zaterdag 15 oktober 2022

97. Am Kuhlendahl

[Wat voorafging] 

Konopka lacht grimmig. ‘Die Emmerich,’ zegt ze. ‘Het gaat hem zeker goed. Zit hij nog steeds in Hamburg?’
Magda schudt het hoofd. ‘Nee,’ zegt ze weifelend. ‘Hij woont geloof ik in Keulen. Hij werkt tegenwoordig bij de Federale Recherche. Een of andere Sicherungsgruppe. Hij is daar coördinator.’
‘En hij betaalt zijn alimentatie.’
‘We hebben helemaal geen contact.’
Ze ademen de natte herfstlucht in. De geuren van composterend blad en paddenstoelen. Ze voelen de regendruppels, die over hun plasticcapes rennen en in hun schoenen druppelen. Even later komen ze uit bij de oude spoorlijn, die alleen nog voor vrachtverkeer wordt gebruikt. Net op dat moment passeert er een trein. Ze kijken zwijgend naar de eindeloze stoet goederenwagons die voorbijdendert. Als de laatste wagon hun is gepasseerd, draaien ze zich om, en beginnen terug te lopen.
‘Maar als je geld hebt,’ zegt Konopka, ‘waarom laat je het huis dan niet opknappen?’
‘Ik weet niet,’ zei Magda. ‘Ik zie er tegen op. Maar het moet eigenlijk wel, he? We hebben lekkage in de bijkeuken. En het dak is niet goed…’
‘Leeft je moeder eigenlijk nog?’ vraagt Irmgard.
‘Ze wil er niet meer komen.’
‘Maar je zoekt haar op?’
‘Ja natuurlijk,’ zegt Magda.
Ze lopen, weer zwijgend, een eindje verder.
‘En jij?’ zegt Magda schuw.
‘Wat ik?’
‘Ik weet niet,’ zegt Magda bang. Ze zoekt zichtbaar naar woorden. ‘Heb jij eigenlijk ouders?’
‘Ik heb een pleegmoeder,’ zegt Konopka met een scheve grijns, ‘die zich in alle bochten wringt om uit te leggen dat het allemaal op een afschuwelijk misverstand berust. Dat ik niet uit eigen vrije wil in het verzet ben gegaan. Dat ze me waarschijnlijk dwingen.’
‘Maar dat is niet zo?’
‘Niet echt,’ zei Konopka.
Magda kijkt haar ongelovig aan. ‘O lieverd…’
‘Je hoeft geen medelijden met me te hebben. Heb liever medelijden met degenen die er echt slecht aan toe zijn.’
‘Ja maar jij bent toch ook een mens..’
‘Denk je?’ zegt Konopka.
Ze lacht weer die rare, scheve grijns, die Magda zich niet van vroeger herinnert.
‘Er zijn er genoeg die daar aan twijfelen.’ 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...