zaterdag 6 mei 2023

284. Juristerei

[Wat voorafging]

Vanochtend komt mevrouw Kirchhoff voor de derde keer. Maar dit keer grijpt Penny in. Ze stelt zich voor. ‘Penelope Escher’, zegt ze nuffig, en ze schuift mee aan in de huiskamer, zo koud en hooghartig als ze maar kan. Een paar minuten hoort ze het geweeklaag aan. Dan onderbreekt ze haar botweg. ‘Ja, ja,’ zei ze. ‘En uw dochter. Wat denkt u daarvan?’
Sophie werpt haar een trage, apathische blik toe.
‘Hoe denkt u dat het met haar is? Hoe leuk denkt u dat het is, he, onder één dak te moeten leven met een dronkaard. Die zijn handen niet thuis kan houden. Maar dat doet er niet toe, he? Zolang de buren maar niet klagen.’
‘Pardon?’ zegt mevrouw Kirchhoff.
‘Zal ik eens zeggen wat ik van u denk,’ zegt Penny.
‘Nee!’ zegt Sophie.
Maar Penny laat zich niet tegenhouden. ‘Ik denk dat u een slechte moeder bent,’ zegt ze. ‘Ik denk dat u een waardeloze moeder bent. Voor mij bent u een toonbeeld van de harteloze, liefdeloze moeders die al zo lang proberen dit land tot een liefdeloze hel te maken.’ Mevrouw Kirchhoff, in opperste verontwaardiging, opent haar mond. Maar Penny geeft haar de kans niet. ‘En ik zeg u mevrouw Kirchhoff, ik zeg u, dat moet nu maar eens over zijn. De wereld is veranderd, hoor. We doen het hier niet meer zoals u gewend bent. En die benepenheid, die kleinburgerlijke benepenheid, van u, en van die waardeloze schoonzoon van u, he, daar vegen we onze kont aan af, mevrouw Kirchhoff. Daar vegen we onze kont aan af.’
Ze is overeind gekomen. Het hondje blaft en doet schijnuitvallen naar haar kuiten, Maar daar trekt ze zich niets van aan.
‘Voor ons, mevrouw Kirchhoff,’ zegt ze, ‘bent u passé. Helemaal passé. U bent een representant van alles waar we tegen zijn in dit huis. En we zouden het op prijs stellen als u uw dochter met rust laat.’
Magda zit doodstil, ze voelt hoe haar gezicht is bevroren in een uitdrukking van afgrijzen. Sophies gezicht vertoont geen enkele uitdrukking, maar haar vingers friemelen rustelozer dan ooit. Mevrouw Kirchhoff grijnst haar tanden bloot.
‘Mooi,’ zegt ze. ‘Mooi. Dat is in ieder geval duidelijk. Dan weten we hoe de vlag erbij hangt.’ Ze staat op, stram, en richt haar blik op Magda. ‘Ik heb medelijden met u, mevrouw,’ zegt ze kil. ‘Ik zie nu in wat voor situatie u zichzelf hebt gebracht. En mijn dochter.’
Ze draait zich om en loopt naar de deur.
‘Doet u geen moeite,’ zegt ze, zonder om te kijken. ‘Ik kan zelf mijn jas pakken. Kom Tom, kom Tom, we gaan.’



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...