En dat doen ze. De jongens die verantwoordelijk zijn voor de techniek starten de projector, de lichten gaan uit, en er trekt een warreling van kleine beschadigingen over het scherm, tot plotseling de eerste beelden zich aftekenen.
Irmgard Konopka wacht geduldig tot de aanwezigen geabsorbeerd raken door de ontreddering van de Italiaanse bourgeoisfamilie, die wordt geconfronteerd met hun kwade genius. Daarna maakt ze voorzichtig de arm los die Penny over haar schouder heeft geslagen, en begint zich naar de rand van de kring van toeschouwers te bewegen. In de auto naar Rühle bedenkt ze een beetje ongerijmd dat ze deze mensen uit Mülheim onrechtvaardig behandelt door ze achter te laten met de gruwelijke boodschap van Pasolini’s film over de ondraaglijkheid van het burgerbestaan. Ze kan zich niet goed losmaken van de gedachte dat zij, zijzelf, een belichaming is van deze kwade genius.
Maar tegelijkertijd weet ze dat die gedachte niet correct is.
Niet tegenover zichzelf.
En ook niet tegenover de Mülheimers.
Dan is de film afgelopen en blijkt dat Sabine Mehling is verdwenen. Er ontstaat in het huis Am Kuhlendahl grote verwarring en het lijkt er zelfs even op dat het zal uitdraaien op ruzie. Maar dat komt er niet van. Veel gepraat wordt er ook niet meer. Een voor een pakken de aanwezigen hun jas van de stapel en ze vertrekken, min of meer met de staart tussen de benen. Voor twaalf uur is het huis leeg.
Magda zit op de trap, met haar hoofd in haar handen.
‘Magda!’ zegt Sophie geschrokken, als ze uit de keuken komt. ‘Wat is er?’
Magda kijkt op. Ze slikt haar tranen weg.
‘Niets,’ zegt ze, ‘niets. Ik ben oud.’
‘Lieve schat,’ zegt Sophie, terwijl ze een arm om haar heen slaat, ‘jij bent toch helemaal niet oud.’
‘Ik ben oud,’ herhaalt Magda koppig. ‘En ik ben slecht.’
Ze vecht tegen haar tranen, maar dat lukt niet goed.
‘O, o, o,’ jankt ze, ‘o, ik houd het niet meer uit.’
Maar dat gevoel houdt niet stand. De volgende dagen pakt ze al snel haar gewone leven weer op. Het enige spoor dat Irmgards bezoek lijkt te hebben achtergelaten, is een vreemd soort onrust. Een gevoel, dat ze zich nauwelijks tot zich laat doordringen, dat er verschrikkelijke dingen staan te gebeuren.
dinsdag 6 december 2022
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten