Hij keek opzij. Ze vroeg naar de bekende weg.
‘Sinds ‘54,’ zei hij.
‘En daarvoor? Polizist’.
‘In Düsseldorf,’ knikte hij, bij voorloper van de Douaneopsporingsdienst. De Zollnachrichtenstelle. En daarvoor bij de Recherche in Keulen.
‘En SPD-lid,’ zei ze nadenkend.
Hij kneep zijn lippen op elkaar.
‘Weet je eigenlijk wie haar minnaar is?’ zei ze.
Haar minnaar?
‘De minnaar van je vrouw.’
Hij was perplex.
‘Willy Haase,’ zei ze.
Recht tussen zijn ogen. Willy Haase. Willy Haase was een beruchte figuur. Een playboy. Een intrigant. En een agent van de Stasi. Hij geloofde haar niet. Hij geloofde haar wel. Het was onmogelijk. Nee, het was waar. Het moest wel waar zijn. Ze wist het. Maar hoe? Hoe kon het dat zij het wist en hij niet?
‘Donder op,’ zei hij.
Ze glimlachte.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten