zaterdag 8 april 2023

272. Hahn en Weiss

[Wat voorafging]

‘Gerhard, Mülheim, Konopka,’ zegt Hahn. ’En nu Gerhard NPD. Daar hoef je toch niet aan te twijfelen.’
‘Ik snap het niet,’ zegt Weiss.
‘Ik ook niet,’ zegt Hahn. ‘Nog niet. Maar er tekent zich een patroon af, dat zie je toch! Alles hangt met alles samen. Die infiltratie, die affaire in Mülheim, en nu blijken ook de fascisten er een rol in te spelen.’
‘Maar waarin?’ zegt Weiss.
‘Het is een spel,’ zegt Hahn gedecideerd. ‘Gerhard, de extremisten, de NPD’ers, het zijn allemaal poppetjes, aan de touwtjes van degenen die eigenlijk de dienst uitmaken.’
‘Maar wie zijn dat?’
Hahn haalt zijn schouders op. ‘Wij zijn dat in ieder geval niet,’ zegt hij.
‘Moeten we dit niet bespreken?’ zegt Weiss benauwd.
‘Met wie?’
‘Met Herr Kaminsky?’
Hahn lacht minachtend. ‘Is Kaminsky er?’ vraagt hij aan Fricke.
Die knikt. ‘Hij is aan de telefoon,’ zegt hij.
Fricke beheert, sinds de Pfauin ziek is, vanachter zijn balie de telefooncentrale van het kantoor.
‘Al twintig minuten.’
‘Ik vraag me af met wie in vredesnaam,’ zegt Weiss.
‘Geen idee,’ zegt Fricke brutaal. ‘Misschien met zijn kinderen?’
‘Heeft hij kinderen?’ zegt Weiss verbaasd.
‘Waarom niet?’
‘Hij heeft het er nooit over.’
‘Ach man, die vent is opa,’ zegt Hahn. ‘Die heeft twaalf kleinkinderen. Dat heb je met oude nazi’s. Dikke bankrekeningen. En allemaal kleine ariërtjes. Die lui kennen geen enkele remming.’
Hahn houdt wel van een grapje.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...