Over het Roodfront wordt in de pers, maar ook bij de instanties, veel gedelibereerd en gespeculeerd, maar in feite is er over de beweging maar weinig bekend. De grootte van de groep en ook de homogeniteit ervan worden doorgaans overschat. Alleen al de naam die in omloop is, de Staüberle-Konopka-groep, of de Staüberle-Konopka-bende, suggereert een situatie die in werkelijkheid helemaal niet bestaat. Als de beweging zou moeten worden aangeduid met de namen van leiders zou Staüberle-Richter, of liever nog Richter-Staüberle geschikter zijn. Het zijn Christian Staüberle en Eva Richter, Hans en Gretel, die de richting bepalen. Irmgard Konopka – Anna zoals ze door de groepsleden wordt genoemd - is belangrijk, een sleutelfiguur, maar een leidende rol speelt ze, wat Emmerich Gerhard daar ook van denkt, net zo min als de advocaat Lösch. Irmgard Konopka is binnen de groep een einzelgänger, bijna een dissident, die, onpraktisch als ze is, door Richter en Staüberle ver van de gewapende strijd wordt gehouden. Ze is belast met de uitwerking van de theoretische onderbouwing ervan. Konopka heeft zich daar niet bij neergelegd. Na een reeks conflicten en nogal slinkse manoeuvres is ze er in geslaagd zich vanuit Berlijn, waar de groep zijn hoofdkwartier heeft, te laten afvaardigen naar het westen van de Bondsrepubliek, om daar de grond rijp te maken voor verbreiding van de gewapende strijd.
Op 12 oktober bevindt ze zich, in het gezelschap van Moritz, of Mehmet Schneider, een jonge rekruut van de beweging, in een zomerhuisje in Rühle, bij Hannover. En ze maakt hem gek van frustratie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten