woensdag 29 maart 2023

262. Metzger

[Wat voorafging]

‘Ik wil je wat zeggen, chef,’ gaat Metzger verder. ‘Er zijn een boel dingen in dit land, daar zijn we niet blij mee. We houden niet zo van veranderingen. We zijn, laat ik het zo zeggen, eerder een beetje conservatief. Maar als jullie de rooien willen aanpakken, chef, dat wil ik ook zeggen, dan kun je op ons rekenen. Dan staan we achter je. Door dik en dun.’
De rooien.
‘Die Brandt, chef, dat is een catastrofe. Die heeft Duitsland in de uitverkoop gedaan. Oostpolitiek, ja, ja. Op de televisie en in de kranten doen ze daar opgewonden over, maar hoe denkt je dat de gewone Duitser dat vindt?’
‘Ik weet niet waar je het over hebt.’
De spotschoolhouder werpt hem een lepe blik toe. ‘Het gaat om een aanslag op Brandt, he?’ zegt hij.
‘Pardon?’
Metzger glimlacht sereen.
‘Hoe kom je daar in vredesnaam bij?’
De man tikt tegen zijn voorhoofd. ‘Nadenken, chef. Deduceren en combineren.’
‘En wat heb je gecombineerd?’
‘Er zit hier een groep in het Rijnland, die jij van wapens voorziet. En het uiteindelijke doel is de Bondskanselier uit te schakelen. En die Staüberle en Konopka, die lui, die krijgen de schuld in de schoenen geschoven.’
Gerhard kijkt hem stomverbaasd aan. ‘Wat een ontzettend gelul.’
‘Ja, dat moet je wel zeggen natuurlijk. In laatste instantie is het natuurlijk een politieke onderneming. Maar dat is voor ons geen probleem. In laatste instantie zijn wij zelf ook politiek. Niet zo direct zichtbaar misschien. Maar dat is niet onze schuld. Dat zijn die, je weet wel, die kiesdrempels. Veel mensen hebben een verkeerd idee over waar wij voor staan. Maar als het puntje bij het paaltje komt, zijn er echt een heleboel die het met onze opvattingen eens zijn. En vooral daarom zeggen wij: ja, Brandt moet weg. En ja, als wij een steentje kunnen bijdragen, dan zullen wij daar niet voor terugschrikken. Dat wilde ik je eigenlijk zeggen, chef. Daarom ben ik hier. Wij staan aan jullie kant. En als het er op aan komt, als het echt ingewikkeld wordt, dat je dan weet dat je op ons kunt rekenen.’
Hij zwijgt, en kijkt Gerhard indringend, bijna een beetje hoogdravend aan.
Die zwijgt terug.
‘Maar dat weet je wel he? Dat weet je al lang.’
‘Donder op,’ zegt Gerhard.
Hij zet twee, drie stappen. Hij trekt Metzger uit zijn stoel. Hij sleurt hem naar de deur, en gooit die achter hem dicht.
Even later ziet hij, vanachter zijn raam, hoe de man buiten komt. Met veel lef. De tuinstoel is weg. Die is waarschijnlijk al verdwenen in de kofferbak van een van de auto’s. Metzger groet een vrouw, die met een hond aan de lijn voorbij komt. Hij maakt een gebaar naar de auto’s die verder in de straat staan, de taxi van Kasinke en de andere auto. Daarna stapt hij in zijn eigen voertuig.
De auto’s rijden langzaam, tergend langzaam weg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...