‘Weet je,’ zegt Drechsler peinzend, ‘ik heb me in haar verdiept he, in Irmgard Konopka…’ Hij zwijgt even. Denkt na. ‘Dat is een fascinerende persoonlijkheid, weet je.’
‘Dat zal wel,’ zegt Gutschein onverschillig.
‘Die was eind jaren vijftig al actief in de anti-atoombeweging.’
‘Goed voor haar.’
‘En in de studentenbeweging. En in de vrouwenbeweging. En ze was getrouwd met Stuhl, de uitgever van Gerade Nun. Je kunt je bijna niet voorstellen hoe dat heeft kunnen gebeuren, dat ze in de illegaliteit terecht is gekomen. Je zou bijna denken, die is gedwongen.’
‘Gedwongen?’
‘Laat maar,’ zegt Drechsler. ‘Ik sla een beetje door. Maar schrijven kan ze. Ik heb voor mijn rapport heel wat van haar gelezen, weet je. Onderbouwde stukken. En ze weet er steeds een persoonlijke draai aan te geven Ze kent haar linkse literatuur. En ze weet het toe te passen. Ze weet het op een of andere manier, wat zal ik zeggen, ze weet het relevant te maken. Heb je het stuk gezien dat ze heeft geschreven ter verdediging van het Roodfront? Ik citeer daar uit in mijn portret. Dat is heel hartstochtelijk, weet je, dat is, dat is eigenlijk een schreeuw om aandacht. Wil je nog wat horen? Hier.’
Hij trekt met enige moeite een verfrommeld pamflet uit zijn binnenzak, en bladert even voor hij begon te lezen.
‘Dat zal wel,’ zegt Gutschein onverschillig.
‘Die was eind jaren vijftig al actief in de anti-atoombeweging.’
‘Goed voor haar.’
‘En in de studentenbeweging. En in de vrouwenbeweging. En ze was getrouwd met Stuhl, de uitgever van Gerade Nun. Je kunt je bijna niet voorstellen hoe dat heeft kunnen gebeuren, dat ze in de illegaliteit terecht is gekomen. Je zou bijna denken, die is gedwongen.’
‘Gedwongen?’
‘Laat maar,’ zegt Drechsler. ‘Ik sla een beetje door. Maar schrijven kan ze. Ik heb voor mijn rapport heel wat van haar gelezen, weet je. Onderbouwde stukken. En ze weet er steeds een persoonlijke draai aan te geven Ze kent haar linkse literatuur. En ze weet het toe te passen. Ze weet het op een of andere manier, wat zal ik zeggen, ze weet het relevant te maken. Heb je het stuk gezien dat ze heeft geschreven ter verdediging van het Roodfront? Ik citeer daar uit in mijn portret. Dat is heel hartstochtelijk, weet je, dat is, dat is eigenlijk een schreeuw om aandacht. Wil je nog wat horen? Hier.’
Hij trekt met enige moeite een verfrommeld pamflet uit zijn binnenzak, en bladert even voor hij begon te lezen.
Het is nutteloos om wat juist is uit te willen leggen aan de verkeerde mensen. Dat hebben we lang genoeg gedaan. De bevrijding van Christian Staüberle hoeven we niet uit te leggen aan de intellectuele zwetsers, aan de schijtebroeken, aan degenen die alles beter weten. We moeten ons richten tot de in potentie revolutionaire delen van het volk. Dat wil zeggen tot hen die ons onmiddellijk begrijpen, omdat ze zelf ook gevangenen zijn. Die niet geven om het geklets van de linksen, omdat die nooit de daad bij het woord gevoegd hebben. Die het beu zijn!
‘Ja, ja,’ zegt Gutschein ironisch. ‘Die het beu zijn. De vraag is alleen, hoe zit het met de democratische legitimatie.’
‘Democratische legitimatie,’ antwoordt Drechsler, ‘wat is dat? Weet jij wat dat is?’ Hij lacht verachtelijk. ‘Weet jij wat democratie is? Dat is toch allemaal Scheisse.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten