[Wat voorafging]
De dinsdag nadat Schneider in vrijheid is gesteld, checkt Emmerich Gerhard de nummerrekening voor de tweede keer. Tot zijn verrassing is er niet minder dan 50.000 DM bijgeschreven. Gerhard neemt vijfduizend mark op en opent een rekening op naam waarop hij de rest van het bedrag laat overmaken. Vervolgens rijdt hij naar het safehouse in Düsseldorf waar hij bijna een maand geleden de middag heeft doorgebracht met Heidi. Op de deurmat ligt, tussen een massa reclamedrukwerk, een folder, bleekoranje, met in vette telexletters ‘Wat wordt er gedaan tegen terrorisme? En wat kunt u doen?’ Hij bladert hem door. Het geschrift blijkt afkomstig van de gemeente Düsseldorf. In de tekst herkent hij passages die ontleend zijn aan Kaminsky’s veiligheidsanalyse. Hij scheurt de folder in stukken en deponeerde die, met het overige drukwerk, in de prullenbak. Daarna checkt hij de telefoon, die reageert met een geruststellende bromtoon. Een ogenblik aarzelt hij, maar dan draait hij het nummer dat Rochus Winckelmann hem gegeven heeft. Hij zegt de man van de Verfassungsschutz dat hij een operatiebasis heeft gevonden, en geeft het adres.
‘Aha,’ zegt Winckelmann. ‘Dat oude safehouse.’
Ze komen overeen dat Winckelmann vanaf donderdag personeel zal leveren om het liaison te verzorgen. ‘Ik heb drie stagiairs voor je,’ zegt de veiligheidsman. ‘Jongelui, die staan te popelen om zich nuttig te maken.’
Gerhard accepteert het aanbod. Ze spreken een tijdstip af, waarop de stagiairs zich bij het safehouse zullen vervoegen. Vrijdagmorgen.
‘Vlak voor het weekend?’ zegt Winckelmann bedenkelijk.
‘Ja,’ zegt Gerhard. ‘Geen kantoortijden. Daar kunnen ze maar beter zo snel mogelijk aan wennen.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten