Maar zo gemakkelijk komt hij er niet van af. Op zaterdagmorgen - hij heeft net de eerste berichten over de aanslag bij Pohl in de ochtendkranten gelezen - krijgt Gerhard een telefoontje van het Bundesamt für Verfassungsschutz. Het federaal bureau van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Meyer.
‘Wat is dit godverdomme voor gekloot?’ kraakt zijn stem.
‘Pardon?’
‘Zijn jullie helemaal van de pot gerukt!’
Ze hebben kennelijk met Winckelmann gesproken, en de puzzelstukjes aan elkaar gelegd.
Het geschreeuw is misschien bedoeld als intimidatie want tijdens het gesprek dat ze voeren bindt Meyer al snel in. Eén ding moet echter duidelijk zijn, zegt hij met nadruk. In het vervolg van deze operatie wordt er niet meer samengewerkt met het Landesamt in Düsseldorf. En al helemaal niet meer met de reguliere politie.’
Gerhard zwijgt.
‘Wij nemen de zaak over.’
‘U bedoelt?’
‘Wij nemen de infiltrant over,’ snauwt Meyer.
Gerhard grijnst zuur tegen de hoorn van de telefoon.
‘Dan zullen jullie hem eerst moeten opsporen,’ zegt hij.
‘Hoe bedoelt u?’
Gerhard zwijgt.
‘Wij nemen de zaak over.’
‘U bedoelt?’
‘Wij nemen de infiltrant over,’ snauwt Meyer.
Gerhard grijnst zuur tegen de hoorn van de telefoon.
‘Dan zullen jullie hem eerst moeten opsporen,’ zegt hij.
‘Hoe bedoelt u?’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten