Die middag is hij vóór zijn ontmoeting met Wehner en Bar, vertrouwelijk geïnformeerd over lekken in het ambtelijk apparaat.
Hij schudt zijn hoofd.
‘In het eerste jaar van mijn kanselierschap,’ zegt hij, ‘niet minder dan 54 gevallen van verraad van geheimen. Begaan door lieden die de SPD-FDP-regering uitverkoop van Duitse belangen toedichten. Je weet dat de ontwerptekst van het verdrag met de Sovjetunie op de open markt verhandeld werd. En hoe moeilijk daardoor de verdere onderhandelingen waren. Wat er sindsdien gebeurt, is nog veel erger.’
‘En het onderzoek?’ zegt Guillaume.
Maar Brandt luistert niet. ‘De bevoegde organen zijn door en door verpolitiekt,’ zegt hij.
‘Er wordt een routinematig onderzoek ingesteld,’ begrijpt Guillaume, ‘dat niets oplevert.’
‘Er worden verdachten aangewezen,’ zegt Brandt kwaad, ‘die godbetert al lang dood zijn. En de oppositie loopt de deur plat in Washington. En in Londen. En in Parijs. Maar daar is de taxatie van onze politiek godzijdank een stuk realistischer dan bij onze vrienden van het CDU. Dus we gaan door. We roeien met de riemen die we hebben.
We vervullen onze roeping.
Voor de Duitse natie, zou ik bijna zeggen.
En voor Europa.
De toekomst. Is maakbaar.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten