maandag 30 januari 2023

204. Een beetje gekloot

[Wat voorafging]

Diezelfde dag, tegen vijven, besluit Fischler dat het zo echt niet langer kan. Hij trekt de telefoon over zijn bureau naar zich toe en draait het nummer in Wiesbaden. Tot zijn stomme verbazing krijgt hij ditmaal vrijwel onmiddellijk Bödel zelf aan de lijn.
‘Met Fischler. Ik weet niet of u het hebt gehoord?’
‘Dat weet ik ook niet,’ zegt Bödel.
‘Pohl,’ zegt Fischler.
‘Zegt me niets.’
Fischler barst los in een woedende tirade, waarin al zijn opgekropte frustratie van de laatste week naar buiten komt. Bödel luistert zonder hem te onderbreken. Tot Fischler klaar is. En geschrokken van zichzelf naar de hoorn in zijn hand kijkt.
‘En?’ zegt de stem van Bödel.
Hij klinkt een beetje ver weg. Of hij niet helemaal goed luistert. Of hij tijdens het telefoongesprek stukken zit door te kijken. Maar dat valt Fischler nauwelijks op.
‘Het gaat zo echt niet langer,’ zegt hij.
Het is even stil aan de andere kant. Dan zegt Bödel, duidelijk articulerend, en met zijn mond beslist niet te ver van de hoorn: ‘Ja man, zeg nou eindelijk eens, wat wil je dat ik doe?’
‘Haal Gerhard van die opdracht af,’ krast Fischler.
‘Ik heb het volste vertrouwen in Emmerich Gerhard.’
‘Ik heb een veel betere man hier op mijn bureau,’ zegt Fischler een beetje wanhopig.
‘Wie?’
‘Gerd Kaminsky?’
Even is het stil aan de andere kant van de lijn. Dan barst Bödel in lachen uit. ‘Kaminsky?’ zegt hij.
‘Ja, Kaminsky.’
‘Zei je echt Kaminsky?’
‘Wat is er,’ vraagt Fischler verontrust.
‘Weet je niet hoe dat zit?’
‘Pardon?’
Bödel slikt hoorbaar een nieuwe lachbui weg. ‘Kaminsky is een Oost-Duitse agent, mein Lieber. Die is geïnfiltreerd.’
‘Kaminsky?’ stamelt Fischler.
‘Hoe is het mogelijk,’ zegt Bödel. ‘Heb je dat zelf bedacht?’
‘Het wordt ook gesteund uit de Commissie van toezicht,’ zegt Fischler moeizaam.
‘Daar heb je het toch verdomme niet besproken!’
‘Ze kwamen er zelf mee.’
‘Ze?’
‘Von Hohenfels, Udo von Hohenfels, die voor de FDP…’
Bödel begint opnieuw te lachen.
‘Wat is er?’ piept Fischler
‘Von Hohenfels. Beste jongen. Von Hohenfels en Kaminsky. Kaminsky en Von Hohenfels.’
‘Nee toch!’ zegt Fischler ontzet.
‘Ja toch, mijn vriend. Ja toch. Die worden allebei betaald door de Stasi.’
Bödel begint opnieuw te bulderen van het lachen.
Hij zegt niets meer.
Fischler legt de hoorn op de haak.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

414. Epiloog

  [ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...