Ja, ja, dat is Fischler bekend.
Hij laat Weiss op zijn kamer komen.
Als de jongeman binnenkomt, heeft hij iets uitgesproken brutaals, iets ongezeglijks over zich.
Eén detonator? Nee, twee. Ja, dat klopt. Ja, dat heeft hij de bureaumedewerkers verteld. Maar hij heeft daar toch niets verkeerds mee gedaan? Degene die hij bij het steunpunt heeft gesproken, zei niet dat het vertrouwelijke informatie was. En bovendien, dit is toch de Sicherungsgruppe. Dit is toch gewoon het soort informatie dat ze geacht worden te verzamelen.
Ja, zo’n detonator is bedoeld voor een bom natuurlijk. Of in ieder geval voor een explosief. Nee, dat denken ze in Düsseldorf niet. Herr Gerhard heeft gezegd dat het beschouwd moet worden als een proefbestelling. Maar het is een hoopgevend teken. In Düsseldorf denken ze dat het er op wijst dat de infiltratie een succes wordt.
Fischler ondervraagt Weiss nog verder. Zijn er aanwijzingen dat er inmiddels terroristen uit Berlijn naar het westen onderweg zijn? Of zijn er misschien al personen aangekomen?
Nee, daarover is Weiss niets bekend. Maar hij kan er naar vragen als Herr Fischler dat wil weten?
Fischler schudt het hoofd en stuurt hem naar beneden.
*
Nee, daarover is Weiss niets bekend. Maar hij kan er naar vragen als Herr Fischler dat wil weten?
Fischler schudt het hoofd en stuurt hem naar beneden.
*
Als hij een half uur later met zijn broodtrommel naar de keuken gaat om te lunchen, zitten ze weer allemaal met rode koppen aan de grote tafel.
‘Maar Kaminsky is nog ziek,’ zegt Drechsler, als hij binnenkomt.
‘Ziek?’ zegt Hahn sarcastisch. Hij zit weer zo’n smerige sigaret te roken.
‘Je kunt echt ziek zijn hoor,’ zegt de bezorgde stem van de Pfauin, ‘het hoeft niet altijd voorgewend te zijn.’
Terwijl ze nog spreekt, draaien alle ogen als op commando zijn kant op.
Er valt een stilte die je kunt snijden.
Hij loopt naar de balie, waar Fricke plotseling druk met een stuk poetspapier in de weer is.
Hij bestelt zijn koffie.
En loopt terug naar zijn werkvertrek.
‘Maar Kaminsky is nog ziek,’ zegt Drechsler, als hij binnenkomt.
‘Ziek?’ zegt Hahn sarcastisch. Hij zit weer zo’n smerige sigaret te roken.
‘Je kunt echt ziek zijn hoor,’ zegt de bezorgde stem van de Pfauin, ‘het hoeft niet altijd voorgewend te zijn.’
Terwijl ze nog spreekt, draaien alle ogen als op commando zijn kant op.
Er valt een stilte die je kunt snijden.
Hij loopt naar de balie, waar Fricke plotseling druk met een stuk poetspapier in de weer is.
Hij bestelt zijn koffie.
En loopt terug naar zijn werkvertrek.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten