‘Hier, moet je kijken,’ zegt Penny Escher bij het ontbijt. Ze duwt op haar karakteristieke manier, sigaret in haar mondhoek, het rechteroog half dichtgeknepen, Magda een exemplaar van de Bildzeitung onder de neus. ‘Brit steekt Duitser (12) neer op Kreta.’
‘He?’
Penny leest, met haar altijd een beetje opgewonden, schrille stem, het artikel voor. ‘Een achttienjarige Brit heeft op het Griekse eiland Kreta een twaalfjarige jongen uit Duitsland neergestoken. Het kind was op vakantie met zijn familie. Hij liep ernstige verwondingen op en is overgebracht naar een ziekenhuis in Athene. De Britse jongeman werkte in het hotel waar het kind verbleef. Hij is aangehouden. De medewerkers van het hotel organiseerden gistermiddag activiteiten voor kinderen. Daarna liet de jongen weten dat hij zijn transistorradio kwijt was. Vannacht werd hij gewond gevonden.’
Magda Gerhard zet haar theekopje neer.
‘Nou en?’
‘“Brit steekt Duitser (12) neer op Kreta.” Zie je dat niet. Dit is de Bildzeitung ten voeten uit. Puur nationalisme. Sensatiezucht. Dit gaat in werkelijkheid helemaal niet over nationaliteit. Het gaat over geweld tussen kinderen.’
‘Wat doen ze op Kreta?’ zegt Magda weifelend. ‘Het is al oktober.’
‘In oktober kan het nog heel mooi zijn op Kreta.’
‘Hm,’ zegt Magda sceptisch. ‘De kop is wel een beetje raar, ja. Maar ik snap ook niet, waarom koop je Bild eigenlijk?’
‘Je moet voeling houden,’ zegt Penny gedecideerd.
‘Voeling?’
‘Met de onderbuik van de samenleving.’
Typisch Penny, denkt Magda. Die ziet overal een politieke dimensie. ‘Ik vind geweld tussen kinderen ook erg,’ zegt ze. Hoe oud was die ene jongen? Achttien? Is dat eigenlijk nog wel een kind?’
‘Die andere jongen was twáálf.’
‘Volgens mij is het gewoon een beroving.’
‘Toch is het een belachelijke kop,’ zegt Penny.
‘Wat had er dan moeten staan?’
‘Jongeman berooft kind?’
‘He?’
Penny leest, met haar altijd een beetje opgewonden, schrille stem, het artikel voor. ‘Een achttienjarige Brit heeft op het Griekse eiland Kreta een twaalfjarige jongen uit Duitsland neergestoken. Het kind was op vakantie met zijn familie. Hij liep ernstige verwondingen op en is overgebracht naar een ziekenhuis in Athene. De Britse jongeman werkte in het hotel waar het kind verbleef. Hij is aangehouden. De medewerkers van het hotel organiseerden gistermiddag activiteiten voor kinderen. Daarna liet de jongen weten dat hij zijn transistorradio kwijt was. Vannacht werd hij gewond gevonden.’
Magda Gerhard zet haar theekopje neer.
‘Nou en?’
‘“Brit steekt Duitser (12) neer op Kreta.” Zie je dat niet. Dit is de Bildzeitung ten voeten uit. Puur nationalisme. Sensatiezucht. Dit gaat in werkelijkheid helemaal niet over nationaliteit. Het gaat over geweld tussen kinderen.’
‘Wat doen ze op Kreta?’ zegt Magda weifelend. ‘Het is al oktober.’
‘In oktober kan het nog heel mooi zijn op Kreta.’
‘Hm,’ zegt Magda sceptisch. ‘De kop is wel een beetje raar, ja. Maar ik snap ook niet, waarom koop je Bild eigenlijk?’
‘Je moet voeling houden,’ zegt Penny gedecideerd.
‘Voeling?’
‘Met de onderbuik van de samenleving.’
Typisch Penny, denkt Magda. Die ziet overal een politieke dimensie. ‘Ik vind geweld tussen kinderen ook erg,’ zegt ze. Hoe oud was die ene jongen? Achttien? Is dat eigenlijk nog wel een kind?’
‘Die andere jongen was twáálf.’
‘Volgens mij is het gewoon een beroving.’
‘Toch is het een belachelijke kop,’ zegt Penny.
‘Wat had er dan moeten staan?’
‘Jongeman berooft kind?’
‘En dat is geen sensatie?’
‘Eigenlijk zou zo’n onderwerp eens serieus behandeld moeten worden,’ dendert Penny door. ‘Een analyse. Wat doet consumentisme met kinderen.’
‘Met achttien ben je geen kind meer,’ houdt Magda vol. Maar Penny gaat onverdroten verder. ‘Er zijn daar interessante dingen over te zeggen,’ zegt ze. ‘We leven in een cultuur van consumeren. En consumeren en consumeren. De mens heeft een plicht om te consumeren. Logisch dat dat leidt tot innerlijke leegte, tot verveling, tot depressiviteit. En uiteindelijk tot criminaliteit. Dat is hoe de samenleving zich ontwikkelt. Vervreemding is het woord. We zijn vervreemd, op een manier die je toch echt wel kenmerkend kunt noemen voor dit stadium van het kapitalisme. Neem bijvoorbeeld…’
Penny dwaalt steeds verder van haar onderwerp en raakt, zonder dat ze het merkt, in het spoor van de tirades die Magda al ontelbare keren heeft gehoord. ‘Dat zijn interessante gedachten, weet je. In feite is consumentisme een nieuwe vorm van totalitarisme. Erich Fromm heeft daarover geschreven. En Marcuse. Jazeker. Je kunt dat ook in verband brengen met ideeën van de Frankfurter Schule…’
‘Eigenlijk zou zo’n onderwerp eens serieus behandeld moeten worden,’ dendert Penny door. ‘Een analyse. Wat doet consumentisme met kinderen.’
‘Met achttien ben je geen kind meer,’ houdt Magda vol. Maar Penny gaat onverdroten verder. ‘Er zijn daar interessante dingen over te zeggen,’ zegt ze. ‘We leven in een cultuur van consumeren. En consumeren en consumeren. De mens heeft een plicht om te consumeren. Logisch dat dat leidt tot innerlijke leegte, tot verveling, tot depressiviteit. En uiteindelijk tot criminaliteit. Dat is hoe de samenleving zich ontwikkelt. Vervreemding is het woord. We zijn vervreemd, op een manier die je toch echt wel kenmerkend kunt noemen voor dit stadium van het kapitalisme. Neem bijvoorbeeld…’
Penny dwaalt steeds verder van haar onderwerp en raakt, zonder dat ze het merkt, in het spoor van de tirades die Magda al ontelbare keren heeft gehoord. ‘Dat zijn interessante gedachten, weet je. In feite is consumentisme een nieuwe vorm van totalitarisme. Erich Fromm heeft daarover geschreven. En Marcuse. Jazeker. Je kunt dat ook in verband brengen met ideeën van de Frankfurter Schule…’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten