De afspraken die Weiss met de Düsseldorfse Ilse heeft gemaakt, dwingen Fischler om het werkoverleg te verplaatsen. Vanaf dinsdag 10 november krijgt dat, in plaats van om tien uur ‘s ochtends, zijn beslag na de lunch, om half twee. Voor de werkdiscipline op het bureau is dat, mede als gevolg van de afwezigheid van de nog steeds zieke Kaminsky, dodelijk. Het lijkt erop dat Weiss en Hahn beide vanaf dinsdag niet meer vóór de middag op kantoor verschijnen, en Fischler heeft aanleiding om te denken dat in ieder geval ook Drechsler er vanaf die dag min of meer met de pet naar gooit. Op donderdag laat hij zich door Gerda Pfau, die zich ook al dagenlang ongewoon stuurs gedraagt, de presentielijsten voorleggen. Maar daaruit blijkt dat alle medewerkers zich iedere dag hebben ingeschreven op het gewone tijdstip, rond half negen. Drechsler vaak zelfs eerder. Verontrustend.
Nog verontrustender is dat er op kantoor wordt gepraat. Er beginnen geruchten de ronde te doen over de aard van Gerhards bezigheden. Dat het over een infiltratie gaat in de Roodfrontgroep schijnen alle medewerkers als vanzelfsprekend aan te nemen, hoewel dat natuurlijk absoluut niet bekend mag worden verondersteld. Er schijnen zelfs op het kantoor allerlei details ter sprake te zijn gebracht waarvan hijzelf niet op de hoogte is, en waarvan het onmogelijk de bedoeling kan zijn dat ze vrijelijk besproken worden. Hij heeft daarover Gerda Pfau bij zich geroepen, die hem blozend bekende dat Hahn en Weiss er inderdaad meer over lijken te weten. Het zou allemaal samenhangen met een poging tot ontvoering die eind oktober in Keulen heeft plaatsgevonden. De Pfauin weet er het fijne niet van, want Hahn en Weiss spreken vaak in raadselen, maar zeker is dat die ontvoering is uitgevoerd in opdracht van de Roodfrontgroep. Zelfs de naam van de hoofddader is bekend. Ene Moritz of Mehmet Schneider. En dat is ook de persoon die genoemd wordt als de infiltrant om wie deze hele operatie draait.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten