‘Kaminsky is wel hard afgestraft,’ zegt Weiss bezorgd.
‘Ha,’ zegt Hahn. ‘Ze zijn begonnen elkaar af te maken.’
‘En Fischler?’ zegt Drechsler.
‘Die zal ook wel een veeg uit de pan hebben gehad,’ zegt Hahn tevreden.
‘Herr Fischler zat in Washington,’ zegt de Pfauin.
‘Maar gisteren heeft hij Kaminsky te grazen genomen.’
‘Nou ja, te grazen genomen...’ zegt Gutschein aarzelend.
‘O, en Gerd,’ doet Hahn honend zijn directeur na, ‘ik begrijp dat Herr Gerhard nog niet alle dossiers over de Roodfront-groep tot zijn beschikking heeft. Wil jij wat er nog onder jouw beheer is even op mijn kamer brengen?’
‘En nu heeft Gerhard ze opgehaald,’ zegt Drechsler.
‘Het is een feit,’ zegt Gutschein.
‘De vraag is alleen, waar is hij?’
‘Wie?’
‘Gerhard,’ zegt Hahn ongeduldig. ‘Onze moordenaar. Onze mislukkeling. Dat is toch niet normaal. Hij pakt Kaminsky zijn dossiers af en hij vertrekt. En vandaag komt hij terug om de rest op te halen. En weg is hij weer. Hij wérkt hier. Hij is hier coördinator. Heb je gezien hoe hij binnenkwam, zo-even? Als een engel der wrake. Er kon nauwelijks een groet af. Regelrecht naar de kamer van Fischler. Hij klopte niet eens aan. En hoe lang was hij binnen? Vier minuten? Vijf?’
‘Wat denk je?’
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
Vrijdag 9 oktober 1970. Berlijn. We zijn in de woning aan de Gierkeplatz van Rudolf Otto Boot-Jürgens. Professor Doktor. Emeritus. Boot-Jürg...
-
[Wat voorafging] Het Roodfront, de Staüberle-Konopka-groep, is voor het Bureau van Emmerich Gerhard een hoge, misschien wel de hoogste prior...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten