Schneider haalt zijn schouders op. ‘Ze gaan naar het westen,’ zegt hij.
Gerhard glimlacht kil. ‘En jij bent, hoe moet ik dat noemen, het bruggenhoofd?’
‘Nee, ik ben geen bruggenhoofd,’ zegt Schneider geërgerd.
‘Maar je komt wel uit Berlijn.’
‘Ik…’
‘Je hebt tot september een uitkering gehad van de sociale dienst in Berlijn.’
Schneider buigt het hoofd. ‘Ik ben daar weggegaan,’ zegt hij. Geen werk, zegt hij. Allemaal hippies daar, zegt hij. Niet zijn ding. Nee, hier ligt het werk ook niet voor het opscheppen. Maar hij redt zich.
Over zijn contacten met de Roodfrontleden in Hannover blijft hij vaag. Dat was toeval. Stom toeval. En na die ene keer zijn ze ook gewoon weer verdwenen. Maar veertien dagen geleden nam Bauschwitz opnieuw contact met hem op. Alleen? Ja alleen. Niet met Harpo? Daar reageert Schneider geprikkeld op. Harpo heeft hij maar één keer gezien. Dat heeft hij toch gezegd.
Wat betekent dat eigenlijk, Harpo?
Harpo? zegt Mehmet, gewoon Harpo, zoals dat schoonmaakmiddel. Hij lacht uitdagend.
Gerhard knikt. Alleen Bauschwitz dus. En hoe is dat gegaan?
Bauschwitz deed een beroep op zijn solidariteit, zegt Schneider.
Solidariteit?
Om een of andere reden prikkelt dat de jongen. Hij valt uit. ‘Ja,’ schreeuwt hij. ‘Solidariteit ja.’ Gerhard denkt dat hij een terrorist is. En dat is natuurlijk bullshit. Maar hij sympathiseert toevallig wel. Anders was hij godverdomme toch nooit aan zo’n klotenactie begonnen…
En Hannah heeft hij uit eigen initiatief bij de onderneming betrokken.
Van het verband met Roodfront is ze helemaal niet op de hoogte.
Al is ze net als hij natuurlijk links…
Als beoogde plaats van overdracht van het jongetje noemt Schneider een parkeerplaats.
Aan de 64 naar Paderborn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten