maandag 15 augustus 2022

36. Liebknechtstrasse

[Wat voorafging]

De arrestatie in Zehlendorf heeft plaatsgevonden onder leiding van Hans-Georg Klug, een commissaris van de Verfassungsschutz uit Berlijn, die Gerhard oppervlakkig kent. Een cynische oude rot. Een van de idioten die, volledig tegen de tijdsgeest in, blijven hameren op discipline. Een ex-nazi? Hij weet het niet. Mogelijk. Hij kan dat nakijken. Zeker is het niet. Zelfs sommige fatsoenlijke mensen zien nog steeds het nut in van orde en tucht.
Klug kreeg op vrijdagavond, tegen vijf uur, een anoniem telefoontje. Iemand die zich Schmidt noemde. Hij had een tip. Wat volkomen krankjorum was, een tipgever die rechtstreeks belde met een politiecommissaris. Maar tegenwoordig is niets onmogelijk. In ieder geval dééd Klug iets met de tip. Wat ook wel een wonder mag heten. En tegen kwart over zes ‘s avonds, een derde mirakel, vond er een inval plaats op het adres Zairinger Corso 88. In de flat trof de politie een nog niet geïdentificeerde vrouw aan, die in het bezit bleek van een redelijk vervalst identiteitsbewijs op de naam van Gabriele Seidel. Er was in de flat een val uitgezet, met als resultaat dat achtereenvolgens Brat, Kelsoe en Lösch waren opgepakt, Lösch als laatste. Hij arriveerde in een Mercedes met exact het kenteken dat de tipgever had genoemd. Hij was vermomd, met een bril, een baard, een snor en een pruik, en gekleed in een lange legergroene regenjas. Hij had een plastic draagtas met drank bij zich. Op instructie van Klug hadden twee leden van het arrestatieteam hem het toupet van het hoofd genomen, ze hadden zijn bril afgezet, en baard en snor van zijn gezicht getrokken. Bij fouillering werd onder andere een Llama 9mm-pistool aangetroffen.
Het proces verbaal van de arrestatie bevat een woordelijke weergave van wat er was gezegd.
Klug: ‘Goedenavond, Herr Lösch.’
Lösch (verontwaardigd): ‘Wat doet u? Wat is hier aan de hand?’
Klug: ‘U bent toch Lösch?’
Lösch: ‘Pardon, ik ben bang dat u zich vergist. Ik ben August Uhland.’
Jäger (lid van het arrestatieteam): ‘Ja, en ik ben voorzitter Mao.’
Hierop glimlachte Lösch.
Lösch: ‘Compliment mijne heren. Een knap staaltje.’
Lösch toonde de leden van het arrestatieteam zijn handpalmen, en keek Klug aan.
Lösch: ‘Hebt u er bezwaar tegen dat ik rook?’
Gerhard grijnst. Het is Lösch ten voeten uit. En het is een goede vangst. Al is het onzin om Lösch te beschouwen als een topfiguur in de Roodfrontgroep. Uiteindelijk is de advocaat, dat blijkt ook wel uit dit rapport, een schertsfiguur. Een vrouwengek kennelijk, met een soort harem. Een welbekend verschijnsel, dat. De revolutie lijkt een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen op jonge vrouwen. Groupies, had Gerd Kaminsky, de senior-onderzoeker van de Liebknechtstrasse, ze wel eens laatdunkend genoemd. Debbie Kelsoe is de enige van het viertal die Gerhard echt interesseert. Hij maakt een aantekening dat hij toestemming moet zien te krijgen om haar te ondervragen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...