donderdag 8 juni 2023

318. Bad Rothenfelde

[Wat voorafging]

Maar van slapen komt, zoals zo vaak tegenwoordig, niet veel terecht. Konopka ligt tot vier uur ‘s nachts doodmoe op haar matras te woelen, worstelend met flarden van beelden uit de catastrofale weken die ze achter de rug hebben. Ze beseft dat ze er slecht aan toe is. Slechter dan ooit sinds ze zich bij het verzet heeft aangesloten. Slechter dan bij de training in Palestina, in mei. Slechter dan in de maanden dat ze in Berlijn ondergedoken zat. Slechter dan in het huisje in Rühle. Eigenlijk is het alleen maar bergaf gegaan, en compensatie, in de vorm van enige vooruitgang in de strijd, is er niet.
In het stikdonker van de vroege ochtend tast Irmgard Konopka naast zich, in haar kleren die op een hoop op de grond liggen. Ze trekt haar spijkerbroek aan, haar schoenen, een trui. Op de tast vindt ze de deur. Ze zoekt haar weg over de ijskoude tegels van de gang, naar waar ze weet dat de keuken is. Daar hebben Kranz en Raabe een gloeilamp van veertig watt in een fitting met een schakelaar gedraaid. Het is koud in de keuken. Steenkoud. De koudheid van wat dood is. Irmgard Konopka zoekt rond in het schamele licht van de gloeilamp, tot ze, ergens in een hoek, een stapel muf ruikende gordijnen vindt, waarschijnlijk achtergelaten toen het seminarie is opgedoekt. Ze pakt er één, twee, en slaat ze om zich heen.
Even later zit ze in het halfduister aan de keukentafel te roken. En na te denken. Schneiders bekentenis, in de auto hiernaartoe, heeft haar geschokt. Toen hij de naam noemde van de man van het Bundeskriminalamt die had geprobeerd hem te rekruteren, was er zelfs even een nauwelijks te beheersen golf van paniek door haar heen getrokken.
Emmerich Gerhard.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...