vrijdag 14 oktober 2022

96. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

Later, veel later, wandelt ze met Irmgard in het Broicherwald, in de stromende regen, beiden zorgvuldig verpakt in plastic. Ze zijn er heen gereden in Irmgards donkergroene Volkswagen, die twee straten van het huis staat. Uit voorzorg, zegt ze.
Penny is er niet bij. Die zei dat ze naar Duisburg wilde om haar gespreksgroep uit te nodigen om donderdag naar de discussieavond in Mülheim te komen. Haar gespreksgroep? dacht Magda. Welke gespreksgroep? Maar Irmgard zei dat het goed was. Als ze maar geen namen noemde, beslist geen namen. Nee, Sabine ook niet.
In het gezelschap van Magda is Irmgard Konopka zwijgzaam, behoedzaam, zoals ze nu steeds is als ze samen zijn. Ze lopen langs een lange beukenlaan, waden zonder iets te zeggen door de bladeren, die in een dichte vacht op het pad liggen.
Konopka kijkt Magda van opzij aan. Onderzoekend.
‘Hoe gaat het eigenlijk met je?’
‘Goed. Ja, goed.’
‘Voel je je thuis hier?’
‘Ik kom hier vandaan.’
‘Ja, raar.’
‘Hoezo raar?’
Konopka haalt haar schouders op. ‘We kennen elkaar uit Hamburg.’
‘O, dat is allemaal zo ver weg.’
‘Je hebt geen contact meer met de vrouwen daar? Met Alice? Sigrid? Heike?’
‘O nee, al jaren niet meer.’
‘Je bent hier helemaal ingeburgerd?’
‘Denk je?’
Konopka moet lachen. ‘Je bent nog altijd even verlegen,’ zegt ze.
Magda kijkt haar geschrokken aan.
‘Maar ik ben blij dat je ook nog steeds politiek actief bent.’
‘Nou ja, politiek is wel een groot woord.’
Ze lopen zwijgend verder. De beukenbladeren zijn stralend geel, ondanks, of juist dankzij het sombere weer. Zo nu en dan dwarrelt er een naar beneden. In de lange, natte slierten gras, die zichtbaar zijn tussen het dek van de al gevallen bladeren, zitten hier en daar met regendruppeltjes bezette stukjes spinrag.
’Een heerlijk huis heb je,’ zegt Konopka tenslotte.
‘O,’ zegt Magda. ‘Ja.’ En na een pauze: ‘Er is veel achterstallig onderhoud.’
‘Dan moet je het laten opknappen,’ zegt Konopka. ‘Of heb je geen geld?’
‘Dat is het niet.’
‘Krijg je geen alimentatie? Is dat het? Er zijn er heel wat die hun alimentatie niet betalen.’
‘Nee, nee, dat is het ook niet.’
‘Hij betaalt?’
‘Ik krijg steeds meer. Als hij opslag krijgt, verhoogt hij het bedrag.’


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...