Het is of Penny het aanvoelt. Als Magda thuiskomt, zit ze op haar kamer te studeren en ook de hele volgende ochtend blijft ze als een muis in haar holletje. Tegen elf uur gaat Magda naar boven. Penny is bezig uittreksels te maken.
‘Wist je het?’ zegt ze met dichtgeknepen stem.
Penny kijkt op uit haar boeken. ‘Wist ik wat?’
‘Van Sophie?’
Penny knikt.
‘Hoe lang al?’
‘Sinds altijd natuurlijk.’
‘O lieverd,’ zegt Magda verschrikt.
‘Wil je me met rust laten,’ zegt Penny, ‘ik ben druk.’
Magda loopt de trap af.
Zij wist het ook al lang.
En nu ze weet wat ze eigenlijk al zo lang wist, is ze ook niet langer ontevreden of rusteloos. Deze situatie kan niet langer blijven bestaan, denkt ze. Ze moet iets doen. Al weet ze nog niet wat. Het enige wat ze kan bedenken is: Emmerich. Een rare gedachte, natuurlijk, maar wie is er anders die haar kan helpen om dit op te lossen.
Maar hoe moet ze met Gerhard in contact komen? Ze heeft hem sinds ze drie jaar geleden zijn gescheiden niet meer gezien. Ze weet niet eens waar hij woont. Hun enige contact is de bankoverschrijving van haar alimentatie, één keer per maand. Ze haalt er een rekeningafschrift bij. Maar dat helpt haar natuurlijk niet verder.
Uiteindelijk belt ze met haar bank, en krijgt een heel aardige, jonge bankbediende aan de telefoon, die haar ook vaak helpt aan de balie.
‘Mevrouw Gerhard,’ zegt ze.
‘Goedemorgen, mevrouw Gerhard,’ zegt de jongeman beleefd.
‘Ik heb een vraag voor u. Het is een beetje ingewikkeld. Maar ik ontvang, zoals u misschien wel weet, maandelijks een bedrag, een alimentatie, van mijn ex-man. Dat komt van…’
Ze kijkt op het bankafschrift dat voor haar lag, en noemt het nummer van de bankrekening dat daar staat vermeld.
‘Ja?’ zei de jongeman. ‘Maar wat wilt u? Moet het geld naar een andere rekening worden overgemaakt?’
Magda aarzelt. ‘Kan dat?’ vroeg ze. ‘Ik bedoel, zonder zijn toestemming?’
‘Nee, dat moet wel aan Herr Gerhard worden doorgegeven.’
‘Hoe gaat dat?’
‘Dat kunt u zelf doorgeven. Als hij ermee akkoord gaat, verandert hij de betaalopdracht.’
Magda knikt, en frutselt aan het boekje met bankafschriften dat voor haar op tafel ligt.
‘Maar ik weet niet,’ zegt ze, ‘ik heb het contact verloren.’
‘Ja, dat is lastig.’
‘Maar misschien kunt u mij helpen?’
De jongeman aarzelt. ‘Dat kunnen we niet doen, mevrouw.’
Maar ze houdt aan.
‘Ja, het rekeningnummer is er inderdaad een van onze bank,’ zegt de jongeman tenslotte.
‘Dan hebt u zijn gegevens toch in uw administratie?’
‘Maar mevrouw, echt…’
‘Het is heel belangrijk,’ zegt ze wanhopig.
‘Het spijt me enorm, mevrouw, maar dat zou tegen alle regels zijn.’
‘Ik heb eigenlijk alleen het telefoonnummer nodig.’
‘Ja, dat…’
‘Eigenlijk is het een zaak van leven of dood.’
Het lijkt niet goed denkbaar dat hij dat aannemelijk zal vinden. Maar hij is niet tegen haar vrouwelijke hulpeloosheid opgewassen. Blijkbaar is hij, terwijl zij praat al aan het zoeken geweest.
‘Hebt u een pen?’ zegt hij met gedempte stem.
Hij geeft haar het adres. En het telefoonnummer. Het kengetal van Keulen, en daarna zes cijfers.
‘Mag ik dat even herhalen,’ zegt ze.
Maar dat gaat de bankbediende te ver.
‘Ik wens u verder nog een prettige middag,’ zegt hij haastig.
En hij belt af.
donderdag 23 februari 2023
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
414. Epiloog
[ Wat voorafging] Het is rond deze tijd dat Norbert Gutschein, als hij op zijn gewone tijd op het kantoor verschijnt, in de gang Gerda Pfa...
-
[Wat voorafging] De map met stukken over de arrestaties in Zehlendorf ligt helemaal onder op de stapel. Uit de dagtekening blijkt dat hij al...
-
[Wat voorafging] Tien, twintig jaar christendemocratie. Boot-Jürgens’ wandelstok tikt, terwijl hij terug naar huis loopt, woedend zijn stap...
-
[Wat voorafging] Ze drinken koffie aan de Rathausufer, bij de Oude Haven. Onder jagende wolken waaruit zo nu en dan een spatje regen valt. D...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten