maandag 7 november 2022

120. Rühle


[Wat voorafging]

Gerhard maakt het verhoor van Schneider niet af. ‘s Middags om drie uur strikt hij de linten van zijn kartonnen map zorgvuldig dicht, en klopt hij op de celdeur ten teken dat hij klaar is.
Buiten is het bewolkt en het regent een beetje. Hij stapt in zijn auto en rijdt de stad uit via de 46. In de auto denkt hij na over het mengsel van leugens en waarheid dat Schneider heeft opgedist. Lastig te doorgronden. De jongen is niet kwaad. Er zit daar een harde kern van loyaliteit, die hij niet heeft kunnen blootleggen. De vraag is of het nodig is die bloot te leggen. Hij kan er wel naar raden. Dat Schneider bij de Staüberle-Konopka-groep betrokken is, daar twijfelt hij niet aan. Ze zijn kennelijk bezig naar het westen te komen. In ieder geval Bauschwitz. En die Harpo natuurlijk. En Irmgard Konopka. Frappant dat Schneider over haar niet heeft verklaard. Toch is het na de verklaringen van Pohl en het Maas-meisje wel zeker dat hij met haar in Rühle was. Is Schneider haar huidige minnaar? Gerhard kan het zich niet voorstellen. Maar is het uitgesloten? Mensen zijn ingewikkelde wezens, denkt hij. Zelfs jonge bouwvakkers, die het ongetwijfeld niet veel verder hebben gebracht dan de lagere school. 
Hij rijdt via Wuppertal, Dortmund naar Hameln. Daar slaat hij vastberaden rechtsaf en volgt de Weser naar Bodenwerder, en verder, tot hij tegen zes uur ‘s avonds Rühle bereikt. Het is al donker. Even voorbij het dorp zet hij zijn Audi langs de kant van de weg, half op het asfalt, half in het gras. Hij loopt een boerenerf op, waar een oude vrouw uit een schuur komt. Hij vraagt waar hier vakantiehuisjes zijn. Zijn zoon heeft met vrienden iets gehuurd bij Rühle, maar nu is zijn opa ernstig ziek geworden, en hij wil hem graag op de hoogte stellen. De vrouw maakt aanstalten om hem terug te wijzen naar het dorp, maar hij schudt het hoofd. ‘Aan de Weser,’ zei hij. ‘Het is ergens aan de Weser.’
Aan de Weser? Dat is het huisje van Herr und Frau Henning. Dat is inderdaad bewoond. Maar al een poos. Al sinds het begin van de maand.
‘Ja, dat klopt,’ knikt Gerhard.
‘Een man en een vrouw.’
‘Ach,’ zegt Gerhard, ‘kent u ze?’
De vrouw trekt een minachtende pruillip, en schudt haar hoofd.
‘Ja, ze zijn soms lastig, op die leeftijd,’ probeert Gerhard. Daar reageert ze niet op. Maar ze loopt met hem naar de weg. Het is niet ver, wijst ze. Misschien twee kilometer. Het huisje ligt aan het water, een paar honderd meter van de Bundesstraße, aan een eigen weg. Hij moet goed opletten want in het donker rijd je er zo voorbij.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...