Konopka leek iedereen te kennen. Geen wonder natuurlijk, want ze was in de mode. Ze schreef niet alleen voor Gerade Nun maar ook stukken voor grote landelijke bladen als Die Zeit, Der Spiegel. Ze was bevriend met kopstukken over het hele politieke spectrum. Ze kwam zelfs op recepties van Brandt, die toen burgemeester van Berlijn was. En ze was schandaleus. Op de party waar hij haar zag, flirtte ze de hele avond schaamteloos met een donkerharige jonge vrouw, een of andere kunstenares. Ze danste met haar, heup tegen heup, en ze dronk witte wijn uit hetzelfde glas.
Hijzelf stond met Juncker te praten, van de DDR-sectie van de dienst. ‘Geil,’ zei die, met zijn schorre zuiplappenstem, ‘geil, Mensch.’
Later die avond verscheen ze plotseling naast hem. ‘Mijn waakhond,’ zei ze, en ze drukte haar borsten tegen hem aan en kuste hem op de wang. ‘Hoe is het met Magda?’
Hij knikte.
‘Aardige vrouw,’ zei ze.
‘Je bent haar heldin,’ zei hij.
‘Werkelijk?’
‘Een echte feministe.’
Ze glimlachte, en pakte zijn hand.
En liep zonder iets te zeggen met hem naar buiten, naar de parkeerplaats, waar haar donkergroene Volkswagen kever stond.
‘Waar gaan we heen?’
Maar ze schudde het hoofd.
Dus stapte hij in en liet zich rijden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten