Als Irmgard aanbelt en Magda opendoet, staat Penny halverwege de trap, in het halfduister, waar ze, zo lang ze niet beweegt, nauwelijks zichtbaar is. Irmgard is een vrouw van een jaar of vijfendertig. In ieder geval jonger dan Magda. Ze heeft een legerjack aan, dat net boven haar rok valt, met een strak aangetrokken ceintuur. De jas glimt van de regen. Blijkbaar heeft ze een heel eind over straat gelopen. Ze heeft kort, blondgeverfd haar, maar Penny herkent haar onmiddellijk.
‘Grote god!’ zegt ze.
De twee vrouwen in de hal draaien zich om.
‘Irmgard Konopka,’ zegt ze.
Magda pakt de vrouw bij haar schouders. Een ogenblik lijkt het wel of ze haar weer de deur uit wil duwen. Maar dat laat Konopka niet gebeuren. Ze schudt Magda’s handen van zich af en doet een paar stappen in de richting van de trap, waar Penny al bezig is naar beneden te komen.
‘Hallo,’ zegt ze.
‘Ik ben Penelope Escher,’ zei Penny.
Ze geeft Irmgard een hand en maakt als welopgevoed meisje automatisch een knixje.
‘Magda’s vriendin,’ zegt Konopka op constaterende toon.
‘Penny is hier tijdelijk,’ zegt Magda.
Penny trekt een grimas.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten