woensdag 14 september 2022

66. Wiesbaden

[Wat voorafging]

Bödels kantoor is, tja, weids is het woord. Een hoog systeemplafond met verzonken lichten. Veel glanzend zwart en allerlei tinten grijs. Links van de ingang, onder een portret van de Bondspresident, staat een immens bureau. Glad en koel. Zonder papieren op het bureaublad. Aan de andere kant een metershoge glaswand, met zwarte sluiergordijnen, en uitzicht op de stad. En daarvoor zwaarlederen banken om een glazen tafel.
De ontvangst is joviaal. Bödel haalt Gerhard persoonlijk van de receptie. Een grote, struise man, met een dikke bos weerbarstig haar, dat inmiddels van grijs bijna wit is geworden.
‘Emmerich, Alter!’
Een knikje naar de receptioniste. Bedankt. En dan naar een lift met veel chroom en spiegelend zwart glas. Tijdens de geluidloze reis naar boven zwijgt Bödel. Hij neemt hem op via de spiegel in de liftwand. Gerhard houdt de handen verborgen in de zakken van zijn regenjas.
‘Pressler he?’ zegt hij behoedzaam.
‘Ja, ja,’ zegt Bödel. ‘Otto Pressler. Mijn secretaris. Een bekwame vent. Ken je hem?’
Gerhard knikt vaag.
In het kantoor gaat Bödel hem voor naar de fauteuils.
Gerhard gaat zitten.
‘Wat drink je?’ Een vragende blik. Gerhard knikt.
Bödel schenkt hem whisky in. Voegt ijs toe.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...