Tegen zeven uur draait Schneiders BMW de straat in, en de binnenplaats op, achter het café. Hij stapt uit en graait een plastictas met geld van de voorbank. Als hij het portier afsluit, plaatst Gerhard zich in het licht van de booglampen.
De jongen schrikt, en duikt weg achter zijn onderarm. ‘Gerhard,’ zegt hij behoedzaam.
Gerhard glimlacht niet.
‘De man van het BKA. U joeg me de stuipen op het lijf!’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten