Mercedes in de bouwkeet hebben opgewacht. Bij aankomst van de Mercedes is er een handgemeen ontstaan. Herzog, Abramowitsch en Stoss hebben zich meester gemaakt van de geldtassen, en waren al begonnen die over te laden in de Taunus toen er een derde auto ten tonele verscheen. Stoss is in de richting van die derde auto gelopen, en onderweg neergeschoten.
‘En nu wordt het interessant,’ zegt een van de rechercheurs. ‘Want kijk, hier en hier lagen Abby en Stoss. De ene bij de auto. De ander hier. Die was bezig te vluchten. Wij denken…’
Gerhard luistert geduldig. Tot hij klaar is.
‘Hm,’ zegt hij. ‘Een derde auto.’
‘Het kan bijna niet anders.’
‘Wat voor auto?’
De rechercheur haalt zijn schouders op.
‘Een donkergroene Volkswagen kever?’
‘Daar is inderdaad een melding van.’
‘Maar…?’
‘We kunnen alleen gissen wat er precies is gebeurd.’
Ze blijven even staan kijken, zonder veel te zeggen, en rijden daarna door naar Lichtenfelde. Daar worden ze opgewacht door twee rechercheurs, die hun reconstructie van de gebeurtenissen ten beste geven. Deze plaats delict is een rommelige bouwplaats, met uit betonnen funderingen oprijzende staketsels van roestig ijzer. In het hoek van het terrein staat tussen stapels stenen en betonmolens een groene bouwkeet. Daar hebben twee auto’s gestaan, de ene waarschijnlijk de zandkleurige Mercedes van de overvallers, de ander een Ford Taunus, die de politie in beslag heeft genomen. In de Taunus zijn de bankbiljetten aangetroffen, waarover Klug Gerhard heeft verteld. De rechercheurs laten de plaatsen zien waar de lijken zijn aangetroffen. De mannen die zijn geïdentificeerd als Abramowitsch en Stoss lagen in de nabijheid van de bouwkeet. Ze waren gedood door kogels uit een kleinkaliberpistool. De derde dode, de man die was geïdentificeerd als Herzog, lag niet ver van de straat. Hij was in het gezicht en in de borst geschoten met 9mm-ammunitie.
Zekerheid over wat er zich heeft voorgedaan kunnen de rechercheurs niet geven. Maar het is volgens hen aannemelijk dat de inzittenden van de Taunus, twee of misschien drie man sterk, de Mercedes in de bouwkeet hebben opgewacht. Bij aankomst van de Mercedes is er een handgemeen ontstaan. Herzog, Abramowitsch en Stoss hebben zich meester gemaakt van de geldtassen, en waren al begonnen die over te laden in de Taunus toen er een derde auto ten tonele verscheen. Stoss is in de richting van die derde auto gelopen, en onderweg neergeschoten.
‘En nu wordt het interessant,’ zegt een van de rechercheurs. ‘Want kijk, hier en hier lagen Abby en Stoss. De ene bij de auto. De ander hier. Die was bezig te vluchten. Wij denken…’
Gerhard luistert geduldig. Tot hij klaar is.
‘Hm,’ zegt hij. ‘Een derde auto.’
‘Het kan bijna niet anders.’
‘Wat voor auto?’
De rechercheur haalt zijn schouders op.
‘Een donkergroene Volkswagen kever?’
‘Daar is inderdaad een melding van.’
‘Maar…?’
‘We kunnen alleen gissen wat er precies is gebeurd.’
dinsdag 21 maart 2023
254. Ondertussen in Berlijn
Ze praten daar nog even over door, en Gerhard brengt het gesprek op de andere gebeurtenis die dag, de afrekening in Lichtenfelde.
Hoewel, afrekening?
‘Jazeker, een afrekening,’ zegt Klug. Al was het misschien een wat ander soort afrekening dan de kranten op het oog hadden.
‘Hoe bedoel je?’
Klug vertelt dat op de plaats delict een auto is aangetroffen, kennelijk de auto van de slachtoffers. Op de achterbank van de auto hebben de rechercheurs bankbiljetten gevonden, waarvan zeker is dat ze deel uitmaakten van de buit van de overval op de Kreditbank. Misschien was het de bedoeling de buitgemaakte geldtassen of een deel daarvan in die auto over te laden. In ieder geval daar was een begin mee gemaakt.
‘Juist,’ zegt Gerhard. ‘Ze kwamen daar samen om af te rekenen. En er kwam ruzie van.’
‘Dat is een van de mogelijke scenario’s.’
‘Ruzie. Een schietpartij. En voilà.’
Klug knikt.
‘Er is één ding dat me dwars zit,’ zegt Gerhard. Hij haalt het rapport over Lichtenfelde uit zijn jaszak, en legt het op tafel. ‘De Volkswagen’ zegt hij. ‘Een donkergroene Volkswagen kever.’ Zijn wijsvinger wijst de passage aan waar het hem om gaat. ‘Niet om het een of ander, maar Konopka rijdt in zo’n auto.’
Klug trekt de gekreukte xerox-kopieën naar zich toe, en leest de passage door.
‘Die zandkleurige Mercedes,’ zegt hij, ‘dat was de auto waarmee de bankovervallers zijn gevlucht.’ Hij denkt even na. ‘Denk je echt dat Konopka hierbij betrokken is?’
‘Ik denk het niet,’ zegt Gerhard.
‘We denken dat Herzog heeft deelgenomen aan de bankoverval,’ zegt Klug. ‘De twee anderen doden niet.’
Hoewel, afrekening?
‘Jazeker, een afrekening,’ zegt Klug. Al was het misschien een wat ander soort afrekening dan de kranten op het oog hadden.
‘Hoe bedoel je?’
Klug vertelt dat op de plaats delict een auto is aangetroffen, kennelijk de auto van de slachtoffers. Op de achterbank van de auto hebben de rechercheurs bankbiljetten gevonden, waarvan zeker is dat ze deel uitmaakten van de buit van de overval op de Kreditbank. Misschien was het de bedoeling de buitgemaakte geldtassen of een deel daarvan in die auto over te laden. In ieder geval daar was een begin mee gemaakt.
‘Juist,’ zegt Gerhard. ‘Ze kwamen daar samen om af te rekenen. En er kwam ruzie van.’
‘Dat is een van de mogelijke scenario’s.’
‘Ruzie. Een schietpartij. En voilà.’
Klug knikt.
‘Er is één ding dat me dwars zit,’ zegt Gerhard. Hij haalt het rapport over Lichtenfelde uit zijn jaszak, en legt het op tafel. ‘De Volkswagen’ zegt hij. ‘Een donkergroene Volkswagen kever.’ Zijn wijsvinger wijst de passage aan waar het hem om gaat. ‘Niet om het een of ander, maar Konopka rijdt in zo’n auto.’
Klug trekt de gekreukte xerox-kopieën naar zich toe, en leest de passage door.
‘Die zandkleurige Mercedes,’ zegt hij, ‘dat was de auto waarmee de bankovervallers zijn gevlucht.’ Hij denkt even na. ‘Denk je echt dat Konopka hierbij betrokken is?’
‘Ik denk het niet,’ zegt Gerhard.
‘We denken dat Herzog heeft deelgenomen aan de bankoverval,’ zegt Klug. ‘De twee anderen doden niet.’
‘Maar alle drie neonazi’s?’
Klug knikt.
‘Geen Roodfront?’
‘We hebben daar geen aanwijzingen voor.’
‘Maar er is dus een verband.’
‘De bankoverval is gepleegd door Staüberle,’ zegt Klug. ‘Daar hoef je niet aan te twijfelen. En wij denken dat we tenminste één van de andere overvallers kunnen identificeren. Dat moet Schöngeist geweest zijn. Een kleine, wat gezette man. De boekhouder noemen ze hem. Iemand die de overstap heeft gemaakt uit de communistische partij. Roodfront. Zeer beslist geen NPD’er. Maar als Herzog inderdaad heeft meegedaan, dan moet er een verband zijn.’
‘Ik snap dat niet goed,’ zegt Gerhard. ‘NPD’ers, dat zijn rechtse oude kerels, die terugverlangen naar het derde rijk. Dit zijn kinderen.’
Klug haalt zijn schouders op. ‘Het stikt hier van dat soort kinderen,’ zegt hij. ‘Als ze niet extreem links zijn, zijn ze extreem rechts. De linksen hebben schijt aan Duitsland. De rechtsen likken de reet van het vaderland.’
Gerhard schiet in de lach. ‘In het westen kennen we dat niet zo,’ zegt hij.
‘Jawel, daar zitten ze ook.’
‘Zegt Kommissar Klug uit Berlijn.’
‘Maar Kommissar Gerhard uit Bonn ziet dat heel anders.’
‘Ik weet het gewoon niet. Ik kom ze niet tegen.’
‘Dat komt omdat je je teveel concentreert op de linksen.’
Ze belanden in het stadium van de stomme grapjes en proberen elkaar, bij koffie en schnaps, nog een tijd grinnikend de loef af te steken, tot ze er met het oog op de tijd maar een eind aan maken. Ze spreken af dat ze de volgende dag de plaatsen delict bezoeken. Over de infiltratie wordt niet meer gesproken.
Klug knikt.
‘Geen Roodfront?’
‘We hebben daar geen aanwijzingen voor.’
‘Maar er is dus een verband.’
‘De bankoverval is gepleegd door Staüberle,’ zegt Klug. ‘Daar hoef je niet aan te twijfelen. En wij denken dat we tenminste één van de andere overvallers kunnen identificeren. Dat moet Schöngeist geweest zijn. Een kleine, wat gezette man. De boekhouder noemen ze hem. Iemand die de overstap heeft gemaakt uit de communistische partij. Roodfront. Zeer beslist geen NPD’er. Maar als Herzog inderdaad heeft meegedaan, dan moet er een verband zijn.’
‘Ik snap dat niet goed,’ zegt Gerhard. ‘NPD’ers, dat zijn rechtse oude kerels, die terugverlangen naar het derde rijk. Dit zijn kinderen.’
Klug haalt zijn schouders op. ‘Het stikt hier van dat soort kinderen,’ zegt hij. ‘Als ze niet extreem links zijn, zijn ze extreem rechts. De linksen hebben schijt aan Duitsland. De rechtsen likken de reet van het vaderland.’
Gerhard schiet in de lach. ‘In het westen kennen we dat niet zo,’ zegt hij.
‘Jawel, daar zitten ze ook.’
‘Zegt Kommissar Klug uit Berlijn.’
‘Maar Kommissar Gerhard uit Bonn ziet dat heel anders.’
‘Ik weet het gewoon niet. Ik kom ze niet tegen.’
‘Dat komt omdat je je teveel concentreert op de linksen.’
Ze belanden in het stadium van de stomme grapjes en proberen elkaar, bij koffie en schnaps, nog een tijd grinnikend de loef af te steken, tot ze er met het oog op de tijd maar een eind aan maken. Ze spreken af dat ze de volgende dag de plaatsen delict bezoeken. Over de infiltratie wordt niet meer gesproken.
maandag 20 maart 2023
253. Ondertussen in Berlijn
‘We zijn bezig met een infiltratie,’ zegt Gerhard abrupt.
Klug knijpt zijn ogen tot spleetjes. ‘Ik dacht al zoiets,’ zei hij.
‘Een schijtvertoning.’
‘Lukt het niet?’
‘Je weet hoe het gaat,’ zegt Gerhard.
Hij heeft onmiddellijk spijt dat hij erover is begonnen.
‘Geen professional, hoop ik?’ zegt Klug.
Gerhard schudt het hoofd.
‘Lastig, infiltraties,’ zei Klug, ‘je moet maar afwachten wat er van komt. Ook met een amateur. Hoe is het contact geregeld?’
Klug knijpt zijn ogen tot spleetjes. ‘Ik dacht al zoiets,’ zei hij.
‘Een schijtvertoning.’
‘Lukt het niet?’
‘Je weet hoe het gaat,’ zegt Gerhard.
Hij heeft onmiddellijk spijt dat hij erover is begonnen.
‘Geen professional, hoop ik?’ zegt Klug.
Gerhard schudt het hoofd.
‘Lastig, infiltraties,’ zei Klug, ‘je moet maar afwachten wat er van komt. Ook met een amateur. Hoe is het contact geregeld?’
Gerhard schudt het hoofd.
‘Vertrouwelijk,’ constateert Klug.
‘Ik had er niet over moeten beginnen.’
Klug knipoogt. ‘Weet je, de beste manier om ze te infiltreren, zou zijn als je Staüberle zelf rekruteert. Of nog beter, die Eva Richter.’
‘Die is gek,’ zegt Gerhard.
‘Of Irmgard Konopka natuurlijk,’ ginnegapt Klug. Hij zwijgt en kijkt Gerhard aan. ‘Zeg eens eerlijk,’ zegt hij, ‘is zij het?’
Gerhard verstart. ‘Is zij wat?’
‘Is zij je infiltrant?’
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Zo maar een idee,’ zegt Klug.
Maar Gerhard schudt het hoofd, en brengt het gesprek weer op de overval op de Kredietbank. ‘Een ramkraak,’ zegt hij. ‘Hoe hebben ze dat in vredesnaam klaargespeeld.’
‘Knoeiwerk,’ zegt Klug. Hij vertelt hoe het is gedaan. Ze hadden een u-balk aan het voorstel van de auto gelast. ‘Het ding was nauwelijks nog rijdbaar,’ zegt hij laatdunkend. ‘Maar ze hebben het gered.’
‘Ze hebben er eentje doodgereden,’ zegt Gerhard.
‘Ja, zo gaat dat.’
‘Van kwaad tot erger.’
‘Maar zo brutaal,’ zegt Klug. ‘Deze actie was echt voor de bühne. Het publiek stond op straat te klappen en feest te vieren. Tot ze die dode naar buiten brachten natuurlijk.’
‘Ja,’ zegt Gerhard. ‘Ze hebben wel gevoel voor publiciteit, deze jongelui.’
‘Vertrouwelijk,’ constateert Klug.
‘Ik had er niet over moeten beginnen.’
Klug knipoogt. ‘Weet je, de beste manier om ze te infiltreren, zou zijn als je Staüberle zelf rekruteert. Of nog beter, die Eva Richter.’
‘Die is gek,’ zegt Gerhard.
‘Of Irmgard Konopka natuurlijk,’ ginnegapt Klug. Hij zwijgt en kijkt Gerhard aan. ‘Zeg eens eerlijk,’ zegt hij, ‘is zij het?’
Gerhard verstart. ‘Is zij wat?’
‘Is zij je infiltrant?’
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Zo maar een idee,’ zegt Klug.
Maar Gerhard schudt het hoofd, en brengt het gesprek weer op de overval op de Kredietbank. ‘Een ramkraak,’ zegt hij. ‘Hoe hebben ze dat in vredesnaam klaargespeeld.’
‘Knoeiwerk,’ zegt Klug. Hij vertelt hoe het is gedaan. Ze hadden een u-balk aan het voorstel van de auto gelast. ‘Het ding was nauwelijks nog rijdbaar,’ zegt hij laatdunkend. ‘Maar ze hebben het gered.’
‘Ze hebben er eentje doodgereden,’ zegt Gerhard.
‘Ja, zo gaat dat.’
‘Van kwaad tot erger.’
‘Maar zo brutaal,’ zegt Klug. ‘Deze actie was echt voor de bühne. Het publiek stond op straat te klappen en feest te vieren. Tot ze die dode naar buiten brachten natuurlijk.’
‘Ja,’ zegt Gerhard. ‘Ze hebben wel gevoel voor publiciteit, deze jongelui.’
zondag 19 maart 2023
252. Ondertussen in Berlijn
Als het meisje terugkomt met de kopieën, rolt hij die op en steekt ze in zijn jaszak. Hij vertrekt zonder veel te zeggen. Hij loopt naar zijn auto en stuurt die naar de snelweg. Laat in de avond is hij in Berlijn. Te laat om nog iets te ondernemen. Hij zoekt een hotel, en blijft op zijn kamer, met zowel de radio als de televisie aan, terwijl hij alle kranten doorneemt. Maar veel nieuws komt hij niet te weten. De volgende ochtend belt hij commissaris Klug, die het druk heeft, maar die ‘s avonds wel tijd wil maken om met hem te eten.
‘Het is dus uiteindelijk toch geen helikopter geworden,’ zegt Gerhard, als hij met Klug aan tafel zit. Die snapt het niet onmiddellijk, maar grijnst als Gerhard het woord ramkraak laat vallen.
‘Maar wel werk van Rode Hans,’ zegt hij.
‘Ze zitten hier dus nog.’
Klug haalt zijn schouders op. ‘Kennelijk.’
‘Vier ton.’
‘Nog meer.’
‘Ze kunnen even voort.’
Klug knikt. ‘Het zal inderdaad wel de bedoeling zijn dat ze deze klotenstad gaan verlaten,’ zei hij. ‘Op naar het westen! Gefeliciteerd. En veel plezier ermee.’
‘Hoeveel zijn het er eigenlijk?’
‘Dat weet jij beter dan wij,’ zegt Klug.
‘Wat weten wij nou!’
‘Wat denk je?’
‘In totaal? Een stuk of tien.’ Hij noemt namen. ‘En dan nog een paar die we niet kennen. Zes? Acht?’
‘Een sprinkhanenplaag,’ zegt Klug ironisch.
‘Het is dus uiteindelijk toch geen helikopter geworden,’ zegt Gerhard, als hij met Klug aan tafel zit. Die snapt het niet onmiddellijk, maar grijnst als Gerhard het woord ramkraak laat vallen.
‘Maar wel werk van Rode Hans,’ zegt hij.
‘Ze zitten hier dus nog.’
Klug haalt zijn schouders op. ‘Kennelijk.’
‘Vier ton.’
‘Nog meer.’
‘Ze kunnen even voort.’
Klug knikt. ‘Het zal inderdaad wel de bedoeling zijn dat ze deze klotenstad gaan verlaten,’ zei hij. ‘Op naar het westen! Gefeliciteerd. En veel plezier ermee.’
‘Hoeveel zijn het er eigenlijk?’
‘Dat weet jij beter dan wij,’ zegt Klug.
‘Wat weten wij nou!’
‘Wat denk je?’
‘In totaal? Een stuk of tien.’ Hij noemt namen. ‘En dan nog een paar die we niet kennen. Zes? Acht?’
‘Een sprinkhanenplaag,’ zegt Klug ironisch.
zaterdag 18 maart 2023
251. Ondertussen in Berlijn
De BMW had de gevel van het bankkantoor verbrijzeld, en was in zijn geheel in het kantoor terecht gekomen. Daarbij was een klant van de bank om het leven gekomen. De overvallers hadden niet minder dan zestien geldtassen buitgemaakt, in totaal ruim 400.000 DM. De hele overval nam nog geen tien minuten in beslag, en werd gadegeslagen door tenminste vijfhonderd getuigen: voorbijgangers, en het publiek dat, toen de auto claxonnerend de gevel binnenreed, in de horecagelegenheden aan de overkant van de straat had gezeten. Er waren zelfs leden van een straatband als getuigen gehoord, Chilenen en Duitsers, die op het moment van de aanslag aan het spelen waren. De overvallers waren niet geïdentificeerd, maar de actie was opgeëist door het Roodfront.
En droeg duidelijk het stempel van Christian Staüberle, denkt Gerhard.
Als hij klaar is met lezen, schuift Ilse hem een tweede dienstbericht toe. Nog een keer Berlijn. Ditmaal een bericht over een schietpartij op een bouwplaats in Lichtenfelde, aan de zuidrand van de stad. Een afrekening? Omwonenden hadden dezelfde twintigste, kort na het middaguur, schoten gehoord. Toen de politie ter plaatse was, hadden ze drie lijken aangetroffen. Jonge neonazi’s. Geïdentificeerd als Herzog, Stoss en Abramowitsch. Herzog was met drie 9mm-kogels om het leven gebracht, één in de borst, twee in het gezicht. De beide andere doden waren neergeschoten met een wapen van een kleiner kaliber. Herzog en Stoss, dat zijn namen die Gerhard bekend voorkomen. Toen hij begin november in Berlijn was, had Klug ze genoemd als jonge neonazi’s, van wie men vermoedde dat ze banden hadden met de Staüberle-Konopka-groep. Kennelijk realiseerde de opsteller van het dienstbericht zich dat ook, want de namen waren onderstreept, en in de marge waren de letters Rf omcirkeld, en voorzien van een uitroepteken. Er was overigens ook een andere aanwijzing die deze schietpartij in verband bracht met de overval op de Kreditbank. Een van de omwonenden verklaarde dat hij, kort na de schoten, een zandkleurige Mercedes had zien wegrijden. En er was sprake van een donkergroene Volkswagen Kever.
Een groene Volkswagen? Gerhard stuurt Ilse op pad om extra kopieën van de dienstberichten te maken. Zelf kijkt hij intussen vluchtig de rest van de post door, en raadpleegt het logboek. Hij constateert dat er sinds de inbraak in Harsum, vorige week dinsdag, bij het steunpunt eigenlijk niets is voorgevallen.
vrijdag 17 maart 2023
250. Ondertussen in Berlijn
[Wat voorafging]
Op vrijdag 20 november 1970 vindt rond het middaguur in Berlijn een opzienbarende bankroof plaats. Een ramkraak, noemen de kranten het. Een zwarte BMW 2000, met een wigvormig stuk ijzer op de voorbumper gemonteerd, rijdt door de gevel van een kantoor van de Berliner Kreditbank. Vier overvallers maken een nog onbekend aantal geldtassen buit. Bij de overval komt een klant van de bank om het leven, een 18-jarige machinebankwerker. Dat de aanslag het werk is van de Staüberle-Konopka-groep lijdt geen twijfel. Bij hun vertrek laten de overvallers pamfletten achter waarin het Roodfront de actie opeist.
Emmerich Gerhard is van deze gebeurtenissen, ondanks de uitgebreide aandacht in de media, niet op de hoogte. Die vrijdag is hij, voor de eerste keer sinds hun scheiding in ‘67, bij Magda geweest, in Mülheim. Hij heeft haar van advies gediend over huwelijksproblemen van haar vriendin Sophie. ‘s Middags had hij een meisje van een escortservice bij zich. De volgende ochtend is hij neerslachtig. Hij rijdt met zijn auto helemaal naar het Teutoburgerwoud, waar hij dertig kilometer wandelt, en eet in een slecht restaurant, dat bij een soort familiehotel hoort, Am Waldstuben.
Hij hoort pas van de aanslag als hij maandagmiddag arriveert bij het steunpunt in Düsseldorf. Ilse heeft dienst. Het meisje schuift hem zwijgend het dienstbericht toe. Hij slaat het op, en leest het door zonder iets te zeggen. Er zijn nog niet veel details beschikbaar. Een zwarte BMW. Vier overvallers, een van hen in de BMW, drie in een beige Mercedes die diende als vluchtauto. De overvallers droegen grijsgroene parka’s, met bivakmutsen. Een van hen had tijdens de overval bij de vluchtauto de wacht gehouden. Hij was volgens getuigenverklaringen gewapend met een kalasjnikov, een AK 47, of althans een wapen dat daar op leek. De andere overvallers hadden waarschijnlijk handvuurwapens.
Op vrijdag 20 november 1970 vindt rond het middaguur in Berlijn een opzienbarende bankroof plaats. Een ramkraak, noemen de kranten het. Een zwarte BMW 2000, met een wigvormig stuk ijzer op de voorbumper gemonteerd, rijdt door de gevel van een kantoor van de Berliner Kreditbank. Vier overvallers maken een nog onbekend aantal geldtassen buit. Bij de overval komt een klant van de bank om het leven, een 18-jarige machinebankwerker. Dat de aanslag het werk is van de Staüberle-Konopka-groep lijdt geen twijfel. Bij hun vertrek laten de overvallers pamfletten achter waarin het Roodfront de actie opeist.
Emmerich Gerhard is van deze gebeurtenissen, ondanks de uitgebreide aandacht in de media, niet op de hoogte. Die vrijdag is hij, voor de eerste keer sinds hun scheiding in ‘67, bij Magda geweest, in Mülheim. Hij heeft haar van advies gediend over huwelijksproblemen van haar vriendin Sophie. ‘s Middags had hij een meisje van een escortservice bij zich. De volgende ochtend is hij neerslachtig. Hij rijdt met zijn auto helemaal naar het Teutoburgerwoud, waar hij dertig kilometer wandelt, en eet in een slecht restaurant, dat bij een soort familiehotel hoort, Am Waldstuben.
Hij hoort pas van de aanslag als hij maandagmiddag arriveert bij het steunpunt in Düsseldorf. Ilse heeft dienst. Het meisje schuift hem zwijgend het dienstbericht toe. Hij slaat het op, en leest het door zonder iets te zeggen. Er zijn nog niet veel details beschikbaar. Een zwarte BMW. Vier overvallers, een van hen in de BMW, drie in een beige Mercedes die diende als vluchtauto. De overvallers droegen grijsgroene parka’s, met bivakmutsen. Een van hen had tijdens de overval bij de vluchtauto de wacht gehouden. Hij was volgens getuigenverklaringen gewapend met een kalasjnikov, een AK 47, of althans een wapen dat daar op leek. De andere overvallers hadden waarschijnlijk handvuurwapens.
donderdag 16 maart 2023
249. Dealen
Ze nemen uitgebreid de tijd om herinneringen op te halen. Een pakket suikerklontjes, dat deze Koerdische jongens hem ooit hebben geleverd. Speciale suikerklontjes, met een kleverige donkere vlek in het midden. Wat was dat ook weer? LSD toch? Nee, DET. Diethyltryptamine, net zoiets, maar dan in een onbeschaafde vorm.
‘Daar is de Notarzt nog aan te pas gekomen.’
Later, onder het genot van bier met Hollandse kroketten en patat frites, komen ernstiger zaken aan de orde. Wiet? Hasj? Ja natuurlijk. Dat kunnen ze leveren. Zoveel hij wil. En tegen Hollandse prijzen. ‘Erg concurrerend,’ fluistert Recep, terwijl hij met grote, glanzende kijkers diep in Schneiders eigen, bleekblauwe ogen staart. De jongens zijn harde onderhandelaars. Maar natuurlijk niet zo hard dat ze het niet eens kunnen worden.
En als de deal is gesloten, moet dat gevierd worden. Wil Mehmet roken? Ja natuurlijk wil hij roken. Dan zúllen ze roken! De jongens hebben speciale, typisch Enschedese parafernalia, een soort kartonnen toeters, met slingers van oranje crêpepapier, en of het daar nu aan ligt, er ontstaat bijna onmiddellijk een ontspannen, lacherige sfeer, waarin gedachten aan zaken, en zelfs gedachten aan de gewapende strijd, die voor Schneider in deze dagen nooit ver zijn, iets luchtigs, iets feestelijks krijgen. Hij denkt aan het vieze gezicht dat Irmgard Konopka in Rühle trok, toen hij zijn handel in dit soort artikelen ter sprake bracht. De gedachte daaraan is onweerstaanbaar komisch, en hij barst uit in een lachbui, zo aanstekelijk dat zijn Koerdische partners ook binnen de kortste keren schuddebuikend in hun stoelen hangen. De eigenaar van de snackbar, een norse Hollander van middelbare leeftijd, piekert er niet over de politie te bellen, maar serveert hun glaasjes water, die, in het mysterieuze tl-licht van de snackbar, stralen van een volstrekt bovennatuurlijke luister. Het is duidelijk. Mehmet Schneider heeft zijn zaken helemaal in het gareel.
‘Daar is de Notarzt nog aan te pas gekomen.’
Later, onder het genot van bier met Hollandse kroketten en patat frites, komen ernstiger zaken aan de orde. Wiet? Hasj? Ja natuurlijk. Dat kunnen ze leveren. Zoveel hij wil. En tegen Hollandse prijzen. ‘Erg concurrerend,’ fluistert Recep, terwijl hij met grote, glanzende kijkers diep in Schneiders eigen, bleekblauwe ogen staart. De jongens zijn harde onderhandelaars. Maar natuurlijk niet zo hard dat ze het niet eens kunnen worden.
En als de deal is gesloten, moet dat gevierd worden. Wil Mehmet roken? Ja natuurlijk wil hij roken. Dan zúllen ze roken! De jongens hebben speciale, typisch Enschedese parafernalia, een soort kartonnen toeters, met slingers van oranje crêpepapier, en of het daar nu aan ligt, er ontstaat bijna onmiddellijk een ontspannen, lacherige sfeer, waarin gedachten aan zaken, en zelfs gedachten aan de gewapende strijd, die voor Schneider in deze dagen nooit ver zijn, iets luchtigs, iets feestelijks krijgen. Hij denkt aan het vieze gezicht dat Irmgard Konopka in Rühle trok, toen hij zijn handel in dit soort artikelen ter sprake bracht. De gedachte daaraan is onweerstaanbaar komisch, en hij barst uit in een lachbui, zo aanstekelijk dat zijn Koerdische partners ook binnen de kortste keren schuddebuikend in hun stoelen hangen. De eigenaar van de snackbar, een norse Hollander van middelbare leeftijd, piekert er niet over de politie te bellen, maar serveert hun glaasjes water, die, in het mysterieuze tl-licht van de snackbar, stralen van een volstrekt bovennatuurlijke luister. Het is duidelijk. Mehmet Schneider heeft zijn zaken helemaal in het gareel.
woensdag 15 maart 2023
248. Dealen
Schneider lost de kwestie op door een andere leverancier te nemen. Dat leek op het eerste oog moeilijker dan het uiteindelijk blijkt te zijn. In het verleden, halverwege de jaren zestig, werkte hij in de bouw, in Hannover, en daar had hij een stel Koerdische jongens leren kennen uit Enschede, aardige jongelui, die, zonder tussenkomst van de big bosses, zelf uit Turkije importeerden. Toen Schneider begin oktober zijn handel had opgezet, had hij in eerste instantie aan hen gedacht als leveranciers, maar toen bleek dat ze in Holland in de bajes zaten, moest hij daar van afzien.
Na zijn gesprek met Manny en Doll draait hij op goed geluk het internationale telefoonnummer dat ze hem, inmiddels al een jaar of vier geleden, hebben gegeven. En tot zijn verbazing wordt er opgenomen.
‘Mehmet, vriend!’
Het blijkt dat de jongens al sinds begin oktober op vrije voeten zijn. En ja, het gaat ze voor de wind. Handel? Mmm, dan moet hij maar naar Enschede komen. Dan kunnen ze op hun gemak verder praten.
Nog diezelfde vrijdag zit hij met ze in een snackbar in een winkelcentrum. Enschede blijkt een platte, heel on-Duitse stad, die op een ondoorgrondelijke manier een diepgewortelde Hollandse drang tot gelijkberechtiging uitstraalt. Een eigenschap die Schneiders Koerdische gesprekspartners lijken te hebben overgenomen.
Ja, ja, goede ervaringen. Mooi, de gevangenis hier. Schoon. Rustig.
Na zijn gesprek met Manny en Doll draait hij op goed geluk het internationale telefoonnummer dat ze hem, inmiddels al een jaar of vier geleden, hebben gegeven. En tot zijn verbazing wordt er opgenomen.
‘Mehmet, vriend!’
Het blijkt dat de jongens al sinds begin oktober op vrije voeten zijn. En ja, het gaat ze voor de wind. Handel? Mmm, dan moet hij maar naar Enschede komen. Dan kunnen ze op hun gemak verder praten.
Nog diezelfde vrijdag zit hij met ze in een snackbar in een winkelcentrum. Enschede blijkt een platte, heel on-Duitse stad, die op een ondoorgrondelijke manier een diepgewortelde Hollandse drang tot gelijkberechtiging uitstraalt. Een eigenschap die Schneiders Koerdische gesprekspartners lijken te hebben overgenomen.
Ja, ja, goede ervaringen. Mooi, de gevangenis hier. Schoon. Rustig.
dinsdag 14 maart 2023
247. Dealen
Ze rijden naar de bar van een van de sportscholen waar Schneider de afgelopen week zeker twee keer langs is geweest en vinden daar Manny, halfdronken boven een rum-cola. Even later zitten ze met zijn drieën aan een van de tafeltjes. Het was allemaal een misverstand, bezweert de Uruguayaan. Zaterdag, had Manny onthouden. Zaterdag. Nee, echt. Schneider kon het draaien of keren zoals hij wilde, maar zaterdag was de dag. Dat was wat Manny met Schneider had afgesproken. En zaterdag was hij er geweest. Reken maar. En vanaf zaterdag iedere dag. Iedere middag.
Want er is stront aan de knikker, weet je wel. Het probleem is dat Babayassin niet wil leveren. Nee, man, ik zweer je. Wanneer hadden ze elkaar gezien? Dat weekend. De maandag daarop, op het afgesproken tijdstip, zijn Doll en hij naar de Margarethenhöhe gereden, naar de garage waar de Turkse handelaar wekelijks de afgesproken kilo’s leverde. Baba was er niet. Alleen die Turk, die met die rattenkop. ‘Waar is de baas?’ vroeg de hufter. ‘Is er niet,’ zei Manny. Gewoon, zoals ze afgesproken hadden. De man had Doll en hemzelf vanachter zijn tafeltje heel lang, heel aandachtig aangekeken, terwijl hij op zijn nagels zat te kluiven. Tenslotte maakte hij een gebaar gemaakt. ‘Opdonderen,’ zei hij. Manny en Doll hadden bezwaar gemaakt. Op fatsoenlijke toon. Ze hadden gezegd dat ze hier waren om in te kopen. Gewoon, volgens de afspraak. Maar de Turk wilde niet luisteren. Hij had een gebaar gemaakt met een Turkenhand vol van die achterlijk grote ringen, en daarop stapte er een stel gewapende Turkse zwaargewichten naar voren.
‘Babayassin, hij wil niet meer leveren,’ zegt Doll met opgetrokken schouders en een gebaar alsof hij de hele situatie als een offerande opdraagt aan de goden die in zijn verre Afrikaanse thuisland het lot bestieren. ‘Hij zegt dat wij politiek zijn.’
‘Politiek?’ zegt Schneider verontwaardigd.
‘Hij is gek baas,’ zegt Doll. ‘Maar de klanten, weet je wel, zij klagen natuurlijk.’
Want er is stront aan de knikker, weet je wel. Het probleem is dat Babayassin niet wil leveren. Nee, man, ik zweer je. Wanneer hadden ze elkaar gezien? Dat weekend. De maandag daarop, op het afgesproken tijdstip, zijn Doll en hij naar de Margarethenhöhe gereden, naar de garage waar de Turkse handelaar wekelijks de afgesproken kilo’s leverde. Baba was er niet. Alleen die Turk, die met die rattenkop. ‘Waar is de baas?’ vroeg de hufter. ‘Is er niet,’ zei Manny. Gewoon, zoals ze afgesproken hadden. De man had Doll en hemzelf vanachter zijn tafeltje heel lang, heel aandachtig aangekeken, terwijl hij op zijn nagels zat te kluiven. Tenslotte maakte hij een gebaar gemaakt. ‘Opdonderen,’ zei hij. Manny en Doll hadden bezwaar gemaakt. Op fatsoenlijke toon. Ze hadden gezegd dat ze hier waren om in te kopen. Gewoon, volgens de afspraak. Maar de Turk wilde niet luisteren. Hij had een gebaar gemaakt met een Turkenhand vol van die achterlijk grote ringen, en daarop stapte er een stel gewapende Turkse zwaargewichten naar voren.
‘Babayassin, hij wil niet meer leveren,’ zegt Doll met opgetrokken schouders en een gebaar alsof hij de hele situatie als een offerande opdraagt aan de goden die in zijn verre Afrikaanse thuisland het lot bestieren. ‘Hij zegt dat wij politiek zijn.’
‘Politiek?’ zegt Schneider verontwaardigd.
‘Hij is gek baas,’ zegt Doll. ‘Maar de klanten, weet je wel, zij klagen natuurlijk.’
maandag 13 maart 2023
246. Dealen
Ook de andere dealers hebben de laatste tijd geen van allen het genoegen gehad zaken te doen met Manny en of Doll. Schneider rijdt ze één voor één af. Hij laat het gekanker langs zijn koude kleren afglijden, en noteert op een kladblok, naast zich op de zitting van de auto, namen en bestellingen. Hij doet gul toezeggingen waarvan nog maar staat te bezien of hij ze ooit zal kunnen honoreren. En wordt kwader en kwader.
Donderdag 26 november rijdt hij, op weg naar zijn hol in Wambel, eigenlijk voornamelijk uit balorigheid langs de Wimpy’s-vestiging in Essen, waar hij de vorige week vrijdag met Manny had afgesproken. Tot zijn stomme verbazing ziet hij, in het schelverlichte interieur, de massieve gestalte van Doll aan een tafeltje. Hij zit, gehuld in een legerjack en met een roodwitte Palestijnse sjaal om zijn schouders geknoopt, achter een van de menu’s die hier worden geserveerd. Schneider rijdt zijn auto plompverloren de stoep op en claxonneert. En claxonneert nog een keer, tot de zwarte man opkijkt van zijn hamburger, en haastig, met een kartonnen beker cola in zijn vuist, naar buiten holt.
‘Stap in.’
‘Godverdomme, boss,’ zegt Doll terwijl ze wegrijden. ‘Waar was jij?’
‘Waar was ik?’
‘Manny en ik, wij waren hier iedere dag. Steeds, boss. Ieder uur kijken. Maar jij komt niet opdagen. Wij knijpen hem, weet jij dat. Wij knijpen hem. Verschrikkelijk.’
Donderdag 26 november rijdt hij, op weg naar zijn hol in Wambel, eigenlijk voornamelijk uit balorigheid langs de Wimpy’s-vestiging in Essen, waar hij de vorige week vrijdag met Manny had afgesproken. Tot zijn stomme verbazing ziet hij, in het schelverlichte interieur, de massieve gestalte van Doll aan een tafeltje. Hij zit, gehuld in een legerjack en met een roodwitte Palestijnse sjaal om zijn schouders geknoopt, achter een van de menu’s die hier worden geserveerd. Schneider rijdt zijn auto plompverloren de stoep op en claxonneert. En claxonneert nog een keer, tot de zwarte man opkijkt van zijn hamburger, en haastig, met een kartonnen beker cola in zijn vuist, naar buiten holt.
‘Stap in.’
‘Godverdomme, boss,’ zegt Doll terwijl ze wegrijden. ‘Waar was jij?’
‘Waar was ik?’
‘Manny en ik, wij waren hier iedere dag. Steeds, boss. Ieder uur kijken. Maar jij komt niet opdagen. Wij knijpen hem, weet jij dat. Wij knijpen hem. Verschrikkelijk.’
zondag 12 maart 2023
245. Dealen
Maandag begint Schneider in arren moede zijn dealers af te rijden, om te zien of hij daar meer aan de weet kan komen. Maar ook daar is het resultaat niet bemoedigend. In Recklinghausen spreekt hij met Günther Flick, die woedend is. Flick is een van zijn favoriete klanten, een langharige monteur die werkt in een BMW-garage, de garage waar hij indertijd de auto heeft laten keuren die hij van Pohl heeft gekocht. De auto bleek een defect te hebben aan de koppakking, waardoor het koelwater steeds aan de kook raakte. Een lastige reparatie, die Flick voor 300 mark zwart voor hem uitvoerde, in een schuurtje bij zijn huis. Toen hij, ergens half oktober, de auto kwam ophalen, raakten ze aan de praat. Het eind van het liedje was dat er een zakelijke overeenkomst werd gesloten, die voor beide partijen lucratief bleek. Flick nam begin november wekelijks al 150 gram weed af, en er zat nog plenty groei in de business, had hij verzekerd, de laatste keer dat Schneider hem zag.
Als Schneider hem dinsdag opzoekt, bij zijn werkgever, reageert de monteur als door een wesp gestoken.
‘Dat werd godverdomme wel tijd,’ sist hij terwijl hij naast Schneider in diens auto schuift. ‘Rijden!’
De monteur blijkt sinds 9 november niet meer te zijn bevoorraad.
Wat was er aan de hand? Dacht Schneider soms dat hij van de lucht kon leven?
Manny en Doll? Dat is die zwarte toch? En die andere, dat was er toch eentje ergens uit Zuid-Amerika? Nee, die had hij sinds de negende niet meer gezien. Had hij ze moeten zien? Had hij op ze moeten letten? Schneider schudt het hoofd. Een probleempje, zegt hij. Een logistiek probleempje, weet je wel. Flick moet gewoon even geduld hebben. Hij hoopt dat het binnen een paar dagen is opgelost. Dan kan hij gewoon weer leveren. Weer honderdvijftig gram? Driehonderd! Nee, daar is geen denken aan. Als Flick per se wil, kan hij 200 gram leveren. Of misschien iets meer.
Als Schneider hem dinsdag opzoekt, bij zijn werkgever, reageert de monteur als door een wesp gestoken.
‘Dat werd godverdomme wel tijd,’ sist hij terwijl hij naast Schneider in diens auto schuift. ‘Rijden!’
De monteur blijkt sinds 9 november niet meer te zijn bevoorraad.
Wat was er aan de hand? Dacht Schneider soms dat hij van de lucht kon leven?
Manny en Doll? Dat is die zwarte toch? En die andere, dat was er toch eentje ergens uit Zuid-Amerika? Nee, die had hij sinds de negende niet meer gezien. Had hij ze moeten zien? Had hij op ze moeten letten? Schneider schudt het hoofd. Een probleempje, zegt hij. Een logistiek probleempje, weet je wel. Flick moet gewoon even geduld hebben. Hij hoopt dat het binnen een paar dagen is opgelost. Dan kan hij gewoon weer leveren. Weer honderdvijftig gram? Driehonderd! Nee, daar is geen denken aan. Als Flick per se wil, kan hij 200 gram leveren. Of misschien iets meer.
zaterdag 11 maart 2023
244. Dealen
De Wimpy’s is een glimmende snackbar van Amerikaans formaat, met schreeuwerige reclames in rood en geel. Tussen de rijen tafels van kunststof en chroom lopen meisjes heen en weer, dellerige meisjes met roodgele Wimpy’s-schorten over uitdagende Duitse tieten. Aan de tafels zitten op dit tijdstip voornamelijk kinderen, ruziemakend, of etend, of allebei tegelijk, al dan niet onder de hoede van geile huisvrouwen. Schneider bekijkt het tafereel met afschuw, en beseft plotseling dat hij honger heeft. Hij stilt die door aan een kraam, een paar honderd meter verder, een worst te kopen, die hij op het trottoir voor de Wimpy’s opeet, van het kartonnen bordje dat werd meegeleverd.
Daarna rookt hij shag. Een. En nog een.
Daarna rookt hij shag. Een. En nog een.
Een uur later is Manny er nog steeds niet, en hij beseft dat de Uruguayaan niet meer zal komen opdagen. De klootzak. Is hij de afspraak vergeten? Geen denken aan. Dit is geen afspraak voor de kat zijn kut. Dit is business. Duizend mark heeft Schneider hem vorige week gegeven, om voor twee weken stuff in te kopen. Na een week moet hij tegen de drieduizend mark hebben omgezet. Duizend blijft er geïnvesteerd. Vijfhonderd voor Doll, vijfhonderd voor Manny. De andere duizend mark moet hij afrekenen. Dat is de deal. En daar kan niet mee gekloot worden. Zaken zijn zaken. Schneider trapt een derde shagje uit, en loopt boos naar zijn auto.
Weer een uur later is hij in Duisburg, in de sportschool waar hij Manny indertijd heeft opgepikt. In de naar zweet ruikende rust van de vroege middag spreekt hij een paar mensen aan. Die kenden Manny wel. Manny, ja. Goeie gozer. Doll? Ja, Doll, die is hier ook wel bekend. Je bedoelt toch die zwarte? Die powerlifter? Ja, ja, die twee, die waren hier regelmatig. Nee, de laatste dagen niet. Nee, maar dat weet Ali wel. Ali, kom er eens even bijstaan!
Ja, Ali kent Manny goed. En Doll, ja, dat is zijn maatje. Maar wie vraagt er naar?
Schneider blijft ijzig kalm. En dodelijk beleefd. Maar het resultaat is pover. Ze sturen hem van het kastje naar de muur, zonder dat hij iemand te spreken krijgt die Manny of Doll sinds donderdag, of misschien vrijdag, heeft gezien. Wel heeft hij inmiddels al een paar keer gehoord dat ze een handeltje hebben dat in het milieu wijd en zijd als hoogst benijdenswaardig wordt beschouwd.
Als het waar is wat er wordt gezegd. Maar wie zeggen het? Vaag. Vaag allemaal.
Weer een uur later is hij in Duisburg, in de sportschool waar hij Manny indertijd heeft opgepikt. In de naar zweet ruikende rust van de vroege middag spreekt hij een paar mensen aan. Die kenden Manny wel. Manny, ja. Goeie gozer. Doll? Ja, Doll, die is hier ook wel bekend. Je bedoelt toch die zwarte? Die powerlifter? Ja, ja, die twee, die waren hier regelmatig. Nee, de laatste dagen niet. Nee, maar dat weet Ali wel. Ali, kom er eens even bijstaan!
Ja, Ali kent Manny goed. En Doll, ja, dat is zijn maatje. Maar wie vraagt er naar?
Schneider blijft ijzig kalm. En dodelijk beleefd. Maar het resultaat is pover. Ze sturen hem van het kastje naar de muur, zonder dat hij iemand te spreken krijgt die Manny of Doll sinds donderdag, of misschien vrijdag, heeft gezien. Wel heeft hij inmiddels al een paar keer gehoord dat ze een handeltje hebben dat in het milieu wijd en zijd als hoogst benijdenswaardig wordt beschouwd.
Als het waar is wat er wordt gezegd. Maar wie zeggen het? Vaag. Vaag allemaal.
vrijdag 10 maart 2023
243. Rühle
Een echt overleg is het natuurlijk niet. Zo werkt dat niet met Anna. Ze vertelt wat er gaat gebeuren. En dat gebeurt dan. Wat Anna deze ochtend te melden heeft is simpel. Frankfurt is de plaats. Daar komen morgen de groepsleden aan. Er zijn voorlopig in de buurt van Frankfurt geen plekken om ze onder te brengen. Raabe is al voor acht uur vertrokken om te proberen via eigen contacten onderdak te regelen. Die middag vangt hij zijn vriendin Liliane Graf op als zij in Frankfurt aankomt. Anna zelf rijdt ook naar Frankfurt. Met Kranz. In een NSU die ze, om niet te zeer op te vallen, geparkeerd hebben in Colmbach, een paar kilometer ten zuiden van Rühle.
Wat gaat Schneider doen?
Schneider haalt zijn schouders op. Wat wil ze dat hij doet?
Ze neemt hem zwijgend op.
‘Wil je dat ik ook naar Frankfurt rijd?’
‘Kijk maar wat je wilt.’
Kijk maar wat je wilt, godverdomme! Over wat er gisteravond is besproken geen woord. Maar ze heeft wel instructies. Hij kan zolang hij wil van het huisje gebruik maken, zegt ze. Als hij maar zorgt dat hij opruimt voor hij weggaat. Rotzooi in de vuilnisbakken, die hij op vrijdagmorgen aan de weg kan zetten. Al het afval dat hij na dat tijdstip produceert, moet hij meenemen.
‘En lever de bierkratjes in,’ voegt Kranz daar honend aan toe.
Hij blijft tot vrijdagmorgen. Drinkt het laatste kratje bier leeg. Eet brood, dat minstens drie dagen oud is. Met harde worst en met kaas waar hij eerst de schimmel van af moet snijden. Voor hij weggaat, strompelt hij de vliering op en haalt de bedden af. Hij maakt de koelkast leeg. Loopt een keer over het erf, om het vuil dat daar rondslingert te verzamelen. Kranz heeft de roeiboot die bij het huisje hoort, met de lier op de kant getrokken en het dekzeil er over getrokken. Tegen negen uur zet hij de vuilnisbakken aan de straat en laadt de lege bierkratjes in zijn auto om die in te leveren bij de zelfbedieningszaak in het dorp.
Wat gaat Schneider doen?
Schneider haalt zijn schouders op. Wat wil ze dat hij doet?
Ze neemt hem zwijgend op.
‘Wil je dat ik ook naar Frankfurt rijd?’
‘Kijk maar wat je wilt.’
Kijk maar wat je wilt, godverdomme! Over wat er gisteravond is besproken geen woord. Maar ze heeft wel instructies. Hij kan zolang hij wil van het huisje gebruik maken, zegt ze. Als hij maar zorgt dat hij opruimt voor hij weggaat. Rotzooi in de vuilnisbakken, die hij op vrijdagmorgen aan de weg kan zetten. Al het afval dat hij na dat tijdstip produceert, moet hij meenemen.
‘En lever de bierkratjes in,’ voegt Kranz daar honend aan toe.
Hij blijft tot vrijdagmorgen. Drinkt het laatste kratje bier leeg. Eet brood, dat minstens drie dagen oud is. Met harde worst en met kaas waar hij eerst de schimmel van af moet snijden. Voor hij weggaat, strompelt hij de vliering op en haalt de bedden af. Hij maakt de koelkast leeg. Loopt een keer over het erf, om het vuil dat daar rondslingert te verzamelen. Kranz heeft de roeiboot die bij het huisje hoort, met de lier op de kant getrokken en het dekzeil er over getrokken. Tegen negen uur zet hij de vuilnisbakken aan de straat en laadt de lege bierkratjes in zijn auto om die in te leveren bij de zelfbedieningszaak in het dorp.
Daarna rijdt hij naar de Wimpy’s in Essen, waar hij om twaalf uur heeft afgesproken met Manny.
donderdag 9 maart 2023
242. Rühle
[Wat voorafging]
Putschisme! Zo’n reactie is typisch voor Anna, denkt Schneider later die avond. Net zoals de vastbeslotenheid waarmee ze weigert op de zaak door te gaan. Soms lijkt het of ze afkomstig is uit een andere werkelijkheid. Een wereld waar alle beslissingen met het verstand worden genomen. En alleen met verstandelijke argumenten kunnen worden aangevochten. Als je ze tenminste wilt aanvechten. En als je dat wilt, dan ben je misschien Raabe, of Staüberle, of Eva Richter, maar niet Schneider. Als je Schneider bent, en vooral Mehmet Schneider , dan houd je je gewoon aan wat ze wil. Dan heb je seks met haar. Tot ze er genoeg van krijgt. En daarover ga je niet in discussie.
Anna was blij toen hij weer kwam opdagen. Daar is hij zeker van. Maar kennelijk vindt ze nog steeds dat de seks voorbij is. Om wat voor reden dan ook. Niet overigens omdat ze het nu met Uwe Kranz doet. Daar is hij wel zeker van. Het tweepersoons bed in de slaapkamer wordt maar door één persoon beslapen. Kranz slaapt op de vliering, waar ook hemzelf, toen ze maandagnacht terugkwamen uit Freden, een plaats is aangewezen. En met Raabe doet ze het ook niet. Voor hem is een soort kermisbed gemaakt in de huiskamer. Een vreemde vrouw, Anna. Zo godvergeten onhandig. En tegelijkertijd zo beslist. Zo idioot zelfverzekerd. Echt of ze uit een andere werkelijkheid komt. Nee, sterker nog, of ze op de een of andere manier boven de werkelijkheid staat.
Schneider doet nauwelijks een oog dicht, die nacht. Naast Kranz, die de slaap der onschuldigen slaapt, draait hij om en om op zijn oncomfortabele bed. Bijt in zijn kussen. Kreunt van ellende als hij terugdenkt aan de stomme opmerkingen die hij heeft gemaakt. Een aanslag op de Bondskanselier, godverdomme. Echt een eersteklas actie. Allemaal in detail uitgewerkt. Een serieuze groep. Betrouwbaar. Ze kunnen ons aan wapens helpen. Ze hebben… Ze hebben een compleet arsenaal… En explosieven… Godverdomme. Uiteindelijk gaat hij toch onder zeil.
De volgende ochtend tegen half negen schudt Kranz hem wakker.
‘Wat dacht je ervan?’
‘Waarvan?’
‘Frau Anna wil overleggen.’
Wat hem, lul dat hij is, als een speer in de benen brengt.
De volgende ochtend tegen half negen schudt Kranz hem wakker.
‘Wat dacht je ervan?’
‘Waarvan?’
‘Frau Anna wil overleggen.’
Wat hem, lul dat hij is, als een speer in de benen brengt.
woensdag 8 maart 2023
241. Rühle
Dat schiet Schneider in het verkeerde keelgat. Nee, hij is niet gek geworden, zegt hij kwaad. Het is echt een eersteklas actie. Het is allemaal in detail uitgewerkt. Schneider tast naar zijn borstzak, trekt een krantenartikel tevoorschijn en gooit dat op tafel. De aanslag kan plaatsvinden op 10 januari, zegt hij. De Bondskanselier is dan in Berlijn, in verband met een partijcongres. Het is bekend wat Brandt doet. Waar hij verblijft. Zijn vaste gewoontes. ‘Hij maakt iedere avond een ommetje. Zonder lijfwacht. Het enige wat de beweging hoeft te doen, is de aanslag uitvoeren.’
Konopka is ontsteld. ‘Wat is dat voor krankzinnig idee,’ schreeuwt ze.
‘Maar er zijn wapens,’ brengt Schneider uit. ‘Echt. Ze kunnen ons aan wapens helpen. Ze hebben… Ze hebben een compleet arsenaal… En explosieven…’
Daar reageert Raabe op, dit de hele tijd hoofdzakelijk heeft geluisterd.
‘Nee, nee,’ zegt hij. ‘Explosieven zijn op het moment geen prioriteit. En voor aanslagen is het trouwens te vroeg. Voor we daar serieus over gaan denken, moeten we onze infrastructuur versterken. Voldoende safehouses. Netwerken van sympathisanten. Zonder de actieve solidariteit van legale medestanders kunnen we onze strijd niet opbouwen. Dat is waar het nu om gaat. En wat de bewapening betreft, Hans zegt, eerst voldoende handwapens.’
Hij kijkt Konopka aan. ‘En misschien lichte automatische wapens?’
Maar Konopka gooit die deur onmiddellijk dicht. ‘Geen denken aan,’ snauwt ze. ‘Geen denken aan dat we ons hier mee inlaten. Dit is putschisme. Dit is gewoon putschisme.’
Konopka is ontsteld. ‘Wat is dat voor krankzinnig idee,’ schreeuwt ze.
‘Maar er zijn wapens,’ brengt Schneider uit. ‘Echt. Ze kunnen ons aan wapens helpen. Ze hebben… Ze hebben een compleet arsenaal… En explosieven…’
Daar reageert Raabe op, dit de hele tijd hoofdzakelijk heeft geluisterd.
‘Nee, nee,’ zegt hij. ‘Explosieven zijn op het moment geen prioriteit. En voor aanslagen is het trouwens te vroeg. Voor we daar serieus over gaan denken, moeten we onze infrastructuur versterken. Voldoende safehouses. Netwerken van sympathisanten. Zonder de actieve solidariteit van legale medestanders kunnen we onze strijd niet opbouwen. Dat is waar het nu om gaat. En wat de bewapening betreft, Hans zegt, eerst voldoende handwapens.’
Hij kijkt Konopka aan. ‘En misschien lichte automatische wapens?’
Maar Konopka gooit die deur onmiddellijk dicht. ‘Geen denken aan,’ snauwt ze. ‘Geen denken aan dat we ons hier mee inlaten. Dit is putschisme. Dit is gewoon putschisme.’
dinsdag 7 maart 2023
240. Rühle
Na enig aandringen komen de feiten op tafel. Het blijkt dat Schneider opdracht heeft om buiten Konopka om wekelijks naar Berlijn te bellen. Onder Konopka’s ijzige blik begint hij aan een verwarde samenvatting van wat hij de vorige week aan Gretel heeft gerapporteerd. Ja, klopt. Hij kan wapens leveren. Hij heeft een manier gevonden om aan wapens te komen. Alles wat de beweging nodig heeft…
Konopka luistert aandachtig tot hij klaar is. ‘En?’ vraagt ze.
‘Wat en?’
‘Wat is die manier?’
‘Dat is vertrouwelijk,’ stamelt hij.
Ze wisselt een blik met Raabe.
‘Wie leveren die wapens?’ zegt Raabe.
Schneider haalt zijn schouders op. ‘Vrienden.'
‘Linksen?’
‘Ja, natuurlijk linksen.’
‘Wat voor linksen?’ vraagt Konopka bits.
‘Een groep. Een groep subversieven. Sympathisanten...’
Hij zwijgt.
‘Wat denk je Anna,’ zegt Raabe.
‘Waarom?’ vraagt ze boos.
Waarom?
‘Waarom willen die lui ons wapens leveren?’
Het is echt ongelofelijk. Met een heleboel gehakkel en gestotter komt er een verhaal uit over een aanslag. Een aanslag op Brandt.
Op Brandt nota bene!
‘Ben je gek geworden,’ snauwt Konopka.
Konopka luistert aandachtig tot hij klaar is. ‘En?’ vraagt ze.
‘Wat en?’
‘Wat is die manier?’
‘Dat is vertrouwelijk,’ stamelt hij.
Ze wisselt een blik met Raabe.
‘Wie leveren die wapens?’ zegt Raabe.
Schneider haalt zijn schouders op. ‘Vrienden.'
‘Linksen?’
‘Ja, natuurlijk linksen.’
‘Wat voor linksen?’ vraagt Konopka bits.
‘Een groep. Een groep subversieven. Sympathisanten...’
Hij zwijgt.
‘Wat denk je Anna,’ zegt Raabe.
‘Waarom?’ vraagt ze boos.
Waarom?
‘Waarom willen die lui ons wapens leveren?’
Het is echt ongelofelijk. Met een heleboel gehakkel en gestotter komt er een verhaal uit over een aanslag. Een aanslag op Brandt.
Op Brandt nota bene!
‘Ben je gek geworden,’ snauwt Konopka.
maandag 6 maart 2023
239. Rühle
[Wat voorafging]
Het is al bijna ochtend als ze terug zijn in Rühle. Konopka en Schneider zijn moe en geprikkeld, Kranz is halfdronken. Luidruchtig en agressief. Geen van drieën hebben ze zin om naar bed te gaan, dus blijven ze op. Ze beginnen de spullen die buit zijn gemaakt te sorteren en er pakken van te maken die naar Berlijn gestuurd kunnen worden. Schneider en Kranz ruziën de hele ochtend over onbenulligheden. Konopka negeert dat eerst. Maar tegen de middag grijpt ze in. Ze stuurt Schneider erop uit om de pakketten naar het postkantoor te brengen.
Later die middag arriveert uit Berlijn Karsten Raabe, in een donkerrode Renault 16. Hij gedraagt zich nerveus en bazig. In een mum van tijd zit hij met Konopka te bekvechten over de komst van de andere groepsleden, die is gepland voor de twintigste. Voor de papieren die ze hebben buitgemaakt toont hij niet de geringste belangstelling. Maar ‘s avonds, aan de keukentafel, richt hij zijn pijlen op een ander doel. Klopt het dat Schneider een oplossing heeft voor de problematiek van de bewapening?
‘Dethlingen?’ zegt Konopka pinnig. ‘Dat is van de baan.’
Raabe haalt zijn schouders op. ‘Gretel zei dat ik ernaar moest vragen.’
Gretel is natuurlijk Eva Richter, Staüberles partner.
‘Gretel?’ Konopka kijkt Schneider vragend aan.
Die knikt onwillig. ‘Ik heb haar gesproken,’ zegt hij.
Wanneer?
zondag 5 maart 2023
238. Rühle
Ze lopen met zijn drieën naar de huiskamer en Konopka doet, terwijl Schneider bier drinkt en Kranz wantrouwig toekijkt, het relaas van de gebeurtenissen van de laatste weken. Schneider luistert met een half oor, en begint zodra hij kan over een kwestie die hij zelf ter sprake wil brengen. ‘Autopapieren,’ zegt hij, ‘identiteitspapieren.’ Daar heeft de groep behoefte aan. Toch? Ja toch? Hij heeft het daar wel eens eerder met Anna over gehad. Maar nu heeft hij daar nieuwe ideeën over. Tot dusver hebben ze in Berlijn gedacht dat ze dat soort documenten zelf kunnen vervaardigen. Maar dat is nog niet zo eenvoudig. Dan heb je matrijzen nodig. Apparatuur om watermerken in papier aan te brengen. Als het überhaupt mogelijk is.
Terwijl het ook veel eenvoudiger kan.
Irmgard Konopka luistert. Eerst sceptisch. Later met meer aandacht. Ze knikt bedachtzaam. Wat Schneider naar voren brengt, klinkt realistisch. Nog diezelfde middag maken ze een rondrit, kriskras door de omgeving van Rühle, tot ze in Freden vinden wat ze zoeken: een gemeentehuis dat is gevestigd in een neogotische villa in een klein park, enigszins terzijde van de huizen,. ‘s Nachts komen ze terug. Ze parkeren de auto buiten het stadje en sluipen als dieven langs de gevels, tot ze voor het gemeentehuis staan. Uwe Kranz maakt het deurslot open. Even later staan ze in de gang.
Maar daar stokt het. Ze kijken elkaar besluiteloos aan. Konopka is zelfs een beetje in paniek. Ze frutselt op haar gewone onhandige manier aan haar tasje en haalt een pistool te voorschijn dat ze Kranz in de handen duwt.
‘In je jaszak, Uwe,’ zegt ze. ‘Pas op, het is ontzekerd.’
‘Ontzekerd?’ zegt Schneider geschrokken.
‘Ik heb nog nooit geschoten,’ zegt Kranz.
‘Ik ook niet,’ zegt Konopka met een hulpeloos lachje.
‘Dit bevalt me niet,’ zegt Kranz. ‘Dit bevalt me helemaal niet.’ Hij draait besluiteloos op zijn hakken. Maar Schneider doorbreekt de impasse. ‘Schiet op,’ zegt hij scherp. Hij haalt de rubberhandschoenen tevoorschijn die ze speciaal voor dit doel hebben gekocht, en trekt ze aan. Konopka volgt zijn voorbeeld.
‘k heb ze niet bij me,’ zegt Kranz hulpeloos. ‘Ik heb mijn handschoenen in de auto laten liggen. Wacht. Wacht, ik ga ze halen.’
Als Konopka en Schneider een half uur later vijf vuilniszakken met paperassen naar buiten zeulen, staat Kranz met het pistool in zijn vuist bij de ingang op ze te wachten. Met schichtige ogen. Zwetend.
De monteur scheet in zijn broek van angst, zoals Schneider later niet nalaat op te merken. Maar een dag later revancheert hij zich. Als ze op dinsdagnacht een tweede inbraak uitvoeren, ditmaal in het gemeentehuis van Harsum, bij Hildesheim, is zijn bravoure bijna angstaanjagend. Ze maken zich meester van dozen vol stempels, en van een apparaat waarmee je op de officiële manier pasfoto’s op persoonsbewijzen kunt bevestigen. Kranz zelf dringt, in een roes van geldingsdrang en slaaptekort, de kamer van de burgemeester binnen, waar hij de dressoirkast openbreekt, en de helft van een fles Franse cognac leegdrinkt.
Terwijl het ook veel eenvoudiger kan.
Irmgard Konopka luistert. Eerst sceptisch. Later met meer aandacht. Ze knikt bedachtzaam. Wat Schneider naar voren brengt, klinkt realistisch. Nog diezelfde middag maken ze een rondrit, kriskras door de omgeving van Rühle, tot ze in Freden vinden wat ze zoeken: een gemeentehuis dat is gevestigd in een neogotische villa in een klein park, enigszins terzijde van de huizen,. ‘s Nachts komen ze terug. Ze parkeren de auto buiten het stadje en sluipen als dieven langs de gevels, tot ze voor het gemeentehuis staan. Uwe Kranz maakt het deurslot open. Even later staan ze in de gang.
Maar daar stokt het. Ze kijken elkaar besluiteloos aan. Konopka is zelfs een beetje in paniek. Ze frutselt op haar gewone onhandige manier aan haar tasje en haalt een pistool te voorschijn dat ze Kranz in de handen duwt.
‘In je jaszak, Uwe,’ zegt ze. ‘Pas op, het is ontzekerd.’
‘Ontzekerd?’ zegt Schneider geschrokken.
‘Ik heb nog nooit geschoten,’ zegt Kranz.
‘Ik ook niet,’ zegt Konopka met een hulpeloos lachje.
‘Dit bevalt me niet,’ zegt Kranz. ‘Dit bevalt me helemaal niet.’ Hij draait besluiteloos op zijn hakken. Maar Schneider doorbreekt de impasse. ‘Schiet op,’ zegt hij scherp. Hij haalt de rubberhandschoenen tevoorschijn die ze speciaal voor dit doel hebben gekocht, en trekt ze aan. Konopka volgt zijn voorbeeld.
‘k heb ze niet bij me,’ zegt Kranz hulpeloos. ‘Ik heb mijn handschoenen in de auto laten liggen. Wacht. Wacht, ik ga ze halen.’
Als Konopka en Schneider een half uur later vijf vuilniszakken met paperassen naar buiten zeulen, staat Kranz met het pistool in zijn vuist bij de ingang op ze te wachten. Met schichtige ogen. Zwetend.
De monteur scheet in zijn broek van angst, zoals Schneider later niet nalaat op te merken. Maar een dag later revancheert hij zich. Als ze op dinsdagnacht een tweede inbraak uitvoeren, ditmaal in het gemeentehuis van Harsum, bij Hildesheim, is zijn bravoure bijna angstaanjagend. Ze maken zich meester van dozen vol stempels, en van een apparaat waarmee je op de officiële manier pasfoto’s op persoonsbewijzen kunt bevestigen. Kranz zelf dringt, in een roes van geldingsdrang en slaaptekort, de kamer van de burgemeester binnen, waar hij de dressoirkast openbreekt, en de helft van een fles Franse cognac leegdrinkt.
zaterdag 4 maart 2023
237. Rühle
Uwe Kranz, een forsgebouwde, rossige proletariër, is de zondag na Konopka’s vlucht uit Mülheim ten tonele verschenen. Gestuurd door Berlijn. Konopka kent de monteur oppervlakkig. Hij werkte in de garage van Gross, die voor Staüberle auto’s omkat en technische hand- en spandiensten verleent. Kranz is een grote man met het verstand van een kind. Toen Konopka en hij elkaar troffen, in een restaurant in Hannover, klikte het dadelijk en de volgende dagen maakten ze, in Kranz’ aftandse Volkswagenbus een rondrit door het westen van de Bondsrepubliek, om sympathisanten op te zoeken en safehouses in te richten voor als de groepsleden naar het westen zouden komen. Op woensdag 4 november hadden ze Schneider in Oberhausen opgepikt voor de verkenning van het wapendepot in Dethlingen waar Raabe op had aangedrongen. Schneider had de groep ooit zelf op de aanwezigheid van het depot gewezen. Toen het inderdaad, zoals hij had gezegd, gemakkelijk toegankelijk bleek, wilde hij dadelijk een slag slaan en een lading wapens meenemen. Maar daar wilde Konopka niet van horen. Het was uitgedraaid uit op een handgemeen tussen Schneider en Kranz. Daarna hadden Kranz en Konopka hun rondrit voortgezet. Ze waren erin geslaagd safehouses te regelen in Hannover, Keulen, Manderscheid en Heidelberg. In Frankfurt had Konopka een interview gehad met een Italiaanse journaliste. En ze had in een park een ontmoeting met Roland Krämer, haar contactpersoon met de Oost-Duitsers. Die ried die verdere acties in Dethlingen af. In plaats daarvan stelde hij haar een afspraak in het vooruitzicht met Palestijnen: vertegenwoordigers van de PLO, die in het nijpende gebrek aan bewapening van de groep zouden kunnen voorzien. Maar daar is tot op heden niets van terecht gekomen. De verstandhouding van Konopka met Uwe Kranz is er ook niet simpeler op geworden. Ze is er bijna zeker van dat de monteur bezig is verliefd op haar te worden.
Misschien is dat de reden dat Konopka zich opgelucht voelt nu Schneider plotseling komt opdagen.
Misschien is dat de reden dat Konopka zich opgelucht voelt nu Schneider plotseling komt opdagen.
vrijdag 3 maart 2023
236. Rühle
Op maandagmorgen rijdt Schneider naar het huisje in Rühle, waar hij Irmgard Konopka aantreft in het gezelschap van Uwe Kranz, de monteur uit Berlijn. Ze zijn bezig een koelkast in Kranz’ VW-busje te tillen. Schneider stapt uit zijn auto en knalt het portier achter zich dicht.
‘Wat is dat?’ zegt hij.
Ze laten de koelkast zakken.
‘Mehmet!’ zegt Anna. ‘Waar ben je geweest?’
Is er iets van blijde verrassing in haar stem? Hij rekt zich uit en krabt zijn kruis.
‘Zaken,’ zegt hij.
Ze kijkt hem onderzoekend aan, maar hij is niet geneigd nadere toelichting te geven.
Kranz, met zijn bezwete stierenkop, neemt hem nors op.
‘Help even,’ zegt hij.
Schneider schudt het hoofd en zwaait met zijn linkerhand.
‘Sorry,’ zegt hij. ‘Pols verrekt.’
‘Teveel gerukt zeker,’ zegt Kranz grof.
‘Teveel geld getild,’ zegt Schneider met een tevreden lachje. Hij zit nooit om een antwoord verlegen en is er natuurlijk altijd op gericht zichzelf in een gunstig daglicht te stellen. ‘Is er bier?’
‘Wat is dat?’ zegt hij.
Ze laten de koelkast zakken.
‘Mehmet!’ zegt Anna. ‘Waar ben je geweest?’
Is er iets van blijde verrassing in haar stem? Hij rekt zich uit en krabt zijn kruis.
‘Zaken,’ zegt hij.
Ze kijkt hem onderzoekend aan, maar hij is niet geneigd nadere toelichting te geven.
Kranz, met zijn bezwete stierenkop, neemt hem nors op.
‘Help even,’ zegt hij.
Schneider schudt het hoofd en zwaait met zijn linkerhand.
‘Sorry,’ zegt hij. ‘Pols verrekt.’
‘Teveel gerukt zeker,’ zegt Kranz grof.
‘Teveel geld getild,’ zegt Schneider met een tevreden lachje. Hij zit nooit om een antwoord verlegen en is er natuurlijk altijd op gericht zichzelf in een gunstig daglicht te stellen. ‘Is er bier?’
donderdag 2 maart 2023
235. Schneider
Tegen de middag gaat Schneider de deur uit om tabak te kopen. Van de sigarettenwinkel loopt hij met onwillige benen naar een telefooncel om zijn wekelijkse gesprek te voeren met Gretel in Berlijn. Daarna naar een snackbar, waar hij, met bier onder handbereik, een braadworst eet, in een bad van currysaus. Ondertussen bladert hij door een exemplaar van de Bild. Op de voorpagina staat een klein bericht over de aanslag in Kleefeld. Een explosie bij een autoshowroom. Geen slachtoffers, maar de schade is aanzienlijk. De politie heeft de zaak in onderzoek. Verderop trekt een artikel over Brandt zijn aandacht. Hij neemt de krant mee naar zijn kamer en werkt zich door het stuk heen. Een boel gelul over de Oostpolitiek, of die nu slecht is of juist goed. Oninteressant. Maar zijn blik blijft hangen bij een passage over Brandt als ‘Bondskanselier nieuwe stijl’, die iedere ochtend, zonder bewaking, van zijn huis op de Venusberg naar het Kanzleramt wandelt. Bovendien is bekend dat hij soms ‘s avonds laat, of zelfs diep in de nacht, met zijn adviseurs wandelingen maakt in de tuinen van het Palais Schaumburg, of zelfs langs de Rijn. Avondwandelingen. Hij had die gewoonte al toen hij nog burgemeester van Berlijn was. Het stuk eindigt met de mededeling dat Brandt volgens planning op 10 januari opnieuw in Berlijn is, ter gelegenheid van een SPD-congres over ‘Nieuwe verhoudingen in Europa’. Schneider scheurt het artikel uit de krant, hij vouwt het op en stopt het in de borstzak van zijn spijkerjack. Daarna maakt hij een prop van de krant en smijt die in de blikken meisjeskamerprullenmand die deel uitmaakt van het interieur.
Om de een of andere reden heeft het artikel het beeld opgeroepen van Anna, die nauwelijks ooit een woord aan Brandt heeft vuilgemaakt. Hij laat zich op het bed zakken, en masturbeert landerig op het ritme van herinneringen aan de keren dat ze seks hadden. Daarna valt hij in slaap.
Om de een of andere reden heeft het artikel het beeld opgeroepen van Anna, die nauwelijks ooit een woord aan Brandt heeft vuilgemaakt. Hij laat zich op het bed zakken, en masturbeert landerig op het ritme van herinneringen aan de keren dat ze seks hadden. Daarna valt hij in slaap.
woensdag 1 maart 2023
234. Schneider
[Wat voorafging]
De aanslag op de showroom van Pohl is een succes. De dreun van de explosie is enorm, en op de achterbank, bij de twee scheikundestudenten die de bom hebben gemaakt, gaat een luid gejuich op.
‘Nou? Nou? Wat zeg je ervan?’
‘Vakwerk,’ zegt Schneider.
En hij rijdt de jongens terug naar Hannover en zet ze daar af.
Arrivederci.
In zijn hoofd is hij al bij de volgende fase.
Oberhausen, dat is nu voorbij, dat spreekt vanzelf. Als Gerhard daar nog niet op de stoep staat, dan zal hij in ieder geval binnen de kortste keren komen opdagen. Schneider voelt een diepe tevredenheid. Hij heeft de man van het BKA te grazen genomen. Hij heeft de rollen omgedraaid. Nu is hij degene die de touwtjes in handen heeft. Hij bepaalt wat er gebeurt en wat er niet gebeurt. En hij zal zorgen dat hij dat blijft bepalen. Of hij nou besluit om die infiltratiejob uit te voeren of niet.
Van Hannover rijdt hij naar Dortmund, waar hij een afspraak heeft met Manny, een van zijn lijfwachten, die voorlopig zijn zaken zullen waarnemen. Hij treft hem aan op de plek die ze zijn overeengekomen. De man drentelt, diep in zijn jekker gedoken, heen en weer op het trottoir voor een lunchroom aan de Kampstraße. Als Schneider hem naast zich heeft in de auto, geeft hij hem zijn instructies. Niet meer in Oberhausen is het parool. Oberhausen is hot. Manny knikt. Hij is slim. Hij heeft natuurlijk geen notie van wat er speelt - en Schneider is absoluut niet van plan hem wijzer te maken dan hij is - maar hij is prima in staat met onduidelijkheden om te gaan. De Uruguayaan kijkt hem vanonder zijn zware wenkbrauwen op zijn lepe manier aan. Ja natuurlijk, baas. Spreekt vanzelf. Oberhausen, dat is no go. Nee baas, jij vraagt, wij draaien. Nee, nee, natuurlijk, de Turken hebben er helemaal niks mee te maken. Die leveren en die krijgen betaald, en dat is het. Doll en hij zullen de business onderling verdelen, precies zoals Schneider wil.
Hij spreekt met Manny een plek af waar ze elkaar wekelijks zullen ontmoeten om af te rekenen. Een nieuwe Wimpy’s, in het centrum van Essen. Ze rijden er even langs, zodat er geen misverstanden kunnen ontstaan. Tegen één uur ‘s nachts zet hij Manny af, en rijdt hij naar zijn nieuwe onderkomen aan de Breiersteg, niet ver van de paardenrenbaan in Wambel. De plek lijkt als twee druppels water op het hol dat hij in Oberhausen heeft achtergelaten. Hij slaapt die nacht diep en droomloos, en wordt de volgende ochtend laat wakker, met een gevoel alsof hij de vorige dag te veel heeft gedronken.
De aanslag op de showroom van Pohl is een succes. De dreun van de explosie is enorm, en op de achterbank, bij de twee scheikundestudenten die de bom hebben gemaakt, gaat een luid gejuich op.
‘Nou? Nou? Wat zeg je ervan?’
‘Vakwerk,’ zegt Schneider.
En hij rijdt de jongens terug naar Hannover en zet ze daar af.
Arrivederci.
In zijn hoofd is hij al bij de volgende fase.
Oberhausen, dat is nu voorbij, dat spreekt vanzelf. Als Gerhard daar nog niet op de stoep staat, dan zal hij in ieder geval binnen de kortste keren komen opdagen. Schneider voelt een diepe tevredenheid. Hij heeft de man van het BKA te grazen genomen. Hij heeft de rollen omgedraaid. Nu is hij degene die de touwtjes in handen heeft. Hij bepaalt wat er gebeurt en wat er niet gebeurt. En hij zal zorgen dat hij dat blijft bepalen. Of hij nou besluit om die infiltratiejob uit te voeren of niet.
Van Hannover rijdt hij naar Dortmund, waar hij een afspraak heeft met Manny, een van zijn lijfwachten, die voorlopig zijn zaken zullen waarnemen. Hij treft hem aan op de plek die ze zijn overeengekomen. De man drentelt, diep in zijn jekker gedoken, heen en weer op het trottoir voor een lunchroom aan de Kampstraße. Als Schneider hem naast zich heeft in de auto, geeft hij hem zijn instructies. Niet meer in Oberhausen is het parool. Oberhausen is hot. Manny knikt. Hij is slim. Hij heeft natuurlijk geen notie van wat er speelt - en Schneider is absoluut niet van plan hem wijzer te maken dan hij is - maar hij is prima in staat met onduidelijkheden om te gaan. De Uruguayaan kijkt hem vanonder zijn zware wenkbrauwen op zijn lepe manier aan. Ja natuurlijk, baas. Spreekt vanzelf. Oberhausen, dat is no go. Nee baas, jij vraagt, wij draaien. Nee, nee, natuurlijk, de Turken hebben er helemaal niks mee te maken. Die leveren en die krijgen betaald, en dat is het. Doll en hij zullen de business onderling verdelen, precies zoals Schneider wil.
Hij spreekt met Manny een plek af waar ze elkaar wekelijks zullen ontmoeten om af te rekenen. Een nieuwe Wimpy’s, in het centrum van Essen. Ze rijden er even langs, zodat er geen misverstanden kunnen ontstaan. Tegen één uur ‘s nachts zet hij Manny af, en rijdt hij naar zijn nieuwe onderkomen aan de Breiersteg, niet ver van de paardenrenbaan in Wambel. De plek lijkt als twee druppels water op het hol dat hij in Oberhausen heeft achtergelaten. Hij slaapt die nacht diep en droomloos, en wordt de volgende ochtend laat wakker, met een gevoel alsof hij de vorige dag te veel heeft gedronken.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...