Kasinke kijkt op zijn horloge. Het is bijna half zes.
‘Een half uur vertraging,’ gaat de stem van Schlesinger verder.
‘Ja, dat hebben we,’ zegt Schulze.
‘Twee man beveiliging,’ zeg de stem van Schlesinger.
‘Wie zijn het?’
‘Ben jij dat Schulze?’
‘Wie zijn het?’
‘Ik weet niet of je ze kent. Dieter en Schwanzle.’
‘Ha,’ zegt Kessler. ‘Dat is…’
Maar de verbinding kraakt en Schulze gebaart hem dat hij zijn mond moet houden.
Hij luistert, met zijn oor vlak bij het apparaat, en maakt een notitie.
‘Oké, bedankt,’ zegt hij.
En sluit de verbinding.
‘We kunnen ze uitluisteren,’ zegt hij tegen de andere mannen.
‘De beveiligers?’
Schulze laat de notitie zien. ‘Dit is de bandbreedte,’ zegt hij.
Hij draait even aan de knoppen van zijn toestel en zet dat vervolgens op de plank boven zijn bed.
De mannen luisteren even naar het gebruikelijke gekraak. Dan wordt een stem hoorbaar.
‘Dieter? Over?’
‘Hans?’
De mannen schieten in de lach. Hans is de eigenlijke naam van Schwanzle.
Ons kent ons in de wereld van de beveiliging.
donderdag 31 augustus 2023
402. Portofoon
woensdag 30 augustus 2023
401. Portofoon
[Wat voorafging]
Schulze steekt een sigaret op.
‘Zou je dat wel doen?’ teemt Kessler
‘Waarom niet?’
‘Je krijgt er slecht zaad van.’
‘Jezus man, dat is wel de minste van mijn zorgen. Ik hoef maar naar een vrouw te kijken en ze is zwanger.’
‘Ha ha.’
‘Takketakketak,’ zegt Schulze. ‘Takketakketak.’
‘Ik heb wel zin in een wijf,’ zegt Kessler.
Schulze lacht.
‘Later,’ zegt hij. ‘Als deze klus erop zit. Dan gaan de bloemetjes buiten.’
Daar denken ze alle drie over na.
In de stilte begint de portofoon te kraken, die nog op tafel staat waar Gerhard hem heeft neergezet.
‘Alpha, alpha, bent u daar?’
Schulze veert op van zijn brits. ‘Verdomd, het is Schlau,’ zegt hij.
‘Schlau? Wie is Schlau?’ zegt Kasinke.
‘Zo noemen we hem,’ zegt Kessler. ‘Je kent hem wel, die eikel. Schlesinger heet hij eigenlijk. Werkt die hier tegenwoordig? Zit die in Berlijn?’
Maar Schulze antwoordt niet. Hij staat op en liep naar de portofoon. Hij drukt de zendknop in.
‘Hier Alpha,’ zegt hij. ‘Bent u dat Charlie? Over.’
‘Bravo is binnen,’ zegt Schlesinger.
dinsdag 29 augustus 2023
400. Bundesanwaltschaft
Treppke zwijgt.
‘Dat is alles?’ dringt Ludwig aan.
Ze schudt het hoofd.
‘Dat is niet alles,’ zegt ze. ‘Er is een vervolg.’
Ze pakt een nieuwe map.
‘Begin december heeft Kommissar Gerhard pogingen in het werk gesteld om zijn infiltrant alsnog op het spoor te komen. Hij heeft daarvoor een drugshandelaar gevolgd, een zekere Manuel Lopez, die tussen haakjes een medewerker was van de Amerikaanse geheime dienst, de CIA.’
‘O god,’ zucht Eberle.
‘Het schijnt dat dit op de avond van 4 december tot resultaat heeft geleid,’ gaat Treppke verder. ‘Gerhard heeft Lopez en zijn infiltrant betrapt bij een drugsafrekening. Er vond een handgemeen plaats, waarbij dhr. Lopez is omgekomen. Onze dienst heeft daarop in samenspraak met de CIA Herr Gerhard voor ondervraging aangehouden.’
‘U verdacht hem van betrokkenheid bij de dood van dhr. Lopez,’ zegt Eberle op constaterende toon.
Treppke schudt het hoofd. ‘Misschien,’ zegt ze. ‘Maar dat was niet de hoofdzaak.’
‘Wat was dan wel de hoofdzaak?’
De hoofdzaak is dat het Bundesamt für Verfassungsschutz - in samenspraak met de CIA, benadrukt ze - tot de conclusie is gekomen dat Gerhard mogelijk betrokken is bij een samenzwering waarbij ook rechtsradicale krachten betrokken zijn.
‘Ja?’
‘Een samenzwering om een aanslag te plegen,’ zegt Treppke.
‘Weest u alstublieft duidelijker,’ zegt Ludwig scherp.
Frau Treppke haalt haar schouders op. ‘Er is daar helaas geen duidelijkheid over,’ zegt ze. De CIA is van mening dat het doel van de samenzwering is Frau Konopka uit te schakelen, het bekende kopstuk van de Roodfrontgroep. Maar Treppkes dienst heeft aanleiding om te denken dat de samenzwering misschien wel gericht is tegen de bondskanselier.
‘Maar u weet dat niet zeker.’
‘Nee, inderdaad…’
‘Hoe is dat mogelijk?’ zegt Ludwig.
‘Wil dhr. Gerhard niet praten?’ zegt Eberle.
Treppke grijnst mistroostig. ‘Er is iets misgegaan,’ zegt ze. Een kortsluiting in de coördinatie tussen de CIA en haar dienst.
Herr Gerhard heeft zich aan de ondervraging weten te onttrekken.
Ja, hij is verdwenen.
maandag 28 augustus 2023
399. Bundesanwaltschaft
‘U bent niet van de details op de hoogte?’ vraagt Eberle voorzichtig.
‘Wij zijn van alle details op de hoogte,’ zegt Gudrun Treppke grimmig.
Ze slaat haar bovenste dossiermap open en begint een samenvatting te geven van Gerhards activiteiten vanaf 27 oktober. De poging tot kidnapping in Keulen. Schneiders arrestatie. Zijn ondervraging door Gerhard. De detonators, die zijn geleverd door een kapitein van de Bundeswehr.
‘Het is niet waar!’ mompelt Eberle.
‘Het idee was dat de infiltrant het Roodfront wapens zou leveren,’ zegt Treppke
‘Maar dat is illegaal!’
Treppke reageert daar niet op. ‘Zo zou hij binnen de beweging een informatiepositie verwerven,’ gaat ze verder, ‘die hem waardevol maakte voor het Kriminalamt. Uiteindelijk was het natuurlijk de bedoeling dat hij informatie zou verstrekken die het wettig gezag in staat zou stellen de beweging uit te schakelen.’
Treppke rapporteert over de aanslag op het bedrijf van Pohl, en de verdwijning van Schneider. Daarna leunt ze op een bijna mannelijke manier achterover. Ludwig en Eberle kijken elkaar aan.
‘Die Gerhard,’ zegt Ludwig. ‘Wat is dat voor man?’
Treppke haalt haar schouders op. ‘Een bekwame politieman,’ zegt ze. ‘Wel met een twijfelachtige achtergrond. “Ein harter Hund”, noemde iemand bij ons hem. Maar hij heeft altijd rugdekking gehad.’
‘Van wie?’
‘Van Bödel uiteraard.’
‘De president van het Kriminalamt,’ zegt Ludwig.
Treppke zwijgt.
zondag 27 augustus 2023
398. Bundesanwaltschaft
‘Buitengewoon plezierig dat u zo snel kon komen,’ zegt hij beleefd.
Frau Treppke legt haar tas op tafel en schuift een stapel documenten op het tafelblad.
‘Dit is een ernstige zaak,’ zegt ze kil.
‘We proberen een risicoanalyse te maken,’ zegt Eberle.
‘Wat zegt de Federale Recherche?’
‘Dat is een beetje verwarrend,’ zegt Eberle. ‘Wiesbaden weet hier niets van. En de president van het Kriminalamt, Klaus Bödel, is niet bereikbaar. Onze pogingen om de voorzitter van het College van Toezicht te bereiken zijn tot dusver op niets uitgelopen.’
‘Maar deze infiltratiepoging, ik zeg met nadruk poging, is maar al te reëel,’ zegt Frau Treppke verbeten.
‘Beschikt u over documenten?’
Ze schudt het hoofd. ‘Er heeft op 27 oktober een telefonisch contact plaatsgevonden,’ zegt ze, ‘tussen Herr Bödel van het Kriminalamt, en onze president, dr. Mohr. Daarbij is Herr Mohr ervan op de hoogte gesteld dat Kommissar Emmerich Gerhard, een medewerker van de Sicherungsgruppe Bonn, opdracht heeft gekregen om een operatie uit te voeren tegen de terroristische organisatie van Staüberle en Konopka, de zogenaamde Roodfrontgroep.’
Zowel Eberle als Ludwig maken aantekeningen.
‘Er is door onze organisatie nadrukkelijk geëist dat deze operatie binnen wettelijke kaders zou plaatsvinden,’ zegt Treppke. ‘En er is aangedrongen op transparantie.’
Ludwig en Eberle knikken ernstig.
‘Maar juist die transparantie heeft tot onze spijt zeer te wensen overgelaten.’
Ze zwijgt en kijkt haar gesprekspartners beschuldigend aan.
zaterdag 26 augustus 2023
397. Geen kinderspel
Schulze knikt. ‘Zeker weten,’ zegt hij.
‘Ja, ik denk het ook,’ zegt Kasinke voorzichtig.
‘Maar wie geeft de opdracht?’
‘Dat weten we niet,’ zegt Schulze. Hij lacht. ‘Maar één ding is zeker: dit is pas het begin.’
‘Het begin?’ zegt Kessler.
‘Ja, dat snap je toch wel, man. We gaan godverdomme de Bondskanselier koud maken. Dit is groot, dit is heel groot.’
‘En Gerhard…?’
Schulze schudt het hoofd. ‘Die is ook alleen maar een radertje,’ zegt hij. ‘Wat hier achter zit, dat wil je niet weten.’
‘Wat bedoel je?’ zegt Kessler weifelend. ‘Metzger?’
Schulze lacht honend. ‘Metzger? Dat is de loopjongen van een loopjongen. Nee, man, wat ik bedoel, wat hier achter zit, dat zijn de grote bedrijven. De multinationals. De olie-industrie. De staalindustrie. De auto-industrie. De bouw. Die trekken hier aan de touwtjes. Dat snap je toch wel. Die bepalen uiteindelijk hoe de politieke poppetjes dansen. Het militair-industriële complex! Die grijpen in. Die hebben gezien hoe het hier uit de klauw loopt, die hele corrupte boel hier, en die zeggen nu: het is mooi geweest…’
Kasinke schuift ongemakkelijk op zijn stoel. Het klinkt aannemelijk wat Schulze daar zegt. Maar het is angstaanjagend.
‘En wij mogen de trekker overhalen.’ zei Kessler.
‘De terroristen hebben er ook mee te maken,’ gaat Schulze onvervroren verder. ‘Je weet wel, die anarchisten. Die Staüberle, die Konopka.’
‘Die?’
‘Ja, ja, reken maar. Die krijgen het in de schoenen geschoven.’
‘Denk je?’ zegt Kessler ongelovig.
‘Dat weet ik.’
‘Dus dan zijn wij eigenlijk een excuus voor hen?’
Schulze lacht honend. ‘Nee, zij voor ons,’ zei hij.
‘En dan?’
‘Daar zul je nog van staan te kijken,’ zegt Schulze. ‘Dan komt er iemand naar voren en die neemt de touwtjes in handen. En iedereen slaakt een zucht van verlichting. Iemand als Strauss, je weet wel, Franz Josef Strauss.’
‘Die Beierse boerenlul?’
‘Onderschat die man niet,’ zegt Schulze. Hij staat op en loopt naar zijn brits. Hij gaat liggen met zijn armen achter zijn hoofd, en kijkt naar het plafond.
vrijdag 25 augustus 2023
396. Geen kinderspel
‘Godverdomme,’ zegt hij. ‘Godverdomme. Dus het is echt Brandt!’
‘Nee, pas op!’ zegt Kessler met een strakke grijns. ‘Bravo.’
‘Het is wel de hoofdprijs,’ zegt Kasinke.
‘En godverdomme, Gerhard die het regelt!’ gaat Schulze verder.
‘Waarom niet?’ zegt Kessler. ‘Hij is de beste. Dat weten we allemaal.’
‘De man is lid van de SPD,’ zegt Kasinke.
Kessler lacht ongelovig. ‘Hoe kom je daar bij.’
‘Reken maar. Dat weet ik zeker.’
‘Het maakt niet uit,’ zegt Schulze. ‘Uiteindelijk is het gewoon een operatie.’
‘Hm,’ zegt Kessler peinzend, ‘weet je, zijn vrouw heeft zelfmoord gepleegd.’
‘Wie zijn vrouw?’ zegt Kasinke wantrouwend.
‘Gerhard zijn vrouw.’
‘Nou en?’ Schulze haalt zijn schouders op. ‘Of is dat de schuld van Brandt?’
Daar denken ze even over na. Maar ze komen er niet uit.
donderdag 24 augustus 2023
395. Geen kinderspel
‘Sorry chef.’
Gerhard wijst met zijn stok dat hij aan de tafel moet plaatsnemen.
‘Slot Bellevue,’ zegt hij, terwijl hij op de plattegrond wijst. ‘Paleispark. Englische Garten. Tiergarten.’
Kessler en Schulze kijken elkaar met een ironische grijns aan.
‘Hier en hier en hier zijn onze posities.’
Kasinke knikt.
‘Verwacht tijdstip van aankomst in Berlijn van het doelwit is 1700 uur,’ gaat Gerhard verder. ‘Dat is,’ hij kijkt op zijn horloge, ‘over veertig minuten. De Kanzlerin is bij deze reis niet aanwezig. Het doelwit is alleen vergezeld van partijfunctionarissen.’
Brandt! denkt Kasinke. Dus toch.
‘Voor het avondeten heeft hij besprekingen. Met Wehner. Met Bahr. Partijbonzen. Het avondeten is gepland om 1900. Daarna, tot 2100, praat hij met journalisten. Daarna, niets. De verwachting is dat het doelwit vanaf 2130, 2200 zijn gebruikelijke avondwandeling maakt. Hij is meestal vergezeld van één van zijn stafleden. De laatste weken is dat vaak een zekere Günther Guillaume. Een bureaucraat. Maar het wisselt.’
Het doelwit dient in het vervolg in communicaties te worden aangeduid als Bravo, zegt Gerhard. Zijzelf zijn Alpha. Hun contactpersoon in het Slot Bellevue is iemand van de beveiliging, codenaam Charlie. X-ray is het codewoord voor het begin van de actie.
Gerhard haalt zijn linkerhand met daarin een portofoon uit zijn jaszak. Hij plaatst het apparaat op de tafel en schakelt het in. In de doodstille ruimte wordt een geruis hoorbaar, zo nu en dan afgewisseld met een licht gekraak.
‘Is alles duidelijk?’
De mannen knikken. Geïntimideerd.
‘Dat is goed.’ Gerhard draait zijn pols om en raadpleegt zijn horloge. ‘We synchroniseren,’ zegt hij. ‘Ik heb het 1627 uur. Nu.’
Kasinke, Kessler en Schulze kijken op hun horloges. Manipuleren met minutenwijzers. En knikken. Gerhard knikt terug en vertrekt.
woensdag 23 augustus 2023
394. Geen kinderspel
‘Chef!’ zei hij.
Gerhard keek op van zijn bezigheden. ‘Kasinke,’ zei hij. ‘Help even mee.’
Wat hij graag deed. Want Kasinke was geen nazi. Dat echt niet. Nazi’s, dat zijn domme klootzakken. Ouwe lullen, die kwaad zijn om iets waarover niemand die bij zijn volle verstand is zich kwaad maakt. Of anders Halbstarken, snotneuzen die geilen op iets waar ze de ballen niet van afweten. Lui waar Kasinke geen respect voor heeft. Geen greintje. Lui die het vaderland te schande maken. Die een belediging zijn voor waar goede Duitsers hun zelfrespect aan ontlenen. Kasinke is iemand van hard werken, zelfverloochening. Respect voor het algemeen belang. Want daar draait het uiteindelijk om. Hoe deze zooi hier terecht was gekomen, was hem een raadsel. Samen met Gerhard pakte hij stevig aan, en binnen een uur zag de kelder eruit, zoals hij eruit hoorde te zien. Strak. Professioneel. Klaar voor actie.
In de loop van de dag kwamen ook de andere teamleden opdagen. Twee man. Goede bekenden. Schulze en Kessler. Ex-politiemensen, die van de hoed en de rand weten. Mannen die, net als Kasinke zelf, in het verleden waren ingeschakeld bij speciale operaties.
Kessler was indiscreet. Hij begon erover, al kort na zijn aankomst.
‘Speciale operatie, chef?’ vroeg hij. ‘Sectie Vier?’
Maar Gerhard legde hem het zwijgen op.
‘De briefing is maandag,’ zei hij.
Maandag. Dat is vandaag. En alles is er klaar voor. Voor zover Kasinke kan zeggen. In het safehouse ligt, op de tafel die tegen de wand is geschoven, de uitrusting uitgestald die Gerhard persoonlijk in de loop van de week heeft binnengebracht. De zwarte overalls, de bivakmutsen, de patroongordels. De rugzakken met de rest van de apparatuur. En de glanzende zwarte Skorpion vz/62 geweren, de zwaardere versie, met 9mm parabellum munitie. Nieuw af fabriek, maar inmiddels al minstens zes keer gedemonteerd en weer in elkaar gezet, totdat de teamleden vertrouwd waren met alle ins en outs. Oostbloktechnologie. Simpel, lomp, maar totaal betrouwbaar. Vrijdag en zaterdag hadden ze de wapens ingeschoten op de schietbaan. Wat deze operatie ook inhoudt - en ze hebben daarover gespeculeerd, allerlei mogelijkheden zijn de revue gepasseerd - zeker is dat het geen kinderspel wordt.
dinsdag 22 augustus 2023
393. Geen kinderspel
‘Kasinke, jochie…’
‘Stan?’
‘Ben je er klaar voor?’
‘Waarvoor?’
‘Het gaat loos.’
‘Wat gaat loos?’,
‘Actie, mannetje’ zei Metzger. ‘Actie.’
‘Waar?’
‘Berlijn.’
Berlijn. Dat was de sportschool, aan de Ohlauerstrasse. Of liever gezegd, de ruimte daaronder. Het safehouse dat al jaren in stand wordt gehouden voor acties. En dat daarvoor ook inderdaad van tijd tot tijd gebruikt is. Als het nodig was. Als het oordeel was dat er paal en perk moest worden gesteld aan een of andere misstand. Maar alleen dan. Alleen voor legitieme acties.
De Ohlauerstrasse was ooit een van de eerste schakels in Metzgers keten van sportscholen. Een onmogelijk plomp gebouw in Kreuzberg, aangekocht in ‘66. De sportschool - een hele lucratieve onderneming - heeft Metzger laten inrichten op de grondverdieping. De bovenverdiepingen worden verhuurd. Het safehouse bevindt zich op de kelderverdieping, strikt gescheiden van de sportschool, en alleen vanaf de achterplaats bereikbaar, via een stalen deur die eruit ziet of hij in geen jaren gebruikt is. De ruimte is eigenhandig ingericht door de kameraden. Achter de deur gaat een stenen trap naar beneden, die uitkomt in een grote, goed geoutilleerde verblijfsruimte. Gemeubileerd, voorzien van een keuken, toilet, douchefaciliteit en zes slaapplaatsen. Naast de verblijfsruimte ligt een heuse schietbaan, die in theorie wel vanuit de sportschool bereikt kan worden, maar die tot dusver niet tot de faciliteiten hoort waar abonnementhouders aanspraak op kunnen maken.
maandag 21 augustus 2023
392. Geen kinderspel
‘Het is gek,’ teemt Schulze, ‘maar als je een vrouw neukt, dan word je, hoe zal ik het zeggen, overvallen door liefde. Hebben jullie daar wel eens bij stilgestaan? Het kan niet schelen hoe of waar, maar als je haar neukt, word je verliefd op haar.’
Horst Kasinke kijkt op uit het pornoblaadje, dat hij lusteloos zit door te bladeren.
‘Je kunt ook verliefd zijn op een vrouw, zonder dat je haar neukt,’ gaat Schulze verder. ‘Maar dat draait er altijd op uit dat je haar wilt neuken.’ Hij pauzeert even, maar er reageert nog steeds niemand. ‘Je hoort dat weinig,’ zeurt hij verder, ‘maar het is echt zo. Het is hoe wij mannen in elkaar zitten. Vrouwen begrijpen dat niet. Maar het is als het ware de sleutel. Als je dat begrijpt, begrijp je ook hoe mannen zijn.’
Van een van de andere britsen maakt Kessler een sceptisch geluid.
‘Jij denkt dat het niet zo is?’
‘Ja, het ís wel zo….’
‘Dan zijn we het eens.’
Ze lachen.
Typisch het soort meligheden, denkt Kasinke, dat hoort bij het wachten dat aan een actie voorafgaat. Het is altijd hetzelfde. Het duurt allemaal te lang, de spanning bouwt zich op, en aan het eind weten de mannen van gekkigheid niet meer wat ze moeten zeggen.
Kasinke komt overeind.
‘Wat ga je doen?’
Hij tikt op zijn horloge. ‘Twee uur,’ zegt hij. ‘Mijn beurt om naar buiten te gaan.’
Hij trekt zijn sportschoenen aan, pakt zijn parka van de kapstok, en loopt naar buiten, de binnenplaats over, de straat op. Het is winters koud in Berlijn. Een strakblauwe lucht. Alles is bedekt met een dun laagje sneeuw, dat die nacht is gevallen. Kasinke loopt de straat uit, hij steekt de Wiener Strasse over, en begint hard te lopen zodra hij het hek van het Steglitzer Park gepasseerd is. Twee uur per dag hebben alle teamleden om buitenlucht op te snuiven en hun conditie op peil te houden.
zondag 20 augustus 2023
391. Boot-Jürgens
En zo is het ook gegaan. Hij heeft een afspraak gemaakt met Bödel in Wiesbaden, en die heeft zijn verhaal geruststellend knikkend aangehoord. ‘Een duidelijke zaak,’ zei hij bedachtzaam. De CSU-chef mocht niet gebruuskeerd worden. Het was tenslotte goed denkbaar dat hij binnen afzienbare tijd Bondskanselier zou zijn. Maar aan de andere kant moest er met beleid te werk worden gegaan, om te voorkomen dat de partij gecompromitteerd raakte.
Zeer juist. Met beleid. En tact. Bödel was een professional. Iemand aan wie iets dergelijks zonder bezorgdheid kon worden toevertrouwd.
Maar nu is alles blijkbaar toch op een verschrikkelijke manier uit de hand gelopen.
Boot-Jürgens kucht nerveus.
‘Liebchen,’ zegt Leonore ongerust. ‘Wat heb je?’
‘Geef me mijn portefeuille even,’ hijgt Boot-Jürgens, naar zijn jas wijzend.
Ze zoekt in zijn binnenzak en vindt zijn portefeuille. Reikt hem aan. Boot-Jürgens klapt hem open en zoekt in de vakjes. ‘Mannheim,’ mompelt hij, ‘Mannheim.’
Aha.
Hij haalt een opgevouwen stuk papier tevoorschijn, een uitnodiging.
Hij zwaait daarmee, terwijl hij naar zijn stoel strompelt, en zich, nog steeds achter adem, laat zakken. ‘Wil je een taxi bellen,’ zegt hij.
‘Maar…’
‘Een taxi, Leonore, een taxi.’
Ze kijkt hem niet-begrijpend aan. Hij zwaait met het papier. ‘Challenges in the East,’ zegt hij. ‘Een congres, snap je. Een congres in Mannheim. Georganiseerd door een belangrijke Amerikaanse denktank. Mijn aanwezigheid daar is absoluut noodzakelijk. Belangrijk onderwerp. Belangrijke mensen.’
Hij kijkt op zijn horloge.
‘Zes uur vanavond,’ zegt hij. ‘Zes uur vanavond is het diner. Dat halen we. Dat mag geen probleem zijn.’
vrijdag 18 augustus 2023
390. Boot-Jürgens
‘Ja…? Herr Boot-Jürgens?’ Ze werpt hem een verschrikte blik toe. ‘Ik weet niet…Ja, ja, een ogenblik.’
Ze houdt de hoorn op. Boot-Jürgens krabbelt moeizaam overeind en schuifelt op zijn blote voeten naar de telefoon. Hij luistert.
‘Pressler?’ zegt hij verward.
‘Otto Pressler,’ zegt een geagiteerde stem aan de andere kant van de lijn. ‘Federale Recherche Wiesbaden.’
‘Hoe weet u…’
‘Neemt u mij alstublieft niet kwalijk. Maar dit is een noodgeval.’
‘Pressler he?’
‘Ik ben de secretaris van de president. Herr Bödel…’
‘Ja?’
‘Herr Bödel is niet bereikbaar. En er heeft zich een noodsituatie voorgedaan. Een absolute noodsituatie.’
Boot-Jürgens luistert. En luistert.
Hij knikt en knikt.
En zegt niets.
Als hij een tijdlang heeft geluisterd, legt hij de hoorn op de haak. En loopt terug naar zijn stoel. Hij trekt zijn sokken aan. Schuift zijn voeten in zijn molières. Strikt zijn veters. En leunt hijgend achterover.
De BKA-affaire, denkt hij. De BKA-affaire. De hele kwestie staat hem nog haarscherp voor de geest. Begin oktober heeft hij een onderhoud gehad met Franz Josef Strauss. De CSU-leider heeft hem een ongehoord brutaal verzoek gedaan. Hij heeft hem gevraagd zijn positie als voorzitter van het College van Toezicht te gebruiken om druk uit te oefenen op de Federale Recherche. De achtergrond is duidelijk. Genscher, de liberale Minister van Binnenlandse Zaken, heeft, zodra hij in 1969 was aangetreden het Bundeskriminalamt in een actievere rol geschoven bij de bestrijding van het terrorisme. Wat Strauss nu wilde, was een infiltratie. De Federale Recherche moest in de terroristische organisatie binnendringen. Ze moest een positie verwerven die het mogelijk maakte de beweging te controleren, en de leden, als de tijd daarvoor rijp was, te arresteren. Het kwam er op neer dat het Kriminalamt de terroristen van Staüberle en Konopka van wapens moest voorzien, zodat ze in staat waren hun gewapende strijd te intensiveren.
389. Boot-Jürgens
Hij kust haar. Ze neemt zijn jas aan en hij gaat zitten, toch een beetje melancholisch gestemd.
‘Wat is er Liebchen,’ zegt ze. ‘Ben je moe?’
Hij schudt het hoofd.
‘Jawel, je bent moe. Je ziet er afgetrokken uit.’
‘Nee, nee.’
‘Zal ik je voeten masseren?’
Hij maakt een geluid, ergens halverwege tussen afwijzing en instemming en ze knielt om zijn veters los te maken, zijn sokken uit te trekken.
Even later zit hij de kranten door te bladeren en van zijn koffie te nippen, terwijl haar zachte handen hun duivelskunsten uitvoeren met zijn magere witte voeten. Haar toewijding doet de laatste restjes somberheid verdwijnen en er wat er overblijft is een gevoel van diepe tevredenheid. Alles is goed. Hij is nog meester van zijn lot. Hij telt nog mee. Hij is nog in staat zijn partij mee te blazen. In het orkest van het leven.
De telefoon rinkelt.
donderdag 17 augustus 2023
388. Boot-Jürgens
Boot-Jürgens kerkhofbezoek is in de loop der jaren een routine geworden, maar het is een routine die een vorm geeft aan de herinnering aan zijn zoon. Aan de sterke, blonde jongeman die, voor hij zijn rechtenstudie zou beginnen, in dienst was gegaan hoewel er een goede kans was op ontheffing. Dieter was in de officiersopleiding terecht gekomen, en daarvandaan rechtstreeks de oorlog ingewandeld. Kapitein was hij, toen hij sneuvelde bij Monte Cassino. Stond op de nominatie voor een staffunctie die hem verder van het front zou hebben verwijderd. Maar de benoeming was te laat gekomen.
Dieter. Zijn zoon. Die hem is ontglipt. Die hem is ontnomen. Die hem er in zekere zin toe heeft veroordeeld te worden wat hij geworden is. Bittere gedachten zijn dat. Maar Boot-Jürgens kent zijn plicht. Hij blijft even in gedachten verzonken bij het graf staan. Daarna verwijdert hij het onkruid dat zelfs in de winter tussen de sneeuw opschiet. En maakt zijn gebruikelijke korte ronde over het kerkhof.
Na het kerkhofbezoek wandelt hij, licht hijgend, naar Dahlem, naar het appartement van zijn maîtresse, Leonore Tiefgens. Hij is al bijna weer over zijn verdriet heen. Zijn tred is stram maar stevig. Een politiek dier is hij en blijft hij.
woensdag 16 augustus 2023
387. Generalbundesanwalt
Zaug kijkt hem bedachtzaam aan.
‘En dat SPD-congres?’
‘Dat begint morgen.’
‘En de Bondskanselier…?’
‘Arriveert vandaag in Berlijn,’ vult Zaug aan. ‘De kanselier verblijft op het Slot Bellevue. Zoals gebruikelijk.’
Ludwig schuift geërgerd de dossiermap die voor hem op zijn bureau ligt heen en weer. Plant de nagel van zijn wijsvinger op een plek in de tekst.
‘Er zijn schijnbaar ook neonazi’s bij betrokken,’ zegt hij boos.
‘De neonazi’s zijn al eerder in verband gebracht met de Roodfront-anarchisten,’ zegt Zaug voorzichtig. ‘Vorige maand…’
‘En die Messler, of hoe heet hij?’
‘Messler,’ bevestigt Zaug. ‘Messler en Kasinke.’
‘Bekend?’
‘Messler zou een sportschoolhouder zijn,’ zegt Zaug. ‘Maar over hem is tot dusver niets aan het licht gekomen. Kasinke kennen we. Een ex-politieman. Die is in ‘68 uit de dienst ontslagen, na een geval van excessief geweld.’
‘Ja?’
‘Wilt u meer weten?’
‘Ja.’
‘Het is een taxichauffeur,’ zegt Zaug aarzelend. ‘In Keulen.’
‘Is er met hem gesproken?’
‘Er wordt naar hem gezocht.’
‘Hm,’ zegt Ludwig nadenkend. ‘Waarschijnlijk loos alarm.’
Hij trekt een la open en pakt een schrijfblok, dat hij openslaat, en waarin hij op het eerste blad noteert wat hij aan zijn medewerker opdraagt. ‘Twee dingen,’ zegt hij. ‘Eén, ik wil telefonisch overleggen met Rudolf Boot-Jürgens, je weet wel, de voorzitter van het College van Toezicht op de Federale Recherche. Hier, op mijn telefoon. En zo spoedig mogelijk. Twee, schakel het Bundesamt für Verfassungsschutz in, de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Ga na wat ze hebben over Emmerich Gerhard. Over Messler, over Kasinke, over Gutschein, Weiss, Hahn, de hele meute.’
Zaug schrijft mee.
‘O, en drie, vraag Eberle of hij even bij me langsloopt.’
dinsdag 15 augustus 2023
386. Generalbundesanwalt
‘Dat is illegaal.’
‘En met als oogmerk een aanslag op de Bondskanselier. Bizar, bizar.’ Ludwig kijkt zijn secretaris onderzoekend aan, maar die geeft geen krimp. ‘Een vaag verhaal,’ zegt hij. ‘Speculatie, Een heleboel speculatie.’ Hij bladert in de papieren. ‘Gerhard he,’ zegt hij. ‘Emmerich Gerhard.’
‘Een functionaris van het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden,’ zegt Zaug. ‘De Sicherungsgruppe Bonn. Een nieuwe dienst van de Federale Recherche.’
‘Directeur?’
‘Fischler, Adalbert Fischler.’
‘En die zegt?’
‘Fischler is al geruime tijd ziek, en niet bereikbaar op zijn thuisadres.’
‘En Klaus Bödel?’
‘Herr Bödel is op cruisevakantie.’
‘Op cruisevakantie he. Zoek dat uit.’
‘Bödel is niet bereikbaar. Hij zit ergens in het Caraïbische gebied. We hebben gesproken met zijn secretaris, ene Pressler, maar die is niet op de hoogte. Hij beweert dat in Wiesbaden niemand iets weet van de operatie van deze Gerhard.’
‘Zoek dat uit.’
‘Daar wordt aan gewerkt.’
maandag 14 augustus 2023
385. Generalbundesanwalt
Op maandagmorgen 21 december komt de aanslag op Willy Brandt op het bureau terecht van de Generalbundesanwalt. Procureur generaal dr. Emil Ludwig is een logge, nogal cynische jurist van achter in de vijftig. Een sociaaldemocraat, maar de idealistische jaren liggen inmiddels ver achter hem. Hij is een man op de top van zijn carrière, in afwachting van zijn pensionering, die nog drie jaar in het verschiet ligt. Van zijn arbeidsethos heeft hij intussen niets ingeleverd. Iedere morgen stipt om kwart voor negen wordt hij door zijn chauffeur thuis afgehaald. Iedere morgen om vijf voor negen betreedt hij het gebouw van de Bundesanwaltschaft in Karlsruhe, groet de bewaking, en gaat met zijn secretaris, Alphons Zaug, de lift in naar zijn werkvertrek, waar hij, stipt om negen uur achter zijn bureau plaatsneemt.
Op deze ochtend - een mooie heldere winterochtend, er is die nacht een dun laagje poedersneeuw over huizen, straten en parken gestrooid - wijkt Zaug enigszins af van de dagelijkse routine. In plaats van de dossiers van de dag voor Ludwig op het bureau uit te stallen en de agenda met hem door te nemen, legt hij, met een lichte aarzeling, een dunne dossiermap voor hem op het bureaublad, een map die maar vier blaadjes papier bevat.
Ludwig kijkt hem aan. Zaug knikt, en trekt zich terug.
Ludwig kijkt het dossier vluchtig door. Denkt even na, en leest het dan aandachtig nog eens.
Hij belt. Zaug verschijnt onmiddellijk.
‘Is dit ernst?’ zegt Ludwig.
Zaug haalt zijn schouders op. ‘Ja,’ zegt hij aarzelend, ‘dit is misschien wel ernst.’
‘Waar komt het vandaan?’
‘Fritz Eberle heeft dit telefoontje vrijdagmiddag aangenomen.’
‘Een aanslag op de bondskanselier?’
‘Het is gecheckt.’
‘Wat is gecheckt?’
‘Zaterdag is er contact opgenomen met Herr Gutschein. Er is met hem gesproken in aanwezigheid van,’ Zaug raadpleegt zijn papieren, ‘van zijn vriendin, Fraülein Saskia Ohlen en een jurist van de gemeente Bonn, een zekere Bremer.’
‘En die anderen? Die Hahn, die Weiss?’
‘Die zijn ook gehoord. Ze bevestigen alles.’
zondag 13 augustus 2023
384. Krämer
Krämer grabbelt achter zich, en haalt er een bloknoot bij.
Maar waarom? Waarom ging ze uitgerekend naar hem toe?
Ze vertelt hem over Rühle. Over Schneiders voorstel om de Roodfrontgroep van wapens te voorzien. Voor een aanslag op de bondskanselier. Krämer maakt aantekeningen. Ze vertelt hem hoe Schneider haar later vertelde hoe het eigenlijk in elkaar zat. De infiltratiepoging.
Krämer knikt. ‘Daarom zocht je die Gerhard op.’
Ze knikt gehoorzaam terug. Wat er volgt is een kruisverhoor. Alles wil hij weten. Alles.
Ze vertelt hem alles wat ze weet.
‘Een aanslag, he? Op Brandt.’
‘Het was kletskoek natuurlijk.’
‘Weet je dat zeker?’
‘Het was iets dat Schneider had verzonnen,’ zegt ze.
‘Hmhm.’
Gerhard zelf was stomverbaasd, zegt ze, toen ze er over begon.
En ze waren er helemaal niet over doorgegaan.
Als ze alles er uit heeft gegooid, voelt ze zich een stuk beter. De paniek is weg. De wanhoop heeft plaatsgemaakt voor de koele rationaliteit waar ze naar op zoek was. Voor het vaste voornemen haar rol binnen de groep te blijven spelen. De noodzakelijke discipline binnen de groep verder tot groei te brengen.
Aan het eind van het gesprek neemt ze met Krämer door wat er in Bad Rothenfelde voor de komende tijd op het programma staat. Er is een ontmoeting gepland met kameraden uit de andere West-Europese landen. Daarna zullen de groepsleden zich in paren opsplitsen, ieder met een eigen taak. In het voorjaar zal er een groot offensief van start gaan. Met propaganda en agitatie over een breed front. Op universiteiten, hogescholen en in bedrijven. En met gecoördineerde acties, waarmee de repressie echt aanzienlijke schade zal worden toegebracht.
Zelf vertrekt ze naar Bremen.
Met Schöngeist.
zaterdag 12 augustus 2023
383. Krämer
‘Dat was de juiste manier,’ zegt hij. ‘Rechtlijnig, humaan. Je hebt de discipline hersteld.’
‘Maar wat voor discipline,’ zegt ze met een klein stemmetje.
‘Discipline is nodig,’ zegt Krämer. ‘Bij iedere vorm van maatschappelijk handelen.’
Ze knikt gehoorzaam.
‘Voor ons, orthodoxe marxisten, geldt natuurlijk de kaderdiscipline,’ zegt Krämer. ‘En je weet dat er vanuit een marxistisch gezichtspunt nogal wat bedenkingen zijn tegen jouw groep. Wij zien dat als anarchisme. Als veel te ver doorgevoerd individualisme. Maar we zijn tegelijkertijd niet blind voor de maatschappelijke realiteit. Voor de blauwdruk van het nieuwe dat zich hier, hoe vaag ook, manifesteert. En we hebben veel vertrouwen in jou. In jouw vermogen deze contestatie in goede banen te leiden.’
Hij pauzeert.
‘Ook al begrijpen we maar al te goed hoe zwaar de taak is die je op je hebt genomen,’ gaat hij verder.
Ze snikt.
‘Wacht,’ zegt hij. ‘Ik haal nog wat water.’
Als hij terugkomt met het glas, zegt ze: ‘Ik was er uitgestapt.’
Hij kijkt haar vragend aan.
‘Weet je nog, Emmerich Gerhard?’
Die naam zegt hem niets. Ze herinnert hem aan zijn verzoek om informatie over de politieman, vijf jaar geleden. Zelfs dan gaat er, denkt ze, geen lichtje branden. Maar ze is begonnen, en ze wil ook deze weg helemaal afwandelen.
vrijdag 11 augustus 2023
382. Krämer
Ze neemt zich voor te handelen naar het advies van Roland Krämer, die tenslotte een oude rot is.
Het is een besluit dat haar oplucht. Dat haar even een licht, bijna lenteachtig gevoel geeft.
‘Wat is er aan de hand, Irmgard?’ zegt Krämer ongerust.
‘Ik weet niet,’ zegt ze.
‘Is er iets gebeurd?’
‘Het is te veel voor me. Ik houd het niet uit. Alles gaat verkeerd.’
Ze begint te huilen. En wat erger is, ze schiet helemaal door in het persoonlijke. ‘Het probleem,’ zegt ze, totaal ontredderd, ‘het probleem is dat ik van niemand kan houden.’
‘Wij denken daar heel anders over,’ zegt Kramer.
Ze buigt het hoofd.
‘Kom, ga even zitten. Hier, drink wat water.’
Ze drinkt. En vindt in ieder geval de moed hem aan te kijken. Roland Krämer. Zijn bleke gezicht. Zijn slecht geknipte grijze haren. Rond de vijftig is hij inmiddels. Een kleurloze man, in een confectiepak. De diepte zie je pas als je hem in zijn rustige grijze ogen kijkt. De kalmte. De totale zekerheid.
‘Vertel,’ zegt hij.
En ze kan weer coherent praten.
donderdag 10 augustus 2023
381. Krämer
‘We zijn kwetsbare dieren.’ Dat is het wel ongeveer.
En haar gevoelens voor hem.
Maar dat was seks.
Ook politiek natuurlijk.
Maar in wat voor opzicht?
Het was de zoveelste doodlopende weg.
Naar de groep.
Waar natuurlijk niets was veranderd.
En waar ze weliswaar min of meer rationeel was opgetreden.
Maar zelfs dat was bijna op een huilbui uitgedraaid.
Rationeel handelen.
Dat is het enige.
Dat uitkomst biedt.
dinsdag 8 augustus 2023
380. Krämer
‘Ik moet je spreken,’ zegt ze
Krämer, aan de andere kant van de lijn, zwijgt even.
‘Kan het niet over de telefoon?’ zegt hij dan.
‘Nee, het kan niet over de telefoon.’
‘Je wilt me ontmoeten? Waar?’
‘Ik kom naar je toe.’
‘Is dat veilig?’
‘Het moet,’ zegt ze gedecideerd
Krämer denkt kennelijk na. Hij schat de situatie in.
‘Ja,’ zegt hij tenslotte. ‘Kom maar. Nu?’
‘Nu.’
Ze legt de hoorn neer en loopt terug naar haar auto.
379. Irmgard
Schöngeist heeft zijn tranen weggeveegd, en hij recht zijn rug.
‘Wat was…’ Konopka slikt. Haar keel zit helemaal dicht. ‘Wat was dat voor telefoontje?’ vraagt ze.
‘Wat voor telefoontje?’
‘Gisteren. In Bad Rothenfelde. Wie heb je opgebeld? Heb je nog contacten met de partij? Was het iemand uit de zone? ‘
Dat was het niet. Schöngeist bekent zonder mankeren iets wat Konopka tot dat moment schoon is ontgaan. Hij is homoseksueel. Hij heeft in Rothenfelde een vriend gebeld, in Berlijn. Om hem te vragen of hij bij hem terecht kan als hij de beweging verlaat.
Maar dat wordt rechtgezet. Irmgard Konopka herstelt de kaderdiscipline. En ruimt later, samen met Schöngeist en Teeny, voor de eerste keer sinds de groep er zijn intrek heeft genomen, het grote, rommelige refter grondig op. Zodat het er ordelijk en goed georganiseerd uitziet als de anderen terugkomen.
maandag 7 augustus 2023
378. Irmgard
Ze kijkt hem aan.
‘Je haat haar. Je minacht haar.’
‘Ze is gek,’ zegt Schöngeist zachtjes
Konopka schudt het hoofd. ‘Nee, ze is niet gek,’ zegt ze. ‘Ze is onontwikkeld. Ze reageert primair. Ze kan haar gevoelens niet onder woorden brengen. Maar met haar gevoelens is niks mis.’
‘Denk je dat ik dit leuk vind?’
‘Dit is niet voor leuk. Dit is ernst. Dit is de illegaliteit Helmut. We staan buiten de samenleving. En dat is onze eigen bewuste keus. Ook jouw keus.’
‘Ik...’
‘En we hebben niets anders dan elkaar. We hebben elkaar nodig Helmut. We kunnen niet overleven zonder elkaar. Zonder volledige, onvoorwaardelijke solidariteit. Ja? Snap je dat?’
Ze pauzeert even en kijkt hem onderzoekend aan.
‘Snap je dat? Volledige solidariteit!’
‘Ja, dat snap ik wel. Maar...’
‘Maar...?’
‘Ik wist niet dat ik hierin terecht zou komen.’
Ze lacht. Een beetje treurig. ‘We zijn uit de partij gestapt omdat de partij een fossiel was, ja? Daar hebben we over gesproken. Omdat de analyses van de partij niet meer klopten. Omdat er een alternatief was. Omdat de echte dynamiek van de linkse beweging was overgegaan op groepen als die van Hans en Gretel. Of niet soms?’
‘De echte dynamiek,’ zegt Schöngeist, schamper nu. ‘Noem jij dit dynamiek? Deze zwijnenstal? Deze, deze stagnatie! Een beetje vrij zijn, een beetje high zijn en een beetje terreur moet er godverdomme ook bij zijn.’
‘Juist!’
‘Niet dan?’
zondag 6 augustus 2023
377. Irmgard
Schöngeist kijkt op.
Ze wrijft zich peinzend in de handen. Het is koud.
‘Dat was het dus,’ zegt ze.
Hij kijkt haar wezenloos aan.
‘Geen lolletje zeker.’
Hij begint geluidloos te huilen.
‘NPD he? Hans moet krankzinnig geweest zijn. Wat zei hij? Professionals zeker. Betrouwbare jongens. En ondertussen naaiden ze hem. Wat zei Eva?’
Schöngeist haalt zijn schouders op.
‘Eva gaat waar Hans gaat. Of andersom. Daar kom je niet tussen. Maar jij had toch beter moeten weten. Jij kent de partijdiscipline. Jij bent een kader. Godverdomme. En wij maar plannen maken. En discussies voeren. Hoe verhoudt zich dat, he, tot de doelstellingen van onze strijd? En, eh, wat is de relatie, he, met de bevrijdingsbewegingen in de derde wereld, he! En wat zouden ze er van vinden in de zone! En Hans haalt zo maar 640 mille weg!’
Ze kijkt hem onderzoekend aan. ‘We zijn veel te passief. We hebben geen initiatief. We maken ons kopzorgen over de zuiverheid van onze strijd. En Hans haalt met een stelletje neonazi´s een bank leeg. Zijn ze dood?’
‘Allemaal?’
Schöngeist schraapt zijn keel. ‘Eentje.. eentje is er weggekomen.’
Konopka knikt. Ze gaat op de enige bank zitten die in het vertrek staat, schuin tegenover Schöngeist, die nog steeds in de vensterbank zit.
zaterdag 5 augustus 2023
376. Irmgard
‘Hij en jij zijn gekoppeld. En je weet hoe dat zit.’
Teeny knikt gehoorzaam.
‘Nou, hoe?’
‘Hans heeft het beslist.’
‘Ja?’
‘Na de bankoverval in Berlijn.’
‘Na de bankoverval,’ herhaalt Konopka.
‘Hij is een ei,’ barst Teeny uit. ‘Toen die klootzakken, die NPD-klootzakken, de zaak wilden overnemen, toen was hij de eerste die op de grond lag. Als ik er niet was geweest…’ Ze kijkt Konopka smekend aan. ‘Ik heb die Herzog-lul neergeknald. Als ik er niet was geweest, dan had Hans geen schijn van kans gehad. Dan waren ze met al het geld weggekomen. En nou flikt hij me dit. Nou moet ik samen met dat ei. Terwijl die alleen maar als een stom schaap heeft liggen blèren.’
Konopka knikt.
‘En daarom verdom jij het om een vinger uit te steken.’
Teeny pruilt, en kijkt naar de grond.
‘Je kunt gaan,’ zegt Konopka. ‘Trek maar een jas aan en wacht in de vestibule, tot ik hier klaar ben.’
vrijdag 4 augustus 2023
375. Irmgard
Teeny kijkt haar landerig aan. ‘Wat zeg je?’
‘Zet die tv uit.’
Teeny aarzelt, maar kiest eieren voor haar geld. Ze komt overeind om de knop van het apparaat in te drukken.
Konopka blijft tergend lang om zich heen kijken.
‘Wat een zwijnenstal!’
Teeny mompelt iets verongelijkts.
‘Wie is er verantwoordelijk voor deze ruimte?’
Teeny haalt haar schouders op.
‘Wie?’
‘Wij,’ zegt Teeny onwillig.
‘Wat zeg je?’
‘Wij, Anna.’
‘Waarom doe je er dan godverdomme niks aan?’
‘Vraag het hem.’
‘Ik vraag het jou.’
Ze staat voor Teeny en petst haar hard op haar wang.
‘Nou, he!’ De tranen springen Teeny in de ogen. ‘Nou zeg, begin jij ook al…’
‘Het is weer net als vroeger, he. Alle anderen hebben het verkeerd gedaan.’
Teeny heft haar kin op. ‘Maar, maar…’
‘Ja?’
‘Hij doet echt niks.’
‘En waarom doet hij niks?’
Ze haalt haar schouders op. ‘Omdat hij een lul is,’ zegt ze pruilend.
‘Waarom doet hij niks?’
woensdag 2 augustus 2023
374. Irmgard
Terug naar af. Nadat Irmgard Konopka Gerhard heeft afgezet bij zijn flat in Raderthal, rijdt ze als een zombie terug naar Bad Rothenfelde. En wordt onmiddellijk opgeslokt door de moloch van de illegale strijd. Ze wachten haar op. Raabe, Liliane en Bauschwitz. Er is iets gebeurd, zeggen ze opgewonden. Helmut Schöngeist is de dag tevoren betrapt door groepsleden, terwijl hij in de stad in een telefooncel stond op te bellen. Bauschwitz heeft het incident gemeld bij Hans, maar die heeft het schouderophalend afgedaan. ‘Belt vrienden,’ zei hij. ‘Helmut is een beetje uit zijn evenwicht.’ Maar Liliane, die er bij was, neemt het niet zo licht op. Met wie belde hij dan? Waarom hield hij dat verborgen voor de groep?
‘Hij moet ondervraagd worden,’ eist ze op schelle toon.
‘Als hij ondervraagd moet worden, doe ik dat,’ bijt Konopka.
Bauschwitz knikt.
‘En niet alleen Schöngeist. Ook Teeny.’
Wat goed uitkomt, want Schöngeist en Teeny hebben een corveetaak, terwijl de andere groepsleden worden verwacht voor een wapentraining op de geïmproviseerde schietbaan die Hans samen met Kranz in het bos achter het seminarie heeft aangelegd.
Maar deze keer heeft ze minder tijd nodig.
373. Gutschein
‘En wat is er met die informatie gebeurd?’ vraagt hij.
Gutschein haalt zijn schouders op. ‘Dat weet ik niet,’ zegt hij.
‘Dat weet je niet?’
‘Het waren collega’s die ermee kwamen. We hebben ze geadviseerd ermee naar de politie te gaan.’
‘En hebben ze dat gedaan?’
‘Misschien.’
‘Misschien, misschien.’
‘Wat vind jij dat ik moet doen?’
‘Vertrouw je die collega’s?’
Gutschein bijt op zijn onderlip. ‘Het zijn rare lui,’ zegt hij.
‘Je kunt het daar niet bij laten hoor.’
‘Maar wat kan ik doen.’
Bremer zoekt al in zijn portefeuille.
‘Hier,’ zegt hij, terwijl hij Gutschein een kaartje toesteekt. ‘Dit is wat je moet doen.’
Gutschein kijkt op het kaartje.
Bundesanwaltschaft.
Er staat een naam op. En een telefoonnummer.
‘Wat is dit?’ vraagt hij verward.
‘Het kantoor van de procureur generaal in Karlsruhe,’ zegt Bremer. ‘Bel dit nummer. Vandaag nog. Deze man kan je verder helpen.’
dinsdag 1 augustus 2023
372. Gutschein
‘En wat ga je nu doen?’ zegt ze.
‘Ik?’ zegt Gutschein laf. ‘Niks natuurlijk.’
‘Niks?’
‘Dit is een zaak van Hahn en Weiss.’
‘Je bent getikt.’
‘Of Kaminsky?’
‘Norbert Gutschein!’ zegt Saskia bestraffend. ’Je maakt je ervan af.’
‘Vind je?’
‘Dit is ernstig,’ zegt Saskia. ‘Dit is heel ernstig.’
‘Ik heb het je in vertrouwen verteld he,’ zegt Gutschein. ‘Je schendt mijn vertrouwen toch niet nog een keer!’
‘Wat wil je dan dat ik doe?’
‘Waarschijnlijk klopt er allemaal niets van.’
‘Denk je dat?’
‘Ik…’ Gutschein aarzelt. ‘Wat vind jij dat ik moet doen?’
‘Wat voor dag is het vandaag? Donderdag. En zij denken, begin volgende week?’
‘Ik geloof er allemaal niets van.’
‘Het is kort dag hoor,’ zegt Saskia. ‘Ik vind dat je op zijn minst Joska moet bellen.’
Joska Bremer is een vriend. Een jurist, die bij de gemeente werkt.
‘Joska?’ zegt Gutschein weifelend. Maar in feite is hij al overtuigd. Saskia kan klierig zijn en ze is niet honderd procent betrouwbaar. Maar ze heeft veel gezond verstand. Hij zal Joska Bremer bellen. First thing in the morning.
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...