En later de tanks, de jeeps, de vrachtauto’s van de Amerikanen.
De eindeloze stoet terugkerende vluchtelingen.
De wanhoop. De woede. De verbittering. De haat. De schaamte.
De tranen.
Maar Bödel was Bödel, zei hij. Geen nazi. Niet eens een meeloper. Gewoon een schurk. Iemand die Konrad Adenauer kende, en die carrière maakte toen die, na de oorlog, door de Amerikanen werd aangesteld als burgemeester van Keulen. Bödel was een politieman. Net als hijzelf.
En zijn toenmalige vrouw? Petra?
Hij zweeg.
‘Scheisse, was?’ zei ze.
Dat was een van de laatste keren dat hij Irmgard Konopka had gezien. Toevallig of niet, maar het was drie jaar geleden, in het najaar van ‘67, in dezelfde tijd dat Magda hem had verlaten. En kort voordat Konopka en Stuhl uit elkaar gingen. Dat hoorde hij via de Tagesschau. Het lange Noord-Duitse, altijd licht verontwaardigde gezicht van Stuhl, die een verklaring voorlas. En een foto van haar.
‘Wij zijn niet zo preuts,’ zei ze ooit tegen hem.
‘Wij?’
‘Wij progressieven, Hündchen.’
Hij lachte smalend.
‘Maar maak je geen zorgen,’ ging ze verder. ‘Om progressief te zijn, hebben progressieven de behoudenden hard nodig.’
‘En ik hoor bij de behoudenden?’
‘Jij, Hündchen, jij bent behoudend. Je bent de behoudendheid zelf. Compleet met het zure luchtje dat bij de behoudendheid hoort.’
Ze hield van zijn lichaamsgeur, denkt hij.
De gedachte bezorgt hem onmiddellijk een erectie.
‘Wij zijn niet zo preuts,’ zei ze ooit tegen hem.
‘Wij?’
‘Wij progressieven, Hündchen.’
Hij lachte smalend.
‘Maar maak je geen zorgen,’ ging ze verder. ‘Om progressief te zijn, hebben progressieven de behoudenden hard nodig.’
‘En ik hoor bij de behoudenden?’
‘Jij, Hündchen, jij bent behoudend. Je bent de behoudendheid zelf. Compleet met het zure luchtje dat bij de behoudendheid hoort.’
Ze hield van zijn lichaamsgeur, denkt hij.
De gedachte bezorgt hem onmiddellijk een erectie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten