woensdag 28 september 2022

80. Terugreis

[Wat voorafging]

Gerhards ogen vallen dicht. Zijn laatste ontmoeting met Irmgard Konopka is al meer dan twee jaar geleden, denkt hij. In april ‘68 kreeg hij een telefoontje op zijn werk in Hamburg. De bekende stem, laag, en zoals altijd een beetje hees van de Gauloise-sigaretten waarvan ze er te veel rookte. Ze gaf hem een adres. Een Chinees restaurant in Altona. Daar zat ze al te roken, met voor zich op tafel een potje thee. Ze zag er niet goed uit. Mager. Met nog steeds die zware wallen onder de ogen. Bijna groenig in het licht van de rode Chinese lantaarntjes. Ze begon bijna onmiddellijk over de aanslag die Eva Richter en Christian Staüberle hadden uitgevoerd in Frankfurt. Hij wist van niets. Zag in die tijd nauwelijks kranten, want hij zat tot over zijn oren in het onderzoek naar een omvangrijke sigarettensmokkel. Uit wat ze zei maakte hij op dat het ging om een nogal primitieve poging om met brandbommen de vierde verdieping van een warenhuis in brand te steken. De sprinklerinstallatie had het vuur gedoofd vóór de brandweer met de gebruikelijke poeha naar binnen stormde. Staüberle en Eva Richter stonden gniffelend in het publiek, en schepten, later in de kroeg, de hele nacht tegen wie maar horen wilde op over hun verzetsdaad.
‘Wat was de schade?’ vroeg hij.
‘Het gaat niet om de vernietiging van de waren,’ zei ze scherp. ‘In wezen is zo’n aanslag bijna contrarevolutionair. De verzekering dekt de schade. De artikelen worden tegen verkoopsprijs vergoed. Zelfs de winst is verzekerd.’ Ze maakte een wegwuivend gebaar. ‘Wat er progressief is aan zo’n actie, is het criminele karakter ervan. Het feit dat de wet wordt overtreden.’ Er volgde een hele tirade. Eigenlijk precies wat ze later, in oktober, bij het proces tegen Staüberle en Richter, in haar krant schreef.
Toen ze klaar was, viel er een stilte, waarin ze hem aankeek.
Hij had geen commentaar.
‘Waar gaan we heen?’ zei ze. ‘Bij Stuhl kunnen we niet meer terecht. Misschien kunnen we naar Sylt rijden?’ Maar dat geloofde ze zelf niet. ‘Kan het bij jou?’
Wist ze van Magda? Ja, waarschijnlijk.
‘We kunnen naar een hotel gaan,’ zei hij.
Ze knikte.
‘Maar moeten we niet iets eten?’
Ze schudde het hoofd en schoof haar stoel naar achteren. Ze keek op het bonnetje voor haar thee, en legde vijf mark op de tafel. Toen ze naar buiten liepen, pakte ze zijn hand vast…


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...