Op de tafel ligt een elegant boekje, Staat der Freiheit: Zur politischen Philosophie Spinozas.
‘Je hebt het ver geschopt Klaus.’
‘Ben je hier nog niet eerder geweest?’
‘Hoog,’ gaat Gerhard verder.
‘De twintigste. Hierboven is alleen lucht.’
Gerhard tuit zijn lippen. Sceptisch.
‘De zuivere lucht van de politiek,’ grinnikt Bödel. Hij laat zich zwaar in een van de fauteuils zakken. ‘U vraagt, wij draaien,’ zegt hij. ‘Hoe bevalt het je in Bonn? Mooie stad. Lieflijk. Vooral in deze tijd van het jaar. Gek eigenlijk: de regeringshoofdstad, en in grote delen van de stad merk je er nauwelijks iets van.’
Hij proost en drinkt van zijn whisky. ‘Behalve dan dat het er is vergeven van de agenten van alle geheime diensten van de wereld. Maar dat is jouw zorg niet. Of wel?’
‘We hebben er geen last van.’
‘Jullie zitten rustig op je krent en studeren op de extremisten,’ zegt Bödel. ‘Hoe is Fischler? Een bekwame vent. Wel politiek natuurlijk. Dat hoort er bij. En geen politieachtergrond. Maar dat heeft hij ook niet nodig. Hij doet, nou ja, de externe contacten.’
‘Juist,’ zegt Gerhard.
‘En jij?’
‘Ik doe niets.’
Bödel barst in lachen uit, een aanstekelijk gelach.
‘Het is nog niet allemaal op volle toeren,’ zegt hij.
‘Ik vind het een vreemde zaak,’ zegt Gerhard.
‘Oké,’ zegt Bödel, ‘dat is het ook. Je dacht, ik wed dat je dacht dat je op een zijspoor bent gezet.’
‘Is dat dan niet zo?’
‘Is dat dan niet zo?’ echoot Bödel. ‘Jij?’
‘We hebben er geen last van.’
‘Jullie zitten rustig op je krent en studeren op de extremisten,’ zegt Bödel. ‘Hoe is Fischler? Een bekwame vent. Wel politiek natuurlijk. Dat hoort er bij. En geen politieachtergrond. Maar dat heeft hij ook niet nodig. Hij doet, nou ja, de externe contacten.’
‘Juist,’ zegt Gerhard.
‘En jij?’
‘Ik doe niets.’
Bödel barst in lachen uit, een aanstekelijk gelach.
‘Het is nog niet allemaal op volle toeren,’ zegt hij.
‘Ik vind het een vreemde zaak,’ zegt Gerhard.
‘Oké,’ zegt Bödel, ‘dat is het ook. Je dacht, ik wed dat je dacht dat je op een zijspoor bent gezet.’
‘Is dat dan niet zo?’
‘Is dat dan niet zo?’ echoot Bödel. ‘Jij?’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten