Het is uitgedraaid op een ramp, denkt Emmerich Gerhard. En hij had het kunnen zien aankomen. In feite is er vanaf vorige week maandag veel te veel misgegaan. Niet eens zozeer bij de rekrutering van Schneider. Die is redelijk volgens het boekje verlopen. Maar later ‘s avonds, die ellendige Kasinke, dat was duidelijk een voorbode van wat hem nog te wachten stond. Hij kon verdomme niet eens zeker weten dat de taxichauffeur hem eerder die dag niet was gevolgd naar dat hoerenkot van Schneider. Niet dat dat erg waarschijnlijk was. Maar je moest met de mogelijkheid rekening houden.
De volgende dag, dinsdag, begon het feest echt. Vanaf de ochtend. Hij ging bij de Recherche in Oberhausen langs.
‘Bewaking? Hoezo bewaking?’ zei Dehmel. ‘Jij hebt het toch overgenomen?’
Toen dat misverstand uit de wereld was, duurde het nog tot in de middag voor het observatieteam weer ter plaatse was. Hijzelf was toen bij het Ilse-meisje, dat op dat tijdstip dienst had op ‘het steunpunt’, zoals ze het noemden.
‘Een brievenbus?’ had het kind verbaasd gevraagd. ‘Helemaal in Oberhausen?’
Hij legde het uit.
‘En daar moeten we iedere avond controleren?’
‘Jazeker.’
‘Maar dat was niet de opdracht.’
‘Dat wordt de opdracht.’
‘Maar wanneer moet dat dan gebeuren?’
Uiteindelijk werd er na lang onderhandelen afgesproken dat degene die op een willekeurige dag tot 20.00 uur dienst had, zijn post een half uur eerder mocht verlaten. De telefoon moest dan natuurlijk een half uur eerder worden doorgeschakeld naar de medewerker die aan de beurt was om telefoontjes buiten diensttijd aan te nemen.
Voor alle zekerheid gaf Gerhard het meisje opdracht een protocol op te stellen voor de taken die de liaisonmedewerkers hadden uit te voeren, en dat ter goedkeuring aan hem voor te leggen vóór ze het voor haar collega’s vermenigvuldigde. Ook de afspraken voor het contact met de Sicherungsgruppe moesten in dat protocol worden vastgelegd. Hij keek met een half oog door het dagboek dat, sinds het steunpunt operationeel was, werd bijgehouden. Voor de zondag was er alleen genoteerd wie er dienst hadden gedaan. Maar hij zag tot zijn genoegen een notitie in Ilses keurige meisjeshand dat ze die ochtend de Sicherungsgruppe gebeld had. Minder tevreden was hij over de afspraken die gemaakt waren.
‘Weiss en Hahn, he?’ zei hij sceptisch. ‘Enfin, we zullen zien.’
Net op dat moment ging de telefoon.
Het was voor hem. De rechercheur die Dehmel naar Schneiders onderkomen had gestuurd. ‘Goed dat ik u zelf tref,’ zei de man. De kwestie was namelijk dat de auto van de observant, toen de surveillance werd hervat, niet op zijn gewone plaats stond.
De observant?
‘Schneider?’ zei de rechercheur behoedzaam.
‘Godverdomme,’ zei Gerhard.
donderdag 2 februari 2023
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten