‘Hij is in Engeland,’ zei ze. ‘Bij kameraden.’
Ze liepen naar boven.
Vijf, zes, acht deuren.
‘Dat is een badkamer,’ wees ze.
Maar de deur die ze openduwde met haar voet, was een slaapkamer. Met een enorm bed met een donkergroene sprei. De kleur van haar Volkswagen.
‘Vlug maar,’ zei ze, en ze sjorde aan zijn kleren.
Voor hij het wist waren ze allebei naakt. Hij probeerde haar te omhelzen.
‘Nee, wacht,’ zei ze. ‘Op z’n hondjes.’
Ze ging op handen en voeten zitten.
En kreunde toe hij bij haar binnendrong.
‘Zit je vast?’ zei ze.
He?
‘Zit je goed vast?’
Hij gromde.
‘Honden…’ zei ze, ‘honden zitten aan elkaar vast bij de paring. Dat komt door de, oe, door de, oe, oe, door de vorm van de penis.’
Hij zei niets. Hij was zich ervan bewust hoe hij zich met samengeperste lippen concentreerde op zijn taak.
‘Hij is spiraalvormig, weet je. Als een schroef, oe, oe, oe.’
Toen hij klaar kwam, moest ze lachen.
Later zei ze, bijna dromerig: ‘Een ill-matched couple’. Maar dat begreep hij in eerste instantie verkeerd. ‘Je wilde het zelf zo,’ zei hij.
‘Het is zelfhaat,’ zei ze.
‘He?’
‘Zo zijn vrouwen.’
Hij knoopte zijn overhemd dicht.
‘Geboren slachtoffers,’ zei ze.
‘Geen politiek, he,’ zei hij waarschuwend.
‘Alles is politiek,’ zei ze.
‘Scheisse,’ gromde hij.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten