Hahn en Weiss wisselen een blik en struikelen vervolgens over elkaar in hun haast hem te volgen. Ook Drechsler en Gutschein stommelen het vertrek uit, en na enkele ogenblikken staat zelfs Gerda Pfau op.
Beneden staat de deur van Kaminsky’s kamer open, en ze horen verontrustende geluiden. Het slaan van bureauladen? Geluiden van een worsteling? En boven alles uit de schelle, bijna hysterische stem van de kleine senioronderzoeker. ‘Of denk je dat ik je niet ken? Of denk je dat ik niet weet wie je bent? Jij smeerlap. Jij mislukkeling. Jij, jij moordenaar! Je mag blij zijn dat ze hier een plaatsje voor je hebben ingeruimd.’
Mislukkeling?
Moordenaar?
De medewerkers kijken elkaar ontsteld aan.
Maar Gerhard komt de kamer al uit, met een stapel dossiermappen onder zijn armen. Glimlacht hij? Glimlacht hij juist niet? Zonder te groeten loopt hij langs de medewerkers heen. De gang door. De deur uit.
Later die ochtend meldt Kaminsky zich ziek bij Gerda Pfau.
‘Migraine, zegt hij.’
‘Migraine,’ zegt Hahn honend.
Hij maakt het gebaar van een glas schnaps dat achterover wordt getild.
De medewerkers kijken elkaar ontsteld aan.
Maar Gerhard komt de kamer al uit, met een stapel dossiermappen onder zijn armen. Glimlacht hij? Glimlacht hij juist niet? Zonder te groeten loopt hij langs de medewerkers heen. De gang door. De deur uit.
Later die ochtend meldt Kaminsky zich ziek bij Gerda Pfau.
‘Migraine, zegt hij.’
‘Migraine,’ zegt Hahn honend.
Hij maakt het gebaar van een glas schnaps dat achterover wordt getild.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten