maandag 10 oktober 2022

92. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

In de grote, altijd wat donkere stadsvilla Am Kuhlendahl rinkelt de telefoon. Penny trekt de gele rubberhandschoenen uit die ze draagt als ze afwast, en gaat de hoorn van de haak pakken. Ze meldt zich, zoals ook Magda altijd doet, door het adres te noemen.
‘Met Irmgard. Is dat Magda?’
‘Nee, Penny.’
‘Is Magda er niet?’
Er klinkt iets van teleurstelling in de stem.
‘Ze is even boodschappen doen.’
‘O.’ 
Pauze. 
‘Ik bel wel terug.’
‘Ik kan…’begint Penny. Maar aan de andere kant is al opgehangen.
Een kwartier later wordt er opnieuw gebeld.
‘Met Irmgard.’
‘Ze is er nog steeds niet. Misschien kan ze…’
‘Ik wilde eigenlijk langskomen.’
‘Ja, dat is goed.’
‘Ik ga nu weg. Ik denk dat ik ongeveer twee uur nodig heb.’
‘Wie kan ik zeggen?’
‘Irmgard,’ zegt de stem aan de andere kant van de lijn. ‘Zeg maar Irmgard. Dan weet ze het wel.’

*
‘Irmgard,’ zegt Penny, als Magda, beladen met boodschappen, terug is. Magda zet haar tassen neer en laat zich, zonder haar regenjas uit te trekken, op een keukenstoel zakken. ‘Irmgard?’ zegt ze. ‘O hemel!’
‘Wat is er?’
‘Irmgard? Verder niets?’
‘Ze heeft twee keer gebeld,’ zegt Penny. ‘Eerst zei ze dat ze zou terugbellen, maar ze belde al een kwartier later opnieuw. Toen zei ze dat ze wilde langskomen.’
‘O hemel, o hemel,’ zegt Magda.
‘Wat is er?’
‘Je kunt hier niet blijven.’
‘Waarom kan ik hier niet blijven? zegt Penny verbaasd.
‘Dat kan ik niet zeggen.’
‘Iets persoonlijks?’
‘O hemel, o hemel, nee. Irmgard, he?’
‘Ze klonk nogal opgefokt,’ zegt Penny nieuwsgierig.
‘Je moet echt weggaan.’
‘Wat heb je?’
‘Niets,’ zegt Magda vastberaden. ‘Maar ik wil je hier niet bijhebben.’
‘Vertrouw je me niet?’
‘Dat is het niet.’
‘Wat is het dan?’
‘Ik weet niet,’ zegt Magda, een beetje wanhopig. ‘Je kunt hier niet blijven. Dat is alles. Je moet…’ Ze staat op, zet de boodschappentassen op het aanrecht, en begint als een bezetene uit te pakken. Penny kijkt verbaasd toe.
‘Is het een vriendin?’ zegt ze. ‘Je kunt het me toch gewoon vertellen? Wat is er aan de hand?’
‘Je kunt toch naar je kamer gaan, in Duissern?’ zegt Magda verbeten. ‘Of heb je die kamer soms niet meer? Je bent hier al een half jaar. Dat kan toch eigenlijk helemaal niet. Dat is toch nergens voor nodig.’
‘De Kinderladen…’
‘Zoveel werk is er helemaal niet,’ zegt Magda vastbesloten. ‘En hoe zit het eigenlijk met je studie? Doe je daar nog wel iets aan?’
‘Nou zeg!’ zegt Penny verontwaardigd.
‘Het is echt niet goed, zoals het gaat,’ zegt Magda.
‘Wat een onzin!’
‘Nee, geen onzin,’ zegt Magda, ondertussen een beetje hysterisch. ‘Ik meen het.’
‘Nou goed hoor,’ zegt Penny. ‘Als je er zo over denkt.’
‘Ja,’ zegt Magda. ‘En trouwens, je bent lui. Je hangt hier maar rond, en je voert niets uit. Behalve sigaretten roken en de Bildzeitung lezen.’
‘Scheisse!’ roept Penny. Ze springt overeind en drukt haar sigaret uit in een overvolle asbak. ‘Je bent gek,’ roept ze. ‘Je bent helemaal gek.’
Ze draait zich om en marcheert naar de deur.
Even later hoort Magda haar de trap op stormen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...