Als Gerhard uiteindelijk opstaat en naar beneden loopt, merkt hij dat de medewerkers zich in de keuken verzameld hebben. Het geroezemoes komt hem al halverwege de trap tegemoet. Bij zijn binnenkomen wordt het stil. Hij kijkt even om zich heen en loopt naar Hahn en Weiss, die, zoals meestal, samen aan een tafeltje zitten te roken.
‘Herr Hahn, kunt u mij wat meer vertellen over uw expeditie naar Hannover?’
Hahn springt overeind.
‘Wat wilt u weten?’
Gerhard lacht minachtend. ‘Alles,’ zegt hij, ‘alles.’
‘Denkt u….’
‘Met wie hebt u contact gehad in Hannover?’
‘Met het Polizeiamt.’
Gerhard maakt een ongeduldig gebaar.
‘Ene Deibel.’
‘Deibel he. Recherche?’
‘Jazeker.’
‘En wat had Deibel te melden?’
‘Het was een gerucht, Herr Gerhard. Waarschijnlijk afkomstig uit studentenkringen. Een roddel. Of misschien opzettelijke desinformatie. Subversieven uit Berlijn zouden gebruik hebben gemaakt van de faciliteiten van een kerkelijk bureau. De politie heeft een onderzoek ingesteld, maar daarbij is niets bijzonders aan het licht gekomen. De secretaris van de kerkenraad van de Evangelische gemeente is voorzitter van een plaatselijke groep van flippo’s die zich voornamelijk bezig houden met hulp aan de derde wereld, en die ook wel eens onderdak hebben geboden aan Amerikaanse Vietnamdeserteurs.’
‘Hebt u niet gehoord,’ zegt Weiss, die aan het tafeltje is blijven zitten. ‘Vrijdagavond hebben ze Lösch gearresteerd. Dat is een kopstuk.’
‘Ja?’ zegt Gerhard.
Weiss haalt zijn schouders op.
‘Ze zitten in Berlijn,’ zegt hij lam.
Later die dag belt Kloster, de politiecommissaris uit Düsseldorf. Hij heeft de kwestie van de briefing besproken met de officier van justitie, deelt hij mee, en hij kan Kommissar Gerhard tot zijn genoegen meedelen dat er groen licht is. Zijn dienst kan een briefing komen geven over de ‘terroristische’ dreiging in het Rijnland. Het verzoek is wel daarbij speciale aandacht te besteden aan de problematiek van het drugsgebruik.
‘Het drugsgebruik?’ zegt Gerhard verbouwereerd.
‘De rol van drugsgebruik in de antiautoritaire studentenbeweging en in de andere kringen van de buitenparlementaire oppositie,’ verduidelijkt Kloster onverstoorbaar.
Gerhard knikt tegen de telefoon en incasseert zijn nederlaag.
‘In orde,’ zegt hij. ‘Als u mij een contactpersoon geeft, zal ik het secretariaat vragen te bellen om de details te regelen.’
‘Herr Hahn, kunt u mij wat meer vertellen over uw expeditie naar Hannover?’
Hahn springt overeind.
‘Wat wilt u weten?’
Gerhard lacht minachtend. ‘Alles,’ zegt hij, ‘alles.’
‘Denkt u….’
‘Met wie hebt u contact gehad in Hannover?’
‘Met het Polizeiamt.’
Gerhard maakt een ongeduldig gebaar.
‘Ene Deibel.’
‘Deibel he. Recherche?’
‘Jazeker.’
‘En wat had Deibel te melden?’
‘Het was een gerucht, Herr Gerhard. Waarschijnlijk afkomstig uit studentenkringen. Een roddel. Of misschien opzettelijke desinformatie. Subversieven uit Berlijn zouden gebruik hebben gemaakt van de faciliteiten van een kerkelijk bureau. De politie heeft een onderzoek ingesteld, maar daarbij is niets bijzonders aan het licht gekomen. De secretaris van de kerkenraad van de Evangelische gemeente is voorzitter van een plaatselijke groep van flippo’s die zich voornamelijk bezig houden met hulp aan de derde wereld, en die ook wel eens onderdak hebben geboden aan Amerikaanse Vietnamdeserteurs.’
‘Hebt u niet gehoord,’ zegt Weiss, die aan het tafeltje is blijven zitten. ‘Vrijdagavond hebben ze Lösch gearresteerd. Dat is een kopstuk.’
‘Ja?’ zegt Gerhard.
Weiss haalt zijn schouders op.
‘Ze zitten in Berlijn,’ zegt hij lam.
Later die dag belt Kloster, de politiecommissaris uit Düsseldorf. Hij heeft de kwestie van de briefing besproken met de officier van justitie, deelt hij mee, en hij kan Kommissar Gerhard tot zijn genoegen meedelen dat er groen licht is. Zijn dienst kan een briefing komen geven over de ‘terroristische’ dreiging in het Rijnland. Het verzoek is wel daarbij speciale aandacht te besteden aan de problematiek van het drugsgebruik.
‘Het drugsgebruik?’ zegt Gerhard verbouwereerd.
‘De rol van drugsgebruik in de antiautoritaire studentenbeweging en in de andere kringen van de buitenparlementaire oppositie,’ verduidelijkt Kloster onverstoorbaar.
Gerhard knikt tegen de telefoon en incasseert zijn nederlaag.
‘In orde,’ zegt hij. ‘Als u mij een contactpersoon geeft, zal ik het secretariaat vragen te bellen om de details te regelen.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten