‘Nee, natuurlijk niet,’ zegt Anita levendig. ‘Mijn vader heeft in Rusland gezeten. Die kan je dingen vertellen! Daar lopen je de rillingen van over de rug! En ze haten de Duitsers. Voor hun zijn wij beesten. Maar ze zijn het natuurlijk zelf. Ik weet daar verhalen over…’
‘Ja, ja,’ zegt Metzger misnoegd. ‘Die verhalen kent Herr Gerhard wel. Maar wat ik zeggen wilde…’
Maar Gerhard maakt een afwerend gebaar.
‘Een andere keer Metzger.’
‘Pardon?’
‘Als je me nu met rust wilt laten.’
Gerhard pakt de aktentas die aan zijn voeten staat, en tilt die op zijn schoot.
‘Ik wil graag nog wat werk doen.’
‘Maar…’
‘Alsjeblieft.’
Dat moet Metzger even verwerken, maar binnen een seconde breekt zijn stralende lach weer door. Hij springt overeind, en trekt Anita mee. ‘Natuurlijk, chef. Spreekt vanzelf, chef. Leuk je even gezien te hebben.’ Hij grabbelt in de binnenzak van zijn windjack en haalt een kaartje tevoorschijn, waar hij een krabbel opzet.
‘Goed bewaren,’ zegt hij. ‘Dit is een passe-partout. Als je dit laat zien, ben je gratis welkom in al mijn vestigingen. Waar je ook bent. Wanneer je maar wilt. We zijn open van tien uur ‘s ochtends tot tien uur ‘s avonds. En…
Nee, kom Anita, we willen Herr Gerhard niet van zijn werk houden.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten