Daarna drinkt hij koffie in de binnenstad. Hij haalt zijn auto uit de parkeergarage en rijdt op zijn gemak terug naar Düsseldorf. Om kwart over zes loopt hij de verhoorruimte binnen van het bureau van de Veiligheidsdienst. Pohl zit op hem te wachten. Een kleine, rattige man, in een colbertjasje met schreeuwerige ruiten over een gebleekte spijkerbroek.
‘Vertel het maar,’ zegt Gerhard.
‘Ik heb alles verteld,’ zegt Pohl.
‘Nee, je hebt niet alles verteld,’ zegt Gerhard.
De man protesteert, maar Gerhard legt zijn notitieblok op het glimmende tafelblad en slaat het open. ‘Wanneer heb je Schneider voor het eerst ontmoet?’
Het verhaal dat hij met veel geduld aan de autohandelaar ontfutselt, stemt overeen met wat hij in het proces verbaal heeft gelezen. Pohl tipte de Veiligheidsdienst al weken geleden, zodra Schneider contact met hem opnam. Maar de Veiligheidsdienst heeft daar niets mee gedaan. Er was geen verband met de politiek, zeiden ze.
‘Maar dat was wél zo?’
Pohl haalt zijn schouders op.
‘De verdachte zei dat hij zich bezig hield met tussenhandel,’ zegt Gerhard. ‘Tussenhandel in drugs?’
Pohl haalt zijn schouders op.
‘Maar hij zei dat dat in de politieke sfeer lag?’
‘Die lui uit Berlijn,’ zegt Pohl. Zijn contactpersoon bij de Veiligheidsdienst zei dat dat grootspraak was…
‘Maar…?’
‘Maar niets. Verder niets.’ Schneider had daar verder niets over gezegd.
Pohl haalt zijn schouders op.
‘De verdachte zei dat hij zich bezig hield met tussenhandel,’ zegt Gerhard. ‘Tussenhandel in drugs?’
Pohl haalt zijn schouders op.
‘Maar hij zei dat dat in de politieke sfeer lag?’
‘Die lui uit Berlijn,’ zegt Pohl. Zijn contactpersoon bij de Veiligheidsdienst zei dat dat grootspraak was…
‘Maar…?’
‘Maar niets. Verder niets.’ Schneider had daar verder niets over gezegd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten