‘Kan ik hier een paar dagen blijven?’ vraagt Konopka.
‘Een paar dagen,’ zegt Magda verschrikt.
‘Niet lang. Twee of drie dagen,’ zegt Konopka. ‘Ik wil met zoveel mogelijk mensen kennis maken. Ik wil uitleggen wat onze motieven zijn. Waarom het in deze samenleving nodig is je te verzetten.’
‘Nou, ik weet niet…’ begint Magda.
‘Ja natuurlijk,’ zegt Penny scherp. ‘Dat spreekt vanzelf. Er zijn er hier genoeg die daar heel blij mee zijn, als ze met u kunnen praten.’
‘Je mag je zeggen,’ glimlacht Irmgard Konopka.
‘Ja,’ zegt Penny. ‘Ik meen het. Je bent een voorbeeld voor alle vrouwen die een kritische instelling hebben. Je bent een icoon.’
‘Maar is dat niet gevaarlijk?’ vraagt Magda.
‘Waarom?’ zegt Penny.
‘We moeten wel voorzichtig zijn,’ zegt Konopka. ‘We gaan niet aan de grote klok hangen dat ik hier ben. Ik weet niet, zijn alle vrouwen te vertrouwen?’
‘Maak je geen zorgen,’ zegt Penny overmoedig.
‘Maar hoe moet dat dan?’ vraagt Magda.
‘Overmorgen is donderdag’, zegt Penny. ‘Dat is onze discussieavond.’
‘Dat is goed,’ zegt Konopka. Ze staat op en loopt naar de grote spiegel, die schuin tegenover de keukendeur hangt. Ze monstert haar kortgeknipte, geblondeerde haar. Ze haalt een lipstick tevoorschijn, felroze, in een goudkleurige plastic houder, en draait die omhoog om haar lippen bij te werken.
‘We draaien een film die vast veel mensen trekt’, zegt Penny trots. ‘Teorema, van Pasolini.’
‘Een paar dagen,’ zegt Magda verschrikt.
‘Niet lang. Twee of drie dagen,’ zegt Konopka. ‘Ik wil met zoveel mogelijk mensen kennis maken. Ik wil uitleggen wat onze motieven zijn. Waarom het in deze samenleving nodig is je te verzetten.’
‘Nou, ik weet niet…’ begint Magda.
‘Ja natuurlijk,’ zegt Penny scherp. ‘Dat spreekt vanzelf. Er zijn er hier genoeg die daar heel blij mee zijn, als ze met u kunnen praten.’
‘Je mag je zeggen,’ glimlacht Irmgard Konopka.
‘Ja,’ zegt Penny. ‘Ik meen het. Je bent een voorbeeld voor alle vrouwen die een kritische instelling hebben. Je bent een icoon.’
‘Maar is dat niet gevaarlijk?’ vraagt Magda.
‘Waarom?’ zegt Penny.
‘We moeten wel voorzichtig zijn,’ zegt Konopka. ‘We gaan niet aan de grote klok hangen dat ik hier ben. Ik weet niet, zijn alle vrouwen te vertrouwen?’
‘Maak je geen zorgen,’ zegt Penny overmoedig.
‘Maar hoe moet dat dan?’ vraagt Magda.
‘Overmorgen is donderdag’, zegt Penny. ‘Dat is onze discussieavond.’
‘Dat is goed,’ zegt Konopka. Ze staat op en loopt naar de grote spiegel, die schuin tegenover de keukendeur hangt. Ze monstert haar kortgeknipte, geblondeerde haar. Ze haalt een lipstick tevoorschijn, felroze, in een goudkleurige plastic houder, en draait die omhoog om haar lippen bij te werken.
‘We draaien een film die vast veel mensen trekt’, zegt Penny trots. ‘Teorema, van Pasolini.’
Irmgard knikt.
‘En morgen ga ik naar de opvang…’
Maar daar wil Konopka niets van weten. Ze schudt het hoofd. ‘Nee,’ zegt ze. ‘Dat zou roekeloos zijn.’
‘Maar Irmgard…’
‘En jullie mogen me ook niet Irmgard noemen,’ zegt Konopka. ‘Dat is een elementaire voorzorgsmaatregel.’
‘Hoe dan wel?’
Ze maakt haar tasje open.
‘Sabine,’ zegt ze. ‘Sabine Mehling.’
Ze haalt een identiteitsbewijs tevoorschijn en laat het zien.
‘Of eventueel Anna.’
Maar dat lijken Magda en Penny niet te horen. Ze storten zich op het identiteitsbewijs en bestuderen het aandachtig.
‘De foto lijkt niet erg,’ zegt Marga.
‘Hij kan ermee door,’ zegt Konopka.
‘O jee,’ gniffelt Penny. ’Ben je een onderwijzeres?’
‘Niet echt.’
‘Waarom sta je niet voor de klas? Het is eind oktober.’
‘Ik ben arbeidsongeschikt,’ zegt Konopka. ‘Overspannen.’
‘Kon je geen orde houden?’
‘Maak daar maar geen grapjes over,’ zegt Magda.
‘En morgen ga ik naar de opvang…’
Maar daar wil Konopka niets van weten. Ze schudt het hoofd. ‘Nee,’ zegt ze. ‘Dat zou roekeloos zijn.’
‘Maar Irmgard…’
‘En jullie mogen me ook niet Irmgard noemen,’ zegt Konopka. ‘Dat is een elementaire voorzorgsmaatregel.’
‘Hoe dan wel?’
Ze maakt haar tasje open.
‘Sabine,’ zegt ze. ‘Sabine Mehling.’
Ze haalt een identiteitsbewijs tevoorschijn en laat het zien.
‘Of eventueel Anna.’
Maar dat lijken Magda en Penny niet te horen. Ze storten zich op het identiteitsbewijs en bestuderen het aandachtig.
‘De foto lijkt niet erg,’ zegt Marga.
‘Hij kan ermee door,’ zegt Konopka.
‘O jee,’ gniffelt Penny. ’Ben je een onderwijzeres?’
‘Niet echt.’
‘Waarom sta je niet voor de klas? Het is eind oktober.’
‘Ik ben arbeidsongeschikt,’ zegt Konopka. ‘Overspannen.’
‘Kon je geen orde houden?’
‘Maak daar maar geen grapjes over,’ zegt Magda.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten